In Nederland volg ik in het voorjaar graag zandhagedissen, maar of dat er dit jaar van komt is afwachten.
Het Coronavirus zou wel eens roet in het eten kunnen gooien.
In Sri Lanka heb ik regelmatig hagedissen gezien, maar ze maakten het mij niet makkelijk.
Ze hadden vaak een voorliefde voor rommelige plekjes (zie boven).
Het mocht de pret niet drukken.
Het loont
de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.
Helaas, de
lightbox werkt in Google niet.
In een omgeving vol met grillige begroeiing en afval, vlakbij treinrails, scharrelde een oriental garden lizard (Calotus versicolor), in het Nederlands bloedzuiger (!) genoemd.
Deze hagedis doet in de verste verte niet denken aan een bloedzuiger zoals wij die kennen.
Natuurlijk probeer je er een mooi plaatje van te maken, maar dat viel niet mee.
Het hele dier op de foto krijgen lukte bijvoorbeeld niet.
Het is wel een hele mooie soort, waar ik graag wat langer mee bezig had willen zijn.
Maar ja, ik was daar niet alleen.
Hij probeerde wel indruk te maken.
Dat is gelukt wat mij betreft.
Hij maakte zich zelfs nog wat druk waarbij zijn kop verkleurde.
Daar werd hij nog mooier door.
Hij deed mij denken aan een kameleon omdat hij ook zijn ogen afzonderlijk kon bewegen en hiermee verschillende kanten op kon kijken.
Omdat er nogal wat soorten hagedissen in Sri Lanka voorkomen valt het niet mee om de juiste naam te vinden.
Ik weet echter wel zeker dat dit een green garden lizard is ( Calotes calotes).
Het blijft interessant om steeds weer nieuwe soorten te vinden.
Dit hagedisje was een echte atleet.
Hij klauterde vlot langs takken omhoog en veranderde ook moeiteloos van tak.
Een groter familielid hield al zijn poten op de grond.
Net als bij vele andere hagedissen kon hij een tijd ergens roerloos zitten,
maar zo gauw er een onverwachte beweging in de buurt was ging hij er vandoor.
De Sri Lankaanse kangoeroe hagedis ( Otocryptis wiegmanni) valt op - hoe verrassend - door zijn opvallend grote achterpoten.
Tijdens een wandeling door het Sinharaja regenwoud zagen we er een aantal.
Zo gauw zij zich in gevaar gebracht voelen gaan ze er bliksemsnel vandoor, rennend op hun achterpoten.
Om de naam kangoeroe hagedis te verdienen had hij eigenlijk moeten springen als een kangoeroe, steunend op zijn staart.
Deze hagedis had er wel vertrouwen in en poseerde verrassend lang, doodstil.
Hij bewoog hooguit zijn kop een beetje.
Het voelt wel prettig als zo'n dier zich op zijn gemak voelt.
Zo kon ik, gebruik makend van Live View, hem eens anders dan meestal mogelijk is fotograferen.
Deze soort komt alleen in Sri Lanka voor, een familielid (Otocryptis beddomii) komt voor in India.
Ze kunnen zonder staart zo'n 7 cm lang worden, mét staart 15 cm.
De volgende keer komt er een Nederlands intermezzo.































