woensdag 1 december 2021

Mezen en vinken

 

Bij het bezoeken van vogelhutten zie je behalve tamelijk voorspelbare soorten ook nog wel eens meer opvallende soorten.
Ik heb hiervan enkele verzamelingen gemaakt met platen die ik hier wil laten zien.
Ik heb mij gehouden aan twee platen per soort met soms een uitzondering voor de soort die als startfoto is gekozen.
De goudvink is hier een voorbeeld van.
Pimpelmezen (Cyanistes caeruleus) tref je altijd bij vogelhutten aan
Het was soms wel wat schipperen met de ISO waarden, want de hoeveelheid licht viel niet altijd mee. 
Ten dele speelt natuurlijk ook de lichtgevoeligheid van de lens mee.
Glanskopmezen (Poecile palustris) waren ook enkele keren van de partij, zij het in beperkte aantallen.
Glanskopmees
Vinken (Fringilla coelebs) zijn zowel bij de hutten als elders in de natuur meestal in flinke aantallen te zien.
En waarom niet, als het eten op een presenteerblaadje wordt aangeboden?
Een onverwachte gast was deze zwarte mees (Periparus ater).
Het was de eerste keer dat ik deze mezensoort vanuit een vogelhut zag.
Appelvinken (Coccothraustes coccothraustes) hoop ik eigenlijk iedere keer te zien.
Met hun forse postuur en snavel zijn ze altijd nadrukkelijk aanwezig.
Daarnaast zijn het natuurlijk hele mooie vogels die ik helaas te weinig op andere plaatsen zie.
 Met staartmezen (Aegithalos caudatus) is dat gelukkig anders.
In de wintermaanden kan je het treffen dat je een groep van deze kwikzilverige vogeltjes tegenkomt.
Ze dan ook fotograferen valt echter niet mee.
De laatste soort vind ik van al deze vogels de mooiste:
de goudvink (Pyrrhula pyrrhula).
Helaas zie ik deze soort minder vaak dan ik zou willen.
In Scandinavië staat deze vogel vaak afgebeeld op kerstkaarten.

De volgende keer zal ik de laatste platen van zwammen in 2021 laten zien.

maandag 22 november 2021

Zwammen in de AWD

Na het geweld van de bronst en het spektakel van de buizerds  zet ik nu een stap in de serene wereld van de zwammen, deze keer beperkt tot de AWD.
Ook al heb ik behoorlijk wat gezien, voor mijn gevoel was het toch beduidend minder dan vorig jaar.
Ik beperk mij hier nu tot enkele opvallende soorten, 
om te beginnen het kopergroen bekerzwammetje waar ik later nog op terugkom.
Om te beginnen was ik in het ultieme stiltegebied, dat ik altijd de "woestijn" noem.
Nauwelijks dieren te zien, het geruis van de zee op de achtergrond en natuurlijk vrijwel onvermijdelijk de wind.
Wie mijn blogs regelmatig volgt weet dat dit een gebied is dat voor mij bijzondere herinneringen met zich meebrengt.
Ik was op zoek naar zandtulpjes en duinstinkzwammen, maar die vond ik niet,
 op één zandtulpje na dat niet uitnodigde om gefotografeerd te worden.
Ik vond er wel duinfranjehoedjes (Psathyrella ammophila), maar wel veel minder dan ik gewend ben.
Uiteraard hoef je je niet te beperken tot de zandgronden, want het duingebied heeft nog meer te bieden.
Op zoek naar wasplaatjes zag het er in het begin niet goed uit, 
want op de plaatsen waar ik ze vaak gevonden heb was er nu gemaaid.
Gelukkig ken ik meerdere plekjes waar ze voorkomen en tot mijn plezier vond ik toch een aantal exemplaren in de buurt van gewone vuurzwammetjes (Hygrocybe miniata).
De zwartwordende wasplaatjes bewaar ik tot het eind van van deze post, 
de vuurzwammetjes waren interessant genoeg om mij hier eerst een tijdje mee bezig te houden.
Vuurzwammetjes groeien tussen allerlei grassen en kruiden, waardoor je gedwongen bent om een beetje te tuinieren.
Op een zonovergoten, vrijwel windstille dag is dat geen bezwaar.
Het is een aantrekkelijk plek in het duingebied, want ook deze soort vond ik daar:
een papegaaizwammetje (Hygrocybe psittacina).
De Latijnse naam geeft al aan dat dit zwammetje familie is van de vuurzwammetjes.
Het ligt voor de hand dat ze een zelfde soort habitat nodig hebben.
Dit exemplaar was al gesneuveld, want de hoed was los van de steel.
De bovenkant van de hoed is glanzend bruinig.
Waarneming.nl is onzeker over de naam van dit minizwammetje.
Is het toevallig dat de naam fopzwam (Laccaria spec.) wordt voorgesteld?
Verder lopend kwam ik deze honingzwam tegen.
Er blijken meerdere soorten voor te komen, waarbij waarneming.nl deze naam voorstelt: 
sombere honingzwam (Armillaria ostoyae).
Qua uiterlijk is dit geen bijzondere soort.
Het is een rupsendoder (Cordyceps militaris).
Waarom krijgt een zwammetje zo'n naam?
Deze rupsendoder - 3 á 4 cm groot - blijkt te groeien op de poppen van vlinders!
Ook dit jaar is het mij gelukt om kopergroenbekerzwammetjes  (Chlorociboria aeruginosa) te vinden.
Ze groeiden op een losliggend stukje hout, waardoor ik de kans kreeg om de zwammetjes zó te fotograferen als ik wilde.
Ze zijn piepklein, waardoor ik tussenringen nodig had om ze op een behoorlijk formaat op de plaat te krijgen. 
Hout waarop ze groeien kleurt blauwgroen waardoor je oog er als het ware naartoe getrokken wordt.
Hier is dan de zwartwordende wasplaat (Hygrocybe conica), 
die in de buurt van de vuurzwammetjes en papegaaizwammetjes te vinden was. 
Het zijn allemaal Hygrobe soorten.
Als ze ouder worden verandert de kleur:
Ze ondergaan een flinke kleurverandering, waardoor ze soms lastig te zien zijn.
Ik stond er bijvoorbeeld bijna bovenop, nadat ik er ook al een keer langs was gelopen.
Ik verwacht dat het wat zwammen in de AWD betreft hierbij blijft in 2021.
Op zoek naar zwammen kom ik jaarlijks ook in Leyduin en het Groenendaalse bos.
Daar zal ik in 2021 nog een post aan besteden.