dinsdag 21 juli 2026

Kolibrievlinders en andere gevleugelden

Een ochtend in de Waterleidingduinen:

Een veld vol bloeiend slangenkruid, een stralende zon, zweetdruppels die langs mijn hoofd lopen, 
overal zoemende insecten. 
Het is lang geleden dat ik zoveel geluiden van insecten heb gehoord.
Er waren hommels, bijen, libellen, vlinders, sprinkhanen en niet te vergeten insecten die onaangenaam kunnen steken, zoals de gewone goudoogdaas. 
Geen andere mensen, uitsluitend natuurlijke geluiden.

Ik was vooral op zoek naar kolibrievlinders, en die waren er. 
Bovendien was er nog veel meer te zien, dus deze editie is er een voor de volhouders.
(30 opnamen)

Wat zijn die vlindertjes snel!
Het was een echte uitdaging om plaatjes te maken waar ik tevreden over kon zijn.
Het zal geen verrassing zijn dat de prullenbak al snel goed gevuld was. 
Toch hield ik aardig wat platen over waaruit het moeilijk kiezen was.

Zo vind ik ze mooi, met een rustige achtergrond. 
Er waren meerdere veldjes met slangenkruid, waar ze blijkbaar gek op zijn. 
Soms zag ik meerdere kolibrievlinders tegelijk waardoor het weer lastig kiezen was.
De exclosures hebben dus duidelijk voordelen, 
omdat ze laten zien welke kansen de natuur krijgt als er geen damherten planten opeten. 
Dat er ook nadelen zijn aan de afwezigheid van damherten is op de website van Waternet te lezen. 
Vergrassing is bijvoorbeeld een nadeel, waar weer een oplossing voor gezocht moet worden.

De beelden van de kolibrievlinders wissel ik af met andere, zoals hier van een atalanta die zich er ook goed thuis voelde.

 In een naburig gebied zag ik deze tamelijk onopvallende gamma-uil. 
Het lukte mij niet er een betere plaat van te maken, maar ik laat hem toch zien omdat ik deze soort niet vaak tegenkom.

Gewone oeverlibellen zijn in het duingebied erg algemeen.
Deze keer laat ik een vrouwtje zien.

Er waren jaren dat ik tientallen keizersmantels zag.
Op het moment van schrijven van deze tekst staat de teller pas op drie.
Een verklaring heb ik niet, bloemen die ze graag bezoeken zijn er genoeg.
Keizersmantels zag ik alleen buiten de exclosures.

Ik werd verwend met een flink aantal grote keizerlibellen
Ze schoten voortdurend razendsnel met grillige routes langs de bloemen. 
Als ze even een rustpauze namen, was dat vaak op een voor mij onaantrekkelijke plaats.

Gelukkig trof ik wel een aantal keren een goed moment, waarbij ze fraai in beeld kwamen.
Ik moest wel afstand bewaren, want anders waren ze snel weer vertrokken.

Ik ben een aantal keren naar een van de exclosures geweest.
Tot mijn verrassing zag ik op een keer een kolibrievlinder die niet vloog maar rustig op het slangenkruid bleef zitten.

Het bleef bij deze ene keer.
Ik had mij al afgevraagd waar ze overnachten en waar ze zich verschuilen als ze toch een broodnodige rustpauze hebben.
Ze kunnen tenslotte niet voortdurend blijven vliegen.
Nu is het afwachten of ik een keer een paartje tegenkom.

Zo kennen we ze.
Zo wordt ook duidelijk hoe ze aan hun naam komen.

Je moet telkens snel reageren als je ze ziet. 
Naarmate je ouder wordt merk je dat je reactiesnelheid in de loop der jaren afneemt en dat het aantal plaatjes in de prullenbak toeneemt.

Als je dan twee kleine vuurvlinders ziet die rustig de tijd voor elkaar nemen 
dan grijp je de kans op scherpe platen natuurlijk direct aan.

Kleine parelmoervlinders heb ik dit jaar maar weinig gezien.
In het verleden heb ik er dan ook veel betere platen van kunnen maken.

Wat waren er dit jaar veel distelvlinders. 
Zowel in de exclosures als in de omgeving ervan kwam ik ze regelmatig tegen. 

Vaak namen ze de tijd om rustig ergens te blijven zitten.

Ook kleine minder opvallende vlinders lieten zich zien, 
zoals hier een groot dikkopje.

Bij de keizerlibellen onderscheiden we meerdere varianten.
Dit is een zuidelijke keizerlibel.

Qua uiterlijk zijn ze dan wat verschillend, maar qua gedrag is er geen verschil.

Op een ochtend dat het aantal vlinders nogal beperkt was, was daar ineens dit klein geaderd witje.

Het vlindertje vloog een paar keer op en ging dan op een andere plek weer een tijdje zitten.
Zo krijg je de kans om wat verschillende platen te maken.

Als je goed oplet zie je dat dit een curieus moment is.
Wat scheidt deze kolibrievlinder af?
Ik heb dit nog nooit bij een vlinder gezien.

Nee, dit is veel vertrouwder.
Ze zijn volgens mij gek op slangenkruid omdat de afstand van bloem naar bloem lekker kort is.
Natuurlijk moet de nectar ook lekker smaken.

Nog een paar platen van dit type vlinder als afronding voordat ik bij de laatste soort aankom.


Vorig jaar heb ik ze in dit gebied voor het eerst gezien.
Di jaar ben ik volledig aan mijn trekken gekomen.

En dan het slotakkoord. 

Vuurlibellen hebben de hinderlijke gewoonte om tamelijk dicht bij de grond op onaantrekkelijke plaatsen te gaan zitten. 
Wellicht voor hen aantrekkelijk, maar voor mij niet. 
Als je er echter wat moeite voor hebt moeten doen,
 voelt het des te prettiger als je mooie platen kan maken.

Een sfeervolle afsluiting van een typisch zomerblog.

maandag 6 juli 2026

Sabelsprinkhaan en julikever

 



Allereerst wil ik iedereen bedanken die gereageerd heeft op mijn bericht dat ik een scheurtje in mijn linkerdijbeen had opgelopen. 
Lopen ging wat moeizaam, door mijn been zakken was aanvankelijk niet te doen.
Gaandeweg ging het wat beter en kon ik er toch voorzichtig op uit. 
Ik heb maar kleine stukjes gelopen, maar tot mijn verrassing heb ik toch aardig wat mooie waarnemingen kunnen doen.
De julikever was daar een goed voorbeeld van.

Toen het lopen weer enigszins te doen was ben ik naar een veldje gegaan waar ik in het verleden veel vlinders, libellen en sprinkhanen heb gefotografeerd. 
Nu viel het behoorlijk tegen, maar grote groene sabelsprinkhanen waren er gelukkig wel.
Dankzij het kantelbare schermpje op mijn camera hoefde ik mijn benen nauwelijks te buigen.

Ze zaten niet voortdurend op mooie posities, maar als je geduldig bent komt er meestal wel zo'n moment.

Hier ging het de meeste mannetjes om: een vrouwtje met een indrukwekkende legboor.

Het verschil met een mannetje is duidelijk te zien.
Een paring heb ik niet gezien. 
De sprinkhanen verscholen zich na een tijdje weer tussen de begroeiing.
Gelijk hadden ze, ze wilden niet ten prooi vallen aan bijvoorbeeld vogels.

Vlinders waren daar niet veel, hoewel het op andere plaatsen beter was.
Soorten als de kolibrievlinder, keizersmantel en distelvlinder komen een andere keer aan bod.

Op de weg terug zag ik ineens een julikever, die erg rustig bleef zitten.
Een perfecte kans om een mooie scherpe foto te maken.

Zou hij wel leven?
Toen ik hem later met een stokje voorzichtig aanraakte bleek dat hij zich óf doodstil hield óf niet meer leefde.
Zijn tijd bleek voorbij te zijn.

Wat verderop zag ik er weer een. 
Hij was niet alleen, want er liepen ook wat mieren op en langs hem.

Er zat nog genoeg leven in hem, want langzaam maar zeker kwam hij wat omhoog.
Ik denk dat hij last had van die mieren.

Mieren schijnen wel wat te zien in een traag bewegende julikever. 
Het deed mij denken aan een Kaapse buffel die aangevallen wordt door leeuwen.

Julikevers doen denken een meikevers.
Meikevers heb ik dit jaar zelf niet gezien, ze schijnen er ook weinig geweest te zijn. 
Junikevers bestaan ook, maar die heb ik nog nooit gezien.

Julikevers zijn overdag nauwelijks actief, na zonsondergang komen ze weer tot leven.

Voor de variatie ook een keer frontaal.

Na deze laatste opname heb ik de kever voorzichtig in de berm gezet, 
want het risico was groot dat onoplettende voorbijgangers op de kever zouden trappen.
Misschien heeft hij daarna ook geen last meer gehad van de mieren.

Juni bracht nog veel meer.
Een grote lijster, een jonge buizerd en bovendien putters en padden in de tuin.
De natuur kan soms onverwacht dichtbij zijn.
Daarover een andere keer.

Buizerd

Kolibrievlinder

maandag 15 juni 2026

(On)verwachte lentebeelden


 Als het lente wordt hoop je natuurlijk op beelden van nieuw leven. 
Dat lukt het ene jaar beter dan het andere. 
De beelden in dit blog zijn de meest recente die ik in de AWD gemaakt heb.
Voorlopig komt er geen nieuwe oogst. 
Tijdens een partijtje badminton met een kleindochter heb ik een scheurtje in mijn linkerdijbeen opgelopen, 
waardoor ik mij alleen maar wat moeizaam kan verplaatsen.
Als je ouder wordt neemt je soepelheid helaas wat af.
Het herstel gaat mij ongetwijfeld een aantal weken kosten. 

Ik heb de vorige keer al wat laten zien van bergeenden die zich nogal druk maakten.
De acties vind ik zo leuk dat ik er nog meer van laat zien.

Mannetjes probeerden regelmatig op deze manier indruk te maken.

De betekenis van verdraagzaamheid zijn ze in het voorjaar vergeten.
Het mannetje moet niets hebben van een tweede vrouw in zijn buurt.

Soms leek de rust te zijn teruggekeerd, maar dat was meestal van korte duur.

Zo gauw een mannelijke bergeend zich ergens aan stoorde liet hij dat duidelijk merken.

Zij waren met zijn twaalven en hadden ruimte genoeg.
Toch zochten ze elkaar regelmatig op.
De mannetjes moesten blijkbaar iets bewijzen ten opzichte van elkaar.

Op zoek naar zandhagedissen zag ik deze hoornaar die iets gevangen had. 
Hij had geen oog voor mij, maar ik wel voor hem.
Dat leverde deze plaat op.

Het is mij toch nog een keer gelukt om een zandhagedis te verschalken op een manier die ik graag wilde. 
Ik moest er veel meer mijn best voor doen dan andere jaren.

Toen ik op weg was naar een plaats waar de kans op uitsluipers tamelijk groot is
wachtte mij onderweg een grote verrassing: een roodhalsfuut
Ik had er nog nooit een gezien in de duinwateren. 
Hij bleef wat te ver weg naar mijn zin, maar mij hoor je daarover niet klagen.

Vanaf een ander deel van de oever kon ik hem wat beter zien.
Opmerkelijk vond ik zijn aanwezigheid wel.

Hier is dan een uitsluiper
Ik was wat aan de late kant dit jaar want er vlogen al een heleboel viervlekken rond. 
Ze waren waarschijnlijk al een of twee dagen eerder uitgeslopen.
Er zijn echter altijd wel wat laatkomers.

Ik ben bang dat er met de vleugels van deze libel iets niet in orde is. 
Ze zien er meer verfomfaaid uit dan je zou verwachten.

Zo moet het eruit gaan zien.
Dit jaar dus voorlopig een erg summiere impressie van het uitsluipen.

Opnieuw een grote verrassing. 
Ik liep langs de oever van een tamelijk breed kanaal en zag aan de overkant in het momenteel verboden gebied deze jonge vos lopen. 
Ze zijn dus al zo veel gegroeid dat de brutaalste er alleen op uit trekken. 
Hij was overigens maar korte tijd goed te zien.

In de lente denken de dieren niet alleen aan het heden en zichzelf, 
maar hebben ook oog voor elkaar en de toekomst.
Deze gewone oeverlibellen hadden een rommelige plek tussen de begroeiing opgezocht voor hun innig samenzijn.

Een damhert in zomer-outfit ziet er mooi uit. 
Een bastgewei en een zomervacht staat ze goed.
Hun tijd moet nog komen.

Jonge knobbelzwanen in de AWD is echt een bijzonderheid. 
Volwassen zwanen, vaak als stelletje, zie je genoeg.

Ze eten graag mee als mama zwaan wat lekkers heeft gevonden.

Het tweetal zwaantjes slaagde er ook zelf in om wat eetbaars te vinden.

Een mooie afsluiter om aan te geven dat er ondanks de grote beperkingen in de toegankelijkheid van de AWD toch nog wel aantrekkelijke ontmoetingen mogelijk zijn.