zaterdag 22 oktober 2022

Voor elk wat wils

 

Van alles wat ik in 2021en 2022 heb gezien in de natuur kwam ik nog een aantal platen tegen 
die ik niet op mijn blog heb laten zien. 
Ik heb hiervan een bonte verzameling samengesteld 
die ook wel onder de naam "Los Zand" gepubliceerd had kunnen worden.

Om te beginnen is hier een snorzweefvlieg (Episyrphus balteatus)
die op een bloem van een speerdistel (Cirsium vulgare) naar nectar komt zoeken.

Als je weet waar een kolonie zwarte sterns (Chlidonias niger) voorkomt
 loont het de moeite om daar eens heen te gaan als ze jongen hebben.
In 2021 ben ik daar voor het eerst geweest.
De omstandigheden zaten niet echt mee, het was te bewolkt naar mijn zin.
Anderen - René, Maria - hebben daar mooiere platen gemaakt onder betere omstandigheden.
Desondanks vond ik het een bijzondere belevenis om het voeren van de jongen mee te maken.
Het gaat tenslotte niet uitsluitend om de plaatjes.
De ouders waren er maar druk mee.
Een meevaller was dat de begroeiing van de vlotjes niet te hoog was.
Je moet voortdurend goed geconcentreerd zijn want de voedermomenten kunnen elkaar snel opvolgen.
Als je een bloem zoals dit knoopkruid (Centaurea jaceawilt fotograferen kan je alles op je gemak doen.
Op een warme zomerse dag beviel dat heel goed.
In Venneperhout, een natuurgebied net buiten Nieuw-Vennep, bloeit de wilde cichorei (Cichorium  intybus) net als het knoopkruid en de speerdistel in de zomer zeer uitbundig.
Aardhommels (Bombus terrestris) konden hun hart ophalen aan het ruime aanbod aan bloemen.

Het vervolg gaat over 2022.
In de wintermaanden ga ik meestal een paar keer op zoek naar wisenten (Bison bonasus).
Langs het wisentenpad in het Kraansvlak tussen Bloemendaal aan Zee en Zandvoort heb je soms een kans om ze goed te bekijken.
Maar ook zonder dat je wisenten ziet is het een aantrekkelijke wandeling door een afwisselend duingebied.
De kudde voelt zich daar goed thuis.
Een van de dieren heeft een halsband met zender, waardoor je op de website kunt zien waar ze zijn (als de zender werkt..)
Regelmatig worden er kalveren geboren.
Je mag dan ook van halverwege februari/begin maart tot begin september niet in het gebied komen.
In Haarlemmerliede verschenen de lepelaars dit jaar tamelijk laat op hun nestellocatie.
Bovendien maakten ze nesten die nogal verscholen lagen achter de vele takken.
Ik ben er daarom maar één keer geweest en heb er vrijwel geen foto's gemaakt.
Toen mijn verrassing kwam ik al fietsend op weg naar Venneperhout 
deze wilde kievitsbloem (Fritillaria meleagris) tegen.
Er groeiden er heel wat en het zijn ongetwijfeld gekweekte exemplaren die in borders zijn uitgezet.
Ze zijn daarom niet minder mooi.
Er waren ook volkomen witte exemplaren.
Omdat ik ze nog nooit eerder had gezien laat ik er hier nóg een plaatje van zien.
In mei ben ik met mijn vrouw een week in de omgeving van Nijmegen geweest,
waarbij we een huisje in Pannerden hadden.
In de uiterwaarden liep een kleine kudde koniks (Equus caballlus), waar dit veulentje bij hoorde.
Vanuit de woonkamer zagen we allerlei soorten wild, waaronder een grote groep spreeuwen (Sturnus vulgaris).
De meesten waren jonge vogels, zoals dit exemplaar.
Er zaten bijna iedere morgen hazen (Lepus europaeus) in de tuin.  
In de hoge begroeiing langs de uiterwaarden voelden ze zich thuis. 
Soms zag je er een aantal uit de dekking de uiterwaarden in rennen of boven de planten uit springen.
Op tamelijk korte afstand rijden lag Anholter Schweiz.
We gingen er in het bijzonder voor de lynxen maar dat viel tegen. 
Alleen het mannetje was even te zien tussen de hoge struiken.
Het vrouwtje lag met haar welpen ergens verscholen en liet zich niet zien.
De wolf (Lupus canis) heb ik helaas niet in de vrije natuur gezien, maar in ditzelfde natuurpark.
Hoe vaak zie je een otter (Lutra lutra)?
Ik had er nog nooit een gezien en was dus blij verrast dat er in dit natuurpark enkele waren.
Ze waren maar heel kort te zien en ik was dus dik tevreden dat het mij gelukt was deze plaat te maken.
Ook dit jaar stonden de zwarte sterns op het programma.
De verwachtingen voor deze dag waren goed, maar het pakte toch anders uit.
In 2021 trof ik daar Maria, dit jaar was het de beurt aan René.
Ik ben er slechts één keer geweest, niet voldoende voor de platen die ik in gedachten had.
Desondanks blijft het een boeiend schouwspel.
De timing was hier niet helemaal in orde bij de volwassen vogel, want de kleine stond nog met zijn snavel vol libel. 
Tot besluit een aantal platen uit Overijssel.
Jeneverbessen vind je behoorlijk veel in bepaalde natuurgebieden in Drenthe en Overijssel, 
maar je moet er wel een beetje je best voor doen om ze te vinden.
Deze bijzondere soort verdient ook wel eens wat aandacht.
Heidevelden vind je in meer provincies.
Op een aantal plaatsen zagen we mooie kleurige heidestruiken, maar wat waren er veel geheel verdroogde struiken.
De roestbruine kleur overheerste daar en dat is behoorlijk zorgelijk als het op grote schaal gebeurt.
Bij het najaar horen mistflarden en spinnen.
Hier leek de spar besneeuwd, maar het waren waterdruppeltjes die voor dit effect zorgden.
Er ontstaat op zo'n plek al gauw een mystiek sfeertje.
In de vroege ochtend wandelingen door de natuurgebieden maken leverde regelmatig dit soort beelden op 
als je de webben van de juiste kant bekeek.
Van de andere kant bekeken zag je er vrijwel niets van.
Op zulke momenten is het overduidelijk hoeveel spinnen er voorkomen als je alleen al op de webben let.

Als je een week in de omgeving van de Lemelerberg bent kan je ook eens gaan kijken in een van de 
hutten van Han Bouwmeester.
Dat hebben we dan ook gedaan.
Eén van de vogels die we daar gezien hebben was deze sperwer (Accipiter nisus).
Maar daarover een volgende keer.

zaterdag 8 oktober 2022

Terugblik

Het duurt soms even voordat je een geschikt moment hebt gevonden om een aantal plaatjes te laten zien die al een tijd terug gemaakt zijn.
 Ik ben bijvoorbeeld in februari in een vogelhut in 't Gooi geweest. 
De in mijn ogen mooiste platen die ik daar gemaakt heb zal ik deze keer laten zien.
Om te beginnen is hier een kuifmees (Lophophanes cristatus), die zich geregeld liet bewonderen.
Heel onverwacht was er plotseling een koperwiek (Turdus iliacus) die maar heel kort bleef.
(De foto wat lichter maken maakte hem niet beter)
Een vaste bezoeker hoeft geen hoofdrol te spelen maar wil ik toch niet negeren.
Het gaat hier om een boomklever (Sitta europaea).
Gaaien (Garrulus glandarius) kan je vanuit een vogelobservatiehut veel beter bekijken en fotograferen dan op een willekeurige plaats in bossen of duingebieden.
Deze oppassers in de natuur, die met een kreet waarschuwen als ze iets zien dat hen niet bevalt, zie ik graag.
Als jongen zocht ik tijdens zomervakanties op de Veluwe altijd naar "blauwtjes",
zoals we de kleine blauwe veertjes op de vleugels noemden.
Tot mijn verrassing kwam een grote bonte specht ( Dendrocopos major) aan een feeder hangen om er nootjes uit te halen.
Ik had dit nog nooit eerder gezien.
Toen er een buizerd in het bos schreeuwde en even later overvloog drukte deze specht zich nagenoeg plat tegen een stam.
Het was nieuw voor mij dat spechten zich zo kunnen gedragen bij gevaar.
Een heggenmus (Prunella modularis) voelde zich heel erg op zijn/haar gemak en liet zich uitgebreid bewonderen.
Prunella ging in bad en deed dit met volle overgave.
Op deze plaat kan je het verenpak op een iets andere manier zien.
Na het bad volgde een moment van eens lekker uitschudden en een tijdje opdrogen naast de vijver.
Als je niet tevreden bent doe je het nog een keertje over.
Een glanskop (Poecile palustriswaagde zich niet aan een bad maar had meer belangstelling voor andere zaken.
En nogmaals, van de andere kant bekeken.
Vinken (Fingrilla coelebs) zijn zo algemeen dat ze meestal weinig aandacht krijgen.
Ik maak er graag een keer een uitzondering voor.
Hetzelfde geldt voor koolmezen (Parus major).
Als ze een bad nemen levert het vaak wel een origineel plaatje op.
Ondanks het wat frisse weer hadden ze er geen enkele moeite mee om er uitgebreid de tijd voor te nemen.
Gelukkig voor de vogels hoeven zij zich niet druk te maken om een energiecrisis.
Een wat minder algemene gast was het sijsje (Spinus spinus).
Meestal komen sijsjes in een flinke groep even drinken, maar deze was alleen.
De lichtinval varieerde nogal, wat mij niet slecht uitkwam.
Er was van tijd tot tijd mooi zacht licht waarin de kuifmees goed tot zijn recht kwam.
Een roodborstje (Erithacus rubeculawilde daar niet voor onder doen en nam direct de plaats van de kuifmees in toen deze wegvloog.
Roodborstjes hebben toch al last van territoriaal gedrag en jagen graag andere vogels weg als zij dat nodig vinden.
Toen dat weer een keer gelukt was en het roodborstje weer op een van zijn favoriete plekken was teruggekeerd, 
keek hij mij recht aan, alsof hij wilde zeggen:
 "Heb je hier wat op te zeggen?"

Ik had geen commentaar, maar was wel blij met deze houding.