Follow by Email

dinsdag 15 januari 2019

Notenkraker geniet van de aandacht

Voor natuurliefhebbers is het geen nieuws als ik hier vertel dat er eind vorig jaar een notenkraker in Wageningen was neergestreken.
Toen de massale belangstelling voorbij was heb ik hem in december ook een keer opgezocht.
Wellicht wordt het publiceren van deze post gezien als mosterd na de maaltijd, maar in de eerste plaats verdient de vogel ook mijn aandacht en in de tweede plaats is hij nog steeds in Wageningen.
De notenkraker (Nucifraga caryocatactes, spotted nutcracker)  was niet te beroerd om plaats te nemen op de takken die her en der in de grond waren gestoken.
Ook langs de asfaltweg slaagde hij er in om zijn krop te vullen
Hij was niet bijster schuw.
Als hij niet vlak langs je liep wilde hij ook wel op een op de grond liggende rugtas of op een uitgestoken hand plaatsnemen.
Zo kom ik langzaam maar zeker bij de beelden waar het mij echt om ging.
Op de grond zoekend naar wat eetbaars, zoals nootjes.
Hij was blij met de nootjes die her en der verstopt waren.
Hij kreeg er dorst van.
Bij gebrek aan beter koos hij een in het water gegooide zak met afval als drinkplaats.
Pragmatisch was hij beslist.
En zo ben ik aangeland bij de beelden die ik zelf het mooiste vind (afgezien van de startfoto).
Het licht was mooi, de achtergrond eveneens naar mijn zin.
Vliegbeelden maken was niet eenvoudig.
Toch was ik wel tevreden met deze plaat.
Er was een mooie tak in de grond gezet, waar de vogel dankbaar gebruik van maakte.
Zeker als er hier en daar een nootje in was verstopt.
Met wat fantasie zou je kunnen zeggen dat hij sprong van plezier
Wat een geluk als je zo'n zeldzame vogel zo mooi kunt zien. 
Je kunt het vergelijken met het opduiken van een roodborstje in China, waar velen op afkomen.
Zijn scherpe oog ontdekte een tussen de grassen liggend nootje.
De sprong vond ik mooi genoeg op hier te laten zien, al had ik de kop graag wat lichter gehad.
Als je een paar uur bij de vogel doorbrengt heb je natuurlijk massa's plaatjes die op elkaar lijken.
Daarom nog een laatste tot besluit.

Zo blijft er van 2018 alleen nog het overzicht van december over.
Dat zal deze maand toch moeten lukken.

dinsdag 8 januari 2019

Zeeolifanten, zuidkapers en Patagonische zeeleeuwen

Op en bij het schiereiland Peninsula Valdés hebben we zeeolifanten, zuidkapers en Patagonische zeeleeuwen - ook wel manenrobben genoemd - gezien, stuk voor stuk nieuwe soorten voor ons.

Allereerst zeeolifanten (elephant seal, Mirounga leonina).
De mannen kunnen tot 5 meter lang worden en 2200-4000 kg wegen, de vrouwtjes blijven daar wat op achter met een lengte van 3,5 meter en een gewicht van 350-800 kg.
De jongen wegen 40-45 kg bij hun geboorte.
Hier wordt er nog een gezoogd.
Jongere dieren stoeiden wat met elkaar.
Één van de volwassen mannen lag op zijn gemak het strand in de gaten te houden.
De neus van volwassen mannen is uitgegroeid tot een kenmerkende slurf, die opgeblazen wordt in de paartijd.
 Ze proberen daarmee hun tegenstanders en vooral de vrouwtjes te imponeren.
Zo lang er nog vrouwtjes op het strand zijn waarmee hij zou kunnen paren gaat deze bul niet weg naar zijn zomerverblijf.
Als het paarseizoen voorbij is vertrekt hij met de andere zeeolifanten richting Antarctica.
Jongere mannetjes doen nog wel eens toenaderingspogingen tot vrouwtjes, maar ze krijgen geen schijn van kans tegen de volwassen mannen, die het alleenrecht op een harem opeisen.
Deze moeder begroef haar snuit in het strand en gooide met een flipper zand over zichzelf en haar kind.
Interessant gedrag, maar waarom?
De heerser van de harem dacht er het zijne van.

Eerder die dag hadden we ons ingescheept om op walvissafari te gaan.
Succes gegarandeerd volgens de begeleider, die daar veel wetenschappelijk onderzoek doet.
We moesten wel wat geduld hebben maar uiteindelijk kwamen wij in de buurt van een zuidkaper (Southern right whale, Eubalaena australis), die hier zijn kop boven water heft.
De baai waar we voeren is het gebied waar deze walvissen paren en hun jongen krijgen. 
De kans is daardoor groot om moeders met hun jong te zien - zoals hier - als je er in de juiste tijd van het jaar bent (half juni - half december).
Zuidkapers worden ongeveer 15 meter lang en kunnen tot 60.000 kg wegen.
Een kalf weegt bij de geboorte ongeveer 1000 kg, bij een lengte van 5-6 meter.
De draagtijd van zuidkapers is 12 maanden.
Iedereen wil tijdens de speurtocht naar walvissen een mooie staart boven water zien, het liefst van dichtbij.
Dit gebeurde af en toe, maar niet zo mooi als ik tijdens een eerdere reis al eens had gezien.

De derde soort, Patagonische zeeleeuwen, hebben we die dag ook gezien maar de volgende dag nog beter.
Deze nog tamelijk jonge Patagonische zeeleeuw, ook wel manenrob (South American sea lion, Otaria flavescens) genoemd, zagen we vanaf de boot tijdens de walvissafari.
Een manenrob in een kenmerkende rustpose.
Langs de kust van de Atlantische oceaan was nog een andere kolonie te vinden, namelijk in Punta Loma.
Jonge zeeleeuwen verlieten het strandje regelmatig om te gaan zwemmen en ravotten met leeftijdgenoten.
Voor zo'n kleine waren de af en aan rollende golven nog een heel avontuur.
De omringende rotsen werden net als het strandje zo optimaal mogelijk gebruikt.
Het was goed te zien (en te voelen) dat het lente was.
Bij de zeeleeuwen joegen de hormonen door het lijf.
Als de haremleider even niet oplet gaan andere zeeleeuwen voor hun kansen.
Dit jonge mannetje probeert een jong vrouwtje te verleiden, onder belangstelling van een ander vrouwtje.
De liefde kwam duidelijk van twee kanten.
Toen zij naar het strandje ging volgde hij haar onmiddellijk.
Zij keek hem nog eens vanuit een ooghoek wat plagerig aan en .........
...... ging het water weer in, waar enkele "vriendinnen" zich ermee bemoeiden.
Het mannetje ging tenslotte onverrichter zake alleen het diepere water in.
Zij had een spelletje met hem gespeeld en hem valse hoop gegeven.
Uiteraard waren er ook een paar zeer dominante mannen.
De mannen kunnen tot 300 kg zwaar worden, bij een lengte van zo'n 2,5 meter.
De vrouwtjes zijn wat kleiner en kunnen maximaal ongeveer 150 kg wegen.
De jongen worden na een zwangerschap van 10 maanden geboren.
Ze wegen dan 10-15 kg en ze zijn dan ca. 80 cm lang.
Ook stoere mannen zijn wel eens bekaf.
Er is dan altijd wel een vrouwtje dat als "hoofdkussen" kan dienen.
Een keer flink gapen ...........
........ en dan is hij er weer helemaal klaar voor ( wat het ook moge zijn).

Aan zijn uiterlijk is heel goed te zien waarom deze soort zeeleeuw heet.
Ook de naam" manenrob" is heel toepasselijk voor deze soort.