Follow by Email

vrijdag 24 mei 2019

Patagonisch los zand

Een reeks reportages over onze reis door Patagonië moet op een passende manier worden afgesloten.
Daarom nog één keer terugkijken, nog één keer een aantal beelden laten zien waarvan ik denk dat ze een mooie afronding vormen.
Aan een grijskopgans (Chloephaga poliocephala) de eer het spits af te bijten.

Het loont de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.
De lightbox in Google werkt om een voor mij onduidelijke reden helaas nog steeds niet.
Met Firefox of Internet Explorer lukt het wel.

Een Patagonische vos (Pseudalopex griseus) verraste ons.
Hij lag op zijn gemak op een verlaten parkeerplaats en stoorde zich nauwelijks aan onze aanwezigheid.
Het was geen rugzakvos ("Mochilla zorro"), want bedelen deed hij niet.
Later tijdens de reis kwamen we nog twee keer zo'n vos tegen.
Hij ziet er behoorlijk anders uit dan de Nederlandse vossen.
Tijdens een fietstocht zag ik een eenzame jonge Chileense flamingo pootje baden langs de oceaankust.
Daar stap je wel even voor af.
Hagedissen heb ik nauwelijks gezien.
Dit bewijsplaatje maakt duidelijk dat ze wel in Argentinië voorkomen, 
maar een beetje meewerken om fatsoenlijk op de plaat te komen was er niet bij.
Dat was met de Magelhaenganzen (Chloephaga picta) wel anders.
Dit mannetje liet zich in volle glorie bewonderen.
Ook zijn partner mag er zijn.
Ze zien er totaal verschillend uit, maar qua schoonheid doet deze dame niet voor mannetjes onder.
Het was lente en dat was bij deze ganzen te zien.
Er was een nest met zeven pullen, waarvan deze kleine de grootste durfal was.
De natuur is ondoorgrondelijk en zit vol verrassingen.
Deze mannetjes waren stapelgek op elkaar en weken niet van elkaars zijde.
Is dit een ongebruikelijk of toch een meer voorkomend fenomeen?
Chileense flamingo's hebben we vaak maar vooral van een afstand gezien.
Coscorobazwanen (coscoroba coscoroba) zijn de kleinste zwanensoort in Zuid-Amerika.
Eendensoorten zijn er in alle soorten en maten.
Dit is een Zuid-Amerikaanse pijlstaart (Anas georgica) die zoals vele andere soorten nieuw voor mij was.
Hij zwom in de wateren bij Vuurland, in het Beaglekanaal.
Amazonetalingen (Amazonetta brasiliensis) zwommen in de buurt van het nationale park bij Buenos Aires.
Vanaf de wandelboulevard kon je ze enkele meters lager zien zwemmen.
Waar we absoluut niet op gerekend hadden waren schildpadden.
In hetzelfde nationale park was deze schildpad een gat aan het graven alsof zij van plan was eieren te leggen.
Dat gebeurde niet.
Ik heb geen idee hoe deze soort heet.
Of het een ontsnapt exemplaar was of dat deze schildpadden hier in het wild voorkomen is onduidelijk gebleven.
Dat er in Zuid-Amerika cavia's voorkomen is algemeen bekend.
Of dit een exemplaar is dat van nature hier voorkomt of dat het een verwilderde cavia was zal wel een raadsel blijven.
Schuw was hij in ieder geval wel.
In moerassige gedeelten van het nationale park van B-A scharrelden leljacana's (Jacana jacana) rond, 
zonder enig gevaar om ergens weg te zakken. 
Ze zijn erg licht en hebben speciaal voor deze gebieden toegeruste poten.
Een roerdomp in de vlucht vastleggen valt niet mee.
Deze rosse tijgerroerdomp (Tigrisoma lineatum) was druk bezig met nestmateriaal te verzamelen, opnieuw in het nationale park van B-A.
Door goed op te letten  zagen we ook nog beverratten (Myocastor coypus).
Ze horen van origine in Zuid-Amerika thuis.
De waarnemingsplaten moesten wel gecropt worden om ze redelijk duidelijk te kunnen zien.
Ze worden ook wel moerasbever genoemd en dat zegt genoeg over hun leefomgeving.
Tot besluit nog een drietal platen van mooie eenden.
Dit is een zilvertaling (Anas versicolor). 
Ook deze soort zagen we vanaf de wandelboulevard langs het nationale park van B-A, zelfs met een aantal pulletjes.
Zie hier: het vrouwtje peposaka eend (Netta peposaca).
Ik vond dit een hele mooie eend, maar het mannetje spande toch weer de kroon:
Met deze plaat besluit ik mijn vele posts over onze reis naar Patagonië.

Ik wil hierbij iedereen bedanken die mijn berichten hierover heeft bekeken en gelezen, 
in het bijzonder degenen die er ook nog op gereageerd hebben.
Op naar een nieuw buitenlands avontuur.



donderdag 16 mei 2019

Jonge lepelaars

De jonge lepelaars in de kolonie van Haarlemmerliede groeien als kool.
Omdat de bomen inmiddels ook vol blad zitten valt het niet mee om zicht te krijgen op nesten.
Dit nest bood mij de beste mogelijkheden om de opgroeiende jeugd te bekijken.

Het loont de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.
De lightbox in Google werkt om een voor mij onduidelijke reden helaas nog steeds niet.
Met Firefox of Internet Explorer lukt het wel.

Af en toe is een van de ouders mooi vrij zichtbaar.

Zoeken naar een ideale achtergrond is een van de doelstellingen bij het maken van foto's.
Bij deze kolonie is dat onmogelijk.
Je moet het doen met de natuurlijke omgeving en daar horen takken en bladeren onvermijdelijk bij.
Hier een kijkje op een nest dat met wat moeite nog redelijk zichtbaar is.
Als er een volwassen lepelaar bij komt  of als de jongen gaan staan dan zitten bladeren nogal hinderlijk in de weg.

Het lange wachten op voedsel was voor de kleine erg saai. 
Hij gaapte in ieder geval uitgebreid.
Of hij nu blij was dat deze volwassen lepelaar bij het nest opdook betwijfel ik. 
Ik neem aan dat het een van zijn ouders was, maar dat hij op de rug van de kleine klom vond ik op zijn minst vreemd.
Een van de omstanders reageerde door te zeggen dat hij een paring zag!
De pose doet eraan denken, maar zo'n ouder-kind interactie verwacht je bij vogels niet, ik in ieder geval niet.
Op de webcam is overigens te zien dat lepelaarouders lang niet altijd zachtzinnig en liefdevol met hun kinderen omgaan.
Bij het tweede nest had je het beste zicht op jonge lepelaars.
Het is goed te zien dat de jeugd een flinke groeispurt heeft gehad.
Als er geen ouder bij het nest is liggen de jongen voornamelijk rustig in het nest.
Er is dan niets te zien en te beleven.
Ik had het geluk dat een van de ouders op het nest terugkeerde.
Er werd onmiddellijk flink gebedeld om eten.
De beelden zijn trouwens van 30 april.
Deze keer kon ik geen beelden maken van een jonge lepelaar die zijn snavel in de snavel van de volwassen vogel duwde om zo wat vis of iets dergelijks te krijgen.
Het lijkt er hier meer op dat de oudere vogel de jongeren wat wijze levenslessen toefluistert.
Er waren namelijk voortdurend geluidjes te horen.
De jeugd "praatte" nog wat na.
Af en toe haalde de volwassen vogel de snavel even uit de veren wat dan gelijk een aardig plaatje opleverde.
De rust leek terug te keren: 
twee jongen en de volwassen lepelaar hadden voor een momentje rust gekozen, 
het derde jong schreeuwde nog een tijdje.
Had het honger of wilde het alleen maar aandacht?
Het zijn soms net kinderen.
Oefenen met de vleugels hoort natuurlijk ook bij het opgroeien.
Het is dan prettig als je er wat ruimte voor hebt.
Het is zo wel duidelijk dat het niet lang zal duren tot hij sterk genoeg is om werkelijk te gaan vliegen.
Hij was tevreden.
Met een fraaie V (victory) besloot hij de middagsessie.
Gelukkig had hij mij als toeschouwer.