maandag 15 juni 2026

(On)verwachte lentebeelden


 Als het lente wordt hoop je natuurlijk op beelden van nieuw leven. 
Dat lukt het ene jaar beter dan het andere. 
De beelden in dit blog zijn de meest recente die ik in de AWD gemaakt heb.
Voorlopig komt er geen nieuwe oogst. 
Tijdens een partijtje badminton met een kleindochter heb ik een scheurtje in mijn linkerdijbeen opgelopen, 
waardoor ik mij alleen maar wat moeizaam kan verplaatsen.
Als je ouder wordt neemt je soepelheid helaas wat af.
Het herstel gaat mij ongetwijfeld een aantal weken kosten. 

Ik heb de vorige keer al wat laten zien van bergeenden die zich nogal druk maakten.
De acties vind ik zo leuk dat ik er nog meer van laat zien.

Mannetjes probeerden regelmatig op deze manier indruk te maken.

De betekenis van verdraagzaamheid zijn ze in het voorjaar vergeten.
Het mannetje moet niets hebben van een tweede vrouw in zijn buurt.

Soms leek de rust te zijn teruggekeerd, maar dat was meestal van korte duur.

Zo gauw een mannelijke bergeend zich ergens aan stoorde liet hij dat duidelijk merken.

Zij waren met zijn twaalven en hadden ruimte genoeg.
Toch zochten ze elkaar regelmatig op.
De mannetjes moesten blijkbaar iets bewijzen ten opzichte van elkaar.

Op zoek naar zandhagedissen zag ik deze hoornaar die iets gevangen had. 
Hij had geen oog voor mij, maar ik wel voor hem.
Dat leverde deze plaat op.

Het is mij toch nog een keer gelukt om een zandhagedis te verschalken op een manier die ik graag wilde. 
Ik moest er veel meer mijn best voor doen dan andere jaren.

Toen ik op weg was naar een plaats waar de kans op uitsluipers tamelijk groot is
wachtte mij onderweg een grote verrassing: een roodhalsfuut
Ik had er nog nooit een gezien in de duinwateren. 
Hij bleef wat te ver weg naar mijn zin, maar mij hoor je daarover niet klagen.

Vanaf een ander deel van de oever kon ik hem wat beter zien.
Opmerkelijk vond ik zijn aanwezigheid wel.

Hier is dan een uitsluiper
Ik was wat aan de late kant dit jaar want er vlogen al een heleboel viervlekken rond. 
Ze waren waarschijnlijk al een of twee dagen eerder uitgeslopen.
Er zijn echter altijd wel wat laatkomers.

Ik ben bang dat er met de vleugels van deze libel iets niet in orde is. 
Ze zien er meer verfomfaaid uit dan je zou verwachten.

Zo moet het eruit gaan zien.
Dit jaar dus voorlopig een erg summiere impressie van het uitsluipen.

Opnieuw een grote verrassing. 
Ik liep langs de oever van een tamelijk breed kanaal en zag aan de overkant in het momenteel verboden gebied deze jonge vos lopen. 
Ze zijn dus al zo veel gegroeid dat de brutaalste er alleen op uit trekken. 
Hij was overigens maar korte tijd goed te zien.

In de lente denken de dieren niet alleen aan het heden en zichzelf, 
maar hebben ook oog voor elkaar en de toekomst.
Deze gewone oeverlibellen hadden een rommelige plek tussen de begroeiing opgezocht voor hun innig samenzijn.

Een damhert in zomer-outfit ziet er mooi uit. 
Een bastgewei en een zomervacht staat ze goed.
Hun tijd moet nog komen.

Jonge knobbelzwanen in de AWD is echt een bijzonderheid. 
Volwassen zwanen, vaak als stelletje, zie je genoeg.

Ze eten graag mee als mama zwaan wat lekkers heeft gevonden.

Het tweetal zwaantjes slaagde er ook zelf in om wat eetbaars te vinden.

Een mooie afsluiter om aan te geven dat er ondanks de grote beperkingen in de toegankelijkheid van de AWD toch nog wel aantrekkelijke ontmoetingen mogelijk zijn.

dinsdag 26 mei 2026

Lente impressie

Ook als je nogal beperkt wordt in het bezoeken van gebieden waar je graag komt is er nog wel wat aantrekkelijks te vinden in de natuur. 
Een nestkuiltje van een kleine plevier mét eieren hoort daar natuurlijk bij. 
Tijdens de drukke lentemaanden blijft er niet veel tijd over om te bloggen en blogs te bezoeken. 
Teveel activiteiten van uiteenlopende aard. 
Toch is het mij gelukt om een korte impressie samen te stellen.

In het voorjaar hoop ik altijd tapuiten te zien. 
Helaas bleef het ook dit jaar beperkt tot slechts één enkele waarneming.

Dit jaar zag ik wel weer een paar kneutjes
zij het op wat grotere afstand dan ik gewild had.

Geen twijfel mogelijk, het nest moest met zacht materiaal bekleed worden.
Een nachtegaal zat in de dichte begroeiing uitbundig te zingen, 
maar liet zich slechts in een flits zien. 
Onmogelijk om er een plaatje van te maken.

Damherten zijn inmiddels weer een bijzonderheid geworden in de duinen.
 Je moet echt van de gebaande paden af om ze te zien. 
Slechts enkele jaren terug zei ik altijd als iemand mij vroeg of ik damherten had gezien:
"Je moet je best doen om ze niet te zien". 
Die tijd is voorbij.

Af en toe zag ik putters, maar nooit zo dichtbij als ik graag wilde.

Graspiepers waren druk bezig om voedsel te verzamelen voor hun jongen.
Voortdurend was het geluid van een koekoek in de omgeving te horen.
 Voor de graspiepers is het te hopen dat ze geen ongewenste bezoeker in hun nest hebben gehad.

Roodborsttapuiten behoren tot de stamgasten in de duinen.
Tijdens vrijwel elke wandeling kom ik ze tegen.
Hier een vrouwtje.

Uit een flinke verzameling platen van het mannetje heb ik deze keer een plaat gekozen die er echt uitsprong.
Hij had een bijzondere afsprong van de tak waarop hij een tijdje zat.

Boomleeuweriken horen ook al jaren bij de vaste bewoners van de AWD. 
Ze houden ervan een mooi uitzichtpunt te hebben om de omgeving goed in de gaten te kunnen houden.

Een voorjaar zonder zandhagedissen is voor mij ondenkbaar. 
Helaas komen ze op de plaatsen waar ik ze jarenlang in flinke aantallen tegenkwam niet zo veel meer voor.

Twee vrouwtjes gaven mij een kans om ze te vereeuwigen.
Zij liet zich het best zien.

Bij de mannetjes was het niet veel anders: 
in totaal kwamen drie mannetjes voor mijn lens.

Gelukkig zijn er nog niet veel grauwe ganzen in het duingebied te vinden, 
al heb ik er wel grotere groepen gezien dan ik prettig vind. 
Een gezinnetje wil ik nog wel laten zien, omdat hiermee ook het voorjaar zichtbaar wordt.

Zoals ieder jaar ben ik weer op zoek gegaan naar uitsluipers
De foto's moet ik nog uitzoeken, maar één voorbeeld kan ik hier al laten zien.

Groene kikkers lieten zich meer en meer horen, al bleven ze langs de waterkant behoorlijk alert en schuw.

Hoe anders was het met deze bruine kikker die op een hete, zonnige dag zich in onze tuin liet zien.
 Je zou zeggen dat hij de voorkeur zou geven aan koelte en beschutting.

Terug naar de duinen, waar de meidoorns in bloei staan.
Het is duidelijk wat de overheersende windrichting is.

Op zanderige plekken, bij voorkeur in de buurt van water, heb je dan kans om kleine plevieren te zien.

Een kleine plevier, onopvallend en heel goed oplettend.
Als ze zich niet bewegen moet je goed opletten.
Het helpt wel als je het gebied kent waar ze regelmatig komen.

Tot mijn grote verrassing vond ik een nest met eieren.
Ik heb er jaren naar gezocht, maar nu vond ik er eindelijk een, min of meer toevallig.
Eerst vond ik het kuiltje met twee eieren, een week later aangevuld tot vier.
Dat beloofde wat.

Je ziet het, je moet goed kijken waar ze zit te broeden.

Helaas, weer een aantal dagen later was het kuiltje leeg.
Geen eierschalen, geen jongen, geen kleine plevieren.
Vooralsnog, en misschien wel voor altijd, is het een raadsel wat er gebeurd is.

Soms zijn er onverwachte gebeurtenissen, zoals een flink aantal bergeenden in een steeds verder droogvallend duinmeer.
Ze waren regelmatig onverdraagzaam naar elkaar toe.
Het leverde mooie platen op, waarvan ik er hier één laat zien.

Het voorjaar leverde nog veel meer op, maar zoals gezegd ontbreekt de tijd om alles uit te
zoeken en eventueel te bewerken.
Maar wat in het vat zit verzuurt niet.