Follow by Email

zondag 22 april 2018

Getsewoud

In het voorjaar ga ik jaarlijks in de waterrijke parken in de buurt op zoek naar bijzondere momenten die bij deze tijd van het jaar horen,
als het even kan van baltsende futen en knobbelzwanen.
Knobbelzwanen waren er niet, futen waren niet overmatig actief.

Het begin van een paring was er wel, maar het mannetje was zo'n slome duikelaar dat het vrouwtje het opgaf en weer van het nest af ging. 
Zij gaf hem drie keer de kans, maar het kwam er niet van.
Aalscholvers doen het goed in dit waterrijke gebied.
Als ze op de kant zitten letten ze altijd goed op
Ze laten er bovendien vaak hun verenpak drogen.
Op zo'n moment hoop ik altijd, net of hij op een wit stokje steunt.
Ik zei het al, ze zijn voortdurend op hun hoede. 
Het lijkt wel of ze vooral bang zijn dat ze van achteren verrast worden.
Een paal midden in een plas is natuurlijk ideaal, al zit hij volgens mij niet erg comfortabel.
Meeuwen vertonen zich steeds vaker in woonwijken.
Kleine mantelmeeuwen zijn niet de meest voorkomende soort, maar het aantal lijkt toe te nemen.
Spreeuwen waren er altijd al.
Deze was samen met een partner zowel aan het eten als nestmateriaal aan het zoeken.
Maar hier ging het vooral om.
Aanvankelijk was het vrouwtje erbij en bekeek geïnteresseerd hoe het mannetje zich uitsloofde om haar te imponeren.
Het maakte geen grote indruk op haar, want ze keerde hem haar rug toe en dook onder.
Ze kwam niet meer bij hem terug.
Het leek dat hij er toen een generale repetitie van ging maken, want hij maakte (een deel van)  zijn show af terwijl er nergens een vrouwtje te bekennen was.
Nog even een presentatie voor de toeschouwer.
Tot mijn verbazing vervolgde hij een stuk verderop zijn show.
In geen velden of wegen was een partner te bekennen.
Hij genoot er blijkbaar zelf met volle teugen van.
Wellicht laat ik hier wat te veel beelden zien, maar ik vond het zelf onderhoudend genoeg om de platen te laten zien.
Bijna aan het eind van zijn optreden aangekomen liet hij zich een flink stuk in het water zakken.
Als een feniks rees hij daarna op uit het water en spreidde zijn vleugels.
Nog een buiging tot besluit voor wie het volgehouden had om zijn uitvoering te bekijken.
Toen ik een bruggetje over fietste zag ik een flink gespartel in het water.
In totaal bleken er zeker 20 karpers te zijn, waarvan een deel zich verdrong bij een kapotte rode buis.
Waarom?
Voor mij een raadsel.
Er zaten flinke exemplaren tussen.
Voor de paring is het nog veel te vroeg.
Het is wel duidelijk waarom aalscholvers graag in dit gebied komen, al zullen ze de grotere vissen toch niet aan kunnen denk ik.
Na nog een laatste beeld kon ik tevreden verder gaan, dacht ik.
Bij het op mijn fiets stappen ging het mis, waardoor ik mij nu alleen op krukken kan verplaatsen.







zondag 15 april 2018

Geelgroen

Behalve appel- en goudvinken was er nog veel meer moois te zien vanuit de vogelhut in Vledder. 
Het terrein voor de hut werd druk bezocht, het was dan ook een mooie grotendeels zonnige dag.

Om te beginnen waren er veel sijsjes (Spinus spinus), die weliswaar niet voortdurend aanwezig waren, 
maar af en toe met een flinke groep even langs kwamen.
Gelukkig gingen ze vaak op een gunstige plek zitten, waarbij ik ook rustige achtergronden had.
Ze scharrelden pal voor de hut op de grond of pauzeerden op de aan  de zijkant liggende stukken boomstam.
Zo mooi als hier had ik ze nog niet eerder gezien.
Meestal zaten ze in bomen, wat te ver weg naar mijn zin.
Het voedsel waar ze door gelokt werden was keurig verborgen, volledig uit het zicht.
De tweede soort bezoekers bleef behoorlijk in stijl met een min of meer vergelijkbare kleur, 
zij het wat minder fel gekleurd en met meer groen.
Ze heten niet voor niets groenlingen Chloris chloris).
Aan de onderzijde had de vogel wat meer ruimte moeten krijgen maar ik vind de plaat toch mooi genoeg om hem hier te laten zien.
Groenlingen zijn wat steviger gebouwd dan vinken.
Ook hun snavel is een maatje forser.
De kleur van de vrouwtjes is minder fel dan van de mannetjes.
Bij de vrouwtjes is het helder groen grotendeel vervangen door grijsgroen.
In de schaduw of als er bewolking is zijn de kleuren uiteraard minder fel maar dat mocht de pret niet drukken.
Als je wilt opvallen moet je iets kleurigs aantrekken dat flink contrasteert met de gangbare kleuren.
Roodborsten (Erithacus rubicula) zorgen  er wel voor dat iedereen ze opmerkt.
Ze houden graag het overzicht en hebben veel pit in hun lijf .
Ze gaan direct op een concurrent af als deze zo brutaal is zich op hun terrein te begeven.
Het kan natuurlijk ook zo zijn dat zij de "beheerder" willen uitdagen en verjagen.
Er waren zeker zes heetgebakerde roodborstjes die elkaar in de veren vlogen.
Als ze de concurrentie verjaagd hebben, rusten ze graag op hun lauweren.
Wel opvallend in het zicht, dat wel, om eventuele uitdagers te ontmoedigen. 
Ook roodborsten moeten wel eens in bad, meestal doen ze dat graag.
Deze beperkte zich tot drinken.
Van al die drukte en inspanningen krijg je wel dorst.
Tijd voor een cooling down.
Geel en groen overheersen in deze post.
Geelgorzen (Emberiza citrinella) kwamen hun steentje bijdragen.
Vrouwtjes zijn zoals in de natuur nogal gebruikelijk is  minder opvallend en minder geel gekleurd.
Ze bleven deze dag wat meer op afstand.
Hij was wat aarzelend: in bad, drinken, in bad, drinken, ......... of toch maar beiden?
Echt een bedachtzaam type.
Met zo'n positie kon het nog alle kanten op, maar hij nam tijd voor zijn keuze.
Hij koos er uiteindelijk voor om toch even vlug in bad te gaan.
Hoe? Dat staat alleen op mijn netvlies.
Lang geleden heb ik geelgorzen vaak gezien op de Veluwe en enkele jaren terug voor het eerst sinds lange tijd opnieuw tijdens een vakantie in Drenthe.
Dit was een hernieuwde kennismaking, waarbij ik de gorzen uitgebreid heb kunnen bekijken.

Door een ongelukkige en vooral onhandige valpartij loop ik momenteel op krukken.
Gelukkig geen breuk, maar wel een zeer gevoelige heup.
Dat wordt dus anders van het voorjaar genieten dan ik mij had voorgesteld.

Het goede nieuws is dat door gebruik van Mozilla Firefox de lightbox weer functioneert.

zondag 8 april 2018

AWD - maart 2018

Maart is meestal een overgangsmaand. 
Wintergasten houden het voor gezien, zomergasten komen aarzelend weer naar onze streken terug.
Ook al ben ik deze maand maar een paar keer de AWD ingetrokken, de oogst aan bijzondere momenten viel mij alleszins mee.

Zoals bekend zijn de platen in de vergroting een stuk mooier (even op de foto klikken).
Begin maart was het nog winters, hier en daar lag ijs.
Sommige futen (Podiceps cristatus) hadden al hun zomerse verenpak, deze fuut hechtte nog aan zijn winterkleding.
Brilduikers (Bucephala clangulazag ik zowel aan het begin als aan het eind van de maand.
Deze dame had nog geen lentekriebels, maar aan het eind van de maand begonnen de hormonen bij de mannetjes flink op te spelen zoals aan hun baltsgedrag goed te zien was.
De laatste grote zaagbekken (Mergus merganser) zag ik begin maart.
De afgelopen wintermaanden heb ik er beduidend minder gezien dan de jaren ervoor.
Nonnetjes (Mergellus albellusbleven gewoontegetrouw op een veel te grote afstand naar mijn zin, 
ook toen ik mij een tijd verdekt had opgesteld langs de oever.
Eén keer zat het mee, en kon ik er voor mijn doen behoorlijk dichtbij komen. 
In een gedeelte van het kanaal dat niet was dichtgevroren kreeg ik zowaar een kansje, als was het maar voor even.
Zo gauw ik achter de begroeiing voorzichtig tevoorschijn kwam zwommen ze verder.
De krooneenden (Netta rufinastelden de ijsvloer wel op prijs. 
Een veilige plek om te rusten en weer eens wat anders dan een rustplaats in het riet.
Hier is slechts een fractie van de groep te zien, die uit zeker zo'n 30 stuks bestond.
"Hoofdschuddend" bekeek dit mannetje de omgeving, waardoor zijn kop wat vreemd op zijn romp leek te staan..
Zo kennen we hem natuurlijk beter.
Heel af en toe zie ik wel eens een grote zilverreiger (Ardea alba) in het duingebied.
Meestal is dat tijdens wat strengere winters dan dit jaar.
Oplettend was hij wel, maar hij bood mij redelijke kansen. 
Een stapje te veel had wel tot gevolg dat hij een stukje verder liep of vloog .
Op een zonnige ochtend zag ik enkele kwikstaarten toen ik op weg was om te zien of de waterspreeuw al vertrokken was naar het Noorden.
Tot mijn verrassing waren het rouwkwikstaarten (Motacilla alba yarrellii), een ondersoort van de witte kwikstaart.
De rug en borst zijn een stuk donkerder dan bij de gewone witte kwikstaarten.
Ze trekken in het voorjaar langs de kust.
Tot mijn verrassing was de waterspreeuw (Cinclus cincluser nog steeds. 
Als ik in de buurt was ging ik steeds even buurten.
Naar later bleek, was het "Time to say goodbye".
Ik zag hem voor het laatst op 20 maart, echt de laatste dag van de winter.
Hij werd er nog enkele dagen waargenomen, maar inmiddels is hij na een verblijf van ruim 3 maanden naar zijn  zomerverblijf vertrokken.
Een bezoekje aan reeën breng ik over het algemeen één keer per maand.
Nadat ik een poosje gekeken had hoe deze reegeit (Capreolus capreolus) op haar gemak aan het eten was, 
waarbij ze af en toe naar mij keek, 
ging zij op een beschut plekje in de zon liggen.
Ze vond het prima dat ik een paar plaatjes van haar maakte.
Ze keek mij rustig na toen ik weer verder ging.
"Je kan je niet vroeg genoeg op de bronst voorbereiden" zullen deze damherten (Dama dama) gedacht hebben.
De hiërarchie in de groep moet voor alle heren wel duidelijk zijn.
Nadat een van de twee de ander op zijn plaats gewezen had werd hij opnieuw uitgedaagd.
Zij hadden mij natuurlijk gezien, maar dat interesseerde hen absoluut niet.
Ook de andere mannen, zeker zo'n 25 stuks, keken niet op of om.
Op 30 maart kreeg ik nog een onverwacht toetje.
Tijdens de wintermaanden had ik vrij vaak een klapekster (Lanius excubitor) gezien, enkele keren zelfs van onverwacht kleine afstand.
Ik trof het opnieuw, want de vogel bood mij onverwacht veel ruimte.
Op een dag dat er verder niet veel bijzonders waar te nemen was, was dit het absolute hoogtepunt en bovendien een prachtige afsluiting van de maand maart.