dinsdag 5 mei 2026

Odijk

In april ben ik met mijn vrouw naar de Vroege Vogelhut in Odijk geweest. 
Vorig jaar ben ik daar voor het eerst geweest met Bob Isaak, 
waarmee ik jarenlang zo'n 2-3 keer per jaar hutten heb bezocht. 
Nadat we er in juni geweest waren overleed hij een maand later, volkomen onverwacht. 
Gelukkig viel het mij mee om deze hut nu opnieuw te bezoeken.
Ik hoopte vooral op een bezoek van een ijsvogel en een buizerd.

Al gauw zag ik een zwartkop, die allesbehalve vrolijk maar eerder chagrijnig keek.

Even later zag ik hem opnieuw, waarbij hij er een stuk vriendelijker uitzag.

Groenlingen waren er deze dag volop, al zaten ze niet altijd op de meest fotogenieke plekjes.

Het was een zonnige dag, zoals hier ook goed te zien is.

Dit winterkoninkje was bijna verscholen tussen de plantjes.
Ook al was de begroeiing niet erg hoog, voor dit kleine vogeltje was het al voldoende om zich te kunnen verstoppen.

Op deze plek was hij al beter te zien.

De meeste vogels die er op die dag te zien waren behoren tot de soorten die je daar meestal ziet.
Sommigen laat ik hier zien, maar bijvoorbeeld koolmezen, pimpelmezen, vinken  en merels sla ik nu over.

Een gaai zie je meestal ook wel bij een hut, maar toevallig vind ik gaaien mooie vogels. 

Geen badscènes deze keer, maar dat komt in de toekomst vast nog wel een keer.


Hier was ik onder andere voor gekomen, een buizerd.
Deze plaat is echter van vorig jaar.
Dit jaar vloog er een aantal keren een buizerd voorbij, 
maar een landing op een boomstam waar een prooi achter was verstopt zat er niet in.
Af en toe ging er ook één op de nabij gelegen valkenkast zitten, maar daar bleef het bij.
Jammer maar helaas, ze hadden blijkbaar geen trek, maar andere dingen aan hun kop.

Grote bonte spechten zijn vrijwel altijd trouwe bezoekers bij hutten.
Het valt dan niet mee een originele plaat te maken.
Hier wordt de omgeving scherp in de gaten gehouden.

Dit mannetje zorgde door zijn keuze voor deze boom voor een mooie compositie, vind ik.

Jawel, roodborstjes waren ook weer van de partij.

Dit roodborstje verdiende zijn plaats in dit blog,
 omdat het mij niet vaak lukt om er een met gespreide vleugels vast te leggen.

Een rustmomentje.

 Heggenmussen slaagden erin zich grotendeels in de dekking op te houden,
waardoor het een hele klus was om er fatsoenlijke platen van te maken.

Uiteindelijk was ik hier tevreden mee, al kan het nog een stuk beter.

Tot mijn plezier kwam er een ijsvogel mannetje langs.
Hij bleef een poosje zitten, dook plotseling het water in en verdween razendsnel.

Na ruim een half uur kwam hij nog een keer langs, maar vertrok na enige tijd onverrichter zake. 
Geen prooi.

Een van de hoofddoelen was in ieder geval gerealiseerd.
Het werd rustiger en rustiger, maar ineens was daar een onverwachte bezoeker:

Een zwarte kat was op de geur van de drumsticks afgekomen en besloot daar op zijn gemak van te gaan snoepen.
Toen hij er een vrijwel op had gegeten, ging hij weer verder.

Ik heb begrepen dat dit hier nog niet eerder is gebeurd.
Wie weet of dit een gewoonte gaat worden.

Bij de marterhut heb ik ook wel eens een kat gezien die op een prooi af kwam, 
maar daar werd dat niet als een probleem ervaren.

maandag 30 maart 2026

Maart 2026

Maart heeft mij niet de lentebeelden opgeleverd waarop ik gehoopt had. 
Natuurlijk zorgde de flora er wel voor dat er genoeg tekenen van het naderende voorjaar waren, 
maar ik wilde mij daar dit jaar niet op richten. 
Een tegenvaller de afgelopen wintermaanden was natuurlijk het veel geringere aantal wintergasten dat de AWD bezocht heeft vergeleken met eerdere jaren. 
Andere bezoekers van de AWD die ik sprak hadden dezelfde ervaring. 
Nu is wandelen door de duinen geen straf, maar ik hoopte wel op een aantal interessante momenten. 
Die kwamen er ook.

Bij de overgang van het ene kanaaltje naar het andere was een soort kunstmatig watervalletje ontstaan, 
waar een snoek(!) tegenop probeerde te springen. 
Van een zalm weet ik dat ze dat doen én kunnen, maar de snoek lukte het niet.
Hij kwam tegen de oever aan te liggen.

Hij leek een beetje versuft (of vermoeid).
Hij bleef in ieder geval even liggen. 
Als je goed kijkt zie je dat zijn linkeroog blauwachtig is. 
Misschien is dat oog ontstoken of is de snoek zelfs blind aan dat oog. 
Hij leek mij in ieder geval niet in orde.

Hij slaagde erin het snel stromende water weer te bereiken en kwam daarna in wat rustiger water terecht.
Dit soort beelden heb ik zowel in het echt als op tv van zalmen gezien.

Hier bleef hij een tijdje liggen. 
Ik heb nog een andere vruchteloze poging om tegen het watervalletje op te springen gezien.
 Jammer dat die sprongen zo onverwacht kwamen dat het mij niet gelukt is om er een plaatje van te maken.

Begin maart kwam ik deze pad tegen. 
Hij bewoog in slow motion, misschien was hij pas kort daarvoor uit zijn winterslaap ontwaakt.

Het bleef bij deze ene ontmoeting, maar dat komt natuurlijk ook omdat ik er niet zo vaak op uit ben getrokken.

Toen werd het 15 maart. 
Het rood gearceerde gebied is van 15 maart tot 15 juli tot rust- en broedgebied verklaard, 
een nog groter gebied dan vorig jaar. 
Het is toevallig wel het gebied waar ik graag kom. 
Ik snap wel dat door de hinderlijke gedragingen van bezoekers in de afgelopen jaren (denk aan de gekte rond jonge vosjes) dat maatregelen nodig waren. 
Naar mijn mening is men nu wat doorgeschoten in de beperkingen, 
maar misschien is ook dat na ongewenste ervaringen in 2025 wel noodzakelijk. 
Het neemt voor mij wel een deel van het plezier weg.

Ik laat nu een aantal waarnemingen zien waarbij ik wel besef dat het wat aan de magere kant is.

Grote zilverreigers zijn ook in de AWD steeds vaker te zien, maar ze blijven toch tamelijk schuw.

De eerste witte kwikstaart zag ik dit jaar al op 18 februari. 
Tot nu toe bleven ze zo ver op afstand dat ik er nog geen echt aansprekende platen van heb kunnen maken.

Blauwe reigers zie je altijd wel in de duinen, ze horen bij de stamgasten.
Bij wijze van variatie was deze bezig met een onderhoudsbeurt van het verenpakket.


Van een zonnebad houden ze ook.

Tijdens een wandeling was dit een van de opvallende waarnemingen. 
Een ongebruikelijke manier om zo vrij als een vogel over de duinen te vliegen. 
Een ander bijzonder moment was een bezoeker met een scootmobiel die een lekke band had. 
Zo'n probleem los je niet 1,2,3 op. 
Gelukkig heeft vrijwel iedereen tegenwoordig een mobieltje.  

Tot besluit nog twee vaste bewoners, om te beginnen een kuifeend.

Als laatste een krakeend, die voor de verandering niet direct opvloog.

Vlinders, juffers en hommels waren voor mij in deze maand tekenen dat de lente er aan komt, 
maar dat ik nog even geduld moet hebben.
Zo gauw het mooi, zonnig en wat warmer weer wordt is er ongetwijfeld meer te zien.