dinsdag 31 augustus 2021

AWD - Augustus deel 2

 

Augustus is niet alleen de maand van vlinders, maar ook van spinnen met de tijgerspin als mijn favoriete blikvanger.
Daarnaast begint ook de bronst langzaam maar zeker het gedrag van de damherten te beïnvloeden.
Als derde hoofdonderwerp van dit deel 2 zet ik ook de boomkikkers in het zonnetje (natuurlijk niet letterlijk).
In dit maandoverzicht geeft het bovenstaande beeld goed weer hoe het er begin augustus met de damherten voorstaat: 
hun gewei is nog volledig met bast bedekt.
Ze hebben wel last van vliegen.
Dit drietal heren liep enigszins verstoord weg toen ik te dicht bij de plek kwam waar ze lagen te rusten. 
Veel haast hadden ze echter niet.
Hier kwam ik voor, de tijgerspin (Argiope bruennichi).
Een twintigtal dames had op een aantal verschillende plaatsen hun kenmerkende web gemaakt.
Zoals bekend zijn de vrouwtjes veel groter dan de mannetjes. 
De mannetjes moeten zelfs oppassen dat zij niet door een vrouwtje verslonden worden.
Dat geldt ook voor sprinkhanen en juffers.
Als ze in het web van de spin terechtkomen worden ze in verbluffend korte tijd ingepakt en bewaard tot een geschikt moment om als maaltijd te dienen.
Deze spin had een flinke prooi te pakken, waarschijnlijk een juffer.
Tot mijn verrassing kwam ik een fuut (Podiceps cristatus)  tegen met twee jongen aan boord.
Hier is er één ten dele zichtbaar.
Terwijl de ene fuut op de kinderen paste zorgde de andere voor het eten.
Deze keer was het een flinke baars (Perca fluviatilis).
Enkele dagen later weer terug naar de tijgerspinnen.
Zoals te zien is was ik er vroeg bij.
Het aantal was inmiddels meer dan verdubbeld.
Ze hebben absoluut geen belangstelling voor mensen, niet eens om ze eens lekker te kriebelen.
Ze trekken zich terug als je te dichtbij komt.
Ook zonder dauwdruppeltjes zijn ze mooi.
Je moet trouwens wel je best doen om geen storende pitrusstengels in beeld te krijgen.
Nu ze toch een keer de aandacht krijgen moeten ze ook mooi in beeld komen,
indien mogelijk met hun typerende web of met een prooi.
Nog een laatste om het hoofdstuk spinnen mooi af te ronden.
Ook de boomkikkers (Hyla arborea) verdienden mijn aandacht in augustus.
Het is een hele toer om zo'n kikkertje op de plaat te krijgen zonder dat de huid te veel glanst door de zon.
Ook al zitten ze veel stil, ze zijn toch beweeglijker dan de volwassen kikkers.
Op de plaat lijkt het heel wat, maar de kleine is nauwelijks groter dan een vingernagel (ca 1,5 cm).
Hier hoopte ik steeds op, een kikkertje in beweging en daardoor een andere houding dan meestal.
Veilig in zijn eigen oerwoud, enigszins beschermd tegen de felle zon.
Deze volwassen kikker (4-5 cm) had een plek in de volle zon opgezocht op een braam.
Dit kan hij heel lang volhouden, afhankelijk van de zonnekracht.
Ik heb hier alleen een waarnemingsplaat van.
De jeugd is altijd beweeglijker, of het nu gaat om mensen of dieren.
Als ze stil blijven zitten ebt mijn belangstelling na een tijdje weg.
Nog even een keer een stukje klauteren, op zoek naar een plek op een varenblad met riant uitzicht.
Gevonden!
De damherten voelden aan het eind van de maand dat de bast van hun gewei eraf moest.
Dat betekende schuren tegen boomstammen, 
waardoor de vellen aan hun gewei hingen en de bloedvaten in de bastlaag stuk gingen.
Het gewei kleurde rood, de vellen bast en soms ook grassen hingen eraan.
Sommige mensen denken als ze dit zien dat het hert gevochten heeft, 
zoals ik merkte.
Niet iedereen weet welke veranderingen de geweien van de damherten moeten ondergaan voordat de bronst begint.
Nu nog de finishing touch en dan ziet hij er tiptop uit.
Natuurlijk moet hij ook nog voldoende reserves opbouwen voordat de bronst kan beginnen.

Hiermee ben ik nog niet door mijn beelden van augustus heen.
De volgende keer gaat het om gevleugelde dieren, maar niet over vogels.

dinsdag 17 augustus 2021

AWD - Augustus 2021 deel 1

Augustus bood mij een uitgelezen kans om een zomerblog eens te kunnen beginnen met een zomervlinder (Geometra papilionaria), een nachtvlinder die ik pas één keer eerder had gezien.
Hij zat op een ochtend opvallend en rustig op een varenblad, zodat ik hem goed kon bekijken en op de plaat zetten.
Het is altijd afwachten hoe lang een vlinder blijft zitten, 
maar deze gunde mij alle tijd om er met mijn macrolens beelden van te maken.
Zomervlinders blijken niet zeldzaam te zijn, maar omdat het nachtvlinders zijn zie je ze niet vaak.
Nog een laatste om deze serie van de zomervlinder te besluiten.

De platen die ik op mijn blog laat zien zijn maar zelden op een zelfde dag gemaakt.
Het geeft mij daardoor de mogelijkheid om zo veel mogelijk variatie in een post te laten zien.
Een heel vertrouwde vlinder in de duinstreek is het bruine zandoogje (Maniola jurtina).
Er zijn meer soorten zandoogjes, zoals het bonte zandoogje (Pararge aegeria), dat ik tamelijk vaak tegenkwam.
Voor de broodnodige variatie heb ik een vooraanzicht van deze vlinder gemaakt.
Alle argusvlinders (Lasiommata megera) die ik zag hadden een voorliefde voor rustplaatsen die ik niet mooi vond.
Je hebt het niet altijd voor het kiezen.
Er fladderden ook enkele heivlinders (Hipparchia semele) rond, 
die helaas geen enkele keer met hun vleugels gespreid wilden gaan zitten.
Het was al weer een tijd geleden dat ik ze gezien had.
Dagpauwogen (Aglais io) heb ik net als tijdens andere zomers weer regelmatig gezien.
Ze mogen hier niet ontbreken.
Keizersmantels (Argynnis paphia) komen de laatste jaren jaarlijks in het duingebied voor, 
dit jaar volgens mij wat meer dan vorig jaar.
Ze zijn de grootste vertegenwoordigers van de parelmoervlinders.
Zoals waarschijnlijk wel bekend zijn de mannetjes meer oranje gekleurd, de vrouwtjes meer bruin.
Ik vind het altijd een uitdaging om te proberen ze met een goed passende achtergrond te fotograferen.
Paringen waren er deze keer niet bij, 
maar ik was allang tevreden dat ik geen moeite had om een geschikt fotomodel te vinden.
Nog een laatste  voordat ik overstap op sprinkhanen.
Op een niet al te zonnige augustusmorgen werd ik verrast door een flink aantal verschillende soorten sprinkhanen.
Ik kan er deze keer twee laten zien.
De grote groene sabelsprinkhaan (Tettigonia viridissima) viel door zijn formaat natuurlijk het eerst op.
Meestal kom ik er maar één op een dag tegen, maar nu zaten er zeker een stuk of 5-6 in een bos pitrus.
Uiteraard ben je dan nieuwsgierig hoe dat komt.
Die vraag werd niet direct beantwoord.
Ze waren wel bereid om vaak even stil te zitten, zodat ik er plaatjes van kon maken.
Toen zag ik tot mijn verbazing een vrouwelijke sprinkhaan met een flinke uitstulping bij het achterlijf.
Ik had geen idee wat dit was.

M.b.v. het forum van waarneming.nl kreeg ik een website waar ik het antwoord kon vinden.
Het blijkt dat het gaat om een spermatofoor, 
een zaadpakketje dat door het mannetje bij de cloaca van het vrouwtje wordt afgezet.
Het vrouwtje neem dit pakketje via haar cloaca op zodat haar eitjes kunnen worden bevrucht.

Ik weet niet of het ook op deze sprinkhanen van toepassing is, maar bij sommige insecten wordt de cloaca van het vrouwtje door het spermatofoor afgesloten zodat een concurrent van haar partner haar niet meer kan bevruchten.
De bovenstaande plaat is weliswaar wat rommelig, maar het ging mij hier vooral om het spematofoor.

Het was dus blijkbaar wat drukker dan anders met sabelsprinkhanen omdat er minstens één tot een paring bereid vrouwtje was.

Tot besluit nog een andere sprinkhaan:
Dit is een zeldzame sikkelsprinkhaan (Phaneroptera falcata), waarvan ik er minstens drie heb gezien in de buurt van de sabelsprinkhanen.
Het was voor het eerst dat ik deze sprinkhanensoort heb gezien.
Hiermee zijn de verrassingen in de maand augustus nog niet op.
Maar daarover een volgende keer.