Follow by Email

woensdag 29 juni 2016

Drenthe - deel 2

Behalve adders, libellen en zonnedauw was er natuurlijk veel meer te zien in Drenthe.
In deel 2 draait het vooral om vogels, maar daarnaast is er natuurlijk meer.

In de eerste plaats waren we blij dat we opnieuw geelgorzen zagen.
In tegenstelling tot een vorige vakantie lukte het nu ook om er foto's van te maken.
Halverwege dit blog komen ze in beeld.

Eerst laat ik een paar plaatjes van distelvlinders zien.
In de tuin van het bezoekerscentrum van het Dwingelderveld fladderden ze naar hartenlust.
Er waren veel verschillende soorten bloemen waar ze op konden landen.
De achtergrond hoort trouwens bij de muur van het bezoekerscentrum.
Ik vind dat er zo een mooie compositie ontstond.
Zo oogt het vanzelfsprekend natuurlijker, met de tuin als achtergrond.
Opvallend vond ik wel dat er voornamelijk distelvlinders waren.
Klaprozen bloeiden er ook.
Er kwamen alleen kleinere insecten op af die niet op de foto kwamen.
Al wandelend over het Dwingelderveld kwamen we deze jongen tegen, bezig met een haastige, doch pittige wandeling.
Het resulteerde in een buiteling, waarbij hij ons de kans gaf zijn enigszins paarse buik en poten te bewonderen.
Hij lijkt op een mestkever, maar of het er ook werkelijk een is weet ik niet.
Het was heel stil op het Dwingelderveld.
Soms hoorde je een vogel, af en toe fladderden er wat libellen.
Het was wel oppassen voor overstekend groot wild.
Deze uit de kluiten gewassen rups van zo'n 5-6 cm stak voor ons het pad over.
Te zijner tijd zal hij gaan transformeren tot een hagelheld (Coby, bedankt voor de naam).

Maar dit blog zou toch vooral over vogels gaan?
Hier is de eerste, een graspieper, bekend van heide en duingebied.
Deze woont in het Fochteloërveen.
Graspiepers waren daar met het blote oog te zien, kraanvogels niet.
Ik heb er twee gezien vanaf een observatietoren, waarbij ik door de telescoopkijker van een natuurliefhebber mocht kijken.
Op het Dwingelderveld zong deze graspieper uit volle borst.
Bij het Fochteloërveen fladderde dit kleurrijke vlindertje rond.
Hij vertikte het om op een mooie plaats te gaan zitten, dus ik moest het hiermee doen.
Van Dick weet ik dat het een roodbandbeer is.
Zijn voelsprieten doen denken aan die van de zuringspanner, het lijken een soort kammen.
 In het Mantingerveld groeien veel jeneverbessen.
Oorspronkelijk kregen ze geen kans in het heidegebied omdat daar enorme schaapskudden alles wegvraten wat ze lekker vonden.
Toen het aantal schapen drastisch werd teruggebracht bleken er jeneverbessen te gaan groeien.
En daar is hij dan, de geelgors.
Ik had hem al een keer eerder gezien, maar toen bleef het bij vliegen.
Nu ging hij op zijn gemak voedsel zoeken op de grond.
Geen moment zat hij stil, maar kansen om hem te fotograferen bood hij mij wel.
Hij had vooral een voorliefde voor een tamelijk dichtbegroeide omgeving.
Ik hoopte natuurlijk steeds dat hij zo nu en dan behoorlijk zichtbaar was.
Hij scharrelde maar door.
Gelukkig kwamen er geen wandelaars over het er vlakbij gelegen pad.
Toen er uiteindelijk toch iemand aankwam, was hij even heel oplettend en besloot toen naar een nabijgelegen boompje te vliegen.
Op de startfoto is te zien dat hij er toen nog even mooi voor ging zitten.
Natuurlijk waren we dik tevreden, want juist deze vogel wilden we graag zien.
Tijdens de wandeling kregen we gezelschap.
Een tweetal vlindertjes vond het truitje van mijn vrouw een aantrekkelijke plek om hun paringsact voort te zetten.
Ze namen er de tijd voor - gelijk hebben ze - want wanneer krijgen ze weer zo'n kans.
Korenbloemen in een graanveld in natuurgebied de Klencke.
Wat ooit heel normaal was is nu een uitzondering.
Het is een bijzonder gezicht om graanvelden te zien waarbij men wilde bloemen geen probleem vindt.
Korenbloemen, die vroeger heel algemeen waren, zie je nu nog maar zelden.
Bij het bezoekerscentrum van het Fochteloërveen nestelen huiszwaluwen.
Enkele jaren geleden heb ik daar ook al beelden van laten zien.
Jonge vogels heb ik niet gezien, maar wel volwassen vogels die druk bezig waren met hun nest.
Er was een flink aantal bewoonde nesten, zodat ik vanuit verschillende hoeken kon proberen een aantal mooie beelden te maken.
In een aantal nesten waren ze verrassend goed te zien.
Het leek erop dat de jongen al uitgevlogen waren en dat ze de nesten restaureerden.
Ik weet niet of ze dat ook werkelijk deden.
De volwassen vogels vlogen af en aan, maar ik zag of hoorde geen jonge vogels.
Het was in ieder geval een mooie gelegenheid om de huiszwaluwen van tamelijk dichtbij te zien.

Tot besluit een misschien wat onverwachte vogel.
 Hij hoorde echt bij onze vakantie, waarbij we verbleven in een klein dorpje met veel gerestaureerde boerderijen met rieten daken.
Huismussen hoorden bij ons vakantiehuisje.
Ze nestelden onder het dak.
Tegenwoordig zijn ze in veel gebieden schaars geworden omdat moderne huizen te goed geïsoleerd worden,
 waardoor er voor de mussen geen goede nestelmogelijkheden overblijven.
Uit het rieten dak van de ernaast gelegen schuur stak een metalen staaf.
De mussen vonden dit een  prachtige plek vanwaar ze naar hun nest konden vliegen.
Onder het dak van ons huisje waren minstens vijf mussennesten.
Ze kwamen steeds met een snavel vol aanvliegen.
Volgens mij vingen ze vooral rozenkevers.
Klaar voor de laatste duikvlucht naar het nest.
Na enkele dagen was het plotseling een stuk stiller geworden.
De jongen waren uitgevlogen.


Deze jonge schoonheid zat op de schutting naast het tuintje van ons huisje, waar ze nog regelmatig gevoerd werd.
Zij mag deze editie van mijn blog besluiten.




donderdag 23 juni 2016

Drenthe - deel 1

Van 3 t/m 10 juni heb ik met mijn vrouw een week doorgebracht in Drenthe.
We hoopten onder andere een adder, weidebeekjuffers en geelgorzen te zien.
De tweede dag al zagen we twee adders, eerst een mannetje en later een vrouwtje.
Foto's leverden die ontmoetingen niet op.
Een paar dagen later hadden we meer geluk.
Maar wat is het moeilijk om een adder mooi in beeld te krijgen.
Ze kruipen vooral tussen begroeiing door  en daar moet je het als fotograaf dan maar mee doen.
We hadden in zoverre geluk dat de adder, nadat hij ons opgemerkt had, er niet meteen vandoor ging.
Omdat hij aanvankelijk wat teveel tussen de begroeiing verscholen ging zijn we het pad wat verder afgelopen om daarna weer terug te gaan.
Hij was er nog steeds en zowaar wat beter te zien.
Hij stak zelfs zijn tong uit.
Door een foutje met de belichting zijn de kleuren van enkele beelden iets te blauw uitgevallen, maar beter dan dit kon ik er niet meer van maken.
Toch wel gaaf als een adder je zo aankijkt.
Na verloop van tijd had hij er genoeg van en verdween in een hol.
In totaal zagen we twee mannetjes (te herkennen aan de donkere kleur) en drie vrouwtjes, die zoals hier goed te zien is, bruin gekleurd zijn.
Zo gauw de vrouwtjes ons in de gaten hadden kronkelden ze snel de beschermende begroeiing in.
Wie had kunnen denken dat we in totaal vijf adders zouden zien.
Eén doel was overtuigend gerealiseerd.
In een slootje op het Dwingelderveld zwom een hagedis van een oever naar een omgevallen boom die in het midden van de sloot  lag.
In eerste instantie dacht ik dat het een zandhagedis was.
Ik las echter ergens dat op het Dwingelderveld geen zandhagedissen voorkomen.
Heb ik nu voor het eerst een levendbarende hagedis gezien of heb ik een bijzondere waarneming gedaan?
Toen ik een stapje dichterbij ging staan sprong zij weer in het water en zwom met kronkelende staart weer terug, 
waarna ze in het gras verdween.
Libellen hebben we behoorlijk veel gezien, maar ik vind het knap moeilijk om ze de juiste naam te geven.
Dit is volgens mij een grote keizerlibel die eitjes legt.
De omgeving was wat rommelig maar die had ik niet voor het uitkiezen.
Maar welke soort is dit?
Via Maria weet ik dat het een vrouwelijke platbuik is.
Hier denk ik direct aan een mannelijke oeverlibel.
Van deze soort wemelde het bij de vijvertjes van het bezoekerscentrum van het Dwingelderveld.
Het is een mannelijke platbuik.
Dit is volgens mij een viervlek, een voor mij bekende soort uit de AWD, uitrustend op prikkeldraad.
Op het Dwingelderveld ruim vertegenwoordigd bij waterrijke plaatsen.
Ook hier denk ik aan een viervlek, maar ik twijfel tegelijkertijd hevig.
Deze artiest is zeker geen viervlek.
Ik denk dat het een vrouwelijke witsnuitlibel is.
Maar van welke soort?
Ik wilde heel graag witsnuitlibellen zien.
Hier ben ik er in ieder geval vrij zeker van dat het een mannetje van de Noordse witsnuitlibel is.
Maar is het inderdaad  zo?
Sommige soorten lijken erg veel op elkaar.
Nogmaals een witsnuitlibel, geland op het veel voorkomende veenpluis.
Ook op varens zaten ze graag.
En nog een laatste, als evenwichtskunstenaar.

Met de weidebeekjuffers  moeten we nog geduld hebben.
Omdat mijn moeder onverwacht in het ziekenhuis werd opgenomen ging onze afspraak met Coby helaas niet door. 
Als dat wel het geval was geweest hadden we ze beslist gezien.
Mijn moeder is enkele dagen later al weer ontslagen en behoorlijk opgeknapt.

Een verrassing was de kleine zonnedauw.
De plantjes groeien vanuit een rozet en hebben  blaadjes die vanuit een punt een ronde vorm krijgen.
Ze hebben dus als het ware de vorm van een squashracket.
Heel anders dan de ronde zonnedauw die onder meer in de AWD voorkomt.
Ook hier heeft zonnedauw aantrekkingskracht op insecten, gelukkig maar want de insecten zijn wel hun voedselbron.
Kleine zonnedauw heeft een opvallend rode kleur.
Op sommige plaatsen stonden veel plantjes dicht bij elkaar, waardoor rood de overheersende kleur werd.
Natuurlijk nodigde de zonnedauw ook hier uit tot macrofotografie.
Het viel niet mee om een selectie te maken, zeker omdat ik alle beelden in twee afleveringen wil laten zien.

Vogels (zoals de geelgors), bloemen  en vlinders komen in deel 2 aan bod.

Bij deze wil ik iedereen bedanken die de afgelopen tijd mijn blog heeft bezocht en - indien van toepassing - een reactie heeft achtergelaten.