Follow by Email

maandag 19 augustus 2019

ZooParc Overloon

In augustus ben ik met mijn vrouw en een van onze kleinzoons naar ZooParc Overloon geweest.
Het bijzondere van dit relatief kleine dierenpark is dat je daar veel van de voorspelbare dieren niet zult vinden.

We hoopten in het bijzonder daar een reuzenmiereneter  te zien. 
Helemaal bijzonder was dat er op 2 juni een jonge miereneter was geboren, die we natuurlijk ook graag wilden zien.

Het loont de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.
De lightbox in Google werkt om een voor mij onduidelijke reden helaas nog steeds niet.
Met Firefox of Internet Explorer lukt het wel.

's Morgens was alleen het mannetje buiten, in het verblijf waar 's middags tussen 2 en 4 uur moeder en kind te zien zouden zijn.

Reuzenmiereneters (Myrmecophaga tridactyla) leven in Centraal- en Zuid-Amerika.
Van neus tot staartpunt kunnen ze ruim 2 m lang worden.
De bijbehorende schouderhoogte is dan ca. 60 cm..
Het zijn interessante en wat mij betreft wat mysterieuze dieren.
Wat een moment toen ze samen naar buiten kwamen!
Voor zulke interessante dieren wil ik nog wel eens naar een dierentuin gaan, want de kans dat je ze in het wild ziet is niet groot.
Het jong lift maandenlang op de rug van zijn moeder mee totdat het sterk genoeg is om zelf te lopen.
De kleine is van jongs af aan een kopie van zijn ouders.
Reuzenmiereneters kunnen door zo'n 150 keer per minuut hun tong uit te steken duizenden termieten uit termietenheuvels halen.

Er waren meer interessante dieren.
Ik laat eerst enkele soorten zien die eveneens uit Zuid-Amerika komen.
Nandoes (Rhea americana) hadden 11 jongen, waarvan hier één voorbeeld.
Nandoes zijn verwant aan de Darwins nandoe (Rhea pennata) die ik vorig jaar in Patagonië heb gezien.
Nandoes doen ook denken aan struisvogels, maar zijn kleiner.
Chileense flamingo's (Phoenicopterus chilensis) heb ik regelmatig gezien in Patagonië maar meestal op afstand.




Zwarte slingerapen (Ateles paniscus) zijn de laatste dieren van Zuid-Amerika die ik hier laat zien.






Ik heb dit beeld uitgekozen omdat ik de houding om te drinken  opvallend vind.





















Hij wilde ook de omgeving in de gaten houden, je weet tenslotte maar nooit.






In ieder geval kon je zo zijn gezicht goed zien.





















De volgende beelden horen bij Afrika.
Natuurlijk zijn er in dit dierenpark veel meer dieren te zien, ook afkomstig van andere werelddelen dan Zuid-Amerika en Afrika.
Kijk maar eens op de website: ZooParc Overloon
Sommige dieren waren niet of nauwelijks te fotograferen, zoals de fossa (de natuurlijke vijand van de maki's op Madagaskar),
 die pas enkele maanden hier gehuisvest is.
Afrikaanse wilde honden worden in Afrika ernstig bedreigd.
Ik heb ze ooit in Namibië gezien en later in verschillende dierenparken in Nederland.
Het zijn geweldige jagers met een enorm uithoudingsvermogen.
In een dierenpark hebben ze niets aan deze vaardigheden.
Ik heb al lang een zwak voor deze fraaie dieren.
Leeuwen zijn hoe dan ook fascinerend.
Ook leeuwen heb ik al vrij vaak in het wild gezien.
Zoals geldt voor alle dieren komen ze in het wild het best tot hun recht,
maar in sommige dierenparken hebben ze een verblijf gekregen waar ze goed lijken te gedijen.
Op warme dagen worden ze een beetje lui.
Sommige dieren lagen dichtbij de omheining die gelukkig nauwelijks te zien is.
In zo'n imposante bek wil geen enkel prooidier verzeild raken.
De Koning der Dieren, de Lion King.
Jachtluipaarden of cheeta's behoren ook tot de katachtigen die ik graag zie.
Cheeta's heb ik in Afrika zien jagen, met zijn drieën vergeefs achter impala's aan.
Ze hebben net als katten een ruwe tong, zoals ik ooit een keer gevoeld heb bij een opvangcentrum.
De tong voelt aan als ruw, grof schuurpapier.
Jammer dat het licht aan de harde kant was, maar desondanks ben ik zeer tevreden met deze plaat.
Hoe mooi wil je het hebben?
In het wild zal je niet snel zo'n kans krijgen.
Een fraaie afsluiter.

Ik beperk mij tot deze hoogtepunten.
Onze kleinzoon was helemaal enthousiast over wat hij deze dag gezien had.
Dat is uiteindelijk ook de bedoeling van een dagje uit.

maandag 12 augustus 2019

AWD - Juli 2019 deel 3 (libellen en juffers)

In de warme julimaand waren libellen en juffers snel op temperatuur. 
Als ze ergens  gingen zitten was het meestal voor korte tijd, tenzij ze iets bijzonders te doen hadden zoals eitjes afzetten of paren.
Bovenstaande grote keizerlibel nam de tijd, al werd ze wat gehinderd door juffers die schijnaanvallen op haar uitvoerden.

Het loont de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.
De lightbox in Google werkt om een voor mij onduidelijke reden helaas nog steeds niet.
Met Firefox of Internet Explorer lukt het wel.

Het was ook de maand van de vuurlibellen (Crocothemis erythraea) waarvan de mannetjes onmiddellijk opvielen door hun kleur.
Ook al waren ze druk bezig, ze keerden vaak terug naar hun vaste uitkijk- en rustpunt.
Net als vlinders en allerlei insecten voelden bruinrode heidelibellen (Sympetrum striolatum) zich thuis op het gele jacobskruiskruid.
Als je vroeg genoeg op pad gaat heb je nog wel eens kans een bijzondere libel aan te treffen,
die nog niet helemaal klaar is om weg te vliegen.
Deze drievleugelige gewone oeverlibel  (Orthetrum cancellatum) is uniek in zijn soort.
Als juffer ben je kwetsbaar.
Dit voorbeeld is er een overtuigend bewijs van.
Een tijgerspin had een web gemaakt waar ze in verstrikt geraakt was.
Jammer maar helaas, ze zal gaan dienen als een smakelijke snack voor mevrouw tijgerspin.
Zoals zo vaak heb ik - als ik de kans krijg - haar van verschillende kanten bekeken en vastgelegd.
Hoe anders staat deze libel in het leven.
Ze heeft zich net uit het harnas van de larve geworsteld.
Ze heeft nog een heel leven voor zich, waar ze zich tijdens het opdrogen al op kan voorbereiden. 
Ton-sur-ton.
Deze grote keizerlibel vrouw (Anax imperator) valt door haar groene kleur nauwelijks op tegen de groene achtergrond.
Als haar tijd gekomen is moet zij zich wel blootgeven.
Bij het afzetten van haar eieren valt zij aan de waterkant wel op.
Ze kromde en strekte haar achterlijf voortdurend.
Als het onrustig werd, bijvoorbeeld door langs haar vliegende juffers, vloog zij op om niet veel later op vrijwel dezelfde plek terug te keren.
Langs een ander kanaal was een soortgenoot op een vergelijkbare manier bezig, op het oog onverstoorbaar.
Ze trok er de tijd voor uit.
Te zijner tijd zullen er weer flink wat larven het water uit kruipen  waaruit nieuwe grote keizerlibellen zullen sluipen.
Maar voordat er eitjes afgezet kunnen worden moset er eerst nog iets anders gebeuren.
Hierbij speelde deze man of een soortgenoot een rol.
Zijn gerafelde vleugels maakten duidelijk dat zijn tijd er al bijna op zat.
Omdat hij nog niet opgewarmd was kon ik wat stengels opzij buigen waardoor ik een wat mooiere achtergrond kon krijgen.
Dus zoals ik al eerder zei, kon ik ook in dit geval het onderwerp van verschillende kanten bekijken en tot een mooie compositie komen.
Langzaam maar zeker werd ik meer tevreden.
Met beide laatste platen was ik het meest tevreden.

De maand juli had, ondanks de rui van de vogels, voor mij toch veel te bieden.

maandag 5 augustus 2019

AWD - Juli 2019 deel 2 (vlinders)

Juli 2019 was wat vlinders betreft niet zo uitbundig als juli 2018.
Ik heb wat minder verschillende soorten gezien en ook de aantallen per soort waren meestal beduidend kleiner dan in 2018.
Het lijkt erop dat de droge hete zomer van 2018 zijn sporen heeft nagelaten.

Het loont de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.
De lightbox in Google werkt om een voor mij onduidelijke reden helaas niet meer.
Met Firefox of Internet Explorer lukt het wel.

Een bruin blauwtje (Aricia agestis) was zich op een vroege, windstille morgen aan het opwarmen.
Zoals altijd probeerde ik het vlindertje van verschillende kanten vast te leggen.
Later zag ik er een op, uiteraard, jacobskruiskruid met gespreide vleugels.
Voor St. Jansvlinders (Zygaena filipendulae) werd het in de loop van juli snel minder.
Hun tijd zat erop.
Icarusblauwtjes (Polyommatus icarus) heb ik deze maand opmerkelijk weinig gezien, hooguit een stuk of vijf.
Grote dikkopjes (Ochlodes sylvanus) hadden ook al een voorliefde voor jacobskruiskruid.
Wat zouden de gevolgen geweest zijn als deze veelvoorkomende planten de zomer van 2018 niet goed hadden doorstaan?
Kleine vuurvlinders (Lycaena phlaeas) heb ik nauwelijks gezien.
Het leverde niet meer dan dit waarnemingsplaatje op.
Kleine parelmoervlinders (Issoria lathoria) hebben een voorliefde voor een zanderige ondergrond om te rusten.
Vinden ze de warmte van het zand prettig?
Keizersmantels (Argynnis paphia), zie ook afbeelding 1, zag ik wel een aantal keren,
maar vergeleken met vorig jaar was het tamelijk weinig.
Dit grote familielid van de kleine parelmoervlinder is wel een vlinder die ik graag zie.
Net als vorig jaar hadden ze een voorkeur voor het jacobskruiskruid.
Bonte zandoogjes (Pararge aegeria) fladderden onophoudelijk rond, maar stil zitten op een voor mij mooie plek was er niet bij.
Een groot koolwitje (Pieris brassicae) werkte beter mee.
Het jacobskruiskruid raakte aan het eind van de maand steeds meer uitgebloeid.
Het zal duidelijk zijn wat dit tot gevolg zal hebben.
Atalanta's (Vanessa atalanta) zijn niet alleen schoonheden, maar ze waren aan het eind van de maand ook op veel plaatsen te zien.
Ze namen nog wel eens de tijd om rustig nectar op te zuigen.
Min of meer tegelijkertijd doken dagpauwogen (Aglais io) op.
Hier nogmaals.
Distelvlinders (Vanessa cardui) beleefden een invasiejaar, zoals veelvuldig is gerapporteerd.
Ze zijn afkomstig uit landen in Noord-Afrika en komen na verschillende generaties in Noord-Europa terecht.
Ik heb ze in mei/juni ook regelmatig in Kirgistan (Centraal-Azië) gezien.
Met tientallen fladderden ze van, jawel, het ene gele bloemetje van het jacobskruiskruid naar het andere.
De voor mij meest bijzondere vlinder was de eikenpage (Neozephyrus quercus),
die ik eerdere jaren alleen maar op de blaadjes van eiken zag.
Natuurlijk wilde ik ook graag de blauwe bovenkant van de vleugels zien, die nu onzichtbaar bleef.
De ene keer dat ik er kort één met gespreide vleugels zag leverde het helaas geen plaatje op.
Met deze beelden was ik ook helemaal tevreden.
Nog een laatste om de vlindermaand juli af te sluiten.

Terwijl ik het concept van deze post even liet bezinken zag ik buiten een onverwachte vlinder in de tuin:
Een oranje luzernevlinder (Colias croceus) was op de bloemen afgekomen.
Het is een schaarse doortrekker uit Midden- en Zuid-Europa die ook wel eens in de zuidelijke provincies en de kuststrook wordt waargenomen.
Ook al heb ik hem niet in juli in de AWD gezien krijgt hij toch een plaats in deze post.