Follow by Email

vrijdag 27 maart 2015

Futen met lentekriebels

De titel van dit blog is "Futen met lentekriebels".
Is het dan niet vreemd om met een ooievaar te beginnen?
Het een heeft met het ander te maken.

Maar laat ik met het begin beginnen.
Op woensdag 11 maart ben ik voor het eerst sinds lange tijd weer eens naar de Poelgeest polder geweest.
Het was mistig. Daar had ik niet op gerekend. 
Toch ben ik erheen gegaan in de hoop dat de mist snel zou optrekken. Dat viel tegen.
Het duurde tot na tienen voordat de mist enigszins was opgetrokken.
Tot die tijd moest ik het doen met sfeerbeelden en het gesnater van de vele ganzen.

Plotseling hoorde ik futen geluiden maken die horen bij de paring.
En ja hoor. Ze waren druk bezig en nog behoorlijk in het zicht ook.
Wat was die man snel!
Even kijken, even wat knorrende geluiden maken en hop, er bovenop.
Voordat ik dat vast kon leggen was hij al met een mooie afsprong over zijn vrouwtje heen het water ingeplonst.
Een prestatie waar de futenmannen patent op hebben.
Hij maakte een prachtige landing met veel gespetter.
Ze zwommen daarna samen weg.
Zou ik nog een nieuwe kans krijgen?
Omdat het echte liefhebbers zijn en ze het meestal niet bij één poging laten, 
zocht ik een geschikte plek in de hoop het nu eens helemaal mee te maken.
Ze kwamen terug. Zij was al helemaal in de stemming en nam bereidwillig op haar nest plaats.
Hij gunde haar geen blik, maar bracht uitsluitend zijn verenpak op orde.
Na een vluchtige blik naar links, en een keer naar rechts, besprong hij haar onverwachts.
Hij hield wel van verrassingen.
Hier had ik op gerekend en was nu wel snel genoeg.
Er volgde even later weer een geslaagde afsprong.
Dit blijft toch een bijzondere actie die ik alleen van futen ken.
Intussen hield een paartje ooievaars alles goed in de gaten.
Zij namen hun taak serieus.
Een nest heeft natuurlijk te lijden onder al dat geweld en moet daarom regelmatig gefatsoeneerd worden.
Nadat het nest weer op orde was nam zij haar positie weer in, hopend dat de uitnodiging geaccepteerd zou worden.
Ze kon er geen genoeg van krijgen.
Maar mooi niet, hij keek er even naar en zwom weg.
Niet veel later zwom zij hem achterna, bijna sluipend over het water.
Dat intrigeerde hem.
Ze keken elkaar eens diep in de ogen, .........
......... en daarna beiden een andere kant op.
Dit ritueel herhaalde zich enkele keren.
Het leek wel of de rechter fuut even verlegen zijn kop afboog nadat zijn partner een verleidelijk geluidje had gemaakt.
Hier lijkt hij helemaal in extase, terwijl de ander - met opzet? - de kop afwendt.
Er werden zelfs geluidjes in de oren gefluisterd.
Keurig met de koppen naast elkaar zwommen ze in de richting van het nest.
Geen tijd voor gedoe met waterplanten aanbieden of een demonstratie admiraalzeilen.
Ze wisten beiden wat ze wilden.
Terwijl zíj het nest nog even inspecteerde nam hij nog vlug een bad.
Het moment-suprême naderde.
Nog even goed uitschudden en gauw naar zijn vrouwtje.
Ze lag al vol ongeduld op hem te wachten.
Nu keek hij niet naar links of naar rechts. Hij ging recht op zijn doel af.
Met een fraaie sprong landde hij op haar rug.
Het kan niet anders dan dat deze poging met zo'n aanloop volledig gelukt is.
Er volgde natuurlijk weer een spetterende afsprong.

Liefde maakt hongerig. 
Samen gingen ze met succes op visvangst.
De ooievaar had het toen ook wel gezien.
Hij had er het volste vertrouwen in dat hier over enkele weken een futengezinnetje zal zwemmen.

Alles speelde zich af tussen half elf en twaalf uur. 
Het licht was toen al behoorlijk hard, waardoor het mij moeite kostte mooie kleuren vast te leggen.
Het zal niemand verbazen dat ik mij prima vermaakt heb.


zondag 22 maart 2015

Grote zilverrreiger

De grote zilverreiger (Great egret, Casmerodius albus) zien we de laatste jaren steeds vaker in weilanden, moerasachtige gebieden e.d.
Ze verschillen duidelijk van de kleine zilverreiger die we maar zelden in Nederland zien.
In Nederland heb ik de kleine zilverreiger nog nooit in het wild gezien, wel enkele jaren geleden langs de kust van Mozambique.
Het verschil met de grote zilverreiger zit vooral in de grootte, de zwarte i.p.v. de gele snavel, en in de gele tenen.
Kleine zilverreiger (Little egret, Egretta garzetta)
Grote zilverreigers  zijn goede vissers. Daarnaast zijn ze niet vies van een muis of mol.
Ze komen vooral voor in Mediterrane streken.
Dat verklaart waarschijnlijk hun voorliefde voor tapas, hier in de vorm van  kleine visjes.
Driedoornige stekelbaarsjes schijnen tot hun favoriete voedsel te behoren.
(Als je in de vergroting kijkt zie je een visje spartelen in de snavel)
Na dit hapje schreed ze door de sloot naar de andere oever.
Ze kon net over het land kijken. 
Blijkbaar was het niet aantrekkelijk, want .........
......ze keerde op haar schreden terug.
Opnieuw keek ze uit over de landerijen, maar aan de andere kant.
Dat beviel wel, want ze sloeg haar vleugels uit en sprong op de kant.
Statig en parmantig liep ze verder het land op.
Ze kwam, zag en vloog even later weg.
Wat mij betreft zijn ze een verrijking voor het Nederlandse landschap.



maandag 16 maart 2015

Vogelvaria

Wat in het vat zit verzuurt niet.
(Toevallig had Yvonne deze tekst  ook kort geleden gebruikt, en wel voor de titel  van een bericht op haar blog).

Mijn vat mag nu eveneens geopend worden.
Ik zal hier een aantal foto's laten zien waarvoor ik tot nu toe geen goed moment heb kunnen vinden om ze te laten zien.
De hierboven afgebeelde tjiftjaf is daar een voorbeeld van.
Eind januari was een groepje tjiftjaffen druk bezig met vliegjes vangen.
Hier zit er één klaar om eropaf te schieten. Helaas geen vliegjes op de foto.
Ze was bereid om lang genoeg stil te zitten om mij de kans te geven enkele foto's te maken.
Tjiftjaffen zitten niet uitsluitend op de hoogste takken van struiken.
Een takje meer of minder mag de pret niet drukken.
Nieuwsgierig was ze ook: ze keek mij indringend aan.
In Zandvoort was een groepje pestvogels neergestreken.
Af en toe zag je daar ook andere vogels in de buurt, zoals deze groenling.
Kramsvogels kreeg ik daar niet mooi op de foto.
Ze deden zich net als deze merel tegoed aan de appeltjes waar de pestvogels ook van smulden.

Zo is het net alsof ze haar vriendjes roept.
In de polder heb je een goede kans om fazanten te zien.
Dit vrouwtje had met een ander vrouwtje op het dak van een schuurtje geschuild, 
gedeeltelijk verscholen onder overhangende takken van een boompje.
Niet veel later vloog ze naar deze omheining van een tuintje bij een schuur.
Je ziet ze dan wel regelmatig maar het valt niet mee om ze mooi op de foto te krijgen.
Bij mij in de buurt zie je regelmatig een grote bonte specht en zelfs af en toe een groene specht.
Vanuit mijn slaapkamer kreeg ik deze nijvere houthakker goed voor mijn lens.
Hij vroeg zich blijkbaar wel af wat ik stond te doen en of er gevaar dreigde.
Hij vertrouwde mij.
Ik trof het dat hij voor dit moment de middag had uitgekozen, want zo was het licht vrijwel optimaal.
Het is goed te zien hoe hij zijn best deed.
Hij had al een behoorlijk gat uitgehakt, maar was toch niet helemaal tevreden.
Vaak is het verstandig om alles ook eens van de andere kant te bekijken.
Je krijgt dan een heel ander beeld van de wereld om je heen.
Het eerder uitgehakte gat is rechts op de tak te zien.
Voor wie mocht twijfelen: de tak loopt echt horizontaal.
Het was duidelijk dat in omgekeerde positie doorgaan met hakken hem geen moeite kostte.
Hier was hij weer terug op de in mijn ogen meer comfortabele kant van de tak.
Blijkbaar zag hij iets in de lucht dat hem niet beviel, waarschijnlijk kauwtjes, want even later was hij verdwenen.
De groene specht heb ik een aantal keren gezien, en veel vaker horen lachen, 
en niet alleen om mijn pogingen om hem te fotograferen.
Verder dan een bewijsplaatje ben ik tot nu toe nog niet gekomen.
Ik hoop hem natuurlijk nog wel een keer te verschalken.
Ook zonder wezel op zijn rug zal ik dan heel tevreden zijn.