Een ochtend in de Waterleidingduinen:
Een veld vol bloeiend slangenkruid, een stralende zon, zweetdruppels die langs mijn hoofd lopen,
overal zoemende insecten.
Het is lang geleden dat ik zoveel geluiden van insecten heb gehoord.
Er waren hommels, bijen, libellen, vlinders, sprinkhanen en niet te vergeten insecten die onaangenaam kunnen steken, zoals de gewone goudoogdaas.
Geen andere mensen, uitsluitend natuurlijke geluiden.
Ik was vooral op zoek naar kolibrievlinders, en die waren er.
Bovendien was er nog veel meer te zien, dus deze editie is er een voor de volhouders.
(30 opnamen)
Wat zijn die vlindertjes snel!
Het was een echte uitdaging om plaatjes te maken waar ik tevreden over kon zijn.
Het zal geen verrassing zijn dat de prullenbak al snel goed gevuld was.
Toch hield ik aardig wat platen over waaruit het moeilijk kiezen was.
Er waren meerdere veldjes met slangenkruid, waar ze blijkbaar gek op zijn.
Soms zag ik meerdere kolibrievlinders tegelijk waardoor het weer lastig kiezen was.
De exclosures hebben dus duidelijk voordelen,
De exclosures hebben dus duidelijk voordelen,
omdat ze laten zien welke kansen de natuur krijgt als er geen damherten planten opeten.
Dat er ook nadelen zijn aan de afwezigheid van damherten is op de website van Waternet te lezen.
Vergrassing is bijvoorbeeld een nadeel, waar weer een oplossing voor gezocht moet worden.
De beelden van de kolibrievlinders wissel ik af met andere, zoals hier van een atalanta die zich er ook goed thuis voelde.
Het lukte mij niet er een betere plaat van te maken, maar ik laat hem toch zien omdat ik deze soort niet vaak tegenkom.
Deze keer laat ik een vrouwtje zien.
Op het moment van schrijven van deze tekst staat de teller pas op drie.
Een verklaring heb ik niet, bloemen die ze graag bezoeken zijn er genoeg.
Keizersmantels zag ik alleen buiten de exclosures.
Ze schoten voortdurend razendsnel met grillige routes langs de bloemen.
Als ze even een rustpauze namen, was dat vaak op een voor mij onaantrekkelijke plaats.
Ik moest wel afstand bewaren, want anders waren ze snel weer vertrokken.
Tot mijn verrassing zag ik op een keer een kolibrievlinder die niet vloog maar rustig op het slangenkruid bleef zitten.
Ik had mij al afgevraagd waar ze overnachten en waar ze zich verschuilen als ze toch een broodnodige rustpauze hebben.
Ze kunnen tenslotte niet voortdurend blijven vliegen.
Nu is het afwachten of ik een keer een paartje tegenkom.
Zo wordt ook duidelijk hoe ze aan hun naam komen.
Naarmate je ouder wordt merk je dat je reactiesnelheid in de loop der jaren afneemt en dat het aantal plaatjes in de prullenbak toeneemt.
dan grijp je de kans op scherpe platen natuurlijk direct aan.
In het verleden heb ik er dan ook veel betere platen van kunnen maken.
Wat waren er dit jaar veel distelvlinders.
Zowel in de exclosures als in de omgeving ervan kwam ik ze regelmatig tegen.
Vaak namen ze de tijd om rustig ergens te blijven zitten.
zoals hier een groot dikkopje.
Dit is een zuidelijke keizerlibel.
Zo krijg je de kans om wat verschillende platen te maken.
Wat scheidt deze kolibrievlinder af?
Ik heb dit nog nooit bij een vlinder gezien.
Ze zijn volgens mij gek op slangenkruid omdat de afstand van bloem naar bloem lekker kort is.
Natuurlijk moet de nectar ook lekker smaken.
Di jaar ben ik volledig aan mijn trekken gekomen.
En dan het slotakkoord.
Vuurlibellen hebben de hinderlijke gewoonte om tamelijk dicht bij de grond op onaantrekkelijke plaatsen te gaan zitten.
Wellicht voor hen aantrekkelijk, maar voor mij niet.
Als je er echter wat moeite voor hebt moeten doen,
voelt het des te prettiger als je mooie platen kan maken.
Een sfeervolle afsluiting van een typisch zomerblog.




























Geen opmerkingen:
Een reactie posten