Follow by Email

woensdag 25 oktober 2017

Strand

We worden deze maand overstelpt met typische herfstbeelden zoals van paddenstoelen en bronst.
Het leek mij aardig om ter afwisseling wat aandacht aan het strand te besteden, maar niet aan Nederlandse stranden met drieteenstrandlopers, steenlopers en andere vertrouwde vogels.
Nee, ik zoek het wat verder weg, en wel in Madagaskar.
Als eerste laat ik een jonge gehoornde koffervis (Lactoria cornuta, longhorn cowfish) zien.
Deze leefde niet meer zodat ik hem op mijn gemak kon fotograferen.
Deze was zo'n 6 cm lang.
Het is o.a. een bewoner van de Indische oceaan waar hij in de buurt van koraal rondzwemt.
Volwassen exemplaren kunnen 46 cm lang worden.
Met zijn puntige hoorns, die hij ook op zijn achterlijf heeft kan hij zich goed verdedigen.
In geval van nood kan hij ook nog een giftige stof afscheiden.
Op het strand van Ifaty (West-Madagaskar) vond ik niet alleen het koffervisje maar we zagen er ook een heleboel krabben,
die snel over het strand en langs de waterlijn liepen.
In de vroege ochtend, toen de zon nog maar net op was, vertrokken de vissers in hun pirogues in de hoop dat ze door een goede vangst die dag weer te eten zouden hebben.
Toen er enkele boten terug waren gekomen konden de vissers rekenen op een grote belangstelling.
Een voor een kwamen de boten terug.
Alle boten hebben een zeil dat gemaakt is door stukken doek aan elkaar te naaien.
Het kan daardoor een kleurrijk gezicht zijn.
Vele handen maken het werk lichter.
De vis wordt niet verkocht - op enkele uitzonderingen na - maar de vis dient als hun dagelijkse voedsel.
De vangst bestaat meestal grotendeels uit dit soort kleine visjes.
Als het minder hard waait dan toen wij er waren trekken de vissers verder de  zee op,
waardoor ze meer kans hebben grotere vissen te vangen.
De vissers trokken er ook met roeiboten op uit.
Een van de grotere vissen van de dag werd trots getoond.
Je ziet op het strand vrouwen die etenswaren verkopen, vrouwen die meehelpen met het aan land brengen van de vangst en vrouwen die netten en touwen repareren.
Kinderen kunnen nog onbezorgd spelen, zoals hier met een miniatuur model van een vissersboot.
Vanaf het terras bij onze hoger gelegen huisjes had je een mooi uitzicht op de bedrijvigheid aan het strand.
In Noord-Madagaskar zagen we een heel andere manier van vissen. 
Lange netten waren vanaf bootjes in zee neergelaten, waarbij ervoor gezorgd werd dat de uiteinden op het strand bleven.
Na verloop van tijd werden de uiteinden van de netten door groepjes mensen - mannen en vrouwen - aan land getrokken.
Bij een temperatuur van 30-35 °C was dat een zware klus.
Kleine visjes werden deze keer teruggegooid in het water.
De vissers waren uitsluitend geïnteresseerd in grote vissen, zoals deze kapiteinsvis.
Opvallend was een tweetal kogelvissen, waarvan dit het grootste exemplaar was.
Bij gevaar zuigen ze zich vol water waardoor ze bolvormig worden.
Ze worden door de meeste mensen niet gegeten omdat ze bijzonder giftig zijn.
Alleen gespecialiseerde Japanse koks weten hoe ze hiermee moeten omgaan.
Hier werden de vissen dan ook teruggegooid.
Zo gauw de vis weer water voelde perste hij het water uit zijn lijf waardoor hij er als een torpedo vandoor ging, flitsend snel.
Toen de vangst binnen was, werd alles in korte tijd opgeruimd en verdwenen  de vissers met hun boot zonder een spoor achter te laten.
Wij maakten die middag nog een wandeling over het strand en over het zwarte, scherpe gesteente langs de grillige kust.
De vulkanische herkomst was duidelijk zichtbaar.
Door de stevige wind beukte de oceaan op de kust.
Wat verderop was een baai die heel populair is bij kitesurfers, Sakalava Beach.
Het derde strand waar we geweest zijn lag op het eiland Nosy Be, bij een plaatsje dat Ambatoloaka heet.
Deze dames dreven op de gebruikelijke traditionele manier handel : ze boden bijvoorbeeld ananas, bananen en sleutelhangers aan.
Andere dames en meisjes boden andere koopwaar aan, waarvoor alleenstaande mannen - die met speciale vluchten uit Turijn en Frankrijk gekomen waren - een bijzondere belangstelling hadden.
We zagen op het strand een aantal jongens die druk bezig waren met de jacht op krabben.
Ze zochten de gaten op waardoor de krabben onder de grond verdwenen waren.
Ze groeven de gaten verder uit, pakten de krab bliksemsnel op en gooiden hem vervolgens op het strand.
De vangst werd op verzoek trots getoond.
Terwijl wij de krabbenvangst volgden kwamen vissersboten naar het strand terug.
Het zeil werd gestreken, waarna de vissers met hun vangst aan de slag gingen. 
Een deel werd het strand op gedragen.
Toen we langs het strand terugliepen zagen we bij een paar boten iets opmerkelijks dat we eerst nauwelijks geloofden.
Tot onze verbazing zagen we namelijk een viertal roggen op het strand liggen.
De vissers hadden ze gewoon op het strand gelegd.
Ik schat dat de spanwijdte van de grootste zeker 1.50 meter was.
Roggen zijn niet populair bij vissers, zij zien roggen alleen als bijvangst waar nauwelijks tot geen vraag naar is.
Ik heb geen idee wat met deze roggen gedaan is.
Hier is het wel duidelijk.
Gefileerde vissen werden op de zijarmen en dwarsmast van de boot te drogen gelegd.
Twee dagen later was dat nog beter te zien:
Alle dwarsmasten lagen vol.
Aan het strand was de getijdenwerking goed te zien.
Het schip was helemaal droog gevallen.
Dit was voor ons een van de laatste dagen in Madagaskar.
Na een vlucht naar Antananarivo, de hoofdstad, vlogen we twee dagen later terug naar Amsterdam.





woensdag 18 oktober 2017

AWD - september 2017

In september is mijn aandacht hoofdzakelijk uitgegaan naar paddenstoelen.
In het duingebied heb ik geen aantrekkelijke platen van vogels kunnen maken, van zoogdieren maar met mondjesmaat.
Ik kwam wel af en toe hazenpootjes tegen.
Als zo'n zwammetje op een stuk van een tak groeit kan je door de tak wat te draaien ook eens een ander beeld krijgen.
Zo'n enkel zwammetje nodigde dan ook uit om het van alle kanten te bekijken.
Bij het zien van deze parasolzwam kreeg ik direct een associatie met een wat ouderwetse safarihoed of -helm.
Parasolzwammen behoren tot de grote zwammen.
Er bestaan zelfs meerdere soorten van.
Ze moeten echter allemaal klein beginnen.
Ik vind het minder moeilijk om een mooie plaat van een pas opgekomen zwam te maken dan van de grote exemplaren.
In dezelfde omgeving waar de parasolzwam en het hazenpootje groeiden vond ik ook deze parelamaniet.
Ik hoorde een duidelijk gezoem om mijn heen toen ik met de parelamaniet bezig was.
Een hoornaar kwam mij opzoeken.
Hij kroop zelfs via mijn broek op mijn jas, waar hij uit het zicht verdween.
Toen ik mijn jas uitdeed bleek dat hij al via de rugzijde naar mijn kraag was gekropen.
Dat vond ik wat vrijpostig.
Dat hij nieuwsgierig was vind ik prima maar ik wilde niet dat de hoornaar onder mijn jas naar een schuilplaats zocht.
Ze hebben tenslotte de reputatie dat ze flink kunnen steken als ze bang worden of zich bedreigd voelen.
Met behulp van een takje kon ik hem voorzichtig op een andere tak overzetten.
Hij kroop wat rond, vloog een stukje en landde tenslotte op de resten van een blad.
Daar bleef hij even zitten en vloog vervolgens weg.
Dat zijn de leuke onverwachte ontmoetingen in de natuur.
Terug naar de zwammen.
Zoals bekend ben ik geen kenner en heb ik geen idee hoe deze soort heet.
Hij inspireerde mij wel tot deze plaat.
In dit overzicht mag deze "polsstokvérspringende" houtpantserjuffer niet ontbreken.
In het begin van de maand kwam ik er nog heel wat tegen.
Bruine winterjuffers waren veel schaarser.
Wasplaatjes ben ik volgens mij heel vaak tegengekomen.
Ook al bestaan er verschillende soorten, dit is volgens mij wel een zwartwordend wasplaatje.
Ze beginnen echter oranjekleurig en worden bij het ouder worden langzaam maar zeker zwart.
Als hun tijd er bijna op zit verandert de vorm zodanig dat de lamellen duidelijk zichtbaar worden.
Ze deden het goed op de plek waar ik ze aantrof, want er stond een flink aantal.
Ik denk dat dit zwammetje ook bij de wasplaatjes hoort, maar wel bij een andere tak.
In het bijzonder de steel is anders, met een aanzienlijk grotere diameter.
Bovendien is de hoed veel roder.
Dit puntmutsje past ook goed in het beeld van de zwartwordende wasplaatjes.
Het zwart kleuren van een ouder exemplaar lijkt mijn beeld te bevestigen.
Er groeiden daar zo veel zwammetjes dat ik mij helemaal kon uitleven.
Bedenk wel dat ze maar een paar cm hoog zijn.
Nog een laatste. ook omdat ik vind dat die heel mooi geworden is.
En jawel, ze waren er weer, de herftkoninkjes.
Vliegenzwammen hóren volgens iedereen bij de herfst.
Ze waren met velen, zo'n 15 stuks, en allemaal nog in een nagenoeg  gaaf stadium.
En ja, wat doe je dan?
Ik heb geprobeerd er een paar aansprekende herfstplaatjes van te maken.
Origineel blijven is vrijwel niet te doen, maar je kan natuurlijk wel proberen er wat moois van te maken.
De meeste vliegenzwammen waren nog in dit tamelijk prille stadium, waarbij de lamellen niet te zien waren.
Het mocht de pret niet drukken.
Met deze serie ben ik voor dit jaar helemaal tevreden met de vliegenzwammen, maar je weet het nooit.
Soms kom je opnieuw uitdagende exemplaren tegen.

Tot besluit nog een paar plaatjes van damherten.
Nee, geen beelden van de bronst maar van moeder en kind.
Moeder damhert controleerde de vacht van haar kind zorgvuldig, wellicht zoekend naar irritante teken.
Geen plekje rond de hals en kop van de kleine werd overgeslagen.
Zo te zien vond junior het wel prettig.
Het was aandoenlijk om ze zo bezig te zien.
Het duurde minutenlang.
Je zou hier de indruk kunnen krijgen dat ook moeder door kind werd geïnspecteerd.
Wellicht was dat ook wel zo.
Moeder overtuigde mij er wel van dat ze een goede moeder was, die ruimschoots aandacht aan haar kind besteedde.
Toen ik weer verder ging, was zij nog steeds niet klaar.
Ze waren zo geconcentreerd bezig geweest dat zij mij niet opgemerkt hadden.