donderdag 5 maart 2026

Wintermaanden 2026

De maanden januari en februari zijn inmiddels voorbij.
 Terugkijkend kom ik tot de conclusie dat ik veel minder wilde zwanen, 
grote zaagbekken en brilduikers heb gezien dan in voorafgaande jaren. 
Kramsvogels zag ik tamelijk weinig, koperwieken en een klapekster al helemaal niet. 
Natuurlijk zijn er voor de hand liggende verklaringen zoals een minder koude winter in Noord-Europa, 
klimaatverandering in het algemeen en wellicht zelfs vogelgriep.
Ik trek geen conclusies, maar beperk mij nu alleen tot constateringen. 
Maar wat kwam ik dan wel tegen?


Dit zijn de beste foto's die ik van een paartje grote zaagbekken heb kunnen maken.
Ik heb er wel meer gezien, maar steeds op een grotere afstand dan ik prettig vind
en eerlijk gezegd wat ik gewend ben in de AWD.
Kwalitatief zijn de beelden niet meer dan waarnemingsplaten.

Tijdens een wandeling kwam plotseling deze wilde zwaan op mij af vliegen.
Vliegende wilde zwanen heb ik ooit veel beter gefotografeerd, maar nu was ik al blij dat ik er een zag.
Het was de eerste dit jaar.


Als startfoto heb ik twee mannelijke krooneenden gekozen. 
Dit vrouwtje zag ik veel dichterbij. 
Ze hoorde bij een groep van een tiental krooneenden.

De verrassing van de dag was deze wilde zwaan
Het is ongetwijfeld dezelfde die ik eerder op die dag vliegend had gezien. 

Het was een meevaller dat ik deze kans nog kreeg. 
Het is de enige wilde zwaan gebleven die ik deze wintermaanden heb gezien. 
Er zijn er wel meer geweest maar ik was óf op de verkeerde plaats
 óf ze waren in het verboden deel van het infiltratiegebied.


Een nieuwe dag brengt nieuwe kansen:

Een mannelijke brilduiker - Golden Eye in het Engels - had een mooie plek gekozen waar ik hem goed kon zien.

Hij was druk bezig met voedsel zoeken en dook herhaaldelijk onder.

Dit beeld heb ik diverse malen kunnen zien, net alsof hij naar mij zwaaide met zijn staart.

Tot slot nog het verenpak poetsen en de vleugels even droog wapperen.

Langs de kanaaltjes lopend zocht ik naar aantrekkelijke watervogels.
Deze keer waren tafeleenden aan de beurt.

Er waren pijlstaarten en nonnetjes waargenomen maar die waren mij deze maanden niet gegund.

Een drietal krooneenden had een redelijk beschutte plek gevonden.

Twee mannetjes leken hier bezig het belangrijkste nieuws van de dag met elkaar te bespreken.

Toen het vrouwtje hen weer opzocht zwommen ze naar een veel grotere groep van ongeveer 30 krooneenden, 
die vergezeld werden door vooral tafeleenden en kuifeenden.

Tot zo ver de Amsterdamse Waterleidingduinen.
Behalve een bezoek aan de Zuidpier van IJmuiden ben ik ook weer een keer naar het Kraansvlak geweest.

Van de flinke reeks platen die ik daar gemaakt heb laat ik er hier nog een paar zien. 
Een selectie van de rest volgt wellicht later dit jaar.

De wisenten liepen opnieuw dichtbij het met paaltjes gemarkeerde pad door het gebied, het zogenaamde Wisentenpad.

Op een afzetting, helemaal aan de buitenkant van het gebied, zat een boomleeuwerik even uit te rusten, 
nadat hij al zingende tot grote hoogten was geklommen in de lucht.

De wisenten lagen grotendeels rustig te herkauwen, waarbij ze de weinige toeschouwers wel goed in de gaten hielden.

Een vergelijkbaar beeld kan je als je geluk hebt voorlopig alleen maar zien van buiten het gebied. 
Tussen 1 maart en 1 september is het gebied niet toegankelijk, omdat rekening gehouden wordt met het broedseizoen en het feit dat er kalfjes geboren zullen worden in de zomermaanden.

En nu maar afwachten wat de natuur voor ons in petto heeft in de komende maanden.
Behalve krokussen, sneeuwklokjes en narcissen heb ik inmiddels ook een citroenvlinder en hommels gezien.
Nu de vogels nog.

woensdag 11 februari 2026

Zonnende zeehonden

Twee bezoeken aan de Zuidpier in januari en februari hebben mij niet gebracht wat ik gehoopt had. 
Alles bleef teveel op afstand naar mijn zin. 
Leuk voor vogelaars met een telescoopkijker, maar minder aantrekkelijk voor fotografen. 
Ik zag wel een gewone zeehond en bruinvissen, maar dat leverde geen mooie platen op. 
De bultrug die daar enkele dagen eerder gesignaleerd was, bleek inmiddels richting Noordwijk te zijn vertrokken. 
Het lijkt mij daarom een goed moment om nu te laten zien wat ik eind november 2024 heb gezien: zonnende zeehonden.

Lopend over de pier zag ik een tweetal grijze zeehonden op een rotsblok. 
Even verderop lag nog een gewone zeehond. 
Dit nodigde natuurlijk uit tot een klauterpartij om wat dichterbij te komen.

Mijn "jeugdige" enthousiasme bracht mij zonder problemen een stuk dichterbij,
waarbij ik verscholen achter een flink rotsblok de dieren een stuk beter kon zien.

Ik had nu ook goed zicht op de jonge gewone zeehond, die een paar blokken verder lag te relaxen.
Volledig inzoomen leverde mij dit beeld op.
De zeehond bleef volkomen ontspannen op het blok liggen en lag daar nog steeds toen ik een tijdje later wegging.

De grootste van de twee wilde zich nog wel eens wat omdraaien, maar veel activiteit vertoonden zij niet.

Het dier had mij wel in de gaten maar volgde meer met belangstelling 
hoe ik mij soms wat verplaatste dan dat het hem verontrustte.

De ander keek wat opzij, wellicht naar iets wat ik niet kon zien.

Omdat de zon hem recht in zijn snuit scheen, hield hij zijn linker voorpoot wat voor zijn ogen.

Zijn buurman lag er intussen ook nog op zijn gemak bij.
Als er wat zeewater over het blok stroomde keek hij niet op of om.
Mensen zouden volgens mij heel anders reageren in een vergelijkbare situatie.

Maar wat kan je lui worden als je lekker ligt te zonnen!




Een ogenblikje wat beweging, .......
.... om daarna de zon weer lekker op zich te laten schijnen.
Wel lastig als de zon voortdurend recht in je ogen schijnt.

Als er dan toch niets te beleven is, kan je natuurlijk het best je ogen sluiten en het ervan nemen.

Voor de variatie een keer gecropt.
Ik ben er een minuut of 20 geweest, en heb intussen de hoogtepunten laten zien.
Veel (in)spannender werd het niet.

Degene die het meest links lag, lag echt op het randje van het rotsblok. 
Het interesseerde hem niet.
Hij nam een voorbeeld aan zijn metgezel en sloot zijn ogen.

De ander blonk uit door te variëren met zijn lighouding, zoekend naar het prettigste gevoel.
Dit was een goed moment om ze te verlaten.

Deze laatste plaat had ik al wat eerder gemaakt.

Van tijd tot tijd kan je geluk hebben dat een zeehond vlakbij de pier zwemt en de kant op klimt.
Andere keren hebben ze al een geschikte plek op de kant gevonden of laten ze zich bij de pier al zwemmend zien. 
Nieuwsgierig zijn ze namelijk vaak.

Dit zijn de momenten waarvoor ik naar de Zuidpier ga, maar het is duidelijk dat het niet iedere keer feest is.
De klauterpartij terug lukte mij trouwens ook deze keer zonder moeite.