Follow by Email

woensdag 30 november 2016

Makgadikgadi Pan (Botswana)




Op een dag dat het weer eens meer dan 40 °C was vertrokken wij in de namiddag naar een zoutpan, Makgadikgadi geheten.
Ik had de indruk gekregen dat we vrijwel direct naar de zoutpan zouden rijden, maar er bleek nog een rit van ongeveer een uur door een savannegebied bij te horen.
Ik had geen 400 mm lens meegenomen, omdat we maar beperkt bagage konden meenemen en ik niet op een aantrekkelijk voorafje had gerekend.  Daar heb ik wel spijt van gehad.

Ik wil hier proberen een impressie te geven van deze trip waardoor het voor de verandering niet uitsluitend om de dierenwereld zal gaan.

Stokstaartjes bleken een voor mij onverwacht onderdeel te zijn, maar daarover later.
In dit uiterst dorre gebied leefden nog verrassend veel andere dieren. Diverse soorten vogels, meestal op een wat te grote afstand naar mijn zin, maar bijvoorbeeld ook olifanten. We hebben ze dan wel niet gezien, maar we vonden wel verse sporen en mest.
In de savanne leven mensen met hun kudden.
Broodmagere koeien, ezels, geiten en paarden proberen in het werkelijk gortdroge gebied nog iets eetbaars te vinden.
De mensen wonen er zeer primitief, werkelijk op de grens van het bestaan.
Vlakbij zo'n groepje hutjes hadden grondeekhoorns (ground squirrels) hun burcht.
Het zijn zeer bedrijvige, watervlugge beestjes.
Op dat moment miste ik mijn 400 mm lens wel, ik moest het doen met 200 mm.
Het landschap werd gedomineerd door baobabs, enorme karakteristieke bomen die zeer respectabele leeftijden kunnen bereiken.
Gelet op de vorm zegt men vaak dat deze bomen met hun wortelstelsel in de lucht staan.
Mijn vrouw is voor de boom gaan staan om te laten zien hoe indrukwekkend groot de bomen zijn.
Ik zei het al, het land is buitengewoon droog.
De ezels en koeien veroorzaakten stofwolken terwijl ze over de als maar kaler en vlakker wordende savanne sjokten.
Met een auto kan dat natuurlijk beter.
Zelfs als je rustig rijdt - wat vrijwel overal beslist nodig was - heb je al gauw een stofwolk achter je aan.
Af en toe kwamen we struisvogels tegen, maar net iets te ver weg om ze goed te kunnen fotograferen.
Op ongeveer een kilometer van het kamp op de zoutvlakte mochten wij de auto's uit om het laatste stuk te lopen.
Het oppervlak was merkwaardig bros, zoals door het bovenstaande beeld wel duidelijk zal worden.
Het was onmogelijk om geluidloos te lopen.
De grond bestaat niet uit puur zout, maar uit een mengsel van zout en een soort klei.
Het was een bijzondere sensatie om 360° rond te kunnen kijken en alleen maar een zoutvlakte te zien, zoals ten dele op het volgende beeld te zien is. 
In de verte was het kamp in de schemering zichtbaar, met onze terreinwagens aan de rechterkant.
Het was lastig om in het schaarse licht scherpe foto's te maken, maar dit beeld is wel goed genoeg om de sfeer weer te geven.
We hebben in de open licht geslapen, in een bijzonder soort slaapzakken.
De zon kwam al weer vroeg op.
Het zal geen verrassing zijn dat we geen elektriciteit en stromend water hadden.
Rechts staat één van de twee toiletten, links een tafeltje met een watertankje en zeep.
En zeg nou zelf: 
Wanneer zal je zittend op zo'n toilet een mooier uitzicht hebben?
De begeleiders hadden twee gaten gegraven en boven elk gat dit soort toiletten geplaatst.
's Avonds en 's nachts stond er nog kaarsverlichting bij, zodat je ze in het donker kon vinden.
's Morgens vroeg rond half 6 stonden de stoeltjes zo rond het smeulende kampvuur opgesteld voor het ontbijt.
Kort daarna vertrokken we, in de hoop stokstaartjes te zien.
Er was al een scout vooruit gegaan om ze op te sporen.
We werden niet teleurgesteld.
Ze waren nauwelijks schuw, zelf ook net pas wakker.
We konden ze zo goed benaderen dat ik mijn 400 mm lens hier niet miste.
Wat een opluchting!
Het zijn vertrouwde beelden van tv en dierentuin, maar om de dieren in werkelijkheid zo te kunnen zien was voor ons een buitengewone ervaring.
Onze gids vertelde dat ze niet alleen de omgeving observeerden, maar dat ze in het opkomende zonlicht hun buik stonden op te warmen.
Dat schijnt nodig te zijn om de spijsvertering te stimuleren.
Het was een gezinnetje van zes dieren.
Het vrouwtje bleek zwanger te zijn.
Ze keken natuurlijk wel eens onze kant op, maar het was vooral opwarmen en op de omgeving letten.
Dit is het grootste aantal dat ik op de foto kon krijgen.
De jongen renden natuurlijk heen en weer, maar het vrouwtje was erg op haar hoede en bleef lang in haar hol.
Hoe mooi wil je het hebben?
Dit tweetal bleef vrij lang op dezelfde plek, het mannetje was verwoed bezig een hol te graven op zoek naar misschien wel een schorpioen.
De andere jongen dwaalden al af op zoek naar wat lekkers.
En daar stond ze dan, bedachtzaam, vlak voor mij.
Haar man keek even op, gedeeltelijk verscholen in zijn net gegraven hol.
Even later was hij er tijdens het graven bijna helemaal in verdwenen. 
We zagen nog een stukje staart, en vooral zand dat hij naar achteren wierp.
Helaas voor hem, en natuurlijk ook voor ons, ving hij geen prooi.
Zo zagen we lange tijd het vrouwtje, klaar om weg te duiken in haar hol.
Tot besluit dit duo.
Het achterste stokstaartje met de voorpootjes op de schouders van moeder.

Toen ze opgewarmd waren gingen ze er razendsnel van door, soms even stoppend om wat te eten. 
Als ze zo actief zijn krijg je nauwelijks meer een kans om ze te fotograferen.
Je moet beslist weten waar ze hun hol hebben, zodat je er  's morgens vroeg bij kan zijn als ze ontwaken.

Ik denk dat het niemand zal verbazen dat dit één van de hoogtepunten van de reis was.

donderdag 24 november 2016

Zuidelijk Afrika vogels 2

Als startfoto voor een tweede beeldverslag van de vogels die we tijdens onze rondreis gezien hebben, heb ik gekozen voor de Afrikaanse maraboe (leptoplilas crumenifor, African marabou stork).
Wellicht een onverwachte keuze.
Dit gewaardeerde lid van de Ugly Big 5 is een bekende aaseter.
Je ziet maraboes dan ook vaak in het gezelschap van gieren.
De schildraaf (corvus albus, pied African crow) weigerde dichterbij te komen.
Hij zat hier aan de rand van het zwembad waarin hij kort daarvoor een bad had genomen.
Een witnekraaf (corvus albicollus, white-necked raven) hield ons goed  in de gaten toen we aan het lunchen waren in een natuurpark.
Net als een aantal bavianen was hij uit op wat etensresten.
Langs rivieroevers zagen we regelmatig zilverreigers, soms purperreigers, Goliath reigers, nimmerzatten en hamerkoppen, maar meestal bleven ze te ver weg om ze behoorlijk te kunnen fotograferen.
De zadelbekooievaar (ephippiorhynchus senegalensis, saddle-billed stork) was een gunstige uitzondering,
Eindelijk zag ik een volwassen kwak (nycticorax nycticorax, black-crowned night heron) in het wild, en wel tijdens een sundown cruise in het Chobe National Park.
Nooit gedacht dat ik daarvoor helemaal naar Botswana moest reizen.
Hij koos een keer een andere tak en concentreerde zich weer op het vissen.
Deze vogel, die op het eerste gezicht aan een soort aalscholver doet denken, zagen we tijdens dezelfde boottocht.
Het is een Afrikaanse slangenhalsvogel (anhinga rufa, African darter).
Een opvallende vogel is de Afrikaanse gaper (anastomus lamelligerus, African open-billed stork) die we eveneens tijdens dezelfde boottocht zagen.
Hij kan zijn snavel niet dicht krijgen door de kromming van beide snavelhelften.
Hier heeft hij een schelpdier te pakken, dat op een mossel lijkt. 
Een lelieloper (African jacana) was bijna onafscheidelijk.
Natuurlijk waren er ook roofvogels.
Deze mannetjesputter is een savannearend (aquila rapax, tawny eagle).
Meestal zaten ze hoog in een boom of lieten ze zich meevoeren door de wind.
Deze bleef een tijdje rustig op de grond zitten.
Boven campsites zag je af en toe geelsnavelwouwen (milvus aegypticus, yellow-billed kite) rondvliegen.
Ook zij waren op zoek naar iets eetbaars.
Afrikaanse zeearenden (haliaeetus vocifer, African fish eagle) zijn behoorlijk algemeen in waterrijke gebieden.
Als je geluk hebt zitten ze soms tamelijk dichtbij.
Hier had een tweetal bescherming gezocht tegen de warmte, vrij dicht langs het pad dat we met een safaritruck reden.
Deze vogel lijkt veel op de afbeeldingen die gevonden zijn in de ruïnes van Great Zimbabwe.
Ook al is het niet helemaal zeker dat het over dezelfde vogel gaat, algemeen wordt hij wel beschouwd als de nationale vogel van Zimbabwe.
Van Botswana is dat sinds 2014 trouwens de kori bustard, die ik in mijn blog (Zuidelijk Afrika) al heb laten zien. 
Tot besluit is hier de grootste roofvogel van Afrika, de vechtarend (polemaetus bellicosus, martial eagle). Tenminste , dat dacht ik.
Van John (zie reacties) weet ik inmiddels dat het een zwartborst slangenarend is (circaetus pectoralis) is.
Zo zie je maar, ook rangers kunnen zich vergissen.
Hier nogmaals, op zijn geliefde positie, hoog in een boom.

Bij deze wil ik iedereen bedanken die mijn eerdere berichten over onze reis door Zuid-Afrika,  Zimbabwe en Botswana heeft bekeken en eventueel hierop heeft gereageerd.



vrijdag 18 november 2016

Witte neushoorn

Tijdens onze rondreis troffen we in het Kruger NP al snel een tweetal witte neushoorns aan, beide met hoorn.
Door de voortdurende stroperij worden neushoorns ernstig in hun bestaan bedreigd. 
Het gaat stropers uitsluitend om de hoorn, maar neushoorns worden in de jacht hierop vrijwel altijd gedood.
Een kilo hoorn blijkt een marktwaarde van zo'n 100.000 euro per kg te hebben.
Een hoorn kan 8-12 kg wegen........
De hoorns bestaan uit keratine, waaruit ook onze haren en nagels bestaan. 
Er is dus niet eens sprake van een hoorn die grotendeels uit kalk bestaat.
Men schrijft vooral in Aziatische landen een medicinale werking toe aan hoorn, waar mensen heilig in geloven.
Op televisie zijn er al meerdere malen reportages over dit thema te zien geweest.
Later kwamen we een eenzame witte neushoorn tegen die door een droge rivierbedding liep.
De meeste mensen weten inmiddels wel dat wit hier niets met de kleur te maken heeft maar dat het woord is afgeleid van het Engelse woord wide. 
Witte neushoorns zijn grazers en hebben een relatief brede bek, vandaar.
Zwarte neushoorns hebben een meer puntige lip omdat ze vooral takken eten.
Witte neushoorns lopen vaak met hun kop omlaag. Ook dat heeft te maken met het feit dat ze grazers zijn.
De veel agressievere zwarte neushoorns houden hun kop veel meer omhoog.
Op het bovenstaande beeld is te zien dat tickpickers (ossenpikkers) de neushoorn ontdoen van ongewenste insecten.
Toch zijn ossenpikkers ook parasieten, want ze houden wonden van hun gastheer opzettelijk open, om zich te goed te doen aan het bloed.
Tot ons grote plezier zagen we een dag later nog een tweetal neushoorns, ook weer met hoorn.
Dat hadden we niet verwacht, gelet op de meedogenloze stroperij.
In Zimbabwe hebben we een nationaal park bezocht waar men zich intensief bezig houdt met bescherming van neushoorns,
zowel witte als zwarte.
Onder leiding van een ranger en twee gewapende collega's zijn we met een safarivoertuig het park ingetrokken.
's Morgens vroeg had men al drie neushoorns gespot, waaronder een kalf.
In de buurt van die plek mochten wij de wagen uit; wandelend in een rij gingen we door de kniehoge dorre grassen op zoek.
Het adrenalinegehalte in ons bloed steeg snel. Wat een spanning.
Toen we ze onder enkele bomen zagen staan, waren ze slecht te zien.
Gelukkig liepen ze wat verder naar een plek waar ze al veel beter zichtbaar waren.
Bij dit beeld heb ik volledig ingezoomd (400 mm), bij het eerdere beeld slechts tot 200 mm.
Neushoorns zien slecht, maar horen des te beter.
Je moet dus aan de goede kant van de wind blijven.
De neushoorns liepen opnieuw een stukje verder.
Door zelf ook voorzichtig een omtrekkende beweging te maken konden we ze nog wat beter zien.
Uiteindelijk waren ze hooguit 15 meter bij ons vandaan, onvoorstelbaar.
Men heeft alle neushoorns onthoornd om alle dieren gelijke kansen te geven en ze oninteressant voor stropers te maken.
Een neushoorn zonder hoorn is altijd de verliezer in een duel met een neushoorn die zijn hoorn nog heeft.
Vanzelfsprekend is de kwetsbaarheid van neushoorns ten opzichte van roofdieren wel toegenomen, want ze zijn hun geduchte wapen kwijt.
Hier is te zien dat de neushoorns in dit NP een oormerk krijgen. Tevens is er met gele verf een code op hun rug aangebracht.
Van alle dieren is DNA afgenomen dat in een databank wordt opgeslagen.
Het is duidelijk dat dit mee kan helpen de herkomst van hoorn op te sporen en hiermee stropers en handelaars aan te pakken.
Stropers houden er niet van als ze een neushoorn hebben opgespoord die geen hoorn meer blijkt te hebben.
Neushoorns zonder hoorn worden dan alsnog gedood.
Onder stropers zal het ongetwijfeld bekend zijn dat er in dit park voor hun niets te halen is.
De hoorn kan weer aangroeien.
Dit betekent dat men na een jaar of vijf de hoorn opnieuw moet verwijderen om stropers voor te blijven.
Omdat de neushoorns hierbij verdoofd moeten worden is dit geen pretje voor de dieren.
Ze krijgen onvermijdelijk stoffen in hun lijf die pas na een aantal jaren volledig verdwenen zijn.
Het gaf echt een kick om deze kolossale dieren van zo'n korte afstand te kunnen bekijken. 
De deskundigheid van de ranger en de aanwezigheid van gewapende wachten waren natuurlijk heel belangrijk voor ons.
Alleen, tijdens het observeren en fotograferen van de dieren denk je daar geen moment aan.

Later op die dag zagen we nog een, volgens de ranger, wat chagrijnige neushoorn stier.
Wij eropaf. 
Opnieuw konden we tot op zo'n 15-20 meter komen.
Hij keek eens onze kant op en ging rustig verder met eten.
Geen bedreiging.
Gelukkig maar, want een volwassen witte neushoorn kan zo'n 2000-2300 kg wegen.
(zwarte neushoorns zijn veel lichter, 800-1000 kg).
Zulke dieren wil je niet op je af zien komen.
Na een tijdje keerde hij ons zijn rug, beter gezegd zijn achterwerk, toe.
Hij hield het voor gezien.

Men doet veel moeite de stropers te bestrijden.
Je ziet bij de nationale parken borden die verwijzen naar Anti-Poaching Units.
Het is een kostbaar en gevaarlijk werk om de neushoorns te beschermen.
Zonder deze bescherming bestaat er echter een grote kans dat ze uitsterven.