Follow by Email

donderdag 28 mei 2015

De volgende generatie

Op 14 mei kreeg ik te horen dat er in Hillegom een nest met pasgeboren knobbelzwaantjes was.
Ik ben er onmiddellijk heen gegaan.
Er waren vier zwaantjes waarvan het dons al helemaal droog was.
Op grond van wat ik van andere kijkers hoorde waren ze hooguit een dag oud.
Aanvankelijk waren alle zwaantjes verscholen onder hun moeder, maar al gauw kwamen de twee brutaalste tevoorschijn.
Zo'n eerste dag bleek toch wel erg vermoeiend.
Toen moeder opstond werd duidelijk dat er vier kleine zwaantjes uit het ei waren gekomen.
In één ei zat wel een gat, maar er gebeurde tijdens de twee uur dat ik er was helemaal niets.
De kans bestaat dus dat de andere eieren niet zullen uitkomen.
Nieuwsgierig bekeken en onderzochten ze hun directe omgeving.
Het oudste duo.
Moeder stond soms even op om een andere positie te kiezen. 
Je kreeg dan een goed zicht op de jeugd en de eieren.
Wat zal er in het koppie van dit zwaantje omgaan?
De jongen waren al net zo ontspannen als de ouders.
Vader zwaan kwam langzaam maar zeker mijn kant op en ging in het gras liggen, op ca. 3 meter van mij vandaan.
Ook al kwam je tot op enkele meters van het nest, moeder blies niet één keer.
Vader en kind keurden mij geen blik waardig. Natuurlijk hield ik hen wel goed in de gaten.
Hoe aangenaam kan het leven zijn?I
Lekker in het zonnetje liggen, veilig naast moeder, niets om je druk over te maken, 
hooguit van alles om je over te verwonderen
Moeder draaide de eieren nog een keer om.
Zij ging er blijkbaar toch vanuit dat er nog meer zwaantjes op komst waren.
Hoe eigenwijs kan je kijken?
Wat kunnen ze lief voor elkaar zijn.
Ze lagen wel aan de schaduwkant, of soms onder hun moeder.
Het leek soms dat ze in de verdrukking zouden komen als moeder door haar poten zakte.
Er was echter niets aan de hand.
Ze kwamen wel steeds na korte tijd onder haar uit. 
Begrijpelijk, dat snapt ieder kind.
Onder moeder zie je niets en er valt niets te beleven.

Maar er was nog meer aan jong leven te zien.

In de Poelgeest bijvoorbeeld wemelde het van de kleine gansjes. 
Hier volgen enkele jonge Canadeesjes.
De ouders waren erg waakzaam. Het duurde even voordat ze een beetje aan mij gewend waren.
Het vroeg wel wat geduld om slechts één gansje in beeld te krijgen.
Niet ieder tweetal is hetzelfde. Dit leek wel een variant op een Siamese tweeling.

Tot besluit terug naar Hillegom voor enkele wilde eendjes.
Een moedereend kwam met zes pulletjes aan land. 
Langzaam maar zeker liepen ze mijn kant op. 
Ik was in het gras gaan liggen en dat vonden ze op geen enkele manier bedreigend.
Ze zochten voortdurend naar iets eetbaars.
Ongemerkt kwamen ze zo dichtbij dat ik ze niet meer kon fotograferen.
Als ik mijn arm had uitgestoken had ik ze kunnen aanraken.
Deze pulletjes waren veilig voor meerkoeten.
Een andere moedereend kwam met haar pullen te dichtbij het nest van meerkoeten.
Vader meerkoet viel de pullen aan en  greep er één bij de nek.
De kleine ontsnapte ternauwernood en dook onder.
Dat liet moeder niet op zich zitten. Ze viel ogenblikkelijk de meerkoet aan.
Na een kort gevecht keerde de rust weer terug.



zaterdag 23 mei 2015

Paaiende karpers

Het was een lastig dilemma welk onderwerp ik deze keer zou kiezen.
Paaiende karpers, tapuiten, pasgeboren knobbelzwaantjes, duinhagedissen, om maar enkele onderwerpen te noemen.

De keuze is gevallen op de karpers (Cyprinus carpio).
Op 13 mei ben ik naar Polder Poelgeest geweest. 
Ogenblikkelijk viel het mij op dat het zeer onrustig was in het water, middenin, maar ook langs de oevers.
Maar waarom juist deze dag?
Is het de watertemperatuur die volgens kenners 15-17 °C moet zijn?
Is het de stand van de zon?
In ieder geval waren de omstandigheden op deze zonnige dag aantrekkelijk voor de karpers,
waardoor zij hun hormonen  nauwelijks meer onder controle hadden.
Op veel plaatsen kwamen de brede ruggen boven water.
Ze hielden soms ook boven water een oogje in het zeil, op zoek naar een aantrekkelijke vrouw.
Zo gauw er een ontmoeting was volgde een flink gespetter.
Ze schuiven dan onder andere met hun flanken tegen elkaar.
Het was een bijzonder gezicht om te zien hoe zij in de plas op een flink aantal plaatsen te keer gingen.
Uit de diepte - hoewel, volgens mij is het daar niet erg diep want een blauwe reiger en een lepelaar konden er met gemak staan - dook dit monster op.
De vogels keken wat verbaasd - of wellicht verstoord - naar al die onrust.
Het was een sport om te proberen mijn camera op de juiste plek te richten.
Natuurlijk ging dat ook vaak mis, maar de aanhouder won.
Het gespartel en geplons ging maar voort.
Op een bepaald moment vond ik het mooi geweest. Ik kwam tenslotte niet alleen voor de vissen.
Maar ik was heel makkelijk te verleiden. 
Zo gauw het een stuk verder ook begon stond ik weer te fotograferen.
Het blijft meestal niet beperkt tot twee karpers die met elkaar aan het stoeien zijn.
Soms knokken wel vier mannen om een vrouw.
Het vrouwtje moet ertoe verleid worden om kuit af te zetten, waarna een mannetje dit met zijn hom komt bevruchten.
Een groepje was vlakbij de oever bezig.
Turbulentie, gedraai, gespat.
Het ging er heftig aan toe.
Soms brengen ze elkaar zelfs verwondingen toe.
Ze kwamen een keer zo dicht bij de oever waar ik stond, 
dat ik er met mijn 100-400 mm lens geen foto's meer van kon maken.
Het was te dichtbij.
Ik heb die dag meer karpers gezien dan ooit tevoren.
Hier had een stelletje een rustig gedeelte langs de oever gevonden, zonder opdringerige andere mannen.
Even lekker samen drijven en natuurlijk doen waar al dat gepaai voor bedoeld was.
Intussen ging de concurrentiestrijd onverminderd voort, op minimaal tien plekken tegelijkertijd te zien.
Natuurlijk zijn het niet allemaal geweldenaren van 100-120 cm en 20 kg.
(Af en toe worden er zelfs exemplaren gevangen die boven de 30 kg wegen).
Het waren wel indrukwekkende vissen die zich hier vol overgave met hun voortplanting bezighielden.

Natuurlijk was er veel meer te zien, maar dat bewaar ik voor rustiger tijden.

maandag 18 mei 2015

AWD - Duinhagedissen 1

In het voorjaar vind ik het steeds weer een uitdaging om op zoek te gaan naar duinhagedissen,
ook wel zandhagedissen genoemd Lacerta agilis).
In april zie je dat de mannetjes nog op kleur moeten komen, 
maar zo gauw het warm en zonnig weer wordt krijgen ze een prachtige groene kleur.
De vrouwtjes hebben een bruine kleur.
Zoals zo vaak in de natuur moeten ze het hiermee doen. 
Het is even slikken maar de mannen zijn mooier.
Het zijn fervente zonaanbidders.
Als echte koudbloedigen worden ze pas actief als ze goed opgewarmd zijn.
Ze kunnen zich dan razendsnel verplaatsen, 
zeker als ze zich bedreigd voelen of als er een concurrent in aantocht is.
Voorzichtig komen ze uit hun schuilplaatsen als het warmer wordt, zeker als ze een beschut plekje gevonden hebben.
Aanvankelijk hebben de mannetjes nauwelijks een groene tint. 
Als ze zich onbespied wanen kunnen ze heel ontspannen op een zonnig plekje gaan liggen.
 Ze trekken zich vaak ook niets van je aan als ze nog niet helemaal opgewarmd zijn en je zelf heel rustig beweegt. 
Je kan ze dan zelfs aanraken.
Ik ben op zoek gegaan naar plekjes waar ik ze goed in beeld kon krijgen met een rustige achtergrond.
Natuurlijk hoop je dan op een gapende hagedis of beelden waarop de tong te zien is.
Dat heb ik wel gezien maar ik heb er geen beelden van.
Tijdens het opwarmen vielen de luikjes regelmatig dicht.
Op een keer werd mijn aandacht getrokken door een blauwe hagedis die zich heel erg rustig hield.
Helaas, geen nieuwe soort, maar een dode hagedis.
Overigens opmerkelijk dat hij een blauwe kleur had gekregen.
De mannetjes waren op de hieraan voorafgaande beelden nog nauwelijks groen gekleurd.
Een dag of tien later was dat wel anders.
Deze hagedis lag op een boomstam, die voor de lichte, onscherpe voorgrond zorgt.
Hij kwam hier voorzichtig uit zijn schuilplaats, duidelijk op zijn hoede.
Hij sloop rond de wortelklont van een omgevallen boom.
Uiteraard hoopte hij een vrouwtje te vinden.
In het ongunstigste geval zou hij een mededinger moeten verjagen. 
Hij was zo vriendelijk om ook op een boomstam te klimmen.
Duidelijk is te zien dat hij last had van teken.
Nee, dan deze schoonheid.
Ze lag lekker te zonnen op een omgevallen boomstam.
Geen spoor van teken.
Ze bood mij alle tijd om mijn camera te installeren en haar te fotograferen.
Af en toe draaide ze een keer, als een ervaren fotomodel dat gewend was om te poseren.
De boomstam lag werkelijk zo schuin als op de foto te zien is.
Als je haar nagels ziet dan vraag je je onwillekeurig af of zij niet eens naar een manicure moet.
De lange nagels zijn ongetwijfeld handig bij het klimmen en kunnen in geval van nood als geduchte wapens gebruikt worden.
Hier kwam een mannetje achter de voet van een omgevallen boom te voorschijn.
Zorgvuldig keek hij om zich heen, de omgeving verkennend.
Gerustgesteld klom hij verder en verdween even later enigszins uit beeld.
Ik ben even omgelopen en kreeg hem heel goed in beeld.
Hij trok zich niets van mij aan.
Tot mijn verrassing en plezier zag ik dat er een mier over zijn rug naar boven klom.
Dat zou ongetwijfeld smullen worden voor de hagedis.
Ik hoopte gespannen op bijzondere beelden.
 Die mier had wel lef. 
Je moet maar durven, want dit is toch het tarten van het noodlot?
Dit was het resultaat.
Geen mier te zien, ook geen smakkende hagedis.
De hagedis bleef stoïcijns, en verroerde zich niet.
De mier was rustig verder gelopen en uit beeld verdwenen.
Het voelde een beetje als een anti-climax.
Mieren staan wel op het menu van hagedissen, dus blijft het een raadsel waarom hij geen trek had.

Je krijgt spectaculaire beelden niet op bestelling.
Er moet nog wat te wensen overblijven.

Inmiddels heb ik nog veel meer beelden van de hagedissen,
waarop het mannetje en vrouwtje voornamelijk samen te zien zijn.
Op de beelden is bijvoorbeeld goed te zien wat het mannetje doet als hij trekt heeft.
Kortom, over enige tijd volgt een deel 2