maandag 6 juli 2026

Sabelsprinkhaan en julikever

 



Allereerst wil ik iedereen bedanken die gereageerd heeft op mijn bericht dat ik een scheurtje in mijn linkerdijbeen had opgelopen. 
Lopen ging wat moeizaam, door mijn been zakken was aanvankelijk niet te doen.
Gaandeweg ging het wat beter en kon ik er toch voorzichtig op uit. 
Ik heb maar kleine stukjes gelopen, maar tot mijn verrassing heb ik toch aardig wat mooie waarnemingen kunnen doen.
De julikever was daar een goed voorbeeld van.

Toen het lopen weer enigszins te doen was ben ik naar een veldje gegaan waar ik in het verleden veel vlinders, libellen en sprinkhanen heb gefotografeerd. 
Nu viel het behoorlijk tegen, maar grote groene sabelsprinkhanen waren er gelukkig wel.
Dankzij het kantelbare schermpje op mijn camera hoefde ik mijn benen nauwelijks te buigen.

Ze zaten niet voortdurend op mooie posities, maar als je geduldig bent komt er meestal wel zo'n moment.

Hier ging het de meeste mannetjes om: een vrouwtje met een indrukwekkende legboor.

Het verschil met een mannetje is duidelijk te zien.
Een paring heb ik niet gezien. 
De sprinkhanen verscholen zich na een tijdje weer tussen de begroeiing.
Gelijk hadden ze, ze wilden niet ten prooi vallen aan bijvoorbeeld vogels.

Vlinders waren daar niet veel, hoewel het op andere plaatsen beter was.
Soorten als de kolibrievlinder, keizersmantel en distelvlinder komen een andere keer aan bod.

Op de weg terug zag ik ineens een julikever, die erg rustig bleef zitten.
Een perfecte kans om een mooie scherpe foto te maken.

Zou hij wel leven?
Toen ik hem later met een stokje voorzichtig aanraakte bleek dat hij zich óf doodstil hield óf niet meer leefde.
Zijn tijd bleek voorbij te zijn.

Wat verderop zag ik er weer een. 
Hij was niet alleen, want er liepen ook wat mieren op en langs hem.

Er zat nog genoeg leven in hem, want langzaam maar zeker kwam hij wat omhoog.
Ik denk dat hij last had van die mieren.

Mieren schijnen wel wat te zien in een traag bewegende julikever. 
Het deed mij denken aan een Kaapse buffel die aangevallen wordt door leeuwen.

Julikevers doen denken een meikevers.
Meikevers heb ik dit jaar zelf niet gezien, ze schijnen er ook weinig geweest te zijn. 
Junikevers bestaan ook, maar die heb ik nog nooit gezien.

Julikevers zijn overdag nauwelijks actief, na zonsondergang komen ze weer tot leven.

Voor de variatie ook een keer frontaal.

Na deze laatste opname heb ik de kever voorzichtig in de berm gezet, 
want het risico was groot dat onoplettende voorbijgangers op de kever zouden trappen.
Misschien heeft hij daarna ook geen last meer gehad van de mieren.

Juni bracht nog veel meer.
Een grote lijster, een jonge buizerd en bovendien putters en padden in de tuin.
De natuur kan soms onverwacht dichtbij zijn.
Daarover een andere keer.

Buizerd

Kolibrievlinder

maandag 15 juni 2026

(On)verwachte lentebeelden


 Als het lente wordt hoop je natuurlijk op beelden van nieuw leven. 
Dat lukt het ene jaar beter dan het andere. 
De beelden in dit blog zijn de meest recente die ik in de AWD gemaakt heb.
Voorlopig komt er geen nieuwe oogst. 
Tijdens een partijtje badminton met een kleindochter heb ik een scheurtje in mijn linkerdijbeen opgelopen, 
waardoor ik mij alleen maar wat moeizaam kan verplaatsen.
Als je ouder wordt neemt je soepelheid helaas wat af.
Het herstel gaat mij ongetwijfeld een aantal weken kosten. 

Ik heb de vorige keer al wat laten zien van bergeenden die zich nogal druk maakten.
De acties vind ik zo leuk dat ik er nog meer van laat zien.

Mannetjes probeerden regelmatig op deze manier indruk te maken.

De betekenis van verdraagzaamheid zijn ze in het voorjaar vergeten.
Het mannetje moet niets hebben van een tweede vrouw in zijn buurt.

Soms leek de rust te zijn teruggekeerd, maar dat was meestal van korte duur.

Zo gauw een mannelijke bergeend zich ergens aan stoorde liet hij dat duidelijk merken.

Zij waren met zijn twaalven en hadden ruimte genoeg.
Toch zochten ze elkaar regelmatig op.
De mannetjes moesten blijkbaar iets bewijzen ten opzichte van elkaar.

Op zoek naar zandhagedissen zag ik deze hoornaar die iets gevangen had. 
Hij had geen oog voor mij, maar ik wel voor hem.
Dat leverde deze plaat op.

Het is mij toch nog een keer gelukt om een zandhagedis te verschalken op een manier die ik graag wilde. 
Ik moest er veel meer mijn best voor doen dan andere jaren.

Toen ik op weg was naar een plaats waar de kans op uitsluipers tamelijk groot is
wachtte mij onderweg een grote verrassing: een roodhalsfuut
Ik had er nog nooit een gezien in de duinwateren. 
Hij bleef wat te ver weg naar mijn zin, maar mij hoor je daarover niet klagen.

Vanaf een ander deel van de oever kon ik hem wat beter zien.
Opmerkelijk vond ik zijn aanwezigheid wel.

Hier is dan een uitsluiper
Ik was wat aan de late kant dit jaar want er vlogen al een heleboel viervlekken rond. 
Ze waren waarschijnlijk al een of twee dagen eerder uitgeslopen.
Er zijn echter altijd wel wat laatkomers.

Ik ben bang dat er met de vleugels van deze libel iets niet in orde is. 
Ze zien er meer verfomfaaid uit dan je zou verwachten.

Zo moet het eruit gaan zien.
Dit jaar dus voorlopig een erg summiere impressie van het uitsluipen.

Opnieuw een grote verrassing. 
Ik liep langs de oever van een tamelijk breed kanaal en zag aan de overkant in het momenteel verboden gebied deze jonge vos lopen. 
Ze zijn dus al zo veel gegroeid dat de brutaalste er alleen op uit trekken. 
Hij was overigens maar korte tijd goed te zien.

In de lente denken de dieren niet alleen aan het heden en zichzelf, 
maar hebben ook oog voor elkaar en de toekomst.
Deze gewone oeverlibellen hadden een rommelige plek tussen de begroeiing opgezocht voor hun innig samenzijn.

Een damhert in zomer-outfit ziet er mooi uit. 
Een bastgewei en een zomervacht staat ze goed.
Hun tijd moet nog komen.

Jonge knobbelzwanen in de AWD is echt een bijzonderheid. 
Volwassen zwanen, vaak als stelletje, zie je genoeg.

Ze eten graag mee als mama zwaan wat lekkers heeft gevonden.

Het tweetal zwaantjes slaagde er ook zelf in om wat eetbaars te vinden.

Een mooie afsluiter om aan te geven dat er ondanks de grote beperkingen in de toegankelijkheid van de AWD toch nog wel aantrekkelijke ontmoetingen mogelijk zijn.