maandag 9 mei 2016

Zandhagedissen

Zandhagedissen (Lacerta agilis) voelen zich thuis in een zanderige omgeving waar voldoende oud hout en lage bodembegroeiing is te vinden.
Ze komen in het duingebied voor maar ook in het Oosten van het land en op de Veluwe.
Op de rode lijst worden ze als "kwetsbaar" vermeld.

APRIL
In april komen ze op zonnige dagen tevoorschijn als de temperatuur hun bevalt.
Uit de wind, in de zon, en dan lekker opwarmen. Niets menselijks is hen vreemd.
Het zijn koudbloedige dieren die warmte nodig hebben om actiever te worden.
Bij het fotograferen kan je daar dan natuurlijk van profiteren door de momenten te kiezen waarop ze zich liggen op te warmen.
De kleuren zijn aanvankelijk nog wat flets.
Als de paartijd op zijn hoogtepunt is gekomen zijn de kleuren veel intenser.
De kleuren van dit vrouwtje zullen niet eens veel warmer worden, de verschillen zijn beter bij de mannetjes te zien.
Je kan de hagedissen heel goed benaderen als je rustig beweegt.
Ze houden niet van snelle bewegingen.
Ze schieten onmiddellijk weg in de dekking als een beweging hen niet bevalt.
Ze zijn heel nieuwsgierig, want ze komen meestal weer snel uit  hun schuilplaats, voorzichtig de omgeving in zich opnemend.
Je moet even goed kijken om het tongetje te zien. (Gebruik daartoe de vergroting).
De tong fungeert als reukorgaan.
Lief hè?
Het vrouwtje houdt teder een pootje op de rug van haar onverschrokken partner.
Het hol en de omgevallen boomstam zijn even verlaten.
Het mannetje struinde door het gras, op zoek naar iets te eten of wellicht om een mogelijke concurrent weg te jagen.
Ze vertonen territoriaal gedrag en daar hoort dan natuurlijk ook patrouilleren bij om mogelijke uitdagers tijdig te signaleren.
Soms zie je ze flitsend snel van de ene naar de andere omgevallen boomstam snellen. 
In het open terrein zijn ze kwetsbaar; ze kunnen  bijvoorbeeld ten prooi vallen aan vogels.
Deze zonaanbidder  sluit de maand april af.
De omgeving werd scherp in de gaten gehouden, even lekker wegdutten was er niet bij.

MEI

Kijk, dat is een echte binnenkomer.
Deze man is helemaal op kleur gekomen, de paartijd mag beginnen.
Zij doet niet voor hem onder, al moet ook zij accepteren dat de mannen in de natuur mooier zijn.
Uitdager of oplettende partner?
Relaxed was hij nog wel want ik mocht hem voorzichtig benaderen en de plaatjes maken die ik wilde.
Zíj warmde zich intussen op een bedje van mossen en bodembedekkers op , rustig afwachtend op wat ging gebeuren.
Daar was haar beschermer, omhoog kruipend uit het veilige hol.

De beelden zijn overigens niets steeds van hetzelfde stelletje. 
Meestal waren er 10-15 hagedissen actief in het gebiedje waar ik ze heb opgezocht.
Uitsluitend afgaande op de foto's is het moeilijk om een schatting te maken van hun lengte, inclusief staart.
In totaal kunnen ze 16-20 cm lang worden.
Gevaar komt meestal van boven.
 Concurrentie komt over het algemeen over de grond.
Een enkele keer wordt er één door een andere hagedis besprongen vanaf een omgevallen boomstam.
Uiteindelijk is dit wat ze willen,  een aantrekkelijke partner, waarmee ze voor een sterk nageslacht kunnen zorgen.
Voortdurend zijn er kapers op de kust, de concurrentie is groot.
Soms lijkt het dat er een mannenoverschot is.
Er zijn genoeg vrouwtjes die zich daar prettig bij voelen,
want door natuurlijke selectie blijven zo de sterkste partners met de beste genen over.
Het is dat ik weet dat dit een zandhagedis is.
Ik heb varanen gezien die minstens een meter groot waren en die op een foto op dezelfde manier overkwamen.
Dit is misschien niet de mooiste foto, maar het is wel een bijzonder beeld.
Het lijkt erop dat de hagedissen geen mieren lusten.
Er kruipt een mier over de bek van de hagedis (beter te zien in de vergroting).
Het was niet de enige keer dat ik dit zag.
De hagedissen kunnen erg geplaagd worden door teken (en wij ook).
Hier is er één die al een flinke collectie heeft verzameld.
Nog een laatste blik en dit overzicht is afgerond.
Het heeft mij moeite gekost om een niet te lange selectie te maken uit de grote hoeveelheid beelden die ik van de hagedissen heb gemaakt.
Ik hoop dat ik voor genoeg variatie heb gezorgd zodat het een aantrekkelijk overzicht is geworden.

dinsdag 3 mei 2016

AWD - maart/april 2016

Deze keer heb ik een overzicht gemaakt van twee maanden. 
Aan reeën en vossen had ik al aandacht besteed, waarna er van de maand maart te weinig overbleef om er een blog aan te wijden.

Het gevolg is dat de heggenmus mijn binnenkomer van deze aflevering is geworden.
Tijdens een nog tamelijk vroege maartmorgen zong het vogeltje uit volle borst.
Wilde eenden gedijen goed in de AWD, zoals hier in het Zwarteveldkanaal.
Nijlganzen blijven mij verbazen, want ik vind dit toch geen echte bosvogels.
Ze waren met zijn tweeën, waarbij het mannetje zich nadrukkelijk liet horen.
Koolmezen zie je overal, ook in de AWD, maar niet altijd op een plek waar ze mooi te fotograferen zijn.
Er zijn in de AWD nou eenmaal weinig observatiehutten, waar je ze van dichtbij zou kunnen zien.
1 April, maar geen grap.
Op een schaduwrijke plek bleken  na een koude nacht de varens bedekt met een wit laagje.
Het was een verrassing om nog zaagbekken te zien, drie mannetjes vergezeld door een vrouwtje.
Het paste die dag bij het winters ogende beeld van hierboven.
Het overkomt mij niet vaak dat ik putters zie in de AWD, dus ik was dik tevreden dat ik er ook nog plaatjes van kon maken.
Natuurlijk zien velen liever plaatjes waarop de vogels groter te zien zijn.
Je moet dan meestal wel vanuit een observatiehut of schuiltent kunnen fotograferen.
Voor mij heeft het vaak een extra betekenis als ik de plaatjes "in het wild" gemaakt heb,
waarbij ik dan voor lief neem dat ik de dieren soms moeilijker kan benaderen.
Reeën benaderen vind ik altijd een uitdaging.
Daar hoort dan (gebukt) lopen bij, maar ook hurken, kruipen en soms liggen.
Naar deze reebok kon ik voorzichtig toe sluipen,
waarbij ik ook gebruik kon maken van een klein hobbeltje in het terrein waarachter ik mij kon verschuilen.
De bok en zijn metgezellen reageerden rustig op mij, ze keken alleen even op.
Ze gingen nog even door met grazen en liepen toen op hun gemak weg.
Als een vink zo mooi op een paaltje blijft zitten maak je daar natuurlijk een plaatje van.
Ook het koolmeesje dat een tijdje op de afrastering bleef zitten mocht op de foto.
In een deel van het duingebied heeft een grote renovatie plaatsgevonden.
Vogelkers is verwijderd en er zijn allerlei poelen gegraven, waardoor het gebied er heel anders is gaan uitzien.
Een gevolg is dat er in natte perioden een waar plassengebied is ontstaan.
Als het een tijdje droger is zie je wel de omvang van de plassen en meertjes krimpen.
Er zijn inmiddels soorten gekomen die ik daar nog niet eerder had gezien.
De kleine plevier is daar een prachtig voorbeeld van.
Maar ik heb er ook al gele kwikstaarten, een witgatje en tureluurs gezien. 
Allemaal soorten die ik daar zelden of nooit  gezien had.
Een pimpel bleef een tijdje op een tak zitten, terwijl ze daar meestal geen geduld voor hebben.
Hoe je het wendt of keert, de lente is echt in volle gang.
Langs een vennetje vond ik talloze vergelijkbare spinnennestjes.
Nu nog tamelijk klein, maar over enkele weken wellicht flinke exemplaren.

En dan de verrassing van de maand:
een gewone dwergvleermuis (pipistrellus pipistrellus)
Bij ingang Panneland vloog hij op een middag rond, waarna hij een tijdje op een boomstam ging zitten, gelukkig niet te hoog.
Maar hoe bizar is het om rond half vier 's middags in het toch felle zonlicht een vleermuis te zien vliegen?
Waarschijnlijk is hij ergens verstoord.
Hij vloog een paar keer een rondje, koos tussendoor een rustplaats op een boomstam en verdween na een tijdje het bos in.
Op 11 april zag ik de eerste zandhagedissen.
Het was een behoorlijk zonnige dag en dan willen ze wel tevoorschijn komen.
En zeg nou zelf, opwarmen in de lentezon is toch best aangenaam?
Er waren al eerder boomkikkers gesignaleerd.
Dit is één van de eerste die ik zelf gezien heb.
Toen ik bezig was met hagedissen fotograferen kwam plotseling dit kikkertje achter de stam vandaan.
Regelmatige bezoekers van de AWD weten dat in een aantal gebieden de konijnen zich goed thuis voelen, terwijl je ze elders nauwelijks ziet.
De tapuiten zijn ook weer terug.
Ze zijn heel waakzaam en vliegen vaak een stukje verder als je te dichtbij komt naar hun zin.
Deze gaf mij tot nu toe de beste kans.
Zonnedauw, dat was een leuke uitdaging.
De plantjes waren nog buitengewoon klein, dus om te beginnen viel het niet mee om een geschikt plantje te vinden.
Een aantal blaadjes moest zich nog openvouwen.
De minieme plantjes boden mij een uitgelezen kans om mijn kortgeleden gekochte tussenringen eens te gebruiken.
Ook al is er veel niet geworden wat ik mij ervan voorstelde, met de beide overgebleven plaatjes ben ik toch wel tevreden.
Nu nog even geduld hebben totdat de blaadjes wat groter zijn.
De hagedissenmannen komen steeds meer op kleur.
Plaatjes, waarbij ze tussen de begroeiing lopen geven wel hun natuurlijke leefterrein goed weer, maar ze zijn toch vaak wat rommelig.
De hagedissen zitten echter vaker tussen de plantjes dan open en bloot op een boomstam.
Zo hield hij alles goed in de gaten.

Het was een periode met een flink aantal hoogtepunten, waarvan ik hier een selectie heb laten zien.
Natuurlijk levert een overzicht van twee maanden een lang blog op.
Er was dan ook heel veel te zien, want niet alleen reeën, een vos maar ook bruine kikkers hebben mij nog flink bezig gehouden.
Hagedissen zullen zeker nog een keer in de spotlights komen te staan.