zondag 30 augustus 2026

Juli en Augustus

In de maanden juli en augustus bleek dat er ondanks de warme, droge zomer toch nog wat plaatsen te vinden waren waar het aantal vlinders mij erg meeviel.
Natuurlijk, op plaatsen waar ik bloeiende planten en de daardoor aangetrokken vlinders verwacht had 
viel het soms enorm tegen. 
Planten waren verdroogd en/of bloemen waren er nauwelijks. 
Onder meer langs een kort daarvoor drooggevallen slootje was de grond echter nog vochtig genoeg om bloemen zoals watermunt een kans te geven. 
Hier zag ik bijvoorbeeld een aantal kleine parelmoervlinders.

Ze waren zelfs druk met elkaar bezig, wat helaas niet resulteerde in een paring toen ik er was.

De bloemen waren in trek bij vlinders en libellen. 
Helaas ook bij muggen en soorten als goudoogdazen, die mij soms flink te pakken namen.

ik heb nog nooit zo veel kleine parelmoervlinders in zo'n relatief klein gebiedje gezien. 

Er waren ook een soort hommels of bijen die ik niet herkende.
Via waarneming.nl kreeg ik de suggestie dat dit een gewone koekoekshommel zou zijn.
De meeste foto's heb ik overigens gemaakt met mijn 400 mm lens.

De volgende lijkt er volgens mij sprekend op, maar nu kreeg ik de suggestie grote koekoekshommel.
Van koekoekshommels had ik nog nooit gehoord, ze zijn dus nieuw voor mij.
Waarom de ene gewoon en de andere groot genoemd wordt is mij nog niet duidelijk.

In de exclosure waar ik al eerder over verteld heb zag ik ook argusvlinders.

Ik heb ze niet alleen op dat terrein gezien, maar het lukte elders slechts een enkele keer om er platen van te maken.
Voor mijn gevoel waren er wel minder dan vorig jaar.

Hoe anders was het met distelvlinders.
In augustus leek het of er een tweede ronde begonnen was, zoveel zag ik er.

Ze waren volgens mij talrijker dan koolwitjes, die meestal de meest voorkomende soort zijn.

Met macro zal deze plaat wellicht meer aanspreken, 
maar deze sabelsprinkhaandoder (waarneming.nl) is er niet van gediend als je dichtbij komt.

Ik vind wel dat hij veel op de grote rupsendoder lijkt.

Juli en augustus zijn de maanden waarin de bruinrode heidelibellen rondvliegen.

Dat geldt ook voor gewone oeverlibellen
Het zijn jagers die niet schromen andere libellen of juffers te grijpen zoals hier te zien is.

Ook al past de naam niet bij de tijd van het jaar,
grote schaatsenrijders voelden zich op rustige stukken water heel erg thuis.
Hoe komen ze toch aan zo'n naam?

Een icarusblauwtje, voor de verandering eens niet van opzij te zien.
Af en toe zag ik ze, maar wel minder talrijk dan in voorafgaande jaren.
Inmiddels is dat geen nieuws meer.

Keizersmantels en de Amsterdamse Waterleidingduinen vormen een goede combinatie, 
zelfs in jaren dat sommige in het verleden aantrekkelijke veldjes dat nu niet meer zijn.

Ik zag ze zo regelmatig dat ik op een gegeven moment niet meer de moeite nam om ze te fotograferen, 
net als met distelvlinders. 

Tot mijn verbazing bleef ik maar kolibrievlinders tegenkomen.
 Ik had al veel aandacht aan deze soort besteed, dus uit alle nieuwe foto's heb ik er nu maar één gekozen.

Ik had al een enkele keer gehakkelde aurelia's gezien, maar pas in augustus lukte het mij om ze vast te leggen.

Aanvankelijk draaiden ze zich steeds zo dat ik er niet de platen van kon maken die ik wilde.

Hoe meer er zijn, hoe groter je kansen worden.
Uiteindelijk kreeg ik wat ik wilde.

Het heeft aardig wat zweetdruppels en insectensteken gekost, maar hier was ik blij mee.

In de nazomer merk je steeds meer van spinnen.
De tijgerspin of wespspin is dan één van mijn favoriete soorten.

Het vrouwtje zie je vaak in haar opvallende kenmerkende web, maar de veel kleinere mannetjes vallen veel minder op.

De vrouwtjes hebben een gezonde eetlust.
Ze snacken ook graag.
Helaas voor de mannetjes moeten zij zich na de paring snel uit de voeten maken
 om niet door hun partner verorberd te worden.

De vrouwtjes houden van libellen.
Is een libel eenmaal in het web beland dan komt de spin er snel naar toe, 
bijt de prooi en pakt deze vervolgens vakkundig in.
Zoals op de bovenstaande foto vaag te zien is kijkt een mannetje daar dan ook begerig naar
 (of ging het om het vrouwtje?).

De spinnen houden ook van variatie, ze verslinden alles wat in hun web komt.
Hier heeft ze een vuurlibel te pakken.

Een prooi die veel groter is dan zijzelf kost haar geen enkele moeite.
Zo kan ze er weer even tegen.

En dan tot slot iets heel anders.

Op een veldje dat er wat triest uitzag met de vele dorre bloemen en planten 
zag een klein gedeelte er toch nog redelijk uit.
Ik ging er even naar toe en verraste een bijzondere bewoner (of passant):

Er kroop een veenmol tussen de planten!
Hier had ik onder de zomerse omstandigheden absoluut niet op gerekend.
Het dier kroop overigens heel snel in de begroeiing weg, 
waardoor ik nauwelijks kans had om er foto's van te maken.
Dit was de beste.

Een veenmol had ik in het verleden twee keer eerder gezien, onder voor mij veel betere omstandigheden.
Deze laatste plaat laat zien wat voor een indrukwekkend dier het is.
Mannetjes kunnen 35-45 cm groot worden, vrouwtjes 45-70 cm.
Ze leven grotendeels ondergronds, wat hun naam al enigszins aangeeft.
Een mooie soort om mee te besluiten.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten