Follow by Email

woensdag 15 november 2017

Zuidpier IJmuiden - najaar 2017

Op 7 november leken de omstandigheden gunstig om de Zuidpier van IJmuiden weer eens te bezoeken.
Bovendien waren er diverse aantrekkelijke waarnemingen gedaan, zoals van roodkeelduikers, zeekoeten, zwarte zee-eenden en sneeuwgorzen.
Het gedeelte van het strand waar de sneeuwgorzen nog wel eens worden waargenomen was echter uitgestorven; 
vlakbij een baken naast het strand lag deze jonge meeuw ontspannen bij het begin van de pier.
Een grote mantelmeeuw nam een aanloop om het luchtruim te kunnen kiezen.
Verder was daar niets te beleven.
Als je de pier oploopt zie je regelmatig vertrouwde bezoekers van deze omgeving, zoals aalscholvers.
Paarse strandlopers kom ik er niet iedere keer tegen, maar deze keer waren er heel wat voedsel aan het zoeken op de rotsblokken aan de zijkanten van de pier.
Ook al werden ze af en toe nat van de druppels die omhoog spatten als de golven tegen de pier braken, het deerde ze niet.
Ze werden er vergezeld door vooral steenlopers en hier en daar door drieteenstrandlopers.
Ze klauteren schijnbaar moeiteloos langs de toch wel steile rotsblokken.


In de verte zag ik een zeekoet zwemmen, roodkeelduikers vlogen over, net als nog wat andere soorten.
Vogelaars waren blij met hun waarnemingen, maar voor wie foto's wilde maken was er weinig te doen.
De meeste vogels bleven in ieder geval naar mijn zin te ver weg.
Oeverpiepers stonden maar zelden even stil, en dan meestal ook nog op een schaduwrijke plek.
Dit beeld hoort bij een van de weinige keren dat een oeverpieper even in de zon bleef staan.
Als er dan weinig opvallends te fotograferen valt wil ik nog wel eens een plaatje van een volwassen zilvermeeuw schieten.
De vogel hield scherp in de gaten of de vissers een voor hen onaantrekkelijke vis weer teruggooiden de zee in.
Drieteentjes zochten naar voedsel op de schuin liggende rotsblokken.
Een paar weken eerder was ik er tegen beter weten in ook geweest toen het eigenlijk te hard waaide.
Op het strand waren drieteenstrandlopertjes langs de waterlijn druk bezig.
Veel meer was er toen niet te beleven (als je vogels wilde zien).
Op de pier moest je oppassen dat je geen plens water over je heen kreeg.
Deze plaat is de mooiste die ik die ochtend gemaakt heb.
Steenlopers zijn de vaste gasten op de pier.
Het gebeurt mij vrijwel iedere keer dat ik er toch een paar plaatjes van maak.
Het is een mooie vogel die je niet steeds moet overslaan, vind ik.

Ik zag vogels die op afstand passeerden; een enkele keer stak een zeehond zijn kop even boven water,
maar ik miste de bijzondere waarneming waar ik toch op hoopte. 
De vorige keer toen het hard waaide zag ik nog een - wat een toeval - stormvogeltje.
Zou er misschien op het strand nog een verrassing op mij wachten?
Al gauw zag ik langs de duinenrij wat kleine vogeltjes tussen de grassen.
Sneeuwgorzen!
Om de een of andere reden gingen zij er helaas (dacht ik) snel vandoor.
Ze vlogen echter naar het strand waar ze volledig vrij zaten.
Ze waren met zijn tienen.
En toen was het een kwestie van ze heel voorzichtig benaderen en hopen dat ze zouden blijven zitten.
Zoals te zien is had ik geluk.
Ze waren wel schuw en vlogen plotseling zonder duidelijke aanleiding weer op en landden toen op een voor mij veel gunstigere plek.
Het (weliswaar harde) licht viel er veel mooier op.
Natuurlijk wil je ze van veel dichterbij zien, maar dat zat er niet in.
Ze waren daar te onrustig voor.
De beelden veel croppen wilde ik evenmin.
Ik was hier al heel tevreden mee, want het was wel een van de vogels waar ik voor gekomen was.
Ook al lag je op de grond, ze konden er volkomen onverwacht  weer vandoor gaan.
Natuurlijk ga ik op een dag met goede omstandigheden weer een keer terug naar het strand.
Soms blijven de sneeuwgorzen daar langere tijd en kan je het wellicht nog beter treffen.
Zo'n mooi vogeltje smaakt in ieder geval naar meer, figuurlijk gesproken uiteraard.






woensdag 8 november 2017

Groenendaal

Zoals veel bloggers inmiddels wel weten is Groenendaal eigenlijk het thuisbos van Dick .
Ik kwam hem daar dan ook een keer tegen toen ik op zoek was naar aantrekkelijke zwammen en vooral zwammetjes.
Hij wees mij op enkele bijzondere soorten, die ik nog nooit eerder gezien had.
Ik hoop natuurlijk dat hij kan waarderen wat ik ervan gemaakt heb.
De eerste keer dat ik Groenendaal dit jaar bezocht zag ik al direct judasoren.
Een beetje stoeien met de compositie en de lichtinval leverde dit beeld op.
Niet ver er vandaan zag ik deze bruine zwam, waarvan ik de naam niet ken.
Het ging mij hierbij om een mooie compositie van de lamellen.
Dit type zwammen, en veel soorten die erop lijken, zie je vaak.
Ook nu wilde ik ze niet op de min of meer standaard manier op de plaat krijgen.
Porseleinzwammetjes zijn heel populair.
Deze variant sprak mij aan, ook al omdat ik niet de enige belangstellende was.
Het kostte heel wat moeite om de vlieg mooi in beeld te krijgen, maar hij kwam gelukkig een aantal keren terug.
Zo'n familietafereeltje, met zwammetjes van klein tot groot, vond ik wel sfeervol en een plaatje waard.
Ik gok erop dat dit een mycena is, maar ik realiseer mij dat ik er vaak naast zit.
Het is mij gelukt een sfeertje te creëren dat ik zelf mooi vind.
Dit tamelijk kleine zwammetje kwam in flinke hoeveelheden voor.
Het viel mij tegen hoe lastig het toch was om deze en enkele soortgenoten zó  op de plaat te krijgen dat ik er tevreden mee was.
Dit vind ik de mooiste.
Door dit zwammetje van verschillende kanten te bekijken ontstond steeds weer  een andere achtergrondkleur en daardoor een andere sfeer.
Het harde licht van de zonnige middag werd door de begroeiing toch behoorlijk getemperd.
Ook al had Dick mij op een andere soort gewezen, deze was mooi meegenomen.
Het is echt een ieniemienie zwammetje, dat ik alleen door tussenringen te gebruiken redelijk in beeld heb gekregen.
Vraag mij opnieuw niet naar de naam.
Hier ging het om.
Op de achtergrond is het soort van de vorige afbeelding vaag te zien.
Dick heeft nog gezegd hoe het heet, maar ja, ik ben niet zeker meer van de naam.
Volgens mij is het een lang netwatje.
Ik ben hier zelf heel tevreden mee.
Dit en het volgende beeld heb ik bijna twee weken later gemaakt.
Door omstandigheden heb ik bijna twee weken niet kunnen fotograferen.
De kleur was niet meer zo geel als de eerste keer.
Ze doen mij denken aan een soort miniatuur suikerspinnen.
Het gebruik van tussenringen was bij het maken van deze plaatjes hard nodig.
Geweien horen bij de herfst.
Of het nu gaat om dam- of edelherten of over zwammetjes, geweien mogen niet ontbreken.
Bij wijze van uitzondering stond dit stelletje frank en vrij op een liggende boomstam.
Bij mijn tweede bezoek vond ik tot mijn grote verrassing gewone wimperzwammetjes.
Wat zijn ze klein en lastig te fotograferen!
De tussenringen kwamen weer tevoorschijn, maar zonder stacking is het niet te doen om ze helemaal scherp te krijgen.
Op deze manier is niet zo goed te zien wat hun werkelijke vorm is, maar de wimpers zijn in iedere geval te zien. 😊
Zo krijg je een betere indruk van hoe ze eruit kunnen zien.
Piepklein, met een diameter van hooguit ca. 5 mm.
Als de zwammetjes wat groter zijn wordt het iets makkelijker.
Het ging mij hier om een rustig sereen beeld.
Het overkwam mij vrij vaak dat er insecten op de hoed van een paddenstoel zaten.
Soms zag ik door de tussenringen te gebruiken zelfs insecten en een soort mini duizendpoten die met het blote oog nauwelijks te zien waren.
Toen ik na mijn eerste rondje door Groenendaal weer terugliep zag ik plotseling deze opvallende zwam.
Opnieuw volstrekt nieuw voor mij, de zoveelste onbekende.
Via het blog van Dick denk ik dat het een oranjerode Stropharia is.
Een soortgenoot was wat door zijn steel gezakt en hing over een stuk hout.
De zwarte onderkant vond ik wel verrassend.
Zoals zo vaak krijg je een heel ander beeld als je het onderwerp eens van de andere kant bekijkt.
Dit is de voorzijde van de zwam die hierboven te zien is.

Hiermee zijn mijn beelden van zwammen  en mossen nog niet op.
Ik zal ze opnemen in mijn maandoverzichten van de AWD van de maanden oktober en november.
Ik verwacht niet dat ik nog een keer op Leyduin en Groenendaal terugkom dit jaar.

woensdag 1 november 2017

Leyduin en Woestduin

Bij de herfst horen spinnen en hun webben, vallende bladeren en paddenstoelen, als het meezit zelfs heel veel paddenstoelen.
2017 is een goed paddenstoelenjaar.
Ik heb al in een eerder bericht laten zien wat ik op het landgoed Leyduin ben tegengekomen, en daar geef ik nu een vervolg bij,
opnieuw van de maand september.
Soms zie je op een web niet alleen druppeltjes maar ook kleuren die ontstaan door de breking van het licht.
De zwarte kluifzwam kan in een gedeelte van het landgoed uitbundig voorkomen.
Ze waren net in opkomst toen ik ze voor het eerst tegenkwam.
Kleverig koraalmos heb ik er niet vaak gevonden, maar de keren dat het gebeurde zag ik wel een mooi exemplaar.
De kleur kan flink variëren, naar gelang de leeftijd.
Het doet een beetje denken aan oplaaiend vuur.
Hele kleine zwammetjes doken overal op.
Ook dit zal wel een soort mycena zijn.
Ze nodigen uit tot een nadere kennismaking, ook al blijft de naam voor mij ongewis.
Wat stoeien met de macrolens en eventueel tussenringen levert nog wel eens verrassende resultaten op.
Hiermee vertel ik natuurlijk niets nieuws.
Paarse zwammetjes in de zon betekent oppassen voor overbelichting en te harde kleuren.
Afhankelijk van je voorkeur worden ze rodekoolzwam of amethistzwam genoemd.
De naam rodekoolzwam suggereert onder meer dat je ze kan eten.
Dat blijkt ook zo te zijn.
Ik heb overigens geen idee of ze ook naar rode kool smaken.
In de herfst komt altijd een aantal "deskundologen" (om maar eens een oude term van Koot en Bie te gebruiken) in het ziekenhuis terecht met vergiftigingsverschijnselen na het eten van paddenstoelen.
De consumptie van paddenstoelen  uit de vrije natuur vraagt veel kennis en blijkt toch meer risico's met zich mee te brengen dan sommigen verwachten.
Ik heb geen idee wat ik hier laat zien.
De uiterst minuscule zwammetjes, die hier vrij groot lijken omdat ik ze met behulp van tussenringen gefotografeerd heb,
groeiden op een stuk dood hout.
Ze waren 4-5 mm groot.
Het was niet eenvoudig om er plaatjes van te maken waar ik tevreden mee was.
De druppeltjes zorgen voor een welkom effect.
In oktober heb ik ze opnieuw gefotografeerd, wellicht komen die beelden later wel op mijn blog.
En dan was er nog een eenzame grote stinkzwam, al is eenzaam hier wel een betrekkelijk begrip.
Over belangstelling had de zwam niet te klagen, want er kwamen nogal wat vliegen op af.
Opmerkelijk vond ik het dat hij er alléén stond, zelfs geen duivelseieren in de buurt.
Een paar dagen later kwam ik weer langs dezelfde plek.
Geen spoor meer van de stinkzwam!
Zou er een plukker geweest zijn die gelooft in indianenverhalen?
Er wordt gefluisterd dat duivelseieren (en misschien ook de steel) kunnen werken als afrodisiacum.
De steel van de jonge zwammen schijnt eetbaar te zijn, maar bij het ouder worden blijken er giftige stoffen in te ontstaan.
Hoe spannend wil je het hebben als je ze op eet?
Vliegen en andere insecten werden aangetrokken door de geur - die ik overigens wel mee vond vallen - en kwamen in groten getale op een blijkbaar smakelijke maaltijd af.
In Leyduin en Woestduin heb ik nadien geen enkele grote stinkzwam meer gezien.

Door het overlijden van mijn schoonmoeder heb ik de laatste tijd nauwelijks blogs bezocht.
Dat zal ik in de komende tijd ongetwijfeld inhalen.