zondag 20 september 2026

Amfibieën


DE KIKKER EN DE PRINSES
(Gebroeders Grimm)

Op een dag speelde een verwende prinses met haar gouden bal. Toen de bal in een vijver viel, wilde een kikker die weer bij haar terugbrengen als hij haar vriendje mocht zijn, bij haar aan tafel mocht eten en in haar bed mocht slapen.
De prinses beloofde dat, maar was niet van plan zich daar aan te houden. 
De kikker kwam langs en zij moest hem onder druk van haar vader aan tafel laten eten. Toen de kikker volgens het originele sprookje De Kikkerkoning ook in haar bed wilde slapen werd ze boos en gooide hem tegen een muur. 
Door de schok veranderde de kikker in een prins. Hij was door een boze heks betoverd.

Er was nog geen sprake van een kus.
De kus komt pas bij latere vertalingen zoals in Disney's 
The Prinses and the Frog

De eerste twee platen horen bij een bruine kikker die in onze tuin regelmatig te zien is.
Er leven ook gewone padden, die soms bijna zwart zijn als ze nog moeten opwarmen.

In sprookjes gaat het steeds over kikkers, die er blijkbaar aantrekkelijker uitzien.

In de loop der tijden zijn er veel verschillende versies van het sprookje geweest.
Dat moet dan ook de verklaring zijn van het ontstaan van dit gezegde:
"Je moet eerst een hele hoop kikkers kussen voor je een prins tegenkomt"

Of de hierboven staande meerkikker - een variant van de groene kikker - een mogelijke kandidaat is,
 is niet aan mij om te beoordelen.

Tot mijn verrassing heb ik dit jaar weer boomkikkers gezien, drie piepkleine kikkertjes ter grootte van mijn duimnagel.

Ik heb in het verleden veel betere foto's van deze kleintjes gemaakt, 
maar deze platen zijn het beste van wat mij dit jaar gelukt is.
Ze werkten namelijk niet erg mee.

Hier lukte het al wat beter.

Het is altijd flink zoeken, want ze vallen nauwelijks op.
Bovendien is het dan vaak lastig om bladeren en stengels te vermijden.
Maar ach, ik was al blij dat ik ze gezien had.

Tot slot kom ik nog een keer terug op de Kikkerkoning, al is het nu in de vorm van een pad.
De volgende exemplaren heb ik de afgelopen jaren in onze tuin gezien:



Tot besluit wil ik dit nog meegeven. 

Opgelet bij het kussen van een kikker

Het kussen van een kikker is niet zonder risico. De kans bestaat dat er besmetting met Salmonella en andere bacteriën wordt overgedragen. Buikkrampen en andere darmklachten kunnen het gevolg zijn. 

En wat te denken van pijlgifkikkers? 

Alleen al aanraking met de huid van in het wild levende pijlgifkikkers kan overdracht van gifstoffen tot gevolg hebben, soms met dodelijke afloop.

zondag 30 augustus 2026

Juli en Augustus

In de maanden juli en augustus bleek dat er ondanks de warme, droge zomer toch nog wat plaatsen te vinden waren waar het aantal vlinders mij erg meeviel.
Natuurlijk, op plaatsen waar ik bloeiende planten en de daardoor aangetrokken vlinders verwacht had 
viel het soms enorm tegen. 
Planten waren verdroogd en/of bloemen waren er nauwelijks. 
Onder meer langs een kort daarvoor drooggevallen slootje was de grond echter nog vochtig genoeg om bloemen zoals watermunt een kans te geven. 
Hier zag ik bijvoorbeeld een aantal kleine parelmoervlinders.

Ze waren zelfs druk met elkaar bezig, wat helaas niet resulteerde in een paring toen ik er was.

De bloemen waren in trek bij vlinders en libellen. 
Helaas ook bij muggen en soorten als goudoogdazen, die mij soms flink te pakken namen.

ik heb nog nooit zo veel kleine parelmoervlinders in zo'n relatief klein gebiedje gezien. 

Er waren ook een soort hommels of bijen die ik niet herkende.
Via waarneming.nl kreeg ik de suggestie dat dit een gewone koekoekshommel zou zijn.
De meeste foto's heb ik overigens gemaakt met mijn 400 mm lens.

De volgende lijkt er volgens mij sprekend op, maar nu kreeg ik de suggestie grote koekoekshommel.
Van koekoekshommels had ik nog nooit gehoord, ze zijn dus nieuw voor mij.
Waarom de ene gewoon en de andere groot genoemd wordt is mij nog niet duidelijk.

In de exclosure waar ik al eerder over verteld heb zag ik ook argusvlinders.

Ik heb ze niet alleen op dat terrein gezien, maar het lukte elders slechts een enkele keer om er platen van te maken.
Voor mijn gevoel waren er wel minder dan vorig jaar.

Hoe anders was het met distelvlinders.
In augustus leek het of er een tweede ronde begonnen was, zoveel zag ik er.

Ze waren volgens mij talrijker dan koolwitjes, die meestal de meest voorkomende soort zijn.

Met macro zal deze plaat wellicht meer aanspreken, 
maar deze sabelsprinkhaandoder (waarneming.nl) is er niet van gediend als je dichtbij komt.

Ik vind wel dat hij veel op de grote rupsendoder lijkt.

Juli en augustus zijn de maanden waarin de bruinrode heidelibellen rondvliegen.

Dat geldt ook voor gewone oeverlibellen
Het zijn jagers die niet schromen andere libellen of juffers te grijpen zoals hier te zien is.

Ook al past de naam niet bij de tijd van het jaar,
grote schaatsenrijders voelden zich op rustige stukken water heel erg thuis.
Hoe komen ze toch aan zo'n naam?

Een icarusblauwtje, voor de verandering eens niet van opzij te zien.
Af en toe zag ik ze, maar wel minder talrijk dan in voorafgaande jaren.
Inmiddels is dat geen nieuws meer.

Keizersmantels en de Amsterdamse Waterleidingduinen vormen een goede combinatie, 
zelfs in jaren dat sommige in het verleden aantrekkelijke veldjes dat nu niet meer zijn.

Ik zag ze zo regelmatig dat ik op een gegeven moment niet meer de moeite nam om ze te fotograferen, 
net als met distelvlinders. 

Tot mijn verbazing bleef ik maar kolibrievlinders tegenkomen.
 Ik had al veel aandacht aan deze soort besteed, dus uit alle nieuwe foto's heb ik er nu maar één gekozen.

Ik had al een enkele keer gehakkelde aurelia's gezien, maar pas in augustus lukte het mij om ze vast te leggen.

Aanvankelijk draaiden ze zich steeds zo dat ik er niet de platen van kon maken die ik wilde.

Hoe meer er zijn, hoe groter je kansen worden.
Uiteindelijk kreeg ik wat ik wilde.

Het heeft aardig wat zweetdruppels en insectensteken gekost, maar hier was ik blij mee.

In de nazomer merk je steeds meer van spinnen.
De tijgerspin of wespspin is dan één van mijn favoriete soorten.

Het vrouwtje zie je vaak in haar opvallende kenmerkende web, maar de veel kleinere mannetjes vallen veel minder op.

De vrouwtjes hebben een gezonde eetlust.
Ze snacken ook graag.
Helaas voor de mannetjes moeten zij zich na de paring snel uit de voeten maken
 om niet door hun partner verorberd te worden.

De vrouwtjes houden van libellen.
Is een libel eenmaal in het web beland dan komt de spin er snel naar toe, 
bijt de prooi en pakt deze vervolgens vakkundig in.
Zoals op de bovenstaande foto vaag te zien is kijkt een mannetje daar dan ook begerig naar
 (of ging het om het vrouwtje?).

De spinnen houden ook van variatie, ze verslinden alles wat in hun web komt.
Hier heeft ze een vuurlibel te pakken.

Een prooi die veel groter is dan zijzelf kost haar geen enkele moeite.
Zo kan ze er weer even tegen.

En dan tot slot iets heel anders.

Op een veldje dat er wat triest uitzag met de vele dorre bloemen en planten 
zag een klein gedeelte er toch nog redelijk uit.
Ik ging er even naar toe en verraste een bijzondere bewoner (of passant):

Er kroop een veenmol tussen de planten!
Hier had ik onder de zomerse omstandigheden absoluut niet op gerekend.
Het dier kroop overigens heel snel in de begroeiing weg, 
waardoor ik nauwelijks kans had om er foto's van te maken.
Dit was de beste.

Een veenmol had ik in het verleden twee keer eerder gezien, onder voor mij veel betere omstandigheden.
Deze laatste plaat laat zien wat voor een indrukwekkend dier het is.
Mannetjes kunnen 35-45 mm groot worden, vrouwtjes 45-70 mm

Ze leven grotendeels ondergronds, wat hun naam al enigszins aangeeft.
Een mooie soort om mee te besluiten.