maandag 25 juni 2018

Fragiele vleugels

Juni bood net als mei volop kansen om libellen en juffers te zien en te fotograferen.
Ieder jaar vind ik het weer een uitdaging om te proberen een vliegende libel scherp vast te leggen.
Van alle pogingen was er precies één geslaagd, maar dat was voor mij ook direct een voltreffer.
Ongetwijfeld een toevalstreffer, maar daarom niet minder welkom.

De lightbox blijkt bij mij in Google nog steeds niet te werken, waardoor het lastig wordt om vergrotingen te bekijken.
Wanneer je Firefox download en mijn blog daarin opent zijn de problemen voorbij.

Op een vroege junimorgen ging ik op zoek naar damhertkalfjes.
Die vond ik toen nog niet maar mijn oog viel wel op deze grote roodoogjuffer (Erythromma najas), nog geheel bedekt met dauwdruppeltjes.
Ik had deze soort nog nooit eerder gezien.
Een betere opname is mij niet gelukt omdat scherpstellen zo nu en dan moeite kostte.
Later werden de kuren van mijn macrolens nog hinderlijker en bleek hij rijp te zijn voor reparatie.
Met een telelens lukte het ook wel om het uitsluipen te volgen (zie hieronder), maar je moet dan wel rekening houden met de minimale afstand die er moet zijn tussen onderwerp en lens.
Er komt dan al gauw iets in beeld wat je niet wilt.
Alles bleek echter oplosbaar.
Vlakbij de grote roodoogjuffer waren de nodige libellen bezig om hun larvenstadium achter zich te laten. 
Er waren er zeker een stuk of tien druk bezig.
Helaas was ik net te laat om het prilste stadium goed vast te leggen.
Dat uitsluipen ging voor mijn gevoel behoorlijk vlot, want de libel was binnen korte tijd vrijwel geheel tevoorschijn gekomen.
Ik kreeg genoeg kansen om alles van verschillende kanten te bekijken.
Het was wel makkelijk dat er meerdere uitsluipers te zien waren want dan kan je kiezen welk stadium te wilt fotograferen. 
Bovendien kan je ook op je gemak de compositie kiezen die je wilt.
Langzaam maar zeker werd het wat lichter, hoewel het terrein grotendeels in de schaduw bleef.
Zo'n tegenlichtbeeld ademt toch een heel andere sfeer.
De vleugels ontvouwden zich steeds meer door de vloeistof die in de vleugels gepompt werd.
Vanaf dit moment moest ik overschakelen van macrolens op telelens.
Het blijft iedere keer toch weer een bijzonder gezicht om te zien hoe klein de larve is vergeleken met de libel die eruit komt.
De libellen kropen ook wat hoger in de stengels, los van het overgebleven omhulsel van de larve.
Het laatste stadium kwam in zicht, de vleugels werden geheel gespreid.
Wat zien ze er broos en kwetsbaar uit in dit stadium.
Even proefdraaien om te testen of het al mogelijk was om de eerste vlucht te maken.
Hij moest nog even geduld hebben.
Het leverde wel een verrassend beeld op.
Het wekte de indruk dat zijn propellers snel ronddraaiden.
De schijn bedriegt hier, het leek wel of de larve de libel niet los wilde laten.
Duidelijk is wel dat de eerste vlucht nabij was.
Direct na dit beeld was de libel gevlogen.
Hoe anders was mijn ontmoeting met enkele vrouwtjes van de grote keizerlibel.
Ik kwam langs een poeltje dat blijkbaar aantrekkelijk was voor enkele van deze libellen om hun eitjes te leggen.
Het blauwe deel van haar staart verdween uiteindelijk helemaal onder water.
Een stuk hout in het water bleek een favoriete landingsplaats te zijn.
Als je eenmaal weet waar ze graag gaan zitten dan is het een kwestie van afwachten.
Spannender dan dit werd het niet.

De volgende keer aandacht voor drie bijzondere gevleugelde bewoners van de AWD, waaronder :

dinsdag 19 juni 2018

Polders Poelgeest juni 2018

4 Juni werd voor mij een bijzondere dag, zoals bovenstaand beeld al enigszins aangeeft.
Zoals wel vaker begon het heel onverwacht, deze keer met veel geplons  en gespetter.

De lightbox blijkt bij mij in Google nog steeds niet te werken, waardoor het lastig wordt om vergrotingen te bekijken.
Wanneer je Firefox download en mijn blog daarin opent zijn de problemen voorbij.

Terwijl ik op mijn gemak naar de eerste plas liep hoorde ik achter het riet op meerdere plaatsen geplons  en gespartel alsof er een flink gevecht gaande was.
Het deed mij denken aan wat ik een paar jaar geleden daar ook had gezien: het paaien van karpers.
Dat was het nu ook.
In een flits zag ik een karper even boven water.
Het was een flinke opgave om er acceptabele beelden van te maken, want alles ging niet alleen snel maar de acties vonden vaak op een moeilijk te voorspellen plek bij de oever plaats.
Iedere karpervrouw mocht zich "verheugen" in de belangstelling van een aantal opdringerige mannen.
Uiteindelijk lukte het meestal één man wel om haar te verleiden om naar het riet te zwemmen,
waarbij hij achtervolgd en afgeleid werd door de concurrentie.
Of het uiteindelijk opleverde wat hij wilde was in het gespetter niet te zien.
Zoals door het opspattende water wel duidelijk wordt is dat de uiteindelijk sterkste man het niet cadeau kreeg.
Het blijft een bijzonder schouwspel om op een groot aantal plaatsen langs het riet,
maar ook in het midden van de plas de karpers bezig te zien.
Bizar was het wel om later in de naburige plas een zestal dode karpers en twee dode snoeken langs de kant te zien liggen.
Het is gissen naar een verklaring.
De zwanen die in het midden van de plas landden waren absoluut niet bezig met voortplanting (geweest).
Onder begeleiding van de ouders scharrelden een aantal kuikens van waterhoentjes voedsel zoekend over de vrijwel droog gevallen modderige bodem.
Een van zijn ouders vloog met veel kabaal op een ander waterhoentje af en ging dit onvervaard te lijf.
Er bleken twee stelletjes waterhoen te zijn, die hun territorium blijkbaar met volle inzet wilden afbakenen.
Het ging er knap heftig aan toe.
Het visdiefje leek alles vanuit de lucht eens rustig te bekijken.
Het ging hem uiteraard om visjes, maar ik heb niet gezien dat er iets gevangen werd.
Hij ging het na een tijdje vruchteloos in de lucht hangen ergens anders proberen.

Aan de beelden is goed te zien dat zon en bewolking elkaar nogal eens afwisselden.

Je moet even goed kijken met welke dieren je hier te maken hebt.
Uiteraard is het wel te zien, maar zo zie je het niet zo vaak.
Zo (her)kennen we ze beter.
Ze huppelden wat over het pad en door de begroeiing zonder heel erg schuw te zijn.
Ze letten wel heel goed op, want op een gegeven moment vonden ze het toch te druk worden en verdwenen in de begroeiing waar ze niet meer te volgen waren.
Een blauwe reiger zie je in dit gebied vaak.
Geen wonder, er is genoeg voedsel te vinden.
Hij besloot naar de overkant te vliegen, waar de dode karpers lagen.
De karpers negeerde hij volledig.
Als je ziet aankomen dat hij gaat opvliegen probeer je daar natuurlijk op in te spelen in de hoop er een of meerdere mooie platen aan over te houden.
Hier was ik zeer tevreden mee.
Rustig vloog hij naar de overkant onder het slaken van zijn bekende kreet.
Hij werd daar niet veel later aangevallen door twee meerkoeten, die daar waarschijnlijk jonkies hadden.
Het was een grappig gezicht om die kwade meerkoeten tegen de poten van de reiger op te zien springen.
De reiger blies wel de aftocht.
Zo kom ik bij de hoofdpersoon, de boerenzwaluw,  die dit verslag gaat afronden.
Een paar keer zaten boerenzwaluwen op de grond, maar de meeste keren hadden ze een geschikt boompje uitgekozen.
Gelukkig waren de zwaluwen niet al te schuw maar redelijk benaderbaar.
Ik kon zo zoeken naar een passende achtergrond.
Ook al vlogen ze weg als ik te dichtbij kwam (of om welke reden dan ook), ze keerden steeds op hetzelfde boompje terug.
Er was nog een andere favoriete boomtak.
Ik hoorde van een vogelaar dat er vlakbij een nest was.
De snavel werd op gezette tijden eens flink open getrokken.
Het leek net of hij op goedkeuring en applaus wachtte.
Hij lette vanzelfsprekend wel op en hield mij goed in de gaten.
Heel langzaam probeerde ik wat dichterbij te komen.
Dat lukte heel behoorlijk.
Als ze hun snavel openen krijg je een goede indruk van de opening die zichtbaar wordt.
Wat een imposante opening!
Daar kunnen ze heel wat muggen mee verschalken.
Hopelijk doen ze goed hun best want de komende tijd schijnt er een "muggengolf" aan te komen die voor ons niet veel goeds voorspelt.
Hiermee komt een eind aan dit verslag.
De boerenzwaluw is ruim bedeeld, mede door het geluk om goed passende achtergronden te vinden.

Er was nog veel meer te zien zoals o.a. blauwborsten, bergeenden met een groot aantal pullen, nijlganzen en grauwe ganzen met kroost.
Er zijn dagen dat ik minder rijk bedeeld werd.

De volgende keer komen "vleugels" aan bod.

dinsdag 12 juni 2018

AWD - mei 2018 deel 2


In mei zorgen vooral libellen ervoor dat je talloze mogelijkheden krijgt om ze te vereeuwigen.
Ze zijn echter heel  goed in het kiezen van een voor een fotograaf  onaantrekkelijke achtergrond.
Ik heb geprobeerd extra aandacht aan die achtergronden te besteden.
Een viervlek mag deze serie beginnen, later volgen er meer.
Eind mei zat deze meikever op een wandelpad, nagenoeg onbeweeglijk.
In zijn directe omgeving lag een aantal dode soortgenoten.
De maand was bijna voorbij;  het leven van deze kever liep ongetwijfeld ook op zijn eind.
Hij heet niet voor niets meikever.
Door zo'n plek te kiezen liepen ze ook nog gevaar onder een schoenzool geplet te worden.
Vlinders, zoals dit icarusblauwtje, zag ik in de maand mei betrekkelijk weinig.
In een publicatie van Jaarrond Tuintelling las ik dat vlinders een junidip doormaken.
De junidip schijnt door het mooie weer enkele weken naar voren te zijn geschoven, waardoor de naam "meidip" beter op zijn plaats was geweest.
De voorjaarsvlinders hebben voor nageslacht gezorgd, waarna ze na enige tijd zijn gestorven.
De rupsen doen hun best zich kogelrond te eten en gaan zich daarna verpoppen.
Daarna is het wachten op de zomervlinders.
De argusvlinder was de enige van zijn soort die ik tegenkwam.
Dit duo kleine parelmoervlinders was nog druk bezig zich in te spannen om voor nageslacht  te zorgen.
Ze kozen hiervoor uitsluitend de zanderige grond op.
Deze gast was voor mij een onbekende.
Het blijkt een zwartkopvuurkever (Pyrochroa  coccinea) te zijn.
Hij klom op een lange grasspriet, maar die plek was niet aantrekkelijk voor een mooie plaat.
Ik heb de grasspriet voorzichtig geplukt en hem op een liggende boomstam gelegd.
De kever vond dat prima en bleef rustig op de grasspriet zitten.
Hier loopt  de kever als een volleerde koorddanser over de grasspriet.
Hij ging vervolgens nieuwsgierig op onderzoek uit.
Toen hij genoeg gezien had koos hij het luchtruim.
Wellicht niet 100% scherp, maar wel een mooie waarneming.
Als je dit ziet weet je dat je te laat bent.
De bijbehorende libel was al uitgeslopen en vloog waarschijnlijk in de buurt rond.
(In juni was ik wel op tijd en heb ik het uitsluipen van viervlekken goed kunnen volgen).
Het was druk met parende juffers.
Hier één van de vele momenten, allemaal iets verder van mij weg dan ik graag wilde.
Gewone oeverlibellen ( Orthetrum cancellatum) waren ruimschoots aanwezig.
Hier nog een keer.
Een libel die ik nog niet zo vaak had gezien is de gevlekte witsnuitlibel (Leucorrhinia pectoralis).
Tussen alle viervlekken viel hij wel op.
Een familielid is de Noordse witsnuitlibel (Leucorrhinia rubicunda).
Op de vorige plaat was zijn witte snuit niet zichtbaar, maar op deze manier wel.
Met beide witsnuitlibellen, die ik in bescheiden aantallen zag, was ik heel tevreden.
Met een aantal platen van een viervlek (Libellula quadrimaculata) sluit ik deze serie af.
Zoals gezegd heb ik extra aandacht aan de achtergrond besteed.
Daarnaast heb ik gezocht naar plaatjes die wat minder standaard zijn.
De viervlekken zaten vaak iets verder bij mij vandaan dan ik wilde.
Desondanks had ik geen zin om de platen sterk te croppen.
Een aantal soorten die je in het duingebied regelmatig ziet rondvliegen ontbreekt hier.
Het spreekt voor zich dat die een doel worden in de komende maanden.