Follow by Email

zaterdag 8 augustus 2020

AWD - Juli 2020

 

In juli ben ik om verschillende redenen wat minder vaak de natuur ingetrokken dan in de eraan voorafgaande maanden.
Behalve vlinders, libellen en juffers had ik nog genoeg gezien om een volwaardig overzicht te kunnen samenstellen.

Het loont de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.

Maar…… de lightbox werkt bij mij in Google Chrome niet. 

Als je ze toch groter wilt zien moet je stuk voor stuk op elke foto klikken.

Bloggers wegen zijn ondoorgrondelijk.

Met vogels had ik maar weinig succes.
Het bleef aanvankelijk beperkt tot deze vreemde vogel, die vergezeld door een soortgenoot over het duingebied vloog.
Het was stil in het deel van de AWD dat ik op een dag had uitgekozen.
Tot mijn stomme verbazing zag ik een paartje reeën (Capreolus capreolus).
Ik had ze al zo lang niet in het duingebied gezien dat ik dacht dat ze daar uitgestorven waren.
We keken elkaar een moment aan, waarbij ik te verbouwereerd was om direct een plaatje te maken.
De reegeit verdween, de bok er uiteraard achteraan en ik kon op mijn manier niet achterblijven.
De reegeit bleek in het bos te zijn verdwenen, 
maar ik zag de bok opnieuw toen ik met de nodige moeite een zandhelling had beklommen.
Boven werd ik beloond, want ik zag de bok verderop in een dalletje naar mij kijken en er vervolgens rustig vandoor gaan.
Nu had ik mijn (waarnemings)plaatjes wél gemaakt, gelukkig.
Parnassia (Parnassia palustris) was het doel van deze dag.
Ik was wat aan de vroege kant, want ze groeiden nog niet zo uitbundig als ik eerder in andere jaren had gezien.
De bloeiwijze is heel bijzonder.
Geïnteresseerden kunnen er alles over lezen op het internet, bijvoorbeeld in Wikipedia.
Vooral het hart van de bloem met staminoda, meeldraden en doosvrucht zorgt voor een uitdaging om er een mooi plaatje van te maken.
Nog een heel ander sfeerbeeld van dit fraaie bloemetje.
Kikkers zijn niet altijd eenvoudig te verschalken.
Deze kikker zat zich lekker op te warmen en nam er zijn gemak van.
Het onderscheid tussen de drie soorten groene kikkers is niet eenvoudig te maken.
Dit is vermoedelijk de grote groene kikker  (Pelophylax ridibundus).
Op warme dagen liggen ze graag met hun ogen net boven het wateroppervlak roerloos in het water.
Blauwvleugelsprinkhanen (Oedipoda caerulescens) zie je op warme dagen vaak wegspringen, 
waarbij de blauwe vleugels duidelijk zichtbaar zijn.
Als je een plaatje van deze soort wilt maken wordt het vaak een sprinkhaan die even in het zand zit of een onscherpe plaat.
Tsja, voor mij het raadsel van 2020.
Boomkikkers (Hyla arborea) heb ik vrijwel niet gezien, terwijl het de vorige jaren totaal geen moeite kostte.
Zijn ze weggevangen, hebben ze een ziekte gehad of ligt het aan mij?
Tijgerspinnen (Argiope bruennichi) heb ik daarentegen dit jaar meer gezien dan vorige jaren.
De vrouwtjes (zie boven) vallen veel meer op dan de mannetjes (onder), 
zowel door hun grootte als door hun bijzondere web.
Het mannetje speelt een belangrijke rol in het leven van het vrouwtje.
Tot zo ver niets nieuws onder de zon.
Als het meezit mag hij haar bevruchten, 
als het tegenzit wordt hij daarna door het vrouwtje opgegeten als een smakelijk en voedzaam toetje.
Het kan natuurlijk ook gebeuren dat hij op een andere, voor hem fatale manier in de smaak valt.
Hij wordt dan opgegeten zonder dat hij voor nageslacht heeft kunnen zorgen.
In een eerdere post mocht dit lantaarntje al een keer laten zien wat hem was overkomen.
Omdat zijn lot zo bijzonder is krijgt hij van mij wat extra aandacht.
Grote groene sabelsprinkhanen  kwam ik ook in juli nogal eens tegen.
Met deze plaat was ik heel tevreden, vooral omdat allerlei obstakels ontbraken.
Bovendien stak ze mooi af tegen de achtergrond.
Het meest intrigerend was dit ei.
Het was zeker 10 cm groot en lag midden in een heel droog gebied, geen water te bekennen, 
geen onrustige vogel in de buurt.
Was het door een vos uit een nest gehaald, maar toch niet opgegeten?
Het was nog puntgaaf.
En zo kom je vanzelf bij vogels, in dit geval boerenzwaluwen (Hirundo rustica).
Ik had in juni deze zwaluwen al eens in een boom zien zitten.
Nu ging het om een groep van zo'n 20 vogels die allemaal een geschikte tak in een boom uitzochten.
Ik bewoog er blijkbaar voorzichtig genoeg naartoe, want ze bleven verrassend lang zitten.
Zo'n kans moet je natuurlijk benutten, waarbij ik probeerde stapje voor stapje dichterbij te komen.
Dat lukte niet iedere keer.
Ik had nooit gedacht dat dit mij een keer in het duingebied zou overkomen, 
te meer omdat ik mij niet kon verschuilen in een auto of observatiehut.
Boerenzwaluwen vlogen in dit gebied de weken daarna ook nog volop rond, 
dus het waren nog geen voortekenen van de trek.
Nog een schoonheid tot besluit.







zaterdag 1 augustus 2020

Juli vlindermaand


Juli stelde wat vlinders betreft niet teleur.
Ik beperk mij in deze post tot de meest opvallende soorten, 
dus dat betekent dat de verschillende zandoogjes, koolwitjes en het hooibeestje niet aan bod zullen komen.

Het loont de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.

Maar…… de lightbox werkt bij mij in Google Chrome niet. 

Als je ze toch groter wilt zien moet je stuk voor stuk op elke foto klikken.

Bloggers wegen zijn ondoorgrondelijk.


Atalanta's (Vanessa atalanta) kon je in juli overal tegenkomen.
Ze bleken bij de Vlindertelling 2020 zelfs aan kop te gaan.
Het zijn opvallende vlinders die door velen herkend worden en waarvan velen de naam weten.
Bij scheefbloemwitjes (Pieris mannii) is dat anders.
Dit afgevlogen exemplaar was voor mij een nieuwe ervaring.
Voor het eerst van mijn leven kwam ik er een tegen.
Een fatsoenlijk plaatje ervan maken zat er niet in.
Het is dan ook niet meer dan een waarneming die ik laat zien omdat deze soort nieuw voor mij was.
Een dagpauwoog (Aglais io) daarentegen was allesbehalve nieuw voor mij.
Deze schitterende vlinder verdient hier zeker een plaats, 
mede omdat de dagpauwoog na de atalanta nr 2 bij de Vlindertelling was.
Het blijft wel een uitdaging om deze vlinder eens opvallend op de plaat te krijgen.
Ook al zijn de kleuren van de vleugels nu nauwelijks te zien, ik vind het in deze compositie wel wat hebben.
Om St. Jansvlinders kon ik nauwelijks heen.
In mijn juni overzicht deel 2 komt deze vlinder ook al voor, maar ik heb er in juli óók veel plaatjes van kunnen maken.
Een echte juli vlinder dus.
Maar ook deze wilde ik wel eens anders dan anders fotograferen.
Vooral in de vergroting vind ik dit wel een geslaagde poging.
Blauwtjes had ik in het eerste half jaar maar weinig gezien.
In juli ging het veel beter, getuige bijvoorbeeld dit bruin blauwtje (Aricia agestis).
Het blijft vreemd dat een bruin vlindertje bij de blauwtjes hoort.
Er waren echter nog veel meer blauwtjes van een ander type :
icarusblauwtjes (Polyommatus icarus).
Het zijn twee vrouwtjes die op deze manier mooi te vergelijken zijn met het bruin blauwtje.
Ik vind zelfs dat de naam bruin blauwtje - hoe vreemd die naam ook is - beter bij deze vlindertjes past.
Ze zorgden voor mooi vergelijkingsmateriaal.
Het was nog tamelijk vroeg toen ik deze - en nog een heleboel soortgenoten - aantrof.
Ze waren namelijk nog niet erg beweeglijk.
Er waren opvallend weinig mannetjes bij.
Deze heb ik wel eens mooier gefotografeerd, maar ik voeg dit waarnemingsplaatje wel toe ter vergelijking.
Zo zien we hem vaak, vooral 's morgens vroeg.
Grote dikkopjes (Ochlodes sylvanus) zag ik regelmatig.
Op het jacobskruiskruid komen ze mooi tot hun recht.
Links zijn de onduidelijke vormen van een spitskopje te zien.
Wat stoeien met tegenlicht leverde onder andere dit beeld op.
Deze vond ik eveneens mooi, maar kiezen lukte mij niet.
Dan maar allebei.
Over de naamgeving van libellen en vlinders verbaas ik mij geregeld.
Wat zal de bedenker van de naam "groot dikkopje" gedacht hebben toen hij/zij deze vlinder zijn naam gaf?
Als je ooit keizersmantels gezien hebt zal het geen verrassing zijn dat ik in mijn juli overzicht deze vlinder de eer gun om deze post te besluiten.
Ook al heb ik er niet zoveel gezien als in 2018, ik mag niet klagen.
Op verschillende plaatsen in de AWD kwam ik deze grootste vertegenwoordiger van de parelmoervlinders tegen.
Keizersmantel (Argynnis paphia), gek op de nectar van jacobskruiskruid.
Op zoek naar een opvallend plaatje had ik geluk.
Een keizersmantel was net opgevlogen en ik kreeg hem behoorlijk scherp in beeld.
Dat zal mij niet zo snel nog een keer lukken.
Tegen een donkere achtergrond komen de kleuren mooi over. 
Sinds Covid-19 ons land bezoekt is de luchtkwaliteit door de verminderde vervuiling sterk verbeterd.
Er bereikt daardoor meer zonlicht de aarde.
Ik heb gemerkt dat ik vaker en meer moet onderbelichten om geen overbelichte foto's te krijgen.
Als er licht door de vleugels valt bij een donkere achtergrond komt de schoonheid van deze vlinder ook goed over.
Ook op déze manier  ontstaat een onderscheidend beeld.
Het lijkt wel of twee donkere pupillen naar boven zijn gericht bij dit frontaal beeld.
Alsof hij scheel kijkt.
Nog een laatste blik op de fraaie tekening en kleur van deze schoonheid.