Follow by Email

woensdag 29 november 2017

Madagaskar - Vol verrassingen

Nu het in november veel regent en waait voelt het lekker om nog een keer terug te blikken op mijn Madagaskar-reis.
Ook al is er nog genoeg materiaal over, het wordt tijd deze reis passend af te ronden.
Om te beginnen is hier een ringstaartmangoest (Galidia elegans).
Ze wisten goed dat ze bij een picknickplaats een grote kans hadden om wat toegeworpen te krijgen.
Zo kregen we de gelegenheid om een tweetal mangoesten goed te bekijken.
In het erg vochtige regenwoud groeiden hier en daar zwammen.
Dit model deed mij direct denken aan de hoorn van een klassieke grammofoon uit het begintijdperk van langspeelplaten.
De zwammen waren kletsnat van de regen en het erlangs en erover sijpelende vocht.
Slakken kunnen een indrukwekkend formaat krijgen met een huis, dat wel twee keer zo groot is als het huis van een wijngaardslak.
We waren er in een tijd die ongeschikt was om veel vlinders te zien.
De kleine monarchvlinder (Danaus chrysippus) hebben we toch een paar keer gezien.
Deze vlinder - Hypolimnas dexithea - zagen we ook in het regenachtige regenwoud. 
Het is een soort die endemisch is voor Noord Madagaskar.
In hele droge gebieden troffen we een aantal exemplaren aan van de zogenaamde olifantsvoet (Pachypodium horombense),
die endemisch is in Zuid Madagaskar.
In Madagaskar komen 6 van de 8-9 soorten baobab voor, die afwijken van de Afrikaanse en Australische varianten. 
Deze soort doet denken aan een oude jeneverkruik.
In de buurt van de baobabs, die we vooral zagen in Forêt des Baobabs, vlakbij Ifaty in zuidwest Madagaskar, leefde deze spin.
De spin deed mij denken aan een soort vogelspin. 
Onze begeleiders noemden hem Tree-hole spider.
Dit was een pittige sprinkhaan-  of krekelsoort.
Onze begeleiders noemden hem Kung Fu cricket.
Hier staat hij erbij alsof hij wil zeggen "Kom maar op".
Wellicht dat sommigen er een dirigent in zien.
Hoe dan ook, als je hem met een takje benaderde ging hij onmiddellijk in de aanval.
Hier stonden we met verbazing naar te kijken.
Het zijn de nimfen van de Flatid leaf bug (Phromnia rosea). 
Dit merkwaardige, draderige uiterlijk moet bescherming bieden tegen natuurlijke vijanden.
(Google geeft de liefhebber meer informatie als je de Latijnse naam invoert)
Nu we toch met curiosa bezig zijn heb ik er nog een in de aanbieding:
de nimfen van de Madagascar lantern bug (Zanna madagascariensis)
(opnieuw  geeft Google de liefhebber meer informatie als je de Latijnse naam invoert)
Miljoenpoten hebben we een aantal keren gezien.
Het aantal poten mag er zijn, de lengte ook.
Degenen die wij zagen waren zeker 15 cm lang.
Kikkers doen het ook goed in de natte gebieden van Madagaskar.
Dit is een Mantella milotympanum, die 2-3 cm groot kan worden.
Deze vriendelijke vriend heet tomaatkikker (Dyscophus antongilii), die tot de zogenaamde smalbekkikkers behoort. 
Dit is een flink uit de kluiten gewassen knaap met een lijf van zo'n 8 cm.
In een rotswand huisde dit merkwaardige schepsel.
Het zou een soort kikker kunnen zijn, namelijk een Boophis madagascariensis, maar ook een Madagaskar platstaartgekko (Uroplatus fimbriatus).
Ik houd het op de eerste soort, ook al omdat we alleen dit deel van het dier konden zien.
Libellen zie je  ook geregeld in Madagaskar, zelfs als de winter voor de deur staat.
Ik kreeg meestal niet voldoende tijd om ze op mijn gemak te fotograferen.
Mooi zijn ze wel.
Ook dit type beviel mij wel door zijn fraaie tekening.
Hij was erg onrustig, ook als ik niet bewoog.
Op de muren van restaurants en andere gebouwen heb ik onverwacht vaak bidsprinkhanen gezien. 
Ik had ze graag in een mooiere omgeving gezien.
Voor de liefhebbers nog enkele spinnen.
Dit type leeft in het aardedonker van een vleermuizengrot.
In het licht van lantaarns vallen ze goed op, net als hun cocons.
Met hun poten uitgestrekt bedekken ze de hand van een volwassene.
Deze soort is behoorlijk algemeen.
Volgens mij heten ze Nephila madagascariensis.
In de regenwouden kwamen we ze zo nu en dan tegen.
 Maar vooral in de omgeving van het Rova, het voormalige paleis van de vroegere koningin,
zat een flink aantal in de kolossale webben die tussen de beplanting hingen.
Een nijlkrokodil verwacht je niet in Madagaskar.
Toch zijn ze er, in Vacona Lodge.
Ze liggen er in een omheind gebied, met tientallen.
Wat mij betreft horen ze niet thuis op Madagaskar.
Kameleons daarentegen zijn onlosmakelijk met het eiland verbonden.
Hier is er een bezig om een prooi te verschalken door er met zijn tong op te mikken.
Het is een verbluffend gezicht als de tong van zo'n 15 cm plotseling uit de bek flitst.
Hij had succes, zoals duidelijk te zien is.
Mevrouw panterkameleon mag deze sessie afsluiten.
Net als haar partner, die ik al eens eerder heb laten zien,  is zij opvallend gekleurd.

Ik wil hierna nog één afsluitend bericht aan Madagaskar wijden.
Het onderwerp is dan lemuren.


woensdag 22 november 2017

AWD - oktober 2017

Dat ik mijn maandoverzicht van oktober ben begonnen met een plaat van een damhert zal voor niemand een verrassing zijn.
Oktober, damherten en bronst vormen een jaarlijks terugkerende drie-eenheid.
Het was toen nog vroeg in oktober, het damhert rustte zolang het nog kon.
De bronst was nog maar nauwelijks begonnen.
Herfst: de bladeren verdrogen en verkleuren.

Dit blad was in een kanaaltje gevallen en werd door de stroming meegesleept, going with the flow.
Wie weet waar de reis zou eindigen.
Deze vos was al helemaal klaar voor de paartijd.
De vacht was vol en mooi gekleurd, de staart was dik.
Er kwamen een paar mensen aan, die nauwlettend gevolgd werden.
Zou er weer gevoerd worden om "wereldplaten" te kunnen maken?
Inderdaad; voor mij reden genoeg om verder te gaan.
In het infiltratiegebied vloog een grote zwerm spreeuwen, die tussendoor ook wel eens in bomen neerstreek.
Dit is maar een fractie van de groep.
Een rups stak daar de verharde weg over, met de nodige moeite. 
Het waaide namelijk flink en de rups rolde een aantal keren om zijn lengte-as.
Het was een rups van de veelvraat (Macrothylacia rubi), een nachtvlinder.
Vanuit een duinpan kreeg ik een mooi standpunt om dit damhert te fotograferen.
Hij was voortdurend aan het knikkebollen.
Niet ver van hem vandaan lag een veel lichter gekleurde concurrent, die de omgeving iets beter in de gaten hield.
In de verte was een enkele keer wat geburl te horen, maar erg overtuigend was het niet.
Zwervend door het duingebied kan je van alles tegenkomen, zoals deze gele trilzwam.

Als je niet gaat zwerven maar een speciaal gebiedje uitzoekt kan je allerlei verrassingen tegenkomen als je goed oplet.
Dit lijkt mij een exemplaar van de zakjestrilzwam, of is het toch een paarse knoopzwam?
Determinatie vind ik steeds weer lastig.
Op dit kleine paddenstoeltje lag een flinke druppel water.
In combinatie met het  insect vond ik dit een mooi plaatje.
Oranje koraalzwammen zie je meestal in wat grotere groepjes.
Deze stond mooi alleen, wat voor mij een fraai en rustig beeld opleverde.
Met het grote aanbod aan zwammetjes mogen we de mossen niet vergeten.
Groen bekertjesmos was mooi met druppeltjes gedecoreerd op een wat grijze morgen.
Tussen al het groen stak de rechte koraalzwam duidelijk af.
Zo gauw de zon doorgebroken was zag je de achtergrond van kleur veranderen.
Hoe klein dit zwammetje was valt wel af te leiden aan de omringende mossen.
Dit is geen compositie van sinaasappels of mandarijntjes.
Het zijn hele kleine bolletjes, waarvan de kenners ongetwijfeld de naam weten, die op dood hout groeiden.
Een  losliggende tak met een opvallende porseleinzwam kon ik natuurlijk niet laten liggen.
Door de tak op gunstige plekken neer te leggen  - en hierbij  het tussen de bomen door vallende zonlicht vermijdend - kon ik onder meer deze plaat maken.
Zo kan het ook.
De sfeer is direct heel anders.

Terug naar de damherten.
Op 19 oktober zag ik dit stoere hert flink burlen om de hindes in de buurt te imponeren en tegelijk de concurrentie af te bluffen.
Damherten komen in alle uithoeken van het gebied voor en je hoeft dus niet naar de bekende plaatsen om de bronst te volgen.
Dit beeld heb ik dit jaar maar één keer gezien.
Het hert heeft zijn gebit ontbloot (in de vergroting beter te zien) en snuift de geuren uit de omgeving op.
Het wordt flemen genoemd.
Hij maakt er geen geluid bij, hij hoopt uitsluitend aantrekkelijke hindes te ruiken.
Dit damhert zal het niet makkelijk gehad hebben.
Zijn gewei ziet er niet mooi symmetrisch uit.
Daardoor was hij ongetwijfeld kansloos bij de hindes, die op mooie mannen vallen.
Een kauwtje gebruikte zijn achterlijf om er even op te staan.
Het boeide hem niet.
De laatste zwammetjes die ik laat zien zijn muizenstaartzwammetjes.
Het kost mij de laatste jaren geen moeite om ze te vinden.
Ze zijn echt heel klein, wat wel duidelijk wordt als je hem vergelijkt met de dennenappel.
De insecten vallen ook pas op als je met een macrolens bezig bent.
Terwijl ik druk bezig was met de zwammetjes hoorde ik een flink geplons.
Tot mijn verbazing was het geen damhert dat een kanaaltje overstak, maar een man die geheel naakt een bad nam.
Hij was er snel weer uit en nog sneller weg toen hij mij in de gaten kreeg.
Ik vond het jammer, ik had liever een damhert gezien.
Nog een laatste muizenstaartzwammetje, jaargang 2017.
Een buizerd mag de oktobereditie afsluiten.
Langs het Oosterkanaal vonden werkzaamheden plaats, waarbij het pad werd opengelegd.
Tot mijn verbazing speelde de buizerd daar ogenschijnlijk een rol als een soort opzichter,
want hij bleef behoorlijk lang zitten toen ik hem voorzichtig benaderde.
November lijkt zoals zo vaak een rustige overgangsmaand te worden, met regelmatig grijze, regenachtige dagen.
Het is wachten op bezoekers uit het Noorden.