Follow by Email

woensdag 30 augustus 2017

Madagaskar - lemuren deel 1

Madagaskar staat onder andere bekend om zijn lemuren, waarvan de bovenstaande bamboe lemuur een goed voorbeeld is.
Bamboe lemuren zijn echte knuffeldieren, die zich overigens niet laten knuffelen.

Onze eerste dag in het regenwoud begon zoals je eigenlijk al kon verwachten.
Het was zwaar bewolkt en het regende af en toe, gelukkig niet erg hard.
De paden waren glibberig en vaak steil, het woud was behoorlijk dicht begroeid.
De verkenner van onze gids bracht ons bij de eerste lemuren.
Het waren bruine lemuren (Brown lemur, Lemur fulvus).
Ze zaten vrij hoog in de bomen en keken onderzoekend naar beneden.
Fotograferen was lastig omdat je vaak takken en bladeren in beeld had.
Dit was het meest geslaagde beeld.
Van verre hoorden we al het geroep van de indri's (in het Latijn Indri indri geheten). 
Het zijn de grootste nog levende lemuren.
Opvallend is dat ze een zeer korte staart hebben, anders dan andere lemuren.
Ze waren uiterst behendig bij het springen van tak naar tak en van boom naar boom.
Ze leven vooral hoog in de bomen en je moet dan ook wat geluk hebben om ze goed in beeld te krijgen.
Gelukkig was het droog toen we ze zagen, al was ISO 800 en twee stops onderbelichting nodig om een redelijke sluitertijd te krijgen.
De vrouwtjes krijgen slechts een keer per 2 tot 3 jaar een jong.
Zo vormen zich groepjes van ca. 5 dieren, bestaande uit een mannetje, vrouwtje en enkele jongen.
De jongen zijn pas volwassen als ze zo'n 7 jaar oud zijn.
Pas dan verlaten zij hun ouders.
Indri's kunnen indrukwekkend, krachtig en langdurig huilen, waardoor je ze al op een flinke afstand minutenlang kunt horen.
Het is voor hun een belangrijke manier om te communiceren.
Het was prachtig om te zien, maar we waren ook onder de indruk van het volume.
Van de indri's werden we door onze verkenner naar een derde soort gebracht, diadeemsifaka's.
De gids nam mij mee van het paadje af, over glibberige steile stukken bosgrond, naar een plekje waar ik de sifaka's het best kon zien.
Wat een schitterende dieren  zijn deze diadeemsifaka's (Diademed sifaka, Propithecus diadema).
En dan te bedenken dat ik maar op een paar meter afstand stond.
Daar sta je dan, vrijwel oog in oog met een diadeemsifaka.
Door de vrij vaak vallende motregen en door de combinatie van hoge temperatuur en vochtigheid was mijn shirt nat; mijn broek was besmeurd, mijn hartslag ongetwijfeld hoog, maar wát een moment.
Ze waren met zijn vijven.
Toen ze zich genoeg over ons verwonderd hadden gingen ze er atletisch slingerend snel vandoor.
's Middags werd het zonnig.
In een ander natuurpark maakten we kennis met een groepje bamboe lemuren  (Grey bamboo lemur, Hapalemur griseus), die ook wel grijze halfmaki's genoemd worden
Ze waren goed benaderbaar, waardoor je op je gemak een goede compositie kon zoeken.
Vanzelfsprekend hadden ze daar ook vaak maling aan en gingen ze verkassen wanneer je net wilde afdrukken.
Deze soort wordt ook wel de oostelijke grijze halfmaki genoemd. 
Het is een ondersoort die alléén waargenomen is in het gebied waar wij geweest zijn.
Deze acrobaat is een bonte vari (black-and-white ruffed lemur, Varecia variegata).
Ook al denk je aanvankelijk dat je een indri ziet, dan helpt de lange staart je uit de droom.
Deze bonte vari (of maki zoals ook vaak gezegd wordt) vond dit blijkbaar een makkelijke pose.
Sifaka's maken vaak grote sprongen, die aan dansen doen denken.
Door de mindere lichtcondities heb ik er alleen een aardige waarnemingsplaat van kunnen maken.
Ze dansen trouwens omdat hun achterpoten in verhouding tot hun voorpoten lang zijn, waardoor dit de makkelijkste manier van voortbewegen is.
Deze diadeemsifaka zat aan de overkant van een riviertje te kijken naar wat er op onze oever gebeurde.
Een heel bijzondere soort is de gouden bamboemaki (Golden bamboo lemur, Hapalemur aureus).
Pas in 1986 heeft men ontdekt dat het om een nog niet eerder gedetermineerde soort ging.
Hij leeft in het Ranomafana NP en staat op de rode lijst van bedreigde dieren (zoals vele andere lemuren).
Met reuzenpanda's hebben gouden bamboemaki's gemeen dat bamboe het grootste deel van hun voedsel vormt. 
Mede omdat hij zo hoog in de bomen zat was het heel lastig om hem te fotograferen.
Dichte begroeiing, takken en bladeren voor de lens, moeilijk begaanbare grond, de spanning, de hoge temperatuur en vochtigheid, en natuurlijke andere fotografen die onbedoeld in de weg liepen zorgden er wel voor dat je flink je best moest doen.
Als je er dan een behoorlijke plaat aan overgehouden hebt ben je uiteraard dik tevreden.
Tot besluit van dit eerste deel is er nog de Milne-Edwards sifaka (Propithecus edwardsi).
Ook deze sifaka is een bewoner van het Ranomafana NP.
Op het oog doen deze sifaka's weer denken aan indri's en bonte vari's maar ze verschillen er toch van.
Hij is zoals te verwachten was vernoemd naar een natuuronderzoeker.

De koek is hiermee nog niet op.
Na enkele andere berichten op mijn blog zullen nog diverse andere lemuren hun opwachting mogen maken, zoals

Wordt vervolgd.

woensdag 23 augustus 2017

AWD - augustus 2017 deel 1 (vlinders)

Augustus biedt over het algemeen goede kansen om vlinders te fotograferen.
's Morgens vroeg kan je eropuit trekken met de macrolens omdat vlinders dan nog niet zo beweeglijk zijn en zich vaak nog zitten op te warmen.
's Middags zijn ze veel actiever waardoor je toch vaak met een telelens moet werken om te voorkomen dat je ze onverhoopt opjaagt.

Het bovenstaande icarusblauwtje was nog bezig met opwarmen toen ik hem op een pitrus stengel zag zitten.
De tijd vliegt als je probeert hem zó vast te leggen dat je er tevreden mee bent.
Nog een derde plaatje van een zelfde vlindertje, om het niet te overdrijven.
De kleine vos wilde ik wel eens van voren benaderen.
Hem van achteren benaderen  en afdrukken wanneer vleugels gespreid zijn levert je weliswaar een kleurrijker beeld op,  maar het is wel een standaard beeld.
Op een zonnige middag waren verschillende soorten vlinders druk bezig met voedsel zoeken.
Een van de weinige kleine vossen ging af en toe op een tamelijk vrij staande bloem zitten.
Slechts een enkele keer liet hij iets van zijn gekleurde vleugels zien, terwijl hij op een bloem zat.
Deze gehakkelde aurelia is eigenlijk een buitenstaander omdat hij niet in de AWD te zien was maar bij mij in de tuin.
In de AWD zag ik ze echter ook, in hetzelfde gebied als de kleine vos.
Hier nogmaals.
Op een vroege ochtend zat dit wat gehavende nachtvlindertje te rusten op een varenblad.
Is het inderdaad een bruine grijsbandspanner?
Het bonte zandoogje is heel algemeen in de duinstreek maar dit exemplaar bezocht een tijdje onze tuin.
Een ver familielid voelde zich prettiger in de duinen.
Op een ander veldje zaten hooibeestjes zich op te warmen.
De laatste kleine druppeltjes op de vleugels en voelsprieten moesten nog verdampen.
Zo ziet een hooibeestje eruit als je hem schuin van voren benadert.
De ochtend was nog pril, de dauw was nog niet verdampt of afgeschud, dus dat betekende opwarmen.
Toen de zon wat krachtiger werd naderde het moment van vertrekken.
De zon verdrong langzaam maar zeker de schaduw.
Nog een laatste beeld van een hooibeestje, deze keer eens van een andere kant bekeken.

Tijd voor wat meer actie.
Mooie vliegbeelden zijn mij helaas niet gelukt.
Parende keizersmantels zag ik tot mijn verbazing een flink aantal keren.
Daar wilde ik wel een uurtje aan besteden.
Hier volgt een kleine (of toch een grote?) selectie.
Soms kregen ze genoeg van hun liefdesnest en gingen ze op zoek naar een ander dat natuurlijk vrij vaak hopeloos slecht voor mij uitkwam.
Ik begrijp wel dat ze zich niet om mij bekommerden.
Maar als alles geheel volgens plan verloopt wil je natuurlijk niet dat er een spelbreker de pret bederft.
Vergis ik mij, of kijkt de vlinder mij een beetje wanhopig aan?
De bedreiging leek serieus te worden maar de intrigant beperkte zich tot kijken.
Het werd geen coïtus interruptus.
Een ander stelletje had een - in ieder geval in mijn ogen - schitterende plek gekozen.
Met dit beeld ben ik heel tevreden.
Van deze kant bekeken ziet het er weer heel anders uit.
Het vleugelspreiden van de voorste vlinder stelde ik zeer op prijs.
Omdat ik er eigenlijk geen genoeg van kon krijgen laat ik nog een paar beelden zonder commentaar zien, voor de liefhebbers.



Of ze iets toevoegen mag ieder voor zich beoordelen.
Ik laat er nog één zien om dit beeldverslag af te sluiten:

Ik verwacht dat dit wel de laatste vlinderbeelden zullen zijn die ik dit jaar zal laten zien.
In deel 2 volgen beelden van andere dieren die ik jullie niet wil onthouden.


woensdag 16 augustus 2017

Madagaskar - hagedissen

Hagedissen zie je veel op Madagaskar, op alle mogelijke plaatsen.
Als je ze rustig benadert kan je behoorlijk dichtbij komen. 
Dat was de eerste uitdaging.
De tweede uitdaging was de bijbehorende naam te vinden, en dat bleek allesbehalve eenvoudig.
Ik hoop daarom dat ik de goede keuzes gemaakt heb.

De soort waarmee ik begonnen ben is volgens mij de Oplurus grandidieri (Grandidiers's Madagascar swift).
Ik heb er geen Nederlandse naam voor kunnen vinden, wat mij helemaal niet verbaast.
Op een redelijk vroege ochtend, waarbij het licht toch al weer knap hard was, was dit soort flinke knapen al aan het jagen op insecten.
Zij stonden klaar in hun aanvalshouding te loeren op een prooi.
Als er op een afstand van bijvoorbeeld een meter of drie een insect bewoog flitsten ze er in een oogwenk naartoe,  
en nog meestal met succes ook.
Hun prooi werkten ze ook zo snel naar binnen dat ik daar geen beelden van heb kunnen maken.
Ik werd af en toe wel even geobserveerd, maar daar bleef het bij.
Het jagen ging met volle overgave en opperste concentratie verder.
De tweede soort is volgens mij een Oplurus quadrimaculata (Dumeril's Madagascar swift).
Net als de eerder genoemde soort heb ik ze gezien in Andringitra in de centrale hooglanden van Madagascar.
Ze leven voornamelijk op rotsachtige grond, waar ze vaak zonnen of jagen.
Net als alle soorten die ik hier laat zien is ook deze hagedis, die tot de familie van de leguanen  behoort, endemisch voor Madagaskar.
Ze zijn uitermate oplettend.
Ik heb van de Oplurus quadrimaculata uitsluitend jonge dieren gezien, want ze waren zeker geen 25 cm waarmee de lengte van volwassen dieren begint.
Tijd voor een beetje kleur.
De Phelsuma madagascariensis  wordt ook wel Madagaskardaggekko genoemd.
Ze kunnen wel 20 cm groot worden.
De eerste kennismaking was op de muren van een toiletgebouwtje.
Zoals alle gekko's zijn het goede klimmers. 
Hun poten wijken sterk af van de poten van bijvoorbeeld de Oplurus soorten.
Ze klimmen graag.
Zo zagen we ze op de balken van een openluchtrestaurant.
Hier mag ik de Zonosaurus madagascariensis voorstellen.
Deze skink-achtige kan wel 30 cm lang worden.
We troffen ze voor het eerst aan op de grond scharrelend tussen de bladeren in een kleine koffie-  en cacaoplantage.
Maar in een rotsachtige omgeving voelt hij zich ook thuis.
Beide keren zagen we vooral flinke exemplaren, die voor de verandering wel vrij schuw waren.
Dit hummeltje is volgens mij een Oplurus saxicola (Marked Madagascar swift).
Omdat hij uitsluitend leeft in de buurt van Toliara, waar ik hem gezien heb, denk ik dat ik de juiste naam gekozen heb.
De erop lijkende andere Oplurus soorten komen in andere gebieden voor.
Ik kan er echter volledig naast zitten.
Het is opnieuw tijd voor wat kleur.
De kenners weten het al, dit is een Phelsuma madagascariensis, die in het Nederlands Pauwoogdaggekko heet. 
Ze hangen vaak met de kop omlaag. 
Dat schijnt de spijsvertering te bevorderen.
Kenmerkend voor deze soort zijn de zwarte vlekken met een blauwe ring achter de poten.
Ze klauterden over de muurtjes bij ons huisje in Ranomafana  in Centraal Madagaskar.
Alleen is maar alleen.
Ze doen dan ook graag een spelletje met elkaar, waarbij ze razendsnel langs en over de muurtjes schieten.
Groot worden ze niet: zonder staart zo'n 5-6 cm, met staart ongeveer 11 cm.
Ook deze keer trok ik de aandacht.
Wellicht hebben ze nog nooit een fotograaf met zo'n grote lens op de camera gezien.
Natuurlijk moest er ook even lekker ontspannen worden, liggend in een aangenaam zonnetje (waarbij het overigens minstens 30 °C was).

De variatie aan soorten dieren is haast eindeloos.
Wat een luxe!
Slangen, lemuren en kameleons wachten al ongeduldig om aan de beurt te komen.