maandag 31 juli 2023

De Groene Jonker

In 2023 ben ik tot nu toe maar twee keer naar de Groene Jonker geweest. 
Wat mij betreft is het gebied minder aantrekkelijk geworden omdat vooral riet er te uitbundig groeit. 
De naam kan beter omgedoopt worden in de Groene Rietvelden.
Het zicht op drassige delen is beduidend minder geworden, 
het riet belemmert het zicht op de ondiepe delen en het open water veel te veel.
Waar ik in het verleden nog wel eens een porseleinhoen, kleinst waterhoen en waterrallen zag is het gebied volledig dichtgegroeid, helaas.
Natuurlijk heeft het gebied voor fotografen nog wel wat te bieden, maar het is voor vogelliefhebbers die met hun telescoopkijker op pad gaan veel interessanter.
Rietzangers zie je vooral in het voorjaar.
Bij mijn eerste bezoek, halverwege april, kwam ik alleen met platen van de rietzanger en blauwborst thuis.
Blauwborsten hebben hier in het verleden ook veel mooiere platen opgeleverd,
maar deze keer bleven ze  (mede door de wind) vooral verscholen in het riet. 
Er was meer te zien, maar te ver voor mooie platen.
Ik had een tijdje niet op waarneming.nl gekeken, maar Maria tipte mij dat er steltkluten in de Groene Jonker waren.
Steltkluten zie ik altijd graag.
Bij een doorkijkje in het riet zag ik er echter nog geen, maar wel een kemphaan in een mooi kleed.
Iets verderop zat tot mijn verrassing een bosruiter, een vogel die ik nog niet vaak gezien had.
De vogel ging foerageren en liet zich even op deze manier bewonderen.
Nog steeds iets te ver weg naar mijn zin, maar om de plaat veel te gaan croppen leek mij niets.
En jawel, gelukkig ook een steltkluut.
Ook al heb ik ze in andere landen al vaak gezien, in Nederland vind ik het toch nog steeds bijzonder.
Verder weg zaten er nog meer, maar op te grote afstand om ze te fotograferen.
Het zijn schitterende, elegante vogels.
Veel dichterbij zaten watervlugge kleine karekieten.
Het was duidelijk waarom ze voortdurend druk bezig waren. 
Er waren ongetwijfeld snaveltjes te vullen.
Zelfs als jonge vogels bijna net zo groot zijn als hun ouders gaat het bedelen door, zoals de jonge lepelaar laat zien.
De jonge vogel sloofde zich flink uit, maar de volwassen vogel liep voortdurend weg.
Lepelaars heb ik al vaak gefotografeerd, vooral bij Haarlemmerliede, maar dit soort scènes zijn altijd leuk om te zien.
Tot slot nog een grote zilverreiger die nog voor een mooie plaat zorgde.

Voor de volgende keer moet ik nog een keus maken uit zwarte sterns en woudapen (wordt vervolgd).

zondag 16 juli 2023

Terugblik op het voorjaar


Het voorjaar had vele gezichten. 
Droge, zonnige dagen werden afgewisseld met regenachtige perioden en af en toe met een (zeer) krachtige wind die onder meer bomen deed ontwortelen.
Het duingebied was kurkdroog. 
Lopend over de open velden hoorde je het knisperen van de verdroogde mossen,
met wat fantasie enigszins vergelijkbaar met het lopen door verse sneeuw.
Qua waarnemingen kon je behoorlijk aan je trekken komen.
Libellen slopen in groten getale uit.
Op zonnige dagen met niet teveel wind waren ze vooral in gebieden met water in de buurt dan ook veel te zien.
De viervlek, waar ik mee begonnen ben, was zoals zo vaak een van de meest voorkomende soorten.
Ik had al eerder een beeld van het legsel van een boomleeuwerik laten zien.
Hier is te zien dat 10 dagen later enkele jonkies uit het ei waren gekomen.
Het lukte zelfs om moeder op haar nest te fotograferen
In dezelfde omgeving kan je altijd een aantal kneutjes zien.
Het mannetje was hierbij niet al te schuw en daardoor goed zichtbaar.
Voor het eerst sinds vele jaren zag en hoorde ik hier weer nachtegalen
Met enige moeite lukte het mij om de vogel op de plaat te krijgen, zij het op respectabele afstand.
Kleine plevieren waren zó druk bezig dat ik vermoedde dat ze ergens aan het nestelen waren. 
Een nest kon ik echter niet vinden.
De boomleeuwerik jeugd was weer een week later flink gegroeid. 
Met zijn vijven was het nest goed gevuld.
Het was wel de laatste keer dat ik ze zag.
Rupsen horen ook bij het voorjaar; hier is een rups van een rietvink te zien. 

Gelet op de naam zou je denken aan een vogel. De naam zou een aardige suggestie voor een quizvraag zijn, samen met bijvoorbeeld distelvink, appelvink en goudvink.

Een witte kwikstaart in duikvlucht. 
Soms heb je een mooie toevalstreffer.
Sint Jacobsvlinders kwam ik dit jaar maar af en toe tegen.
Ik had een vrijkaartje voor een kikkerconcert. 
Ik heb nog nooit zoveel groene kikkers in een poel kabaal horen en zien maken.
Nieuwsgierig zijn ze altijd.
Het kan niet anders of er moet hier overbevolking gaan komen.
De kleine plevier was een week later nog steeds onrustig.
Ik rekende er stiekem op om ook weer eens jonkies te zien.
En jawel, weliswaar met een veilige afstand tussen de piepkleine kleine pleviertjes en mij zag ik er na enige tijd een drietal langs de oever en tussen de grassen lopen.

Met de jonge vogeltjes had ik toch al geluk. 
Niet lang ervoor namelijk had ik op dezelfde morgen ook kleine kievitjes gezien.
Op een eilandje in een flink duinmeertje zag ik vier pulletjes. 
Je moet je een beetje inspannen om hier één kleintje te zien. 
Korte tijd later was er geen eilandje meer en was de plas opgedroogd.
Bij het voorjaar horen zandhagedissen, hier als eerste een mannetje.
Let op de teken.

Een vrouwtje mag natuurlijk niet ontbreken.
Bij het voorjaar horen zoals ik al zei onlosmakelijk ook libellen.
Nogmaals een viervlek.
Een gevlekte witsnuitlibel was een aangename verrassing, hier een mannetje.
Deze libellensoort is zeldzaam in Nederland.
Ook vrouwtjes waren volop te zien.
Bij het onderscheid kan je o.a. op de vlekken op het achterlijf letten.
Met deze soort heb ik vaak wat moeite om de juiste naam te vinden.
 Het is een glassnijder.
Waarneming.nl heeft mij geholpen met de juiste naamgeving: grote keizerlibel.
Glassnijders en keizerlibellen hebben meestal de gewoonte om een omgeving te kiezen om te rusten die fotografen te druk vinden. 
We moeten het ermee doen.
Juni is de maand van de jonge damhertjes

Het lukte dit jaar opnieuw niet om er een te vinden die verscholen in het gras lag.
Ze zijn er duidelijk minder veel dan in het verleden, maar gelukkig ben ik ze wel regelmatig tegengekomen.
Gewoon een mooie plaat van een viervlek.
Deze zuidelijke keizerlibel had bij wijze van variatie een plek gekozen met een rustige achtergrond.
Ik was er blij mee.


Vuurlibellen houden ook van rustplaatsen op de grond, maar deze koos een wat hoger gelegen plek.

Op een junimorgen zag ik talloze heidelibellen, vaak pas korte tijd daarvoor uitgeslopen.
Gewone oeverlibellen waren eveneens ruim vertegenwoordigd, zoals in grote delen van het duingebied. 
Dit is een vrouwtje.
De eerste zuringspanner die ik dit jaar zag was erg aan zijn plaats gehecht.
Een landing op zonnedauw was helaas een slechte keuze.
Van lantaarntjes en watersnuffels weten we dat zonnedauw onweerstaanbaar voor ze is.
Het contact loopt zelden goed voor ze af.
Ook al lijkt ze smekend in de lens te kijken, er was geen redden meer aan.
Haar vleugels plakten al aan elkaar en aan de zonnedauw.

Ik was aanvankelijk van plan om nog wat aandacht aan de vosjes te besteden.
De belangstelling ervoor viel mij wat tegen.
Andere onderwerpen zullen daarom eerder aan bod gaan komen.

zaterdag 1 juli 2023

Ilperveld

 

Op 2 juni heb ik een bezoek gebracht aan een nieuwe observatiehut in het Ilperveld. 
Van René had ik de tip over deze hut gekregen. 
Op zijn blog ( René  ) is te lezen wat hij daar gezien heeft en wat hij erover heeft verteld.

De vogel die op deze dag het best te fotograferen was is de tureluur (Tringa totanus).
De hut ligt op het terrein van de familie Hardebol.
Het bijzondere is dat de hut gebouwd is in een roeiboot.
De roeiboot ligt in een plasje, maar door de droogte was het waterpeil zoveel gezakt dat de boot op het droge was komen te liggen.
Vanuit het toilet - een ongebruikelijke luxe - kon ik deze scholekster (Haematopus ostralegus) fotograferen .
In het plasje was aanvankelijk niet veel bedrijvigheid.
Op afstand waren nijlganzen, fazanten, Canadese ganzen en grutto's te zien.
Enkele bergeenden (Tadorna tadorna) paradeerden door het weiland,
maar kwamen niet dichterbij.
Een paartje tureluurs kwam zoals gezegd regelmatig voedsel zoeken.
Bij de begroeiing achter het weiland werd het ineens onrustig. 
Er streek een blauwe reiger neer, die duidelijk een prooi in zijn snavel had.
Het bleek dat hij buiten ons zicht een klein eendje te pakken had gekregen.
Je weet dat het vaak voorkomt, maar het is natuurlijk geen fijn gezicht.
Het werd nog onrustiger, want niet ver van de reiger landde een buizerd (Buteo buteo).
Je kon verwachten dat er veel consternatie zou zijn, want de weidevogels en ganzen hadden jongen, ook al zag je die niet allemaal.
Het leek dat de buizerd alleen maar rustig alles zat te observeren, 
maar toen hij opvloog bleek ook hij een pulletje te pakken hebben.
Helaas waren de vliegbeelden onscherp.
Grote Canadese ganzen (Branta canadensis) hadden jongen, heel veel jongen.
Er waren meerdere paartjes, 
dus ik overdrijf niet dat het er soms tientallen kleine ganzen te zien waren.
Twee volwassen vogels kwamen even wat drinken bij de plas voor de hut.
Sommige al behoorlijk uit de kluiten gewassen jongen kwamen in de modder bij de plas naar voedsel zoeken.
De kleinste pullen die er liepen bleven wat meer op afstand.
De gansjes waggelden over de modder en zakten er soms zo ver in dat er geen poot meer te zien was.
Ik had gehoopt op meer activiteit in het water,
 maar ik moest voornamelijk tevreden zijn met de tureluurs, waar ik ook geen bezwaar tegen had.
Ik denk dat er minstens twee paartjes geweest zijn.
In ieder geval zorgden ze ervoor dat ik genoeg kansen kreeg om ze te vereeuwigen.
Zonder te croppen kon ik deze plaat maken.
Fotografisch gezien deugt deze plaat niet, want rechts had er veel meer ruimte moeten zijn.
Ik plaats hem toch om te laten zien hoe snel de pullen zich soms verplaatsten.
Ik mocht al blij zijn dat hij niet half op de plaat was gekomen.
Grutto's waren voortdurend te zien, maar bleven voornamelijk op een wat grotere afstand dan ik prettig vond.
Kleine vogeltjes waren er ook, zoals kneutjes en deze witte kwikstaart (Motacilla alba).
Maar zoals ik al eerder schreef trokken de tureluurs de meeste aandacht.
Ik zie ze niet zo erg vaak, dus ik vond het wel prima zo.
Voor de variatie had ik het echter wel prettiger gevonden er als wat meer weidevogels bij het plasje gekomen waren. 
Kieviten, grutto's, scholeksters, ze waren er allemaal maar ze bleven op afstand.

Bij de hut hoorde een toilet, allemaal op dezelfde roeiboot. 
In het toilet bleek een nest van een boerenzwaluw te zijn.
Door een hartvormige opening in de achterwand kon de zwaluw naar binnen vliegen.
Met mijn mobiel kon ik de volgende plaat maken:
Met mijn camera zou dat nooit gelukt zijn.
Met behulp van de stand lifeview op mijn camera kon ik een foto van de zwaluw op het nest maken, waarbij de zwaluw mij niet kon zien.
Een mooi besluit van deze post.