Follow by Email

vrijdag 28 augustus 2015

Wespenspin werkt aan nageslacht

Ik begin deze keer met de voor mij grootste verrassing van de maand augustus:
een cocon van de wespenspin.

Wespenspinnen, ook wel tijgerspin of wespspin genoemd, komen sinds 1980 in Nederland voor. 
Hun oorspronkelijke habitat is het Middellandse Zeegebied.
Vrijwel altijd zijn het de vrouwtjes die opvallen.
Hun naam is niet toevallig gekozen.
Zoals ik kortgeleden op mijn blog heb laten zien, heb ik dit jaar voor het eerst de veel kleinere mannetjes gezien.
Zonder de poten mee te tellen zijn de mannetjes ongeveer 0,5 cm groot en vrouwtjes 1,5.
De vrouwtjes zijn expert in het zodanig maken van een web tussen stengels dat het knap lastig is om er foto's van te maken met een minimale hoeveelheid afleidende details.
Ze maken een opvallend web met een zig-zag patroon, zoals een paar beelden verder te zien is.
Ze heten dan wel wespspin of tijgerspin, gevaarlijk zijn ze voor de mens niet.
Ze kunnen niet steken en de beet is niet giftig.
Ze vangen vaak juffers in hun web.
Ze verpakken hun prooi altijd heel efficiënt, waarna ze deze later op een geschikt moment leegzuigen.
Hier heeft het vrouwtje het centrum van haar web even verlaten. 
Het zig-zag patroon is op dit beeld ook ten dele zichtbaar.
Dit kokertje trok mijn aandacht, vooral door de gele kleur.
Ik had het nog nooit eerder gezien.
Ik maakte er een paar foto's van om ze thuis eens op een groot scherm te bekijken.
Mijn vermoeden werd bevestigd: het is het begin van een cocon met daarop een aantal gele bolletjes gevuld met eitjes.
Zo zijn de gele bolletjes nog beter te zien.
De spin heeft deze bolletjes als het ware met haar buik tegen de onderkant van dit kokertje gedrukt.
Via internet werd het mij duidelijk dat ik iets bijzonders gevonden had.
Maar waar was de spin die hiermee verder had moeten gaan?
Blijkbaar was ze bij het maken van de cocon gestoord, want normaal gesproken zie je deze eitjes niet omdat ze verder verpakt worden in een omhullende cocon.

Op de website van Jan van Duinen ( www.janvanduinen.nl ) is uitgebreide informatie over de wespenspinnen en het maken van de cocons te vinden.
Daar was ook sprake van cocons die het formaat van een golfbal kunnen hebben.
Wat doe je dan?
Je gaat nog eens zoeken, in de hoop dat je ook die cocons kan vinden.
Ik zag bijna onmiddellijk een vrouwtjesspin die voor de verandering eens een mooi vrij web had gesponnen.
Een cocon zag ik nog niet, ook geen eitjes.
Maar het duurde hooguit vijf minuten voordat ik er één gevonden had.
Het vrouwtje is op de achtergrond nog enigszins te zien.
Het kleine kokertje waarop de eitjes waren afgezet was nu volledig ingepakt in een grotere cocon.
Later vond ik nog een tweede cocon.
Het scheelt wel als je weet waarnaar je moet zoeken.
Dat bleek al gauw bij een volgend bezoek.
Er waren er zelfs twee vlak bij elkaar.
De cocons die ik vond hadden meer het formaat van een stuiter dan van een golfbal.
Wie weet vind ik ook nog wel een wat grotere maat.
Uit de gele bolletjes, die vol zitten met eitjes, ontwikkelen zich de jonge spinnetjes, die in het voorjaar de cocons verlaten.
Het vrouwtje bewaakt  haar cocon totdat ze dood gaat.
Zorgen dat er nageslacht komt maakt hongerig.
Dat hebben de meeste mannetjes al gemerkt, en niet omdat ze zelf honger hadden gekregen na de paring.

Als ze eindelijk volwassen zijn leven ze na hun laatste vervelling  nog maar enkele dagen.
Dan komt het hoogtepunt van hun leven.
Ze paren dan met hun grote (in dubbel opzichtliefde.
Wat zal het een anticlimax zijn als ze daarna door deze grote liefde verslonden worden.
Zo hebben ze wel op twee manieren invloed op hun nageslacht:
 ze zorgen niet alleen voor het doorgeven van hun genen maar ook voor het noodzakelijke voedsel van het vrouwtje,
dat de eitjes nog moet leggen en beschermen.

Hierboven staat geen mannetje maar opnieuw een juffer op het menu.
En daar hangt ze dan, altijd met de kop omlaag.
Het patroon op de rug is bij ieder vrouwtje anders,
Je kan het vergelijken met het unieke patroon van tijgers en zebra's, of met de vingerafdruk bij de mens.
Voor veel mensen is dit al een schrikbeeld.
Hoe zal een juffer of ander klein insect dat in het web verstrikt is geraakt zich voelen als ze ziet dat zo'n spin op haar afkomt?
Even lekker griezelen voor wie niet van spinnen houdt.
Ze doen je niets, tenzij je een prooidier bent.
Ze zijn wat mij betreft een aanwinst voor de Nederlandse natuur.

Het is fascinerend om de wespenspinnen in augustus te volgen.
Ik hoop nog een keer een plaatje te maken van een wespenspin op haar cocon.




zondag 23 augustus 2015

AWD - Parnassia

In mijn overzicht van de maand juli in de AWD had ik al enkele beelden van parnassia opgenomen.
In augustus ben ik nog een keer teruggegaan omdat er in juli nog maar weinig bloemen waren.
Nu stonden er veel meer, en gelukkig ook op plaatsen waar geen duindoorn groeide.
Dat scheelde. 
Nu kreeg ik geen bloedende krassen op mijn armen.
Bij de eerste foto waren alle meeldraden al naar buiten gebogen, waardoor een stervormig patroon was ontstaan.
De helmknopjes aan de uiteinden waren er ook al af.
Hieraan kan je zien dat de bloem al bijna uitgebloeid is.
Bij de tweede foto zijn de helmknopjes er nog.
Één meeldraad staat op het punt naar buiten te buigen.
Twee bloemen in beeld krijgen kan op heel verschillende manieren, zoals de specialisten allang weten.
Ik heb er ook wat mee geëxperimenteerd.
Welke details wil je laten zien?
Welke compositie bevalt je het meest?
Deze bloem heeft er al minstens 5 dagen bloei opzitten.
Alle meeldraden liggen plat, alle helmknopjes zijn verdwenen.
Zelfs de gele bolletjes zijn grotendeels verdwenen.
De gele bolletjes wekken de indruk dat dit de meeldraden zijn.
Ze zijn echter niet meer dan lokkertjes voor de insecten die voor bestuiving moeten zorgen.
De zon viel hier precies op het midden van de bloem.

Toen ik na deze ochtend thuis kwam bleek dat ik een essentieel hulpstukje van mijn statief verloren was.
Ik kon mijn camera niet meer op mijn statief bevestigen.
Wat doe je dan? Je bestelt een nieuw hulpstuk.
Toen ik na een midweekje vakantie weer de kans had om nogmaals naar de parnassia te gaan kijken was ik benieuwd of ik het terug zou kunnen vinden.
Ik had een vermoeden waar het ongeveer zou kunnen liggen, maar niet meer dan dat.
Ik verraste mijzelf want tot mijn genoegen vond ik het, niet ver van de plek waar ik eerder geweest was.
Er waren nu veel meer bloemen, in verschillende fasen van ontwikkeling.
Per dag buigt er namelijk een meeldraad naar buiten.
Omdat ze veel minder dichtbij duindoorns stonden, en soms een heel eind er vandaan, was het veel prettiger fotograferen.
Ik kon nu veel meer zoeken naar geschikte standpunten.
Een tweetal.
Natuurlijk zijn er veel meer mogelijkheden om ze vast te leggen.
Wie weet vinden sommigen wel dat ik kansen gemist heb.
Nog een mooie alleenstaande bloem tot besluit.

Ik heb mij er prima mee vermaakt.
Volgend jaar hoop ik voor een herhaling te kunnen gaan.
Het heeft wel iets om je op een relatief onbekend terrein te wagen.

dinsdag 18 augustus 2015

AWD - Zomaar een julidag

Op 31 juli ging ik vroeg naar de AWD in de hoop insecten te vinden die nog bedekt waren met dauw.
Helaas was de temperatuur 's nachts niet voldoende gedaald, 
waardoor ik het moest doen met insecten die zich nog even moesten opwarmen.
De eerste is hier te zien, met de voelsprieten gedeeltelijk verscholen achter een bloem van het boerenwormkruid.
Helaas koos hij steeds ongunstige posities.
Hier is de kop met de voelsprieten iets beter te zien.
Ik plaats deze foto uitsluitend om herkenning beter mogelijk te maken.
Wie weet hoe dit insect heet? 
Hommels werkten beter mee.
Met een flink aantal zaten ze zich te koesteren in de langzaam krachtiger wordende zonnestralen.
Deze was al bijna klaar voor vertrek.
Niet veel later trof ik deze libel, die nog wel wat extra zonnewarmte kon gebruiken.
Helaas was hij toch sneller weg dan ik had gehoopt.
Een paar bloemetjes verder zat deze vlinder doodstil.
Ik heb dit soort vaker gezien, maar mijn kennis schiet toch weer tekort.
Blauwtjes waren er behoorlijk veel.
De blauwtjes die ik zag waren geen ochtendvlinders. Het waren echte slowstarters.
Een ander blauwtje op een zelfde soort bloem.
Het leek mij wel aardig om nu eens geen close-up te maken.
Als de zon eenmaal de vleugels verwarmd heeft neemt de activiteit snel toe.
Ook de kleuren komen dan heel anders over.
Net als blauwtjes zijn juffers populair in blogs.
Ook bij dit koppel heb ik de foto eens iets anders gemaakt dan gebruikelijk.
Nogmaals, met een andere achtergrond en lichtinval.
Nieuwsgierig waren ze ook.
Iedere beweging werd gevolgd.
Het leek wel of ze meer aandacht voor mij hadden dan voor elkaar.
Dat kan toch niet de bedoeling zijn.
Hoe doen vliegen het?
In ieder geval niet vliegend.
De hier gekozen positie lijkt mij ook niet ideaal.
Een zuringspannertje kwam even haastig voorbij fladderen.
Er restte mij niets anders dan een waarnemingsplaatje te maken.
Wespspinnen (Argiope bruennichi) bieden je veel meer kansen.
Ik zag ze op deze dag voor het eerst dit jaar.
Voor het eerst zag ik ook het veel kleinere mannetje.
De mannetjes willen maar wat graag voor nageslacht zorgen.
Zouden ze van tevoren al weten dat het vrouwtje na de paring zoveel energie is kwijt geraakt dat haar minnaar voor haar meestal een welkom smakelijk toetje is?
De meeste mannetjes worden na de daad door het vrouwtje ingekapseld en verslonden.
Hier had ze zelfs twee aanbidders.
Ik heb geen idee of zij er slechts één uitkiest of dat ze allebei aan de beurt komen, in dubbel opzicht.
Zeker is wel dat het mannetje één van zijn twee genitaliën in het vrouwtje achterlaat.
Voor een ander mannetje verkleint dit de kans op een succesvolle paring.
Mannetjes gaan daarom bij voorkeur op zoek naar maagdelijke vrouwtjes.
Het leven van een vrouwelijke wespspin is niet saai.
In haar opvallende web had dit vrouwtje een juffer gevangen. 
De juffer werd netjes ingepakt om later, als ze trek heeft, lekker leeg te zuigen.
Een andere spin had eveneens een juffer te pakken.
Nog een derde wespspin tot besluit.
Ik was dit verslag al met een aardhommel begonnen. 
Toen ik terugliep naar de uitgang zag ik talloze hommels die van bloem naar bloem vlogen.
Vaak waren ze bedekt met stuifmeelkorrels, waarmee tegelijkertijd duidelijk werd hoe belangrijk ze zijn in de natuur.
Het pakte deze ochtend weer eens anders uit dan ik hoopte.
Maar als de natuur je zo verrast kan je alleen maar tevreden zijn.