De herfst van 2023 was niet alleen nat en winderig,
tussen de buien door lukte het mij namelijk toch wel om er regelmatig op uit te trekken.
Volgens mij was het een goed jaar voor paddenstoelen en zwammen.
Deze keer laat ik een selectie zien van wat ik in het Groenendaalse Bos in Heemstede en in de Amsterdamse Waterleidingduinen ben tegengekomen.
Allereerst het Groenendaalse Bos.
Ik ben begonnen met oranjerode stropharia (Leratiomyces ceres).
Gekraagde aardsterren (Geastrum triplex) ben ik ook op andere plaatsen tegengekomen,
maar dit gave exemplaar mag in dit overzicht niet ontbreken.
Deze gele aardappelbovist (Scleroderma citrinum) is niet zo'n bijzondere soort.
Dit exemplaar verdient zijn plaats door zijn opvallende vorm.
Geweizwammetjes (Xylaria hypoxylon) waren in overvloed aanwezig.
Het viel niet mee om er een paar te vinden die niet in de massa verloren gingen.
De geweitjes waren nog pril, te vergelijken met de spitsers bij damherten.
Tot mijn genoegen vond ik enkele grote stinkzwammen (Phallus impudicus).
Dit verse exemplaar was heel populair bij allerlei insecten, die door de geur werden aangetrokken.
Als de insecten hun werk gedaan hebben en de slijmerige laag met sporen hebben verwijderd,
blijft er een kale stinkzwam over.
Het was even zoeken, maar het lukte mij om enkele sparrenappels te vinden waarop muizenstaartzwammetjes (Baeospora myosura) groeiden.
Mijn tussenringen bewezen mij weer een goede dienst.
Mycena soorten vind je overal in parken en bossen.
Ze dagen je uit om er een mooie compositie van te maken.
Muizenstaartzwammetjes blijken zich niet alleen op sparrenappels thuis te voelen.
Deze kleine stond wel erg verloren tussen al het blad.
Kleine zwammetjes zoals dit plooirokje (geen idee of dit de juiste naam is) zijn er genoeg,
maar ze zó op de plaat krijgen als je wilt is soms nog een hele toer.
Nogmaals een stropharia, maar dan in een iets andere setting.
Dit kaviaar-achtige type probeer ik ieder jaar weer te vinden.
Het heet rossig buiskussen (Tubifera ferruginosa).
Het lijkt sprekend op de oranje eitjes van de zalm.
Wat een vreemde speling van de natuur dat er zo'n overeenkomst in uiterlijk is.
Roze knoopzwammen (Neobulgaria pura) zijn vrij algemeen.
Na een regenbuitje bleven er wat druppeltjes op de zwammetjes liggen.
Dit zwammetje valt in de categorie vreemde schepsels.
Ik weet niet wat ik hiervan moet denken.
Ook waarneming.nl weet hier geen raad mee.
De zwammetjes horen bij de mycena familie,
het zouden grote bloedsteelmycena's (Mycena haematopus) kunnen zijn.
Het lieveheersbeestje zou volgens waarneming.nl een Aziatisch lieveheersbeestje (Harmonia axyridis) kunnen zijn.
Ook al zijn de namen wellicht niet juist, de combinatie van zwammetje en lieveheersbeestje sprak mij wel aan.
Daarmee wordt het Groenendaalse Bos voor dit jaar afgesloten,
nu komen de Amsterdamse Waterleidingduinen aan de beurt.
In een eerdere post heb ik al aandacht besteed aan wasplaatjes die ik daar gevonden heb.
Er blijven nog enkele in mijn ogen interessante of opmerkelijke soorten over.
Deze merkwaardig gevormde zwam heet echte tonderzwam (Fomes fomentarius).
Op het eerste gezicht lijkt het of de tak door de zwam heengaat maar dat is gezichtsbedrog.
De tak heeft wel de groei belemmert.
Dit tweetal wordt heksenschermpje (Mycena rosea) genoemd.
Ze dragen bij aan de vertering van dode bladeren op de grond.
Een dennenvlamhoed (Gymnopilus penetrans) heb ik wel vaker gevonden en op de plaat gezet.
Een tegenlichtopname met een varenblad als achtergrond bleek een mooie combinatie te zijn.
Dat is het voordeel als de zwam op een stuk hout groeit dat je kan verplaatsen.
Een kroontjesknotszwam (Artomyces pyxidataus) met tegenlicht bleek een mooiere plaat op te leveren dan een zwam in het volle zonlicht.
De lichte zwam staat zo in een wat dreigende omgeving.
Hoe fragiel kan een plooirokje (Parasola plicatilis sl) zijn.
Er schijnen nogal wat verschillende soorten te zijn, net als in de mode.
Daar houd ik mij niet verder mee bezig, het gaat mij om het plaatje.
Dit is een dooiergele mestzwam (Bolbitius titubans).
De gele kleur is bovenin nog een beetje zichtbaar maar grotendeels ver te zoeken.
In een vroeger stadium is deze zwam echt knalgeel, zoals ik vorig jaar voor het eerst in Leyduin heb gezien.
Deze keer trof ik een behoorlijk gaaf exemplaar.
Het kan ook anders.
Ook dit is een russula, maar deze heeft zijn beste tijd al gehad.De gehavende vorm geeft het verval in het najaar goed weer..
Voor de verandering een zwam met een enigszins groenige tint: een valse kopergroenzwam (Stropharia caerulea).
Er bestaan ook echte kopergroenzwammen, maar ik heb geen idee waardoor ze verschillen.
Een aantal van deze zwammen groeide in de omgeving van de heksenschermpjes die ik al eerder liet zien.
Ze spelen dezelfde rol in de natuur.
Ik blijf het een mooie combinatie vinden met de sparrenappels.
Deze soort was nieuw voor mij: een elfenwasplaat (Hygrocybe ceracea).
Deze soort was nieuw voor mij: een elfenwasplaat (Hygrocybe ceracea).
Er groeide een flink aantal van deze zwammetjes langs één van de toevoerkanalen in de AWD.
De andere soorten wasplaatjes die ik eerder was tegengekomen waren hier niet te vinden.
Ze zijn klein en staan voornamelijk tussen de begroeiing van het duin.
Met een beetje tuinieren kan je toch wel een aardig plaatje maken.
Hiermee zit mijn paddenstoelenjaar erop.
Het is weer een lang verslag geworden, hopelijk was het aantrekkelijk genoeg om tot het eind door te gaan.
Er was veel te zien, veel soorten hebben mijn blog niet gehaald.
Samen met de damhertenbronst hebben de paddenstoelen en zwammen voor veel mooie momenten in het najaar gezorgd.
Bedankt voor het bekijken, eventueel reageren en het uithoudingsvermogen.




























































