Follow by Email

dinsdag 9 oktober 2018

Zuidpier september 2018

Eind september bleek er een mooie rustige dag verwacht te worden in IJmuiden.
Dat leek mij een goede reden om weer eens een bezoek aan de Zuidpier te brengen,
natuurlijk in de hoop enkele aantrekkelijke bezoekers te treffen.
Er waren al heel wat waarnemingen van trekvogels gemeld, maar het ging steeds om vliegende voorbijgangers.
Dat boeide mij minder.

Het loont de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.
Als de lightbox in Google niet werkt, helpt het om Firefox te downloaden en dan mijn blog te bekijken.
De lightbox werkt daar wel.


Zoals gebruikelijk begon ik op het strand.
Al gauw zag ik daar een bontbekpleviertje  (Charadrius hiaticula).
Het vogeltje was in een ontspannen stemming, want ik mocht behoorlijk dichtbij komen.
Het scheelde wel dat hij alleen was en niet opgeschrikt werd door een minder relaxte soortgenoot.
De veren werden even lekker opgeschud, voordat hij weer aan de wandel ging.
Later op de morgen, toen ik weer op weg was naar de parkeerplaats, zag ik er weer een - of wellicht dezelfde - onder heel andere condities.
Als je uitkijkt naar bijzondere soorten verwacht je toch niet dat je een helm op het strand ziet liggen.
Geen eigenaar te bekennen.
Op het strand was het tamelijk rustig, alleen wat soorten meeuwen en drieteenstrandlopers liepen in de buurt van de branding.
Drieteenstrandlopers (Calidris alba) heb ik deze keer niet op het strand gefotografeerd.
Op de rotsblokken, met de zee op de achtergrond, levert het weer heel andere plaatjes op.
Er was een flinke groep voedsel aan het zoeken op de vochtige rotsblokken.
Ik moest wel wat geduld hebben om er slechts één op de plaat te krijgen.
Van overvliegende trekvogels heb ik niets meegekregen.
Vermoedelijk moet je met een telescoopkijker de lucht afspeuren om bijzondere soorten te zien.
Dan is het op de plaat zetten van een jonge meeuw, die heel rustig op een betonblok bleef zitten, een stuk eenvoudiger.
Slechts inzoomen met de 400 mm lens was voldoende om ook een volwassen zilvermeeuw close in beeld te krijgen.
Beide vogels bewogen zich niet.
Anders was het met de paarse strandlopers (Calidris maritima) die ijverig voortdurend op zoek waren naar wat lekkers.
Hier nog even in de schaduw waarbij hun paarsige gloed iets beter overkomt dan in het zonlicht, vind ik.
Er staat tegenover dat ze in het zonlicht wel een veel kleuriger verenpak hebben.
Bij deze strandlopers is het steeds één van twee uitersten: ze zijn druk bezig of ze staan in de slaapstand.
Ook nu zorgde de zee voor een passende achtergrond.
Omdat er geen bijzondere trekvogels te zien waren richtte mijn aandacht zich op een vertrouwde bezoeker:
Zoals René ook al opmerkte vinden veel bezoekers van de pier dit hele normale vogels, te vergelijken met meeuwen.
Ik laat meestal geen kans lopen om steenlopers weer eens op de plaat te zetten.
Ze vertoeven vaak in het gezelschap van andere steltlopers.
Steenlopers (Arenaria interpres) hebben een mooi verenpak dat 's zomers en 's winters behoorlijk verschilt.
Deze plaat is gemaakt op dezelfde plek als de startfoto, maar de condities waren toch weer anders.
Om deze steenloper heen vlogen wat piepers rond (gras-  en/of oeverpiepers) en waren soortgenoten samen met drieteentjes en paarse strandlopers voedsel aan het zoeken.
Deze vogel nam het er even van.
Toen ik op de terugweg bijna aan het eind van de pier was gekomen zag ik nog enkele steenlopers .
Het grootste deel van de noordkant van de pier lag in de schaduw, maar er was een klein stukje waar de zon op viel.
Een steenloper kwam daar steeds dichterbij en verscheen even later in volle glorie in de zon.
Een momentje vleugel spreiden werd door mij zeer gewaardeerd.
Zo krijg je een mooi beeld van de kleurige vleugels.
Hij bleef nog een korte tijd in de zon maar een paar stappen verder was de  show voorbij.
Ik kon weer tevreden naar huis, ook al was het aantal soorten minder dan ik had gehoopt.
Er komen de komende wintermaanden ongetwijfeld nog meer kansen.

Maar wat vinden jullie hiervan?
Een van de hoofdpersonen in mijn volgende post.

dinsdag 2 oktober 2018

Dichtbij huis

Als je een tuin bij je huis hebt kan het gebeuren dat er interessante bezoekers komen.
Ik wil mij hier beperken tot het dierenleven, waarbij ik een lastige keuze moest maken.
Vandaar dat alleen de meest opvallende bezoekers hier hun opwachting mogen maken.

Het loont de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.
Als de lightbox in Google niet werkt, helpt het om Firefox te downloaden en dan mijn blog te bekijken.
De lightbox werkt daar wel.

De zomer was lang, heet en droog.
Niet alleen de mensen hadden dorst. 
Wespen kwam drinken uit de waterbak, dus daar ging ik vlakbij zitten met mijn macrolens in de aanslag.
Voor mij hadden ze totaal geen belangstelling.
Ze hadden dorst, veel dorst.
Een paar dagen nadat ik deze plaatjes gemaakt had regende het een aantal keren flink.
Blijkbaar waren er nu meer plaatsen waar ze konden drinken want er kwam er niet een meer.
Als ze genoeg gedronken hadden vlogen ze weg.
Na een tijdje landde er weer een wesp op precies dezelfde plek.
Je zou haast zeggen dat het dezelfde wesp was die zich dat plekje nog goed herinnerde.
Op andere delen van de waterbak deed zich een vergelijkbaar verschijnsel voor.
Een rups van een soort die ik nog nooit eerder had gezien was de rups van de plakker (Lymantria dispar).
Plakkers zijn nachtvlinders.
Ik heb de rups op de rand van de waterbak gezet om er een andersoortige plaat van te maken.
(Daarna uiteraard weer ergens op de grond gezet)
Af en toe laten padden zich zien.
Ze zitten al jaren in de tuin maar je ziet ze maar zelden.
In de zomermaanden hadden we twee katten te logeren, die een tijdelijk verblijf in de tuin hadden gekregen.
Ze mochten er een keer per dag aangelijnd uit.
Op een keer sprong een van de twee naar een buxusstruik waar een vlindertje uit wegvloog.
Het was een buxusmot (Cydalima perspectalis)!
Bij ons in de tuin bleef het beperkt tot de motten. 
Een aantal dagen ben ik ze aan het zoeken geweest en kon er gemiddeld drie per dag vangen.
Degenen die ontsnapten vlogen naar tuinen in de buurt.
Rupsen vonden we gelukkig niet in onze tuin, maar wel in een andere.
Daar waren in tegenstelling tot bij ons diverse buxussen flink aangetast.
Er zat zeker een tiental rupsen in die buxussen, waardoor ik de kans kreeg om er plaatjes van te schieten.
In het voorjaar maar weer goed opletten als ze weer actief kunnen worden.
De buxusmot is trouwens een exoot die lastig te bestrijden is door gebrek aan natuurlijke vijanden.
Op internet is er genoeg te lezen over hoe je ermee  moet omgaan.
Het was een verrassing dat we eind augustus / begin september een nest van Turkse tortels (Streptopelia decaocto) in de tuin kregen.
Aanvankelijk zagen we er weinig van want het nest lag behoorlijk verscholen.
Op 9 september waren de twee jongen zó groot geworden dat ze zich op de rand van het nest waagden waardoor ze zichtbaar werden.
De eerste plaat had ik vanaf de grond gemaakt maar ik wilde een beter zicht hebben.
Een krukje bood uitkomst maar een keukentrap nog meer.
Toen ik op de bovenste trede stond had ik een veel beter zicht op het duo.
Ze waren al flink gegroeid en waren bovendien al begonnen met vliegoefeningen.
Het was steeds een gefladder van jewelste als een van de ouders kwam voeren.
Het leek erop dat ze alleen 's nachts nog in het nest wegkropen om daar  een veilige plek voor de nacht te hebben.
Overdag zaten ze op de rand of op een tak.
Met de dag werden ze actiever, vooral de vliegoefeningen werden ijverig gedaan.
Een dag later hadden ze het nest verlaten.
 Hier zaten ze bijvoorbeeld op een tak aan de andere kant van de boom.
Erg schuw waren ze niet, eerder nieuwsgierig.
Ze zaten zo dichtbij dat ik met mijn 400 mm lens dit beeld kon maken.
Als ik mijn arm uitstrekte zaten ze hooguit 30 cm van mijn vingers verwijderd.
Ze gingen dan wel iets hoger op de tak zitten.
Bij dit beeld kreeg ik direct het idee dat het net leek alsof een verwaande dame vanuit de hoogte op mij neer keek.
Ik weet niet of het een mannetje of een vrouwtje is.
Een van de jongen had een merkwaardige knobbel op de snavel.
Ogenschijnlijk had het beestje er geen last van.
Zo zie ik ze toch liever.
Vanzelfsprekend heb ik massa's platen van de jonge tortels gemaakt, maar het wordt teveel van het goede om er nog meer te laten zien.

Toen de jonge tortels het nest en de boom verlaten hadden vlogen ze in de omgeving rond. 
Ze kwamen steeds weer in onze tuin terug waar ze regelmatig door hun ouders gevoerd werden. 
De ouders hadden het zwaar als beide jongen als het ware vochten om het voedsel.
Alleen 's nachts zochten ze het vertrouwde nest nog op.







dinsdag 25 september 2018

Heerser van de poel

Wellicht denken wielerliefhebbers dat ik het hier over een bekende, succesvolle wielrenner zal gaan hebben, 
maar daar is geen sprake van (de naam is trouwens niet helemaal correct gespeld).
De hoofdpersoon is deze keer een grote groene kikker die de alleenheerschappij had in een poeltje in het duingebied.
Ik ben er twee keer geweest en laat hier de meest opvallende gebeurtenissen zien.

Het loont de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.
Als de lightbox in Google niet werkt, helpt het om Firefox te downloaden en dan mijn blog te bekijken.
De lightbox werkt daar wel.


Er was de eerste keer voortdurend een blauwe glazenmaker (Aeshna cyanea) actief rond de poel.
Als zij rond vloog ging het te snel voor mij om er een scherpe plaat van te maken,
maar tot mijn plezier nam ze er de tijd voor om even op een in het water liggende tak plaats te nemen.
De kikker kwam even buurten maar kreeg geen kans om een aanvalspoging te doen, als hij dat al durfde.
Het was niet de enige fanatiek jagende libel.
Een andere telg uit het geslacht van de glazenmakers liet zich ook niet onbetuigd:
een paardenbijter (Aeshna mixta).
Een interessante naam overigens.
Het is duidelijk te zien dat hij zijn beste tijd achter de rug had, want van een van zijn vleugels was een flink stuk verdwenen.
Het stoorde hem niet zo te zien.
Als de kikker weer eens opdook bleef hij meestal een tijdje liggen om de omgeving in zich op te nemen.
Af en toe zwom hij een stukje, waarbij hij mij in de gaten hield.
Als ik iets te dichtbij kwam naar zijn zin, dook hij korte tijd onder.
Er was nog meer te beleven.
Een sprinkhaantje was in het water terecht gekomen, waarbij hij ten prooi viel aan een waterkever.
(beter te zien op de vergroting)
Er doken een heleboel beestjes op.
Eerst dacht ik dat het kleine kikkertjes waren die voorzichtig boven water kwamen kijken.
Al gauw zag ik dat het iets anders was, een beestje dat ik niet kende.
Iemand heeft bedacht dat dit diertje tenger bootsmannetje (Notonecta viridis) genoemd gaat worden.
Hoe verzín je zo'n naam?
Ik vind het ook lastig om te zeggen dat dit een tenger bootsmannetje is en geen gewoon bootsmannetje.
Ze doken op, dreven wat rond en bleken zelfs te kunnen vliegen.
Ze vlogen rechtstreeks vrijwel loodrecht uit het water op.
Hij was er ook nog steeds, nieuwsgierig als altijd.
Hij kreeg ook trek.
Op deze tak landden aanvankelijk diverse juffers.
De kikker loerde er op en probeerde steeds dichterbij te komen.
De juffers vlogen een paar keer weg, maar kwamen ook steeds weer terug.
Ik zat klaar om de naderende actie op de plaat vast te leggen.
Het zou toch geweldig zijn om te zien hoe een juffer gegrepen werd.
Helaas, ik werd even door glazenmakers afgeleid.
Ik hoorde tegelijkertijd geplons en zag de kikker met zijn rug naar mij toe smakkende bewegingen met zijn kaken maken.
Daar ging mijn kans op mijn foto van het jaar.
Dat was even slikken, maar mijn blik viel toen op een hevig spartelende libel in het water.
Libellen kunnen niet zwemmen, dus de nood werd hoog.
Hij was in het water terecht gekomen en deed nu zijn uiterste best om er weer uit te komen.
Het heftige gespartel was niet mooi op de plaat te krijgen, ondanks een zeer korte sluitertijd.
Als hij even moest bijkomen van zijn inspanningen lukte het beter.
De lichtinval had grote invloed op de beelden die ik maakte.
De blauwe gloed langs bijvoorbeeld de vleugels ontbreekt hier volledig.
Het leek wel of hij wanhopig om hulp vroeg.
Hij moest steeds even rusten om weer krachten op te doen voor een volgende spartelpartij.
Hij kwam langzaam maar zeker in de buurt van waterplanten die hem misschien houvast konden bieden.
Uitgeput dreef hij verder totdat hem een helpende tak werd aangeboden.
Hij greep zich eraan vast, waarna ik hem op een waterplant konden afzetten.
Al gauw zag ik dat het niet genoeg was, want hij was te nat.
Bovendien bedekten waterplantjes zijn vleugels.
Met een takje heb ik hem uit het water gevist en hem op een stuk hout in de zon gelegd.
De kracht van de zon was zo groot dat hij niet veel later helemaal opgedroogd was zodat hij weer weg kon vliegen.
Een bijzondere ervaring rijker.
De kikker had van de belevenissen van de libel niets meegekregen.
Misschien maar goed ook.
Hoe zou het gegaan zijn als hij de libel ontdekt had?
Hij voelde zich kiplekker in het aangenaam warme water, ook al was er toen geen prooi in de buurt.