dinsdag 14 april 2020

Sri Lanka - Hagedissen

In Nederland volg ik in het voorjaar graag zandhagedissen, maar of dat er dit jaar van komt is afwachten. 
Het Coronavirus zou wel eens roet in het eten kunnen gooien.
In Sri Lanka heb ik regelmatig hagedissen gezien, maar ze maakten het mij niet makkelijk.
Ze hadden vaak een voorliefde voor rommelige plekjes (zie boven).
Het mocht de pret niet drukken.

Het loont de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.
Helaas, de lightbox werkt in Google niet.

In een omgeving vol met grillige begroeiing en afval, vlakbij treinrails,  scharrelde een oriental garden lizard (Calotus versicolor), in het Nederlands bloedzuiger (!) genoemd.
Deze hagedis doet in de verste verte niet denken aan een bloedzuiger zoals wij die kennen.
Natuurlijk probeer je er een mooi plaatje van te maken, maar dat viel niet mee.
Het hele dier op de foto krijgen lukte bijvoorbeeld niet.
Het is wel een hele mooie soort, waar ik graag wat langer mee bezig had willen zijn.
Maar ja, ik was daar niet alleen.
Hij probeerde wel indruk te maken.
Dat is gelukt wat mij betreft.
Hij maakte zich zelfs nog wat druk waarbij zijn kop verkleurde.
Daar werd hij nog mooier door.
Hij deed mij denken aan een kameleon omdat hij ook zijn ogen afzonderlijk kon bewegen en hiermee verschillende kanten op kon kijken.
Omdat er nogal wat soorten hagedissen in Sri Lanka voorkomen valt het niet mee om de juiste naam te vinden.
Ik weet echter wel zeker dat dit een green garden lizard is ( Calotes calotes).
Het blijft interessant om steeds weer nieuwe soorten te vinden.
Dit hagedisje was een echte atleet.
Hij klauterde vlot langs takken omhoog en veranderde ook moeiteloos van tak.
Een groter familielid hield al zijn poten op de grond. 
Net als bij vele andere hagedissen kon hij een tijd ergens roerloos zitten, 
maar zo gauw er een onverwachte beweging in de buurt was ging hij er vandoor.
De Sri Lankaanse kangoeroe hagedis ( Otocryptis wiegmanni) valt op - hoe verrassend - door zijn opvallend grote achterpoten.
Tijdens een wandeling door het Sinharaja regenwoud zagen we er een aantal.
Zo gauw zij zich in gevaar gebracht voelen gaan ze er bliksemsnel vandoor, rennend op hun achterpoten.
Om de naam kangoeroe hagedis te verdienen had hij eigenlijk moeten springen als een kangoeroe, steunend op zijn staart.
Deze hagedis had er wel vertrouwen in en poseerde verrassend lang, doodstil.
Hij bewoog hooguit zijn kop een beetje.
Het voelt wel prettig als zo'n dier zich op zijn gemak voelt.
Zo kon ik, gebruik makend van Live View, hem eens anders dan meestal mogelijk is fotograferen.
Deze soort komt alleen in Sri Lanka voor, een familielid (Otocryptis beddomii) komt voor in India.
Ze kunnen zonder staart zo'n 7 cm lang worden, mét staart 15 cm.

De volgende keer komt er een Nederlands intermezzo.



zondag 5 april 2020

Sri Lanka - Sigiriya Village Hotel

Een aantal hotels in Sri Lanka is schitterend gelegen, waarbij ze omgeven zijn door een goed onderhouden tuin.
Het is dan geen verrassing dat er allerlei dieren voorkomen.
Een van die hotels is het hotel Sigiriya Village dat een flink aantal huisjes verspreid heeft liggen in een park.

Het loont de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.
De lightbox in Google werkt om een voor mij onduidelijke reden helaas niet.
Met Firefox of Internet Explorer lukt het wel.

Vanuit het hotel heb je zicht op Sigiriya Rock (Leeuwenrots).
Ooit heeft een koning daar een enorm complex gebouwd met zelfs een citadel bovenop de rots.
Nu zijn er op de rots en in de omringende omgeving nog veel ruïnes die een bezoek de moeite waard maken.
We zijn er bovenop geweest, waarbij bleek dat niet alleen het complex maar ook het uitzicht schitterend was.
Op plaatsen waar voldoende water is zie je vaak Indische aalscholvers (Phalacrocorax fuscicollis).
Voor ons huisje was een minivijver waar felrode libellen, zo te zien vuurlibellen (Crocothemis erythraea),  even rust namen tijdens het jagen.
Al wandelend langs de rand van het terrein kwam ik dit bord tegen.
Ik weet niet wanneer er voor het laatst olifanten het terrein opgekomen zijn, maar ik was er in ieder geval niet tussen 19 en 06 uur.
Voor deze bewoner was er geen bord neergezet.
Dat was ook niet nodig, want de schildpadden doken het water snel (!) in als je te dichtbij kwam.
Of ze inheems zijn weet ik niet.
Zeeschildpadden hebben we later tijdens de reis in een opvang gezien.
Hier zie je blad, heel veel blad. 
Ik hoorde er lawaai, veel lawaai.
Neushoornvogels kunnen behoorlijk luidruchtig zijn.
Als je goed kijkt zie je een Malabar neushoornvogel ( Anthracoceros coronatus) tussen het gebladerte.
Later tijdens de reis kwam er één veel beter in beeld.
Een Tickell's blauwe vliegenvanger (Cyornis tickelliae) maakte het mij een stuk makkelijker.
Geduldig bleef hij een tijdje op de tak zitten.
Een schoonmaakster op het terrein wees mij op deze Damalijster (Geokichla citrina).
Het overkwam mij vaker dat personeelsleden mij op vogels wezen.
De mensen zijn over het algemeen uitermate vriendelijk en behulpzaam.
Deze vogel had een voorliefde voor de schaduw en beschutting van een heester.
Geen wonder, het was tenslotte knap heet, ca. 35 graden Celsius, wellicht meer.
Af en toe kwam hij tevoorschijn.
Een kwestie van geduld dus.
Op het terrein leefde ook een groep grijze langoeren, ook wel hoelman of Hanuman langoer (Semnopithecus) genoemd .
Deze langoeren worden door Hindoes als heilige dieren beschouwd.
Hanuman is de naam van de Hindoegod die eruit ziet als een aap.
In het licht van de langzaam ondergaande zon vond deze langoer het allemaal wel goed.
Op zijn gemak keek hij naar waar andere apen zich druk om maakten.
Toque makaken, ook wel Ceylonkroonapen (Macaca sinica) genoemd, waren druk bezig.
Bij de heersende hitte hadden ze ongetwijfeld dorst
 Toch hadden ze geen belangstelling voor een koele Lion lager, maar wel voor een cocktail(glas).
Ze waren niet de enigen.
Ook de honden die vrij op het terrein liepen wilden hun aandeel.
Zo te zien waren de dieren aan elkaar gewend, want er waren geen heftige gevechten.
Of pasten ze toe wat ongebruikelijk in de dierenwereld is:
Eerlijk zullen we alles delen.
De hond kon tenslotte alleen het bovenste deel van het glas schoonlikken.
 De aap kon met zijn poot de rest schoonmaken en deze vervolgens aflikken.
De makaak wilde in ieder geval wel het onderste uit het glas waar de hond niet bij kon.
Makaken zijn gehaaide boeven, want bij het ontbijt moest je op je hoede zijn dat ze niet razendsnel een stuk toast of iets dergelijks van je bord pikten.
Indische ralreigers (Ardeola grayii) hebben we vrijwel iedere dag gezien, soms in grote aantallen.
Deze zat bij en in een vijver (ze heten in het Engels niet voor niets Indian pond heron) op een voor mij aantrekkelijke plek, in de schaduw.
Een mooi beeld om deze post over Sigiriya mee te besluiten.

En de volgende keer?
Onder meer de endemische Sri Lankaanse kangoeroehagedis.