Follow by Email

vrijdag 28 juni 2019

AWD - Juni 2019 deel 1 (vleugelloos)

Juni was een maand waarin het bloedheet kon zijn, maar waarin soms ook enorme buien ontstonden.
Overwegend was het echter erg droog, zoals in de natuur ook duidelijk merkbaar was. 
Het was daarom een kwestie van je momenten kiezen om eropuit te trekken.
Het damhert (Dama dama) bijvoorbeeld trof ik om ca half zeven 's morgens.







Ik stond wel even verbaasd te kijken toen ik enkele stinkzwammen (Phallus impudicus) aantrof.
Het blijkt echter dat ze van mei tot november kunnen opduiken.
Ik dacht dat ze typisch voor het najaar waren.



Vingerhoedskruid (Digitalis purpurea) kwam ik maar af en toe tegen.
Ik kan mij herinneren dat niet zo lang geleden de bloemen op verschillende plaatsen in flinke hoeveelheden voorkwamen.
Juni is damhertkalfjesmaand.
Inmiddels heb ik heel wat ervaring met het zoeken naar de kalfjes.
 Zoals te zien is hebben de kalfjes een geweldige schutkleur. 
 Tussen de bruine bladeren vallen ze nauwelijks op .
Je kan ze - zoals het uiteindelijk bedoeld is - makkelijk over het hoofd zien.
Bij het voorjaar horen natuurlijk jonge dieren.
Konijnen hebben plaatselijk weer voor een behoorlijke aanwas gezorgd.
En wat te denken van kikkers.
Merkwaardig vond ik het dat dit jaar van de paartijd van bruine kikkers en padden weinig te merken was in de AWD, 
maar het aantal kleine kikkertjes in poelen en poeltjes was indrukwekkend.
Waarschijnlijk waren groene kikkers wel actief geweest.
Kikkervisjes, dikkopjes of kwakbollen (zoals ik ze als kleine jongen al noemde) zorgden soms voor donkere klonten in het water.
Bovenstaande kleine moet zijn staart nog verliezen voordat hij als kikker mee gaat tellen.
En wat moet je hier nu van denken?
Zo heb ik nog nooit een hagedis of salamander gezien, uitgedroogd maar toch hangend aan een tak.
En nu ik toch bezig ben gelijk maar een ander bijzonder verschijnsel.
Het is heksenboter (Fuligo septica) dat ook wel "troll butter" of "dog vomit slime" genoemd wordt.
Het is overigens een slijmzwam.
Verandering van spijs doet eten.
Damherten houden zelfs de rietkragen plaatselijk kort.
De mannen krijgen een mooi gekleurde vacht, terwijl hun bastgewei zich ontwikkelt.
Ze keken mij aan alsof ze wilden zeggen
"Heb ik wat van je aan? Bemoei je met je eigen zaken".
Ok, dan aandacht voor paddenstoeltjes.
Ze stonden korte tijd op paardenmest, maar een paar dagen later was er geen spoor meer van te vinden.
Oorzaak?
Anders was het met vuurzwammetjes (Hygrocybe miniata).
Die vind ik jaarlijks.
Meestal besteed ik er dan één keer aandacht aan.
Terwijl ik op zoek was naar kleine pleviertjes en tapuiten viel mijn oog op duinroosjes (Rosa spinosissima).
Soms laat ik mij dan verleiden om er plaatjes van te maken, zeker als de vogels het laten afweten.
De duinroos staat als vrij zeldzaam op de Nederlandse Rode lijst van planten.
Ze groeien alleen op de kalkarme duingronden van West-Europa.
Toen ik een keer moest schuilen voor een enorme, maar vooral onverwachte onweersbui zag ik dit damhertkalfje liggen, kletsnat.
Gelaten liet het diertje zich nat regenen.
Een drogere plek zoeken was duidelijk geen optie.
Toen de bui over was ben ik verder gegaan, het kalfje bleef rustig liggen.
Van de moeder heb ik niets gemerkt.
Toen ik later weer in de buurt van die plek was, bleek het kalfje te zijn verdwenen. 
Ongetwijfeld opgehaald door zijn moeder en naar een warmere, zonnigere plek gebracht om te drogen en op temperatuur te komen.
Ik heb deze maand 7½ dode damhertkalfjes gevonden. 
Ze zijn vermoedelijk bezweken door de soms heftige regenval waardoor ze onderkoeld zijn geraakt.
Vossen ruimen ze dan wel wel op, zoals bij het halve kalfje dat ik vond.
Als ze het slechte weer doorstaan hebben, of als ze gewoon geluk hebben gehad met het moment van de geboorte, dan redden ze het wel.
Het bovenstaande hertje is daarvan een sprekend bewijs.
Als het dan later groot geworden is én het is een mannetje dan zal hij er vast zo uit kunnen zien als dit fraaie hert dat deze post mag besluiten.


vrijdag 21 juni 2019

Kirgistan - Een dag in een yurtkamp

Van oudsher woonden nomaden in Kirgistan en omgeving in tenten, die ze yurt (spreek uit als joert) noemen.
In Mongolië wonen nomaden in vergelijkbare tenten, die ze ger noemen.
Er zijn nog steeds nomaden die met kudden vee rondtrekken, maar het zijn er wel veel minder dan vroeger.
Yurts worden nu ook verhuurd aan toeristen, die kennis willen maken met enkele oude gewoonten.
In bovenstaande yurt hebben we twee nachten geslapen.
Er stond één bed in de yurt, terwijl er nog drie slaapplaatsen waren met matrassen op de grond.
Bij onze aankomst in Son Kul viel het onder meer op dat er een aantal kippen met kuikens rondscharrelde.

Het uitzicht was fenomenaal.
Daarnaast spraken ook de rust en de uitgestrektheid van het gebied ons enorm aan.
Bij een yurtkamp horen ook toiletten. 
Er worden gaten in de grond gegraven, waaromheen een cabine geplaatst wordt, soms één toilet, soms twee.
Wanneer de gaten voldoende gevuld zijn worden ze gedicht met het uitgegraven zand of aarde,
waarna wat verderop een nieuw gat gegraven wordt.
Hier was het linkertoilet niet meer dan een gat in de houten vloer, maar bij het rechtertoilet was zowaar een toiletpot over het gat geplaatst.
Als je daarop plaatsnam en de deur open liet kon je genieten van het mooiste uitzicht  dat je ooit op een toilet kan krijgen.
Na afloop natuurlijk even handen wassen.
Het reservoir werd dagelijks gevuld.








Water koken gebeurde op een bijzondere manier.
In een dubbelwandige pot werd de buitenste ring gevuld met water waarna  het deksel erop werd gedaan.
Daarna deed men  gloeiende houtskool in de binnenste ruimte. 
Nog wat extra hout erbij, pijp erop en wachten tot het water kookt.


In elke yurt stond een kacheltje.
Iedere avond werd de brandstof aangestoken omdat het 's avonds wat fris werd. 
Dit is de brandstof: gedroogde stukken koeienvlaai.
De mest wordt in de omgeving van het kamp verzameld en rechtop te drogen gezet.
Als de plakkaten droog genoeg zijn worden ze opgestapeld en meestal afgedekt.
Gratis brandstof, een schonere omgeving en geen stank.
Yurts staan hier niet het hele jaar door.
's Winters wonen de mensen in huizen in een dorpje, maar in de zomermaanden zetten ze hun yurt op
 omdat ze bijvoorbeeld tenten verhuren aan toeristen (via een plaatselijke toeristenorganisatie).
 Het kan ook zijn dat ze tegen betaling kudden schapen of runderen van verschillende eigenaren hoeden.
Ze nemen dan ook een yurt mee die ze indien nodig verplaatsen naar nieuwe weidegronden.
Het toerisme neemt geleidelijk toe.
Het staat nu nog in de kinderschoenen.
Hoe zal deze omgeving er over 10 jaar uitzien?
Het is interessant om te zien hoe de constructie van een yurt is en op welke manier ze worden opgebouwd.
Alles wat nodig is voor een verblijf van enkele maanden wordt meegesleept (d.w.z. vaak vervoerd per vrachtauto).
Het is een komisch gezicht als je zo'n imitator van Sancho Panza voorbij ziet komen.
Als je er dan nog een ruiter te paard naast ziet dan denk je onwillekeurig aan Don Quichotte.
In dit soort omgeving past het helemaal dat je een groepje koeien rustig naar het meer ziet sjokken om hun dorst te lessen.
Jawel, een actiefoto.
Er gebeurde van alles, hoewel dat hier niet te zien is.
Om dit knaagdiertje ging het.
Het leeft ondergronds en werpt van tijd tot tijd aarde boven de grond als het nieuwe gangen graaft.
Ze maken zo een soort molshopen.
Ze zijn razendsnel waardoor het lastig was scherpe platen te maken.
Soms nam het beestje even een korte pauze.
Via Naturalis weet ik hoe ze heten: Alai mole vole (Ellobius alaicus).
Een Nederlandse naam is er (nog) niet.
Het is in ieder geval een bijzondere waarneming.
Paarden lopen vrij rond, soms begeleid door een hond.
Hoewel hun voorpoten vaak bij elkaar gebonden zijn - om te voorkomen dat ze te ver weglopen - blijken ze toch verrassend snel te kunnen lopen.
Ze waren hier aan het spelen.
Ze stoorden zich totaal niet aan de hond.
Steigeren deden ze graag en veel.
Een bijzondere plaat om mee te eindigen.
De witbalans stond niet op de bedoelde stand, waardoor wat ongebruikelijke kleuren ontstonden.
Het heeft wel wat, hoewel niet iedereen het mooi zal vinden denk ik.
Het water was toen spiegelglad, het leek wel of er ijs lag.
De koude tinten passen daar wat mij betreft wel bij.

vrijdag 14 juni 2019

Berkutchi en Kok Boru

Berkutchi en Kok Boru, Kirgizisch voor Arendjager en "Dode geit polo".
Als kennismaking met Kirgistan geef ik hier direct een confrontatie met de folklore van deze voormalige Sovjet republiek,
gelegen in Centraal Azië. 
Een 15-daagse rondreis door dit nog nauwelijks door toeristen ontdekte land was een regelrechte belevenis.

In deze post laat ik wat beelden zien van eeuwenoude gewoontes in dit vlakbij China gelegen land.

Het loont de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.
De lightbox in Google werkt om een voor mij onduidelijke reden helaas nog steeds niet.
Met Firefox of Internet Explorer lukt het wel.




Arendjagers trainen van oudsher steenarenden  (Golden Eagle, Aquila Chrysaetos) voor de jacht. Een jager moet zelf een steenarend vangen of een jong uit een nest zien te bemachtigen. Dat is een levensgevaarlijke klus waarbij al de nodige slachtoffers gevallen zijn. Een steenarend kan mensen namelijk zodanig verwonden dat ze erdoor dood gaan. 
De arendjager is  de enige die contact met de vogel heeft, hem traint, voert en verzorgt. Na een jaar of 3-4 is de vogel er klaar voor om in de winterperiode - van eind oktober tot eind februari - mee op jacht te gaan om hazen, vossen, wolven en lynxen te vangen. Ze zorgen dan voor voedsel en bont. In de zomermaanden moet de jager zeker 3 uur per dag aan de vogel besteden om een goede band op te bouwen en de vogel te trainen.


De arendjager sprak tijdens de demonstratie geen woord.
Zijn vader legde in vloeiend Kirgizisch uit op welke manier de arendjager te werk gaat.
Gelukkig hadden wij een Kirgizische gids die zijn verhaal in het Engels vertaalde.
Het beroep van arendjager wordt overigens van vader op zoon doorgegeven.
De vogel heeft het grootste deel van de tijd een kap over de ogen, waardoor hij rustig blijft.
Hier lijkt hij zijn begeleider wat duidelijk te maken.





We kregen een demonstratie van de training.
Er werd een vossenvacht aan een lijn bevestigd en een eind verderop neergelegd.
Op het moment dat de tweede man aan het touw gaat trekken, haalt de arendjager de kap van de ogen van de arend en laat hem gaan.


Steenarenden hebben een lengte van 80-93 cm, een spanwijdte van 190-225 cm en een gewicht van 3-6 kg.
De jager moet dus een krachtige arm hebben om de steenarend te dragen.
Op weg naar de berghelling waar de vogel wordt losgelaten.
Op de helling haalt de jager de kap weg en de arend gaat in de aanval op de bewegende prooi.
Hebbes. Er bovenop.
De arend houdt de prooi natuurlijk goed vast maar doet er verder niets mee en wacht op de jager.
Hij slaakte een triomfkreet.
En nog een keer.
Hij kreeg de kap weer op zijn kop nadat hij eerst stukjes vlees had gekregen als beloning.
De heren maakten zich klaar voor een tweede ronde.
Opnieuw een geslaagde aanval, zoals ook wel te verwachten was.
Het was niet mínder indrukwekkend hoe de arend toesloeg.
De jager haalde hem van de "prooi" af en ........
 ..... gaf de arend zijn beloning.
Voor het levensonderhoud zijn de arenden niet meer zo belangrijk als in het verleden, maar men wil wel de traditie in stand houden.
Hoe indrukwekkend is deze vogel!
Een prachtige vogel met een krachtige snavel.
Tegen zo'n snavel en de grote klauwen maken weinig  prooidieren een kans.
Uit respect krijgt de steenarend na 20 jaar  zijn vrijheid weer terug.
Dat is wel wennen voor zowel de vogel als de jager.
In het wild worden steenarenden ca. 25 jaar oud.


KOK BORU
Op dezelfde middag kregen wij een korte demonstratie van Kok Boru, "dode-geit-polo".
Dit is een populaire sport - de belangrijkste zelfs - die in Kirgistan en omringende landen veel beoefend wordt.
Er worden zelfs World Nomad Games georganiseerd, waarbij Kok Boru een vast onderdeel is.
Kirgistan is in 2016 en 2018 de winnaar geworden.
Voor demonstraties zoals wij die gehad hebben gebruikt men geen dode geit maar een soort zak,
 die ongeveer hetzelfde gewicht zal hebben als de dode geit.
Bij officiële wedstrijden begint men met een officieel ritueel, inclusief gebed, waarna de kop van de geit van de romp gescheiden wordt. 
Daarna wordt de wond dichtgenaaid en is de geit klaar voor de wedstrijd.
De geit moet in een soort rond doel, de kazan, gedeponeerd worden.
Iedere partij heeft een eigen doel.
Een kazan is meestal omhuld met autobanden, alleen niet op deze plaats.
De teams moeten proberen de dode geit in het doel van de tegenstander te gooien.
Er is meestal geen vast aantal deelnemers, en hoewel de speelduur meestal 3x20 minuten is, wordt hier ook wel van afgeweken.
Het kan er ruig aan toe gaan.
Er vallen nogal eens gewonden, zowel bij de mensen als bij de paarden.
Het winnende team krijgt de geit.
De geit wordt klaargemaakt en door het winnende team (en eventuele genodigden) opgegeten.
Men beschouwt het als een eer om hieraan deel te mogen nemen.
Voor uitgebreide informatie over deze nationale sport is dit een aantrekkelijke link:
Degene die de geit (of de dummy) te pakken heeft zal behoorlijk wat moeite hebben om de geit in het doel van de tegenstander te krijgen.
Met één hand vast houden is bijna niet te doen, maar de geit op schoot of onder een been geklemd op de rug van het paard zal beter gaan.
Enkele veteranen waren bereid om ons een indruk van de sport te geven. 
De spelers zijn meestal veel jonger, terwijl ouderen als scheidsrechter gaan optreden.
Zijn hoofddeksel is gedecoreerd met yurts, de traditionele tenten.
Er werd ons een indruk gegeven die wij niet snel zullen vergeten.
Deze oude strijder draagt een hoofddeksel dat veel Kirgizische mannen nog dragen, zeker buiten de steden.