donderdag 16 juni 2016

Een meikever en damhertjes



De titel suggereert misschien dat ik een fabel ga vertellen, die ik met zelfgemaakte plaatjes zal illustreren.

Niets is minder waar.

Begin juni trof ik allereerst een meikever die buiten zijn gebruikelijke habitat bezig was met in een pitrusstengel te klimmen.
In het eerste deel van dit blog komt hij ruimschoots aan bod.

Op 11 juni zag ik dit jaar voor het eerst damhertkalfjes.
Het opmerkelijke is dat ik ze in 2013 voor het eerst zag op 10 juni, in 2014 en 2015 op 11 juni en nu in 2016 opnieuw op 11 juni.

Ik denk dat het dit jaar ook al wat eerder mogelijk geweest had kunnen zijn - onder andere gelet op het mooie zomerweer - maar de week hieraan voorafgaand was ik in Drenthe.
De hertjes zorgen deze keer voor de laatste beelden van dit verslag.


Op zoek naar uitsluipers zag ik tot mijn verrassing deze meikever, druk bezig omhoog te klimmen in een pitrusstengel.
Op een plek vlakbij een poel had ik hem niet verwacht.
Ik had dit jaar al eerder meikevers gezien, maar die werden in vlot tempo verorberd door roodpootvalken.
Het klimmen viel hem niet mee.
Als hij een stukje omhoog geklauterd was gleed hij vaak een stuk(je) terug, maar hij hield vol.
De meikever die ik gezien heb is een mannetje. 
De oranjekleurige antennes van mannetjes bestaan uit zeven delen, bij de vrouwtjes uit zes.
Op een aantal foto's is duidelijk te zien dat er zeven lamellen zijn.
Hangend aan de spriet probeerde hij het uiteinde te bereiken. 
De stengel boog door onder zijn gewicht.
Meikevers in Nederland eten vooral eikenbladeren, terwijl ze in Belgiƫ vooral beukenblaadjes eten.
(Bron: Wikipedia).
Een verklaring hiervoor ben ik niet tegengekomen.
De kevers zijn veel minder schadelijk dan hun rupsen.
De rupsen eten vooral de wortels van planten en kunnen zo bijvoorbeeld tuinen ernstig beschadigen.
Niet alleen de antennes met de lamellen zijn zo goed te zien, maar ook de kenmerkende beharing. 
Volwassen meikevers (Melolontha melolontha) zijn ongeveer 3 cm lang.
Eindelijk, de top bereikt. 
Triomfantelijk leek hij rond te kijken, maar helaas voor hem duurde dat niet lang.
Hij verloor zijn houvast en viel pardoes omlaag waarbij hij net niet in het water viel.
Hij probeerde weer in de stengel te klimmen, maar hij gleed tekens weer terug.
Pitrus is glad, het zag er hopeloos voor hem uit.
 Met behulp van een takje heb ik hem wat  hoger in de stengel bij een vertakking neergezet.
Hij balanceerde daar even maar hij viel niet opnieuw.
Mijn voordeel was natuurlijk dat ik nog wat meer plaatjes kon maken.
Opnieuw het hoogste punt bereikt.
De antennes, het kopschild, de vleugels en de staartpunt zijn duidelijk te zien.
Wetenswaardigheden over meikevers zijn uitgebreid beschreven in Wikipedia.
De lamellen van de antennes worden gebruikt om voedsel of een partner te zoeken.
Meikevers zijn, zoals de naam al zegt, vooral in mei actief.
Voor hun larven hebben ze een bodem nodig met een losse structuur.
Bovendien moet er voldoende begroeiing en/of schaduw zijn.
Meikevers krijgen in verschillende delen van het land een andere naam.
"Mulder" of "molenaar" verwijst naar de witte haartjes die de indruk van een bepoederd uiterlijk wekken,
dat kenmerkend is voor een werkende molenaar.
In Twente noemt men ze onder meer 'ekkelbrommer", verwijzend naar de eik.
In Drenthe gebruikt men ook wel de naam "eekmulder".

Nadat hij de top weer bereikt had vond hij het mooi geweest. 
Brommend ging hij er vandoor om na een tijdje in de begroeiing midden in de poel te landen.

Het zweet druppelde inmiddels van mijn hoofd, niet zo zeer van de inspanning als wel door de krachtige zon.
In de schaduw kon ik weer wat afkoelen en wat eten en vooral drinken.

Na een geslaagde vakantie in Drenthe, waarover later meer op mijn blog, was ik nieuwsgierig of er al damhertkalfjes waren in de AWD.
Het duurde niet lang of ik zag er al een met zijn moeder wegrennen.
Ook een tweede rende snel weg nadat hij mij even vorsend had aangekeken.
Het derde kalfje bleef roerloos liggen.
Het bewoog alleen zijn ogen.
Voorzichtig liep ik op gepaste afstand om het diertje heen om een betere positie te vinden om plaatjes te maken.
Lang leve de 400 mm lens.
Uiteraard ben ik niet te lang gebleven.
Het hertje bleef  onbeweeglijk liggen toen ik langzaam wegliep.
Als een kalfje doodstil blijft staan tussen de omgevallen bomen valt het nauwelijks op.
Hij keek mij een tijdje aan en besloot toch maar een rustiger omgeving op te zoeken, waar geen nieuwsgierige fotografen rondhingen.
Ook dit kalfje vertrouwde mij genoeg om niet weg te rennen.
Ik kreeg ruimschoots de tijd om foto's te maken, waarbij hij mij nieuwsgierig aankeek.
Van het tiental kalfjes dat ik die zaterdagmorgen zag was deze veruit het mooist zichtbaar.

Door de renovaties in het duin zijn een aantal gebieden ingrijpend veranderd. 
Op enkele plaatsen waar ik andere jaren vaak kalfjes zag ontbraken ze deze keer.
Zoals wel duidelijk is geworden ben ik toch niets tekort gekomen.

vrijdag 10 juni 2016

Poelgeest - mei 2016

Op 26 mei vond ik het weer eens tijd om naar Poelgeest te gaan.
Als het meezit krijg je daar in deze tijd van het jaar, afgezien van de vele jonge ganzen, jonge vogels te zien.
Ik werd niet teleurgesteld want ik vond vier kleine kievitjes.
Daarover aan het eind van dit verslag mee.
Het was 's morgens rustig, bijna windstil weer.
Bovendien was de temperatuur ook toen al prettig.
Een blauwe reiger waadde heel rustig door de tamelijk ondiepe plas.
Hij slaagde er niet in om iets te vangen toen ik in de buurt was.
Vis zit er genoeg, ook van een formaat dat de reiger niet aan kan.
Ik zag bij voorbeeld een flinke brasem helemaal het water uit springen. 
Vorig jaar heb ik daar de paaitijd van nabij kunnen volgen, waarvan ik toen ook in mijn blog beelden heb laten zien.
De ekster vloog niet weg toen ik in zijn buurt kwam.
Dat is wel eens anders.
Zijn verenpak is aan de onderkant nat van de dauw.
Een lepelaar deed het beter dan zijn familielid de reiger.
Hij ving een vis waar hij ongetwijfeld tevreden mee was.
Ik heb ook beelden waarop hij veel dichterbij is, maar dit is voor de afwisseling ook wel passend.
Grauwe ganzen waren die dag in verhouding rustig.
Massaal zag ik ze in het riet verdwijnen.
Ruien ze nu al?
Het bergeend vrouwtje banjerde zo dichtbij langs de modderige oever dat zij nog maar net in beeld paste.
Terwijl ik langs de oever wandelde maakte een paartje scholeksters heel wat misbaar.
Het vrouwtje liep bovendien met een zogenaamd gekwetste vleugel bij mij vandaan in de hoop dat ik zou volgen.
Haar jongen, die ongetwijfeld in de buurt te vinden moesten zijn, heb ik echter niet gevonden.
Maar ook een paartje kieviten sloofde zich enorm uit.
Zouden er ook nog kleine kievitjes in de buurt zijn?
Plotseling zag in een kuiltje in de grond, minder dan een meter van mijn maat 45 vandaan een jong vogeltje.
Dat was wel even schrikken, want als je niet goed oplet sta je er zo maar bovenop.
Iets verderop, eveneens in een kuiltje, lag er nog een.
Als je eenmaal gewaarschuwd bent let je nog beter op.
In totaal vond ik er vier.
Maar waren het nu jonge kievitjes of jonge scholeksters?
Zoals ik al vermoedde bleken het kleine kievitjes te zijn.
Ik trok mij een stukje terug, daarbij de plaatsen, waar de kleintjes vrijwel onzichtbaar op de grond lagen, in de gaten houdend.
Wat hebben ze een geweldige schutkleur.
Tot mijn verrassing ging de brutaalste aan de wandel langs de waterkant.
Hij drentelde wat heen en weer alsof hij niet goed wist wat hij moest doen.
Tenslotte ging hij weer tussen de plantjes liggen.
Vergeleken met de planten wordt wel duidelijk hoe klein ze nog waren.
Een van zijn broertjes of zusjes was ook van plaats veranderd.
Hij probeerde zo onopvallend mogelijk in het gras schuil te gaan, met zijn kop tussen de grassen.
Een bekende struisvogeltactiek.
De ouders waren natuurlijk in de buurt, maar niet heel erg onrustig.
Ze slaakten af en toe kreten waarop de kleintjes met gepiep reageerden.
De brutaalste was weer opgestaan en piepte soms als antwoord op de kreten van zijn ouders.
Hij had blijkbaar te horen gekregen dat hij naar de overkant moest zwemmen, waar een van de ouders op hem wachtte.
Terwijl hij naar de overkant zwom dook er een mantelmeeuw op hem af.
Die had niet gerekend op de felle reacties van het kievitenpaar.
Hij droop onmiddellijk af.
De kleine bereikte de overkant ongedeerd en verdween tussen de begroeiing.
Niet veel later volgden nog twee ukkies.
Op de vierde heb ik niet mee gewacht.
Wat zijn ze klein en kwetsbaar als je ze zo'n toch vrij breed stuk water ziet overzwemmen.
Ze kunnen verrassend goed en snel zwemmen.
Zorgvuldig werden ze door hun ouders gecoacht bij de overtocht.

Het spreekt voor zich dat de ontmoeting met de kieviten het hoogtepunt van de ochtend was.