Follow by Email

vrijdag 24 maart 2017

Zuidpier 1e kwartaal

Het ene jaar is het andere niet.
Dit jaar is het bij de Zuidpier in IJmuiden wat betreft waarnemingen en de kans om aansprekende foto's te maken voor mij wat minder geweest dan vorig jaar.
Aalscholvers zie je er altijd wel, als het een beetje meezit vissend vlakbij de pier.
Het blijft verbluffend om te zien hoeveel vis zij in korte tijd weten te bemachtigen.
Ook steenlopers zie je daar in de wintermaanden altijd, soms in grote groepen.
Voor mij was een parelduiker een bijzondere waarneming.
Helaas kwam ik net te laat op de plek waar hij even hiervoor prachtig te zien was geweest.
Een ijseend zag ik alleen op te grote afstand van de pier dobberen, bovendien met tegenlicht.
Geen plaatje dus.
Op het strand zag ik in februari een vijftal sneeuwgorzen.
Bovenstaande plaat is de beste die ik kon maken.
Dat is wel eens beter geweest.
Als je op waarneming.nl kijkt naar de meldingen zie je dat er vooral veel vogels voorbij vliegen.
De vogels op het bovenstaande beeld horen echter bij de stamgasten van de Zuidpier en omgeving.
Drieteenstrandlopers vlogen in maart soms in grote groepen langs, waarna ze bij de waterlijn van de pier gingen foerageren.
De vogel die mij de meeste kansen en het meeste plezier bood was een eenzame rotgans.
Hij zwom voorál in het relatief rustige water, met de pier als bescherming tegen de wind.
Aanvankelijk zwom hij wat heen en weer, een beetje onrustig.
Hij deed mij een plezier door zich eens lekker uit te strekken en met zijn vleugels te wapperen.
Inmiddels was ik over de rand van het loopgebied van de pier geklommen om een wat lager standpunt te zoeken.
De gans hield mij steeds goed in de gaten, maar bleef wel in de buurt.
Na een tijdje klom hij op de kant, op zoek naar voedsel.
Ik stond hier verscholen achter een groot rotsblok, de gans was vlakbij.
Ook al at hij geen schelpdieren, voor een vegetariër was er meer dan voldoende te eten.
Op zijn gemak stilde hij zijn honger, mij uitgebreid de kans gevend om hem te vereeuwigen.
Zo kreeg ik hem in beeld toen ik mijn zoomlens op 400 mm instelde.
Een beetje minder inzoomen en een beetje meer ruimte rond de vogel leverde deze slotplaat op.


zaterdag 18 maart 2017

Hormoon gestuurd gedrag

Het voorjaar kan voor mannelijke vogels een zware tijd zijn.
Een futen man bijvoorbeeld moet eerst een aantrekkelijke partner zien te vinden, waarna hij haar ten dans vraagt.
Als de dans bij beiden in de smaak valt krijgt hij daarna de hoofdprijs.
Hij moet zich echter ook vaak nog concurrenten van het lijf houden, als het meezit samen met zijn partner.
Vrouwelijke futen laten zich eerst door een mogelijke partner verwennen, met vis en waterplanten,
waarna ze met hem een bijzondere paringsdans uitvoert.
Valt haar partner in de smaak dan zal zij zijn paringsgedrag moeten ondergaan
Na het leggen van de eieren en het uitbroeden ervan zorgen ze samen voor hun kroost.
Het voorjaar is dus voor de vrouwtjes zo mogelijk een nog grotere belasting.
Broedende vogels en vogels met jongen moeten onder andere oppassen voor meeuwen.
De rode vlek op de snavel van de mantelmeeuw wekt bij mij steeds weer de indruk dat hij zojuist een jonge vogel verslonden heeft.
In de waterrijke omgeving waar ik rondgekeken heb vormen waterhoentjes voor andere vogels geen bedreiging. 
Ik heb ze nog niet zien nestelen, in tegenstelling tot meerkoeten en ganzen.
Futen hebben behoorlijk wat concurrentie van aalscholvers, beide soorten zijn namelijk bedreven vissers.
Ze rusten vaak aan de oevers van de waterpartijen in woonwijken.
Ze zijn soms zelfs zo goed te benaderen dat je ze van tamelijk dichtbij hun vleugels kunt zien drogen.
Terug naar de futen.
Ik heb hun paringsritueel vorig jaar uitgebreider kunnen zien dan dit jaar maar het blijft boeiend om hun gedrag te bekijken.
Het elkaar benaderen en dan volgens een bepaald patroon met hun koppen bewegen  hoort bij de eerste fase.
Een aantal keren zag ik een belangstellende vrijgezel naderbij sluipen.
Het bedreigde mannetje joeg alle uitdagers voortvarend weg, meestal gadegeslagen door zijn partner die natuurlijk graag zag dat haar man lef toonde en zich als de door haar gewenste man gedroeg.
Het leek wel of hij zich hier achter zijn oren krabde bij de gedachte of het de moeite waard was om in actie te komen.
Het vrouwtje liet een aantal keren duidelijk merken dat ze klaar was voor de volgende fase.
Ze stond op haar stoeinest, schudde met haar kop en ging er vervolgens op liggen.
Het mannetje was maar een slome duikelaar, want hij zwom er wel een paar keer naartoe, maar keerde ook steeds weer om.
Je hoorde haar bij wijze van spreken denken : "Waar wacht je op?"
Hij trof het dat zijn partner geduldig was, want uiteindelijk sprong hij toch luid "kirrend" bovenop haar.
Na zijn hoogtepunt kreeg zij haar dieptepunt, toen hij over haar heen bovenop haar kop sprong.
Het liep goed af.
Even later kwam hij op de proppen met een bosje waterplanten, alsof hij haar direct weer wilde verleiden.
Was het hem goed bevallen of had hij nog iets goed te maken?
Zij ging er echter vandoor, naar bleek op zoek naar voedsel.
In korte tijd verorberde zij enkele vissen.
Dat futen goede vissers zijn is bekend.
Hier is nog een voorbeeld van een flinke vangst.
Vorig jaar had ik in de zomer gezien dat zij ook van rivierkreeft houden.
Geef ze eens ongelijk.
Ter afronding nog enkele beelden van een tweede paring.
Deze futen kwamen samen aanzwemmen, heel doelgericht naar een nauwelijks opvallend stoeinest.
Hij verknoeide geen tijd: zij ging liggen, hij er vrijwel direct bovenop.
De klus was geklaard, hij maakte zich klaar voor de afsprong.
De sprong mocht er zijn, zij boog haar kop diep voor hem.
De beelden heb ik gemaakt op verschillende dagen met heel verschillende lichtomstandigheden.
Het maakte het plezier om alles te volgen er niet minder om.

zaterdag 11 maart 2017

Van verval tot nieuw leven

In het voorjaar blijken er nog heel wat (overblijfselen van) zwammen in bossen voor te komen. 
Begin maart ging ik in Woestduin en Leyduin tweemaal voor een paar uurtjes macrowerk op zoek  naar sneeuwklokjes.
Behalve op deze uitbundig voorkomende bloemetjes stuitte ik op een aantal soorten zwammetjes.
Allereerst judasoren.
Op een omgevallen boomstam groeiden judasoren, hier en daar omgeven door zwarte trilzwammen.
Ze nodigden mij uit om ze eens van verschillende kanten te bekijken.





Ook in deze tijd van het jaar blijkt het zonlicht al behoorlijk krachtig te zijn, waardoor ik onverwacht veel moest onderbelichten.







Oud hout vergaat langzaam maar zeker, waardoor je er soms vormen in ziet ontstaan die je fantasie (kunnen) prikkelen.
Zwarte trilzwammen waren ruimschoots aanwezig. 
Op sommige plekken waren ze vormeloos, glibberig en glanzend, waardoor ik mij soms afvroeg wat het nu eigenlijk was.
De vorm veranderde binnen een week soms opmerkelijk veel.
Op sommige plekken waren zwammen die er een week eerder nog mooi bij stonden veranderd in een zwarte, vormeloze massa.
Gele trilzwammen waren er niet zo veel, in ieder geval niet mooi genoeg om er hier een voorbeeld van te plaatsen.
Deze zwam, volgens mij een honingzwam, dateert nog van afgelopen november.
Ze groeiden in een uitbundig aantal in grote groepen.
Toen ik ze een week later weer zag waren ze allemaal zwart geworden en in elkaar gezakt.
Het kleine insect had er in ieder geval tijdelijk een flinke drinkplaats gevonden.
Op regenachtige dagen vormden zich een soort binnenmeren in de hoed van de zwammen.
Hoe anders wordt het als je ze eens van de andere kant bekijkt.
Tegenlicht veroorzaakte een voor mij verrassend effect.
Ze deden mij denken aan Scandinavische koffiebroodjes waarbij de korst van bladerdeeg een zachte roomvulling omhult.
Terug naar 2017.
Op een aantal omgevallen stammen waren talloze bruinzwarte bolletjes te zien.
Het zijn roestbruine kogelzwammetjes.
Ze zijn nu niet op hun best meer, want zwart overheerst.
In het najaar zijn ze roestbruin maar bij het ouder worden verandert de kleur.
Hoe duidelijk kan verval zichtbaar worden.
Op de kopse kant van een boomstam zal in de weken hiervoor een flink aantal zwammen te zien zijn geweest.
De overblijfselen van de laatst overgeblevene hingen nog aan de stam;
het merendeel van de andere zwammen lag op de grond voor de boom.
Deze zwam, laat ik hem gele korstzwam noemen, zag er behoorlijk nieuw uit.
De meeste omringende soortgenoten waren al enigszins gelig verkleurd.
Deze glibberige massa verbaasde mij wel.
Bij alle klodders die ik heb gezien dacht ik aanvankelijk aan een zwam in verval.
Ik had wel eens iets dergelijks langs oevers van kanalen gezien, maar op het landgoed had ik het niet verwacht.
Als reigers kikkers verschalken in het voorjaar bestaat de kans dat de geleiachtige massa, die in het lijf van die kikkers voorkomt,
in de maag van de reiger gaat opzwellen tot hij er niet goed van wordt.
De reiger kan dan zijn maaginhoud uitbraken met dit soort glibberige transparante klodders tot gevolg.
Men noemt het heksensnot of sterrenschot.
Ook marterachtigen kunnen dit uitspugen als ze in het voorjaar kikkers opgegeten hebben.
Kikkereitjes waren er overigens niet in te onderscheiden.
Dat laatste veroorzaakt dan weer twijfel, die versterkt wordt door de reactie van Dick.
Bij nader inzien is het veel waarschijnlijker dat ik de gewone stijfselzwam gevonden heb.
Organismen sterven onvermijdelijk een keer af en worden vervangen door nieuw leven.
 Dat het voorjaar in aantocht is zie je in maart overal om je heen.
Dit zaadje vertegenwoordigt zowel verval als de start van nieuw leven.
Ik heb het even op een dikke tak gelegd voor de foto.
Er waren genoeg exemplaren te vinden dus dat schiep ruimte voor wat verschillende composities.
Nog een.
En tot slot nog sneeuwklokjes, daar ging ik uiteindelijk voor.
Ze zijn populair, ze inspireren velen, soms mét maar meestal zonder sneeuw.
Het is steeds weer zoeken naar min of meer vrijstaande exemplaren.
Composities met een rustige achtergrond lukt mij inmiddels wel, 
maar de knop met meer artistieke instellingen heb ik nog niet op mijn camera gevonden. 
Tegenlicht levert vanzelfsprekend weer volkomen andere beelden op.
Zo zie je de sneeuwklokjes niet zo vaak, maar toch hebben ze van deze kant bekeken ook wel wat vind ik.
Met een beetje fantasie kan je het sneeuwklokje als een wit insect zien dat zijn vleugels wat uitspreidt.
Maar zo kan het ook.
Dit deel van de bloem zie je over het algemeen niet omdat de bloem in een knik aan de stengel hangt.
Met een beetje moeite lukte het om een sneeuwklokje eens van een andere kant te bekijken.

Het was wel een uitdaging om wat uit mijn comfortzone te stappen en met de sneeuwklokjes eens iets anders te proberen dan ik meestal doe.
Of het resultaat aanspreekt zal ongetwijfeld een kwestie van smaak zijn.