Follow by Email

zondag 28 februari 2016

Vogelplas Starrevaart

In de Vlietplas vlakbij Leidschendam was in de eerste helft van februari regelmatig een ijsduiker gezien en gefotografeerd. 
Dat wilde ik ook wel eens meemaken.
Bovendien ligt Vogelplas Starrevaart daar niet ver vandaan.
Daar was ik ook nog nooit geweest.
Ik zou zo twee vliegen in één klap kunnen slaan.

Op 16 februari ben ik daarheen gegaan. Een frisse, zonnige winterdag.
Mijn auto heb ik op de parkeerplaats bij de Vogelplas geparkeerd en daarna ben ik naar de Vlietplas gelopen.
Geen ijsduiker te bekennen, ook geen kuifduiker, maar gelukkig was ik niet voor niets gekomen.
Er lag op veel plaatsen een dun laagje ijs.
Ik hoopte dat er ook vogels zich op het ijs durfden te wagen
Dit waterhoentje durfde er wel op.
Het was echter behoorlijk glad. Hij gleed uit en riep luidkeels om zijn moeder.
In de Vliet waarlangs ik terugliep zwom een paartje futen tussen het ijs.
Ze doken regelmatig onder, jagend op vis.
Toen ik er was hadden ze geen succes.
Zoals zo vaak zwommen er overal meerkoeten.
Ook de meerkoeten deden mij een plezier om zo goed en kwaad als het ging over het ijs te lopen.
Soms zakten ze erdoor, soms gleden ze uit.
Ze maakten optimaal gebruik van hun vleugels.
Zonder vleugels zouden ze vele malen onderuit gegaan zijn.
Teruggekomen bij de parkeerplaats ben ik direct doorgelopen naar de vogelobservatiehut.
Van daaruit zag ik niet alleen dat de plas voor een groot deel dichtgevroren was, maar bovendien dat er kieviten op het ijs stonden.
Dat was nieuw voor mij.
Ze waren er in groten getale.
Ook al overwinteren ze tegenwoordig vaak in Nederland, 
verrassend vond ik het toch wel dat ze op het ijs stonden in plaats van in een weiland of op een akker.
Ook bergeenden voelden zich hier thuis.
Rond een mini eilandje was er behalve ijs ook nog genoeg open water waar ze konden staan en zwemmen.
Tussen al die kieviten stond zelfs een grutto.
Ik zou trouwens graag wat grotere beelden laten zien, maar de vogels zaten iets te ver weg naar mijn zin.
Behalve op het ijs zaten de kieviten ook graag op paaltjes.
Ik heb mij een tijdje bezig gehouden met het maken van beelden van de landing of de start bij het opvliegen.
Ze maakten hier een geslaagde landing, zonder glijpartijen.
Nonnetjes zwommen aanvankelijk op zo'n grote afstand van de hut dat foto's maken geen zin  had.
Tot mijn plezier kwamen ze echter in de richting van de hut gezwommen.
Ik heb dit beeld weliswaar ook moeten croppen, maar het nonnetje is in ieder geval duidelijk herkenbaar.
Hiermee was ik al dik tevreden, want een nonnetje fotograferen was weer een van mijn wensen voor deze wintermaanden.
Meestal zwommen er hele armada's smienten om dit nonnetje heen.
Een foto maken van het nonnetje met de twee vrouwtjes die hem vergezelden zat er niet in.
Het begin is er, nu nog graag wat foto's van dichterbij.
Brilduikers lieten zich uitgebreid bewonderen.
Hier maakt het vrouwtje zich klaar voor een duik.
Daar gaat zij, op zoek naar wat lekkers.
Een paartje pijlstaarteenden, een tweede zeer welkome verrassing op deze dag.
Het mannetje zwom wat heen en weer, terwijl de kieviten een rustpauze op het ijs namen.
Veel ganzen geloofden het wel. Ze trokken verder.

Mijn eerste kennismaking met de Vlietplas en Vogelplas Starrevaart is mij uitstekend bevallen.
Ik heb weliswaar niet de soorten gezien waar ik van tevoren op gehoopt had, maar wat ervoor in de plaats kwam was een uitstekend alternatief.
Daarnaast heb ik toch ook nog wat winterbeelden kunnen maken.
Dat laatste zal niet zo snel herhaald worden.


maandag 22 februari 2016

Zuidpier - februari 2016

In februari ben ik twee keer naar de Zuidpier van IJmuiden geweest. 
De omstandigheden leken beide keren vooraf goed. 
Bovendien waren er op waarneming.nl enkele interessante meldingen gedaan.

Het eerste bezoek was op 12 februari.
Het zou een mooie ochtend moeten worden, maar de zon liet het grotendeels afweten. 
Dat was een tegenvaller want nu kon ik niet steeds de sluitertijden gebruiken die ik wilde.

Vlak na de "knik" in de pier zag ik een middelste zaagbek (vrouwtje).
Helaas wat ver weg, maar voor mij was het de eerste keer dat ik er een zag.
Kortom, een welkome waarneming.
Gewone zeehonden hadden het die dag goed naar hun zin. 
Regelmatig zag ik een kop boven water verschijnen. 
Beter dan wat op de foto te zien is werd het niet.
Op de rotsblokken zat een groepje paarse strandlopers.
Deze zat het dichtste bij.
Steenlopers zie je hier eigenlijk altijd wel.
Ik was niet van plan er een te fotograferen, maar deze ging er speciaal voor staan.
Hier was ik wel voor gekomen: een kuifaalscholver.
De foto waar ik deze keer mee ben begonnen is ook van een kuifaalscholver, maar die foto is genomen op 17 februari.
Kuifaalscholvers zijn tamelijk zeldzame vogels in Nederland, dus dan ben je altijd blij als je er een ziet.
Gewone aalscholvers behoren tot de vaste bevolking van de pier en omgeving.
Het zijn buitengewone vissers.
Dat werd door deze aalscholver nog eens duidelijk gemaakt.
Het lijkt erop dat hij een zeedonderpad te pakken had.
De kop moet het eerst naar binnen.
De vis wordt daartoe in de lucht gegooid.
Ook al laat de scherpte van de foto te wensen over, het moment wilde ik toch laten zien.

Op 17 februari had ik over zonlicht niet te klagen.
Integendeel, wat minder was ook goed geweest.
Door onder te belichten heb ik geprobeerd niet teveel last te krijgen van het  licht.
Foto's maken viel soms niet mee want het was behoorlijk fris.
Met verstijfde, bijna gevoelloze vingers fotograferen vind ik lastig.
In de haven van Seaport Marina zat een mantelmeeuw zich wat uit te rekken op een dukdalf.

Ik moest opnieuw tot voorbij de knik lopen om weer wat interessants te zien.
Het begon opnieuw met een zeehond op afstand, maar ik kon mij vooral amuseren met een vissende kuifaalscholver.
Ik heb daar veel foto's van gemaakt, waarvan ik er enkele aan het eind van dit blog zal laten zien.
Het merendeel moet nog uitgezocht worden.
Toen ik wat verscholen achter een rotsblok stond was er plotseling een oeverpieper vlakbij mij gekomen.
Andere pogingen om er een te fotograferen hadden nog niet het gewenste resultaat opgeleverd.
Deze kwam mij verrassen, terwijl ik naar de kuifaalscholver stond te kijken.
Drieteenstrandlopers zie je niet alleen op het strand.
Deze liep op de rotsblokken vlakbij het water.
Aan de andere kant van de pier had een drieteentje een rustplek gevonden, lekker uit de wind.
En toen, te midden van een aantal brilduikers, zag ik plotseling een ijseend.
Hier had ik vooraf op gehoopt.
Helaas wat ver weg (dus onvermijdelijk croppen) maar het was wel voor het eerst dat ik er een zag.
Even leek het erop dat hij mijn kant op kwam zwemmen, maar om een onverklaarbare reden ging hij weer terug,
en zwom met de brilduikers steeds verder van de pier weg.
En dan tot besluit van deze dag de hoofdrolspeler die mij zeker drie kwartier heeft bezig gehouden.
Wat een visser!
Hier laat hij een van zijn vangsten zien.
In de tijd dat ik er was had hij regelmatig een vis te pakken.
Hij heeft me flink beziggehouden, want ik wilde graag scherpe foto's van zijn duikpogingen en van het resultaat ervan.
Als alles uitgezocht is kom ik vast nog wel met nieuwe beelden.
Maar eerst zal ik laten zien wat ik op een winterse dag bij Vogelplaats Starrevaart heb gezien.

dinsdag 16 februari 2016

Wintergasten 2015-2016

Het zal niet meevallen om bijzonderheden van de winter van 2015-2016 te herinneren, hoewel er flinke verschillen zijn tussen Oost en West Nederland zijn geweest.
Grote zaagbekken, brilduikers en wilde zwanen zullen zich wel eens afgevraagd hebben waar ze terechtgekomen zijn,
onder andere gelet op de vele regen en vaak tamelijk harde wind.
Volgens mij zijn de meeste wintergasten dit jaar ook eerder op de terugweg dan andere jaren.
Dat past volledig bij de constatering dat de natuur dit jaar 6 weken voor ligt op schema.
Zij moeten natuurlijk wel weer op tijd thuis zijn.
Ik kreeg de indruk dat ze ook minder talrijk waren.

Van de afgelopen maanden had ik nog wat foto's die ik niet eerder heb laten zien.
Het leek mij aardig om daar een verzamelblog van te maken.

De eerste foto doorbreekt de manier om zaagbekken bij voorkeur af te beelden.
Het deed mij denken aan een schilderij, ook al door de achtergrond.
Een vrouwelijke grote zaagbek zag ik voor het eerst van mijn leven in Finland, in de vorige eeuw.
Ze worden daar isokoskelo genoemd; in het Latijn heten ze Mergus merganser.
Opmerkelijk genoeg zag ik daar uitsluitend vrouwtjes, meestal in het gezelschap van een sliert jongen ( het was zomer).
De mannen schitterden door afwezigheid.
De eerste keer dat ik de opvallend gekleurde mannetjes zag was in de AWD.
Grote zaagbekken (in het Engels Goosander) houden niet van zout water, in tegenstelling tot middelste zaagbekken.
Het water in de Oostzee en Finse Bocht heeft echter een zoutgehalte van ca. 1%, terwijl dit in bijvoorbeeld de Noordzee 3% is.
Een laag zoutgehalte vinden ze blijkbaar geen probleem.
Ze houden dus vooral van zoet water en in mindere mate van brak water.
Een van de Nederlandse streeknamen voor de grote zaagbek is overigens boterbuik.
De vrouwtjes, gezegend met een fraaie kuif, zijn 's zomers alleenstaande moeders die de zorg hebben voor hun pullen,
soms wel 10-12 stuks.
De pullen klauteren als ze de kans krijgen wel eens op de rug van hun moeder, net zoals bij futen gebeurt.
Er is dus flink wat concurrentie als ze met zijn twaalven zijn.
Daarnaast heeft moeder vanzelfsprekend lang niet altijd zin in pullen op haar rug.
De vaders nemen het ervan in de zomer. 
Mannen zijn dan onder elkaar, geen last van drukke kinderen om hun heen.
Met de wind in de rug fungeert de omhoogstekende staart als het ware als een zeil waardoor ze extra stuwkracht krijgt.
In Nederland nestelen ze niet.
Ze vinden het leefklimaat hier niet aantrekkelijk genoeg.
Ze trekken na de winter weer terug naar Scandinavië.
Het is een flinke uitdaging om mooie beelden te maken van een landende of opstijgende zaagbek.
Bij een landing moet je toevallig op de juiste plek zijn,
bij het wegvliegen hoop je steeds weer dat je op het juiste moment hebt scherpgesteld en afgedrukt.
Ook al ben ik met deze plaat niet ontevreden, het kan en moet nog veel mooier.
Ik hoop ze nog eens te zien opvliegen waarbij ze naar mij toe vliegen.
Opmerkelijk vond ik dat in februari een zaagbek vrouwtje vlak bij haar partner plat op het water ging liggen,
zoals ook futenvrouwtjes op hun nest doen in het voorjaar.
Het was te ver weg voor een foto.
Kort daarna vlogen ze weg, dus ik kreeg geen herkansing.
Jammer dat deze schitterende vogels in de zomer hier niet blijven.
Ze nestelen bij voorkeur in een holte in een boom, vlakbij een rivier of meer.
Als er onvoldoende holten in bomen te vinden zijn zoeken ze vaak een geschikte plek tussen rotsen of in holen.
Nederland heeft op dit gebied dus niet veel te bieden.

Tot de familie van de zaagbekken behoren ook de nonnetjes (Mergus albellus), de kleinste leden van de familie.
Ik heb deze winterperiode slechts twee vrouwelijke nonnetjes gezien, maar ik vind de foto's ervan niet mooi genoeg om hier te laten zien.

Met brilduikers (Bucephala clangula) had ik meer geluk.
In eerdere blogs heb ik al enkele beelden laten zien.
Dit is het vrouwtje.
Als ze vliegen schijnen ze met hun vleugels een tingelend geluid te maken.
Mij is dat tot dusverre nog niet opgevallen.
Het komt wel in een streeknaam terug: men noemt ze namelijk wel eens belduiker.
In het Engels noemt men ze Goldeneye, wat bij het mannetje het duidelijkst te zien is:
Af en toe kan je hun kenmerkende baltsgedrag zien, vooral als de dagen warmer worden.
Soms zie je ze in groepen bij de Zuidpier van IJmuiden.
Broeden doen ze vooral in Noord-Europa.
En dan zijn er natuurlijk nog de wilde zwanen.
Een winter zonder wilde zwanen voelt ongetwijfeld vreemd.
In de zomer van 2014 heb ik ze vaak in IJsland gezien, meestal met een aantal kleine zwaantjes.
In het Engels heten ze Whooper swan, in het Latijn Cygnus cygnus.
Ook wilde zwanen hebben Nederlandse streeknamen zoals Texelaar en Geelbek.
Nog een laatste spiedende blik om te zien of alles veilig is voor het slapen gaan en dan ..........
......... diepe rust.
Als je aan de terugreis begint moet je natuurlijk goed gegeten hebben en goed uitgerust zijn.
Grappig dat ze alle drie op hun linkerpoot staan.
En daar gaan ze dan, terug naar IJsland of één van de Scandinavische landen.
Ik zag ze dit jaar voor het laatst op 3 februari.
Wanneer zien we onze wintergasten weer terug?


Bij deze bedank ik iedereen die mijn blog bezocht heeft.
De reacties stel ik zeer op prijs.