dinsdag 30 april 2019

Plassen

In dit overzicht wil ik wat beelden laten zien die ik gemaakt heb in Haarlemmerliede, de Poelgeest polders en de Groene Jonker.
Grotendeels zijn het voor mij vertrouwde soorten, die ik hier toch een keer wil laten zien.
De openingsplaat is van een rietzanger (Acrocephalus schoenobaenus) die ik in de Groene Jonker uitbundig zag zingen.
In Haarlemmerliede, vlakbij de lepelaarskolonie, lag een nijlgans (Alopochen aegyptiaca) op haar gemak in een donzig nest. 
Haar partner hield wat verderop de boel in de gaten.
Lepelaars (Platalea leucorodia) zochten iets verderop naar bruikbaar nestmateriaal.
Er was genoeg te vinden.
In de Groene Jonker, waar het waterpeil nogal laag staat, zocht een lepelaar in de modderige bodem naar wat eetbaars.
In de Poelgeest polders was behoorlijk wat activiteit van uiteenlopende soorten, zoals deze bergeend (Tadorna tadorna).
Zijn vrouwtje bleef bij hem in de buurt.
Deze Canadese gans (Branta canadensis) zou ik normaal niet in dit verslag opgenomen hebben.
Ik vond het gedrag echter vreemd, want de hele tijd dat ik er was bleef ze in deze houding langs de oever liggen.
Ik vraag mij nog steeds af wat er aan de hand was.
Dit stelletje brandganzen (Branta leucopsis) had vooral oog voor elkaar.
Genesteld werd er nog niet, de omgeving werd echter goed in de gaten gehouden.
Krakeenden (Mareca strepera) behoren tot de vaste bewoners van de Poelgeest polders.
Ook ooievaars (Ciconia ciconia) laten zich hier vaak zien. 
In deze lelijke boom probeert een ooievaar een vastzittende tak los te trekken.
Daarna als een speer er vandoor.
Wintertalingen (Anas crecca) geven je niet vaak een kans om ze op de plaat te krijgen.
Hier is dat redelijk gelukt, al wil je het altijd beter.
Hier lukte dat echter niet.
Nog meer waarnemingsplaatjes.
Zomertalingen (Anas querquedula) had ik nog nooit gezien, dus hier was ik toch blij mee.
Ik zou ze graag eens in een betere setting willen zien.
Weidevogels zoals grutto's (Limosa limosa) kom je in de Poelgeest polders vaak tegen.
Voor de verandering zocht er een in het water naar voedsel.
Betere posities namen ze niet in, dus hier moest ik het mee doen.
Kieviten (Vanellus vanellus) werkten beter mee, bijvoorbeeld door op een klein eilandje  te foerageren.
Op een plaat als deze komen de prachtige kleuren goed tot hun recht.
In de Haarrijnseplassen verbleef een hele tijd een kuifduiker (Podiceps auritus).
Je moest het geluk hebben dat deze vogel op een goede plek dichtbij de oever opdook.
Maria en René hebben het duidelijk beter getroffen dan ik.
Ik heb hem echter nog nooit zo op de plaat gekregen, dus ontevreden was ik zeker niet.
Tot besluit nog een tweetal plaatjes van een rietzanger.
Blauwborsten bleven veelal in het riet verscholen en de enkele keer dat ze zich lieten zien was het te ver weg naar mijn zin.
Met deze beelden is het wel duidelijk dat je de ene keer voornamelijk waarnemingsplaatjes kan laten zien, terwijl je een andere keer meer verwend wordt. 



dinsdag 23 april 2019

Patagonië - roofvogels





Als je aan Patagonië en  roofvogels denkt, dan schiet je als eerste de Andescondor te binnen.
Maar er zijn nog meer interessante roofvogels, waaronder de hiernaast afgebeelde Chimango caracara (Milvago chimango), meestal kortweg Chimango genoemd.

De kuifcaracara is al eerder voldoende aan bod gekomen, maar ik zal hier een drietal andere interessante soorten  laten zien.

Ik laat de beelden passeren in een min of meer chronologische volgorde.




Dit was de eerste Chimango van de reis.
 Hij had in de top van een boom zijn favoriete stek gevonden.
In het binnenland, waar voldoende gebergte was,  betraden we het terrein van de Andescondor (Vultur gryphus).
In een eerdere post heb ik de eerste ontmoeting met condors laten zien,
en wel van een drietal dat tamelijk dicht langs de weg in het land zat.
In El Chalten is een uitzichtpunt, Mirador de los Condóres (Condor Hill),
waar je een grote kans hebt om deze majestueuze gierensoort te zien. 
Het geluk was opnieuw met ons.
Het licht was weliswaar kei-  en keihard, maar dat mocht de pret niet drukken.
Er cirkelde op een gegeven moment een condor boven ons hoofd die in de richting van een bergrichel vloog.
Het kostte behoorlijk wat moeite om hem daar weer op te sporen.
Toen hij daar een tijdje gezeten had vloog hij weer op en vloog tamelijk dicht over mij heen.
Hij vloog rondjes boven mij en passeerde mij daardoor een paar keer.
Zeer spectaculair en onverwacht dichtbij.
Al met al hebben we tijdens onze reis 10-15 condors gezien, meestal op vrij grote hoogte.
In het riet van het natuurreservaat Laguna Reserva Nimez zagen we deze grijze kiekendief (Circus cinereus).
Hier stond hij in de ideale lanceerhouding.
Het projectiel kwam net niet in beeld.
Even vleugel spreiden om het relaxen te voltooien.
Chimango's troffen we overal  in Patagonië aan.
Deze bijna tamme vogel zagen we in het natuurreservaat aan de rand van Buenos Aires,
  Reserva Ecológica  Costanera Sur. 
Als ze weten dat er rond picknicktafels wat eetbaars te vinden is komen ze daar gretig op af.
Op deze manier krijg je een buitengewone kans om de vogels op de plaat te krijgen zoals je graag wilt.
Aan het eind van een wandeling in Vuurland kreeg ik weer zo'n kans.
Eén van de Chimango's landde vlak voor mij.
Parmantig liep hij voor mij langs zodat ik hem opnieuw prachtig kon vastleggen.
De vogels zijn slim, want zij weten direct waar iets te halen is.
Als er stukjes brood in het gras gegooid worden, zoals door enkele Argentijnen gedaan werd, komen ze direct hun deel ophalen.
De condor is natuurlijk de roofvogel die het meest tot de verbeelding spreekt in deze omgeving,
maar het is tegelijkertijd ook een hele klus om daar aansprekende platen van te maken.
Met deze Chimango was ik meer dan tevreden.
Ik ben deze post met een Chimango begonnen en ik eindig er ook mee.

Beelden van de lente in Nederland heb ik natuurlijk ook, maar voor de afwisseling vond ik dat deze beelden wel een publicatie verdienden.

dinsdag 16 april 2019

Koudbloedig

Je zal maar koudbloedig zijn.
Net als je denkt dat het eindelijk warmer begint te worden en je een opwindend voorjaarsgevoel begint te krijgen daalt de temperatuur weer.
Het is dan behelpen en hopen op betere tijden.
Bruine kikkers (Rana temporaria) heb ik dit voorjaar veel minder gezien dan in andere jaren. 
Bovendien waren ze niet bijster actief (geweest).
De hoeveelheid kikkerdril was namelijk ook beduidend minder dan ik gewend ben.
Dit stelletje bleef onder het wateroppervlak.
Een enkeling, helaas een enkeling en geen stelletje, stak zijn kop een tijdje boven water.
Dat was op zichzelf wel verstandig want er was een blauwe reiger in de buurt.
Ik zag hem twee keer met een kikker in zijn snavel opvliegen.
Hij was nieuwsgierig, maar zoals gezegd was hij een uitzondering.
Van padden heb ik zelfs niets gemerkt, ook geen snoeren eitjes in het water.
Heb ik pech gehad of is dit een zorgelijk teken?
Zandhagedissen (Lacerta agilis) zag ik dit jaar voor het eerst op 8 april.
Ze waren nog erg op hun hoede en hielden zich grotendeels schuil.
Van zo'n vrouwtje hoop ik in de komende weken veel mooiere platen te kunnen maken.
Een mannetje durfde iets meer.
Binnenkort zal hij zijn kenmerkende groene kleur krijgen en begint de strijd om de vrouwtjes.
In ieder geval is hij op tijd wakker.
Zonder veel verwachtingen heb ik op 29 maart - een warme lentedag - even gekeken of er al boomkikkers ontwaakt waren.
Tot mijn verrassing zag ik er twee kleintjes van ca. 1 cm en 1 grotere.
Dit was nog geen beeld dat ik er graag van wilde hebben maar de waarneming maakte veel goed.
Zo vroeg in het jaar had ik nog nooit een boomkikker gezien.
Op 8 april was het een aangename warme dag.
De boomkikkers ( Hyla arborea) waren dat met mij eens: ik zag er vier grote en drie kleintjes.
Plaatjes van boomkikkers in pitrus laat ik deze keer voor wat ze zijn want ze toonden zich deze keer echte boomkikkers.
Deze boomkikker hield ervan steile wanden te beklimmen.
Van een omgevallen boom maakte de kluit een hoek van bijna 90°   met de grond.
Het kikkertje klom er moeiteloos tegenop.
Dat was waarschijnlijk een hele andere ervaring voor hem/haar vergeleken met een pitrusstengel of een boom.
Eenmaal bovengekomen hadden we bijna een face-to-face ontmoeting.
Aan de kluit zat nog een flinke stam.
Hij koos ervoor om daarlangs te lopen naar een aantrekkelijke rustplaats.
Het was een nagenoeg horizontale route voor hem.
En daar zat hij dan, op een stam waar hier en daar korstmos op groeide, lekker in het zonnetje.
Hij zocht het na een tijdje toch hogerop.
Aan de stam zaten enkele flinke takken en daar koos hij er een van.
Zo'n actie was aan mij wel besteed.
Van verschillende kanten heb ik mijn plaatjes gemaakt.
Een klein stukje verder vond hij een rustig plekje in de schaduw.
Daar bleef hij op zijn karakteristieke manier roerloos zitten.
Een minstens even grote verrassing was een tweetal boomkikkers in het water.
Onvermijdelijk was het wel dat de achtergrond erg rommelig werd door de vele dode stengels.
Voor het eerst van mijn leven heb ik een boomkikker zien zwemmen.
Ik mag dik tevreden zijn met deze start van het boomkikkerseizoen.
Het valt tenslotte niet mee om deze kikkertjes zo vrij in beeld te krijgen.