zaterdag 3 december 2022

Zwammen met een verrassing

Zwammen, het waren er dit jaar toch veel meer dan ik had verwacht. 
Omdat ik mij wil beperken tot twee posts over zwammen betekent het dat ik om te beginnen in de meeste gevallen niet meer dan één plaat per soort kan plaatsen. 
In de tweede plaats wordt deze post toch weer iets langer dan ik van plan was.

Als startfoto heb ik gekozen voor een plaat van een wit oorzwammetje (Crepidotus variabilis sl), 
een soort die ik zowel in Leyduin als in de Amsterdamse Waterleidingduinen tegenkwam.

Ik begin deze novemberreeks weer in Leyduin waar ik al direct na de parkeerplaats in het grasland een opvallend geel zwammetje zag:
Het is een dooiergele mestzwam (Bolbitius titubans).
In deze vorm vind ik hem mooier dan wanneer de hoed helemaal ontwikkeld is.
Het was een veelbelovend begin van de dag, te meer omdat ik deze soort nog nooit eerder had gezien.
Geweizwammetjes vind ik altijd een uitdaging.
Deze keer vond ik ook een alleenstaand exemplaar in plaats van voornamelijk overbevolkte gemeenschappen van geweizwammen.
Bij dit kleine gewone donsvoetje (Tubaria furfuracea) is het donzige voetje niet te zien, 
zoals dat bij de wat grotere exemplaren wel het geval is.
Dit zwammetje vond ik mooier.
Het is herfst en dat is aan de kleuren goed te zien.
Een kleurig blaadje achter dit hazenpootje (Cropinopsis lagopus) versterkt het herfstgevoel.
Niet veel later werd ik ook weer verwend met kleine stinkzwammetjes
Er hebben zo te zien nog geen vliegen of andere insecten gesmuld van het glanzende laagje.
Een stinkzwammetje zorgde ook nog voor dit fraaie herfstbeeld.
 Sommige soorten die ik in Leyduin verwacht had ontbraken, 
maar ik kon alleen maar tevreden zijn met wat er wel te vinden was.
Op deze soort had ik stilletjes ook gehoopt:
een kopergroenbekerzwammetje (Chlorociboria aerogunosa).
Ze zijn zo klein, dat ik met tussenringen aan de slag ben gegaan.
Ik heb zo een heleboel platen van deze soort kunnen maken.
Na veel wikken en wegen is mijn keus op deze plaat gevallen, 
omdat hij wat afwijkt van wat ik meestal laat zien.
Ik ben benieuwd of hij in de smaak valt.
Toen ik deze soort zag dacht ik onmiddellijk dat dit zwammetje zelf de vorm van een paddenstoel had.
Natuurlijk is er sprake van gezichtsbedrog maar dat doet er verder niets aan af.
Volgens mij is het een waaierkorstzwam (Stereum subtomentosum).
De waaiervorm versterkt dit gevoel.

Na Leyduin waren de Amsterdamse Waterleidingduinen weer aan de beurt.
Het volgende overzicht is samengesteld uit de beelden van een drietal zoektochten.
Doel nummer 1: zwartwordende wasplaatjes (Hygrocybe conica).
Ik was nauwelijks in de omgeving gekomen waar ik ze andere jaren had gevonden of het was al prijs.
Het was weliswaar een zwammetje in de laatste, zwarte fase maar daardoor hoopte ik ook de jongere varianten te vinden met natuurlijk de fraaie rode puntmutsjes.
De mooiste werd echter de overgangsfase tussen rood en zwart.
Een heel klein rood zwammetje stond naast een "damhertendropje".
Je kan op deze manier goed zien hoe klein het zwammetje was.
En over damherten gesproken, vlakbij mij stond een groot hert uitbundig wat struiken te bewerken met zijn gewei.
Aan de overkant van het kanaaltje waar ik naar zwammetjes zocht hoorde ik twee damherten met hun geweien tegen elkaar knallen.
Ik besteedde er eerst geen grote aandacht aan, want ik had al heel wat van de bronst gezien.
Het bleef echter maar doorgaan.
Daarom besloot ik om toch maar te proberen dichterbij te komen.
Ik kon het kanaaltje via een dammetje oversteken in de hoop dat ze nog even door zouden gaan.
Onderweg even mijn macrolens verwisseld voor mijn telelens en eropaf.
De damherten wilden van geen ophouden weten en vochten of hun leven ervan afhing.
Ik kreeg genoeg tijd om de positie uit te kiezen die ik wilde, want de herten hadden alleen maar oog voor elkaar.
Uiteindelijk accepteerde er een zijn verlies en ging er razendsnel vandoor.
Tot mijn verbazing bleef het andere hert niet kalm en bekaf achter, genietend van zijn zwaarbevochten overwinning, 
maar achtervolgde de verliezer met een noodgang verder het bos in.
Het gevecht had zeker zo'n 10 minuten (!) geduurd.
Zo lang had ik het nog nooit gezien.
De bronst was voor mijn gevoel allang voorbij, maar dit was een volslagen onverwacht toetje.
Wat een verrassing, wat een sensatie!
Ik beperk mij hier tot twee platen omdat het nu tenslotte om zwammen gaat.
De lenzen werden weer verwisseld, de adrenaline zakte weer tot een normaal niveau (denk ik) en ik ging weer terug naar de serene rust van de zwammetjes.
Er stonden enkele piepkleine wasplaatjes die met hun rode kopjes nauwelijks boven het maaiveld uitstaken.
Vergelijk de grootte maar eens met de grassprieten.
Papegaaizwammetjes, die ook tot de wasplaatjes behoren, hebben deze post niet gehaald. 
Vorig jaar was dat wel het geval, maar nu moeten ze wijken voor andere soorten zoals deze gele trilzwam (Tremella mesenterica) die ik meerdere keren tegenkwam.
Dit vind ik een curieuze soort, een gele knotszwam (Clavulinopsis helvola sl).
Bijzonder van vorm vind ik hem niet, maar omdat er een flink aantal groeide was ik toch wel nieuwsgierig wat ik daar zag.
Het bleek zowaar een zwammetje te zijn dat matig algemeen langs bosranden voor kan komen.
Dit is andere koek, overduidelijk een bekende zwam.
Vliegenzwammen (Amanita muscaria) kom ik niet zo vaak tegen in de AWD, maar tijdens deze tocht vond ik een groepje van een vijftal prachtige gave zwammen op een voor mij onverwachte plaats.
Ok, ik liep niet langs gebaande paden, 
maar ik had wel geluk dat ik ze in zo'n verborgen deel van een voor mij vertrouwd gebied vond.
Deze vond ik nog mooier.
De velumresten, de stippen,  maakten onder meer het verschil.
Als een passend besluit van mijn eerste zwerftocht vond ik nog een stukje hout met kopergroenbekerzwammetjes.
Na wat stoeien met onder meer tussenringen en composities rolde deze plaat er als de mooiste uit.
Bedenk hierbij dat het zwammetje 1-2 mm groot is.
De volgende twee tochten leverden de resterende 12 beelden op.
Als je weet waar je ze zoeken moet heb je een kleine kans om deze buitengewoon kleine zwammetjes te vinden.
Ze heten myxomyceet indet (Myxcomycota indet) en behoren tot de slijmzwammen.
Op hun beurt horen ze bij de familie Trichiaceae (draadwatjes)
Ze beginnen als oranje bolletjes en veranderen bij het ouder worden in de vorm die hierboven is te zien.
Bij enkele exemplaren aan de rechterzijde is een min of meer harig uiterlijk te zien, 
waardoor ze de naam draadwatje gekregen hebben.
Het zal geen verrassing zijn dat een macrolens en enkele tussenringen nodig zijn om dit soort plaatjes te maken.
Op een vochtige, liggende stam zag ik deze zwam.
Is het een knoopzwam, trilzwam (bijvoorbeeld een kerntrilzwam) of wellicht een andere soort?
Wie het weet mag het zeggen.
Als je geen idee hebt wat dit is word je ongetwijfeld verrast.
Het is een zwam die rupsendoder (Cordiceps militaris) heet en die zich voedt met de poppen van vlinders.
Ze worden 2-3 cm groot.
Een gewoon donsvoetje heb ik hierboven ook al een keer laten zien, 
maar ik vind dat het ook hier een plaats verdient.
Een behoorlijk algemene soort is dit echte judasoor (Auricularia auricula-judae).
Als je een losliggende tak vindt waarop ze groeien kan je vaak de positie kiezen die je het beste bevalt.
Zo gezegd zo gedaan.
Het kan voorkomen dat je jarenlang geen witte oorzwammetjes ziet, 
maar dit jaar trof ik ze op meerdere plaatsen aan en dit jaar dus ook in de AWD.
Paarse knoopzwammen (Ascocoryne sarcoides sl) zijn tamelijk algemeen.
Het is soms wel lastig om er een mooie plaat van te maken, zeker als ze nog erg klein zijn.
En dan iets heel anders en veel groters: een vermiljoenzwam (Pycnoporus cinnabarinus).
Ik zag hem al van een grote afstand door zijn niet te missen rode kleur.
Daarna kwam ik deze zwam tegen, eveneens nogal opvallend.
Het blijkt opnieuw om een vermiljoenzwam te gaan.
Bij het ouder worden blijkt dat de zwam vanuit de kern naar buiten toe steeds bruiner wordt waardoor dit patroon is ontstaan.
Dit formaat is weer heel wat kleiner en hoort bij een schubbige bundelzwam (Pholiota squarrosa).
En zo kom ik bij het zwammetje dat het zwammenjaar 2022 bij mij mag afsluiten:
een amethistzwam (Laccaria amethistina).
Ik vond een aantal van deze zwammetjes tussen een dicht dek van bladeren in het Beukenlaantje.
Het leek die ochtend wel bladeren te sneeuwen, terwijl de zon scheen.
Het stelde mij in staat dit sfeervolle plaatje te maken als afronding van een voor mij geslaagd paddenstoelenjaar.

Het is een lange post geworden.
Ik hoop dat de lengte geen beletsel is geweest om het tot het eind vol te houden.
Volhouders, bedankt!

Ik wil bovendien iedereen bedanken die mijn blog in 2022 tot dusverre heeft gevolgd en in het bijzonder degenen die ook een reactie hebben achtergelaten.
Het zorgt ervoor dat ik mijn motivatie om te blijven bloggen niet verlies.

vrijdag 18 november 2022

Gevarieerd assortiment zwammen

Na een lange, droge zomer is het altijd maar afwachten of er in het najaar paddenstoelen te vinden zijn.
In de afgelopen maanden is blijkbaar toch voldoende neerslag gevallen, want paddenstoelen waren weer overal te vinden.
Ik heb een selectie gemaakt van soorten die niet allemaal tot de meest gangbare behoren.
Om te beginnen is er de witte kluifzwam (Helvella crispa) die ik bij mij in de buurt in VENNEPERHOUT vond.
Deze kluifzwammen vallen op door hun grillige vormen, waardoor ze bij paddenstoelenliefhebbers toch niet populair zijn.
Je krijgt toch enigszins het idee dat er een genetisch defect is, 
maar bij de zwarte kluifzwammen krijg je dezelfde bizarre vormen.
Het hoort dus echt bij kluifzwammen.
Ik vind het een uitdaging om er opvallende platen van te maken.
Of mij dat gelukt is,  is ter beoordeling aan anderen.
Er was keus genoeg, want ik denk dat er door het hele gebied zeker 100 te vinden waren.
Geen enkele kluifzwam leek op de andere.
Nog een laatste om de kluifzwammen mee te besluiten.
Hierna komen de meer vertrouwde soorten.

Als eerste komt LEYDUIN aan de beurt.
Het kleverig koraalzwammetje (Calocera viscosa) kent iedereen wel.
Dit jaar stond het er minder florissant bij vergeleken met de hieraan voorafgaande jaren.
Sombere honingzwammen (Armillaria ostoyae) trokken eveneens mijn aandacht. 
Het is mij een raadsel waarom ze somber genoemd worden.
Ik heb om de een of andere reden iets met stinkzwammen.
Ik was daarom natuurlijk blij dat ik deze kleinste vertegenwoordiger van de stinkzwammen weer vond.
Het valt niet mee om er behoorlijke platen van te maken want ze hebben meestal de vorm die op de afbeeldingen te zien is.
Bovendien staan ze nogal eens op onmogelijke plaatsen.

De oogst was tamelijk mager, dus in november heb ik het nog een keer geprobeerd.
Wat ik toen gezien heb komt in een andere post.

Het volgende gebied is GROENENDAAL.
Geweizwammetjes (Xylaria hypoxylon) waren overal te zien, 
maar vaak valt het niet mee om een rustige compositie te vinden.
Dit was het beste resultaat.
Ieder jaar komen op een grote omgewaaide stam pruikzwammen (Hericium erinaceus)  tevoorschijn.
Dat komt mooi uit want meestal zie je ze tamelijk hoog in beuken, waar ze het meest op groeien.
 Erinaceus betekent in het Latijns "egel".
 De naam is dus niet toevallig gekozen want de lange stekels doen blijkbaar denken aan een egel.
Pruikzwammen worden ook wel eens apenkop genoemd. 
Daar heb ik nog wel uitleg bij nodig.
In het Engels heten ze lion's mane mushroom.
Dat snap ik dan weer wel.
En of je het gelooft of niet: ze zijn eetbaar!
Nog zo'n merkwaardige zwam: een zwavelzwam (Laetiporus sulphureus).
Hij viel mij al van een afstand op door de witte kleur.
Ze kunnen nog veel groter worden zoals ik in november in de AWD zag.
Even een stapje terug naar een ieniemienie zwammetje.
Het is een soort mycena, waarschijnlijk een suikermycena (mycena adscendens),
 zoals waarneming.nl met 70% zekerheid voorstelt.
Tussen de vele grotere soorten mogen de kleintjes niet overgeslagen worden.
Hoe maak je onderscheidende plaatjes als je een porseleinzwam (Oudemansiella mucida) wilt vereeuwigen?
Waarschijnlijk is dat een kansloze missie, maar je kan er in ieder geval voor jezelf iets moois van maken.
Het is niet moeilijk voor te stellen waarom ze populair zijn.
Ze zijn bijzonder fotogeniek.
Ook insecten komen graag even buurten.
Ten overvloede nog een bewijs dat ze bij mens en insect in de smaak vallen.

En dan blijft er deze keer nog één gebied over, waarbij ik onvermijdelijk moet denken aan de nog niet vergeten blogger Dick Vermey, die ruim 1½ jaar geleden overleed.
Leyduin, Groenendaal en de "woestijn" in de AWD waren voor ons beiden gebieden waar we graag kwamen en waarover we onze ervaringen uitwisselden.

De "woestijn" in de AWD is dan ook het laatste gebied dat nu in beeld komt.
Een zeer gangbare soort in dit gebied is de duinfranjehoed (Psathyrella ammophyla), 
waar ik deze keer toch niet naar op zoek ben geweest.
Ze horen er echter wel bij.
Ik ging onder andere voor de duinstinkzwam (Phallus hadriani), maar aanvankelijk zag het ernaar uit dat ik te laat was.
Gelukkig vond ik een duivelsei, waaruit ze groeien.
Ook al weet je dat ze zich in een aantal uren flink kunnen ontwikkelen ging het mij net iets te ver om daarop te wachten.
Helemaal enthousiast was ik toen ik dit exemplaar vond.
Er lag weliswaar een aantal zwammen die hun beste tijd al ruimschoots gehad hadden, 
maar ik wilde natuurlijk ook een min of meer vers exemplaar vinden en fotograferen.
Mijn wens kwam uit.
Een ander doel was het zandtulpje (Peziza ammophila).
2022 was blijkbaar een goed zandtulpenjaar want ik vond er meer dan ooit tevoren, zeker honderd.
Ze komen als een bolletje uit het zand tevoorschijn en vouwen zich langzaam maar zeker open.
Hier heb je zelfs een tweetal, met een beetje fantasie moeder en kind.
Zandtulpjes zijn saprofyten.
Ze groeien in duingebieden op dood organisch materiaal en afgestorven helm, dat onder het zand verscholen ligt.
In deze vorm doen ze aan een bloem denken.
De grootste had een diameter van 5-6 cm.
Ze hebben een soort steel die heel kwetsbaar is.
De steel zal dan ook nooit boven het zand uitkomen.

Ik had niet het idee dat ik dit jaar hier nog een aanvulling op zou kunnen geven.
De natuur heeft mij echter zoals zo vaak weer verrast, waardoor ik met een vervolg kan komen in een latere post.

Deze post besluit ik op passende wijze.
De insiders weten wel waarom ik juist dit beeld gekozen heb.