woensdag 31 december 2025

Jaaroverzicht 2025

 

Bij het bedenken hoe ik dit overzicht zal beginnen heb ik even teruggekeken naar het jaaroverzicht 2024. 
Ik zou de inleiding naadloos kunnen overnemen. 
In Oekraïne, Gaza en Sudan is de ellende onbeschrijfelijk. 
Natuurgeweld in bijvoorbeeld Indonesië, Sri Lanka en Japan laat ook zien hoe kwetsbaar de mensheid is. 
De klimatologische verandering is op talloze plaatsen schrijnend merkbaar. 
In Nederland is het pijnlijk om te zien dat partijbelangen nog steeds belangrijker worden gevonden dan het zoeken naar een gemeenschappelijke aanpak om de problemen in Nederland aan te pakken. 
Daarbij komt dan ook nog dat veel mensen, vooral jongeren, psychische problemen krijgen omdat ze een somber toekomstbeeld hebben. 
Woningnood, een steeds groter wordend klimaatprobleem en oorlogsdreiging spelen hierbij een grote rol.


Voor 2025 heb ik een overzicht gemaakt dat wat anders is dan in vorige jaren.
Omdat ik in het begin van het jaar twee maanden niet of nauwelijks gefotografeerd en geblogd heb, 
leek het mij beter om geen maanden als uitgangspunt te nemen.
Zo ben ik toch tot het volgende overzicht gekomen.

In maart ben ik naar een hut in Waterland geweest. 
De vogels waar ik op gehoopt had, nonnetjes en middelste zaagbekken, bleven ver weg omdat de wind verkeerd stond. 
Deze ijsvogel liet zich daar echter even prachtig zien.

In april ben ik drie dagen met mijn vrouw op Texel geweest. 
Deze lepelaar was allesbehalve schuw, 
waardoor ik alle tijd had om de plaatjes te maken die ik wilde.

Ieder jaar ga ik op zoek naar uitsluipende libellen. 
Ik heb er talloze mooie platen van gemaakt. 
Deze keer kies ik voor een close-up die laat zien hoe de libel moeite lijkt te hebben afscheid te nemen van zijn beschermende pantser.

Grote bonte spechten die voor hun nageslacht zorgden vormden een belangrijk onderwerp in mei en juni. 
Het was een echte uitdaging om te proberen mooie vliegbeelden vast te leggen.
Ik heb er vele uren aan besteed.

Deze plaat van een buizerd, gemaakt op 2 juni, draag ik op aan mijn fotovriend Bob Isaak die nauwelijks een maand later volkomen onverwacht overleed.
Het gemis is er nog steeds, het voelt zo onwerkelijk.
Het zal vreemd voelen om weer een keer naar die hut te gaan, wat ik overigens zeker zal doen.

In juni maakte ik met mijn vrouw een reis over de Azoren, 
waarbij we onder andere een middag besteedden aan whalewatching.
De allereerste plaat van dit overzicht laat een duikende potvis zien.
De tuimelaar (bottlenose dolphin) verdient ook een plaats in dit overzicht.
Whalewatching was een absoluut hoogtepunt van de reis.

Met Maria ben ik een keer op stap geweest naar een veld waar koninginnenpages voorkwamen. 
Ik had ze tot dat moment nog nooit in Nederland gezien.
Wat een belevenis, we werden verwend met zeker een handvol vlinders die ook nog eens dichtbij kwamen.

In de Amsterdamse Waterleidingduinen zijn al een aantal jaren exclosures te vinden, 
waar damherten buitengesloten worden.
Je ziet daar nu planten en bloemen terugkeren die jarenlang door de herten werden weggevreten.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan het hier afgebeelde slangenkruid, 
dat ik overigens nu ook al buiten de exclosures heb gezien nu er minder damherten zijn.
Tot mijn verrassing kwamen kolibrievlinders op het slangenkruid af, 
een aangename verrassing die het succes van het terugbrengen van het aantal damherten onderstreept.

In september heb ik tijdens een vakantie op de Sallandse Heuvelrug de Enterveenhut bezocht.
Dat was een groot succes, onder andere omdat we daar deze zwarte specht zagen.

Behalve de zwarte specht kwam daar ook een groene specht.
Beide soorten had ik nog nooit vanuit een hut gezien.

Het najaar is de tijd van de paddenstoelen.
Dit gewone judasoor is een van de vele soorten waarmee ik mij heb beziggehouden.

Als je veel soorten zwammen hebt gezien en veel plaatjes hebt gemaakt is het lastig om een keuze te maken.
Zoals altijd is het natuurlijk erg subjectief welke de mooiste is.
Het kopergroenbekerzwammetje is in ieder geval een mooie vertegenwoordiger van de zwammen.

Toen ik mijn overzicht gemaakt had was er toch nog een bijzondere ontmoeting, die ik hier als extraatje wel vind passen:

In december maakten mijn vrouw en ik twee keer een wandeling door het Kraansvlak, op zoek naar wisenten.
 De eerste keer waren ze niet te zien, maar bij de tweede wandeling zagen we al snel een groep van zo'n 20 wisenten,
 ook wel Europese bizons genoemd.
Ik heb ze wel vaker laten zien op mijn blog, 
maar deze dieren leverden mij in de natuur onmiskenbaar het hoogtepunt van de maand december op.


Mijn selectie geeft zoals ieder jaar een aantal voor mij belangrijke momenten van het afgelopen jaar weer.
In ieder geval heb ik weer vele uren met plezier in de natuur doorgebracht.
En wat zal 2026 ons brengen?

In mijn archief heb ik gezocht naar een passende plaat om dit overzicht mee te besluiten.
Het nauwelijks zichtbare kanaaltje is inmiddels vervangen door een ondergrondse buis,
 waardoor het water de duinen in geleid wordt.
Die hindernis is dus verdwenen.

Het springende damhert symboliseert de sprong van 2025 naar 2026, 
waarbij een hindernis moet worden overwonnen.
Wie weet welke hindernissen we het komende jaar moeten overwinnen?

Dit is een geschikt moment om iedereen te bedanken die mijn blog heeft bezocht en eventueel ook nog een reactie heeft achtergelaten.

Ik wens iedereen voor 2026 een goede gezondheid en veel plezierige momenten in een wereld die hopelijk wat vriendelijker zal zijn dan in 2025.

zondag 14 december 2025

Fungi deel 2


 Leyduin heeft mij ieder jaar wel wat te bieden in de herfst.
 In deze editie laat ik vooral platen zien van dit landgoed, met af en toe een zijstapje. 
De ene soort paddenstoel of zwam is meer bijzonder dan de ander maar ook van betrekkelijk veelvoorkomende soorten blijft het een uitdaging om er een mooie plaat van te maken. 
Zo vond ik op een keer een gewoon judasoor, merkwaardig genoeg aan het uiteinde van een dikke tak.
Het voordeel van losliggende takken is dat je ze kan verplaatsen.

Dit is precies dezelfde zwam.
De tak lag aanvankelijk op een stapel hout, maar ik heb hem hier op de grond neergelegd.
Het levert een totaal ander beeld op.

Wat verderop lag een boomstam op de grond, waarop onder andere dit kleine zwammetje te zien was.

Op dezelfde stam stond dit stelletje. 
Volgens mij een kleverig koraalzwammetje, volgens waarneming.nl ook.

Wat later ging ik er nogmaals kijken, in de hoop dat ze gegroeid waren.
Ze waren tot mijn verrassing en teleurstelling nog min of meer even groot.
Voor de zekerheid heb ik de naam nogmaals gecontroleerd op waarneming.nl.
Tot mijn verbazing werd nu de naam geel hoorntje voorgesteld.

Dezelfde stam, andere naam!
Nu blijken de genoemde soorten erg veel op elkaar te lijken.
Gele hoorntjes worden wat minder groot, maar een jong kleverig koraalzwammetje kan natuurlijk net zo groot zijn.
De kleur helpt ook al niet: variaties tussen geel en oranje. 
De koraalzwammetjes groeien echter op naaldhout en de gele hoorntjes op loofhout.
Ik vond ze in een loofbos, dus het zullen gele hoorntjes geweest zijn.
Het maakt wel duidelijk dat naamgeving geen eenvoudige opgave is.

Zwammetjes van het mycena - geslacht zijn er heel veel.
Dit zwammetje zorgde voor een intiem stilleven.

Het kost niet veel moeite om in Leyduin sombere honingzwammen te vinden.
Geen idee waarom ze somber genoemd worden.

Deze soort heb ik al vaker laten zien.
Niemand zal deze herkennen want de vorm is steeds weer anders:
de zwarte kluifzwam.

Er waren jaren dat er een heel gezelschap van deze zwammen te zien was, maar deze keer stond er slechts één.

Ik heb wel familieleden gevonden, in Venneperhout:

De witte kluifzwam, 
oneerbiedig gezegd "een zootje ongeregeld".

Je zou bijna zeggen: hoe grilliger, hoe beter.
Ook al waren er jaren dat ze in Venneperhout in grotere hoeveelheden te vinden waren, 
het kostte ook nu geen moeite om er een flink aantal te vinden.

Kluifzwammen zijn wat mij betreft wel buitenbeentjes in het zwammenrijk.

Deze geschubde inktzwam ziet er op het oog heel behoorlijk uit.
Het valt echter niet op dat de achterkant bijna helemaal verdwenen is.

Een soort die ik in voorgaande jaren zowel in Leyduin als in Groenendaal mooier heb aangetroffen vond ik dit jaar op de Sallandse heuvelrug.

Deze op kaviaar lijkende zwam heet rossig buiskussen.
Deze twee foto's heb ik trouwens met mijn telefoon gemaakt en dat scheelt een slok op een borrel.

 Een algemene zwam is de vermiljoenhoutzwam.
Niet erg bijzonder, wel opvallend.

Ook in Leyduin vond ik gekraagde aardsterren, aanvankelijk grotendeels verscholen onder bladeren.

Als je voorzichtig een tikje tegen de bol geeft kan er een wolkje sporen de lucht ingeblazen worden.
Het was natuurlijk een uitdaging om dit vast te leggen.
Bovendien was het een leuk tijdverdrijf.


Beter dan dit is mij niet gelukt, maar ik heb mij er prima mee vermaakt.

Als je goed kijkt zie je regelmatig kleine zwammetjes tussen de bladeren.
Dit muizenstaartzwammetje is er een voorbeeld van.

Weer een soort die je op het verkeerde been kan zetten.
Ik dacht, dit is een kroontjesknotszwam.
Fout, volgens waarneming.nl is dit een rechte koraalzwam.
Ze lijken op het eerste gezicht op elkaar en je moet dus een echte kenner zijn om ze direct te kunnen onderscheiden.

Dit is géén fopzwam, al heet hij wel gewone fopzwam.
Het was 's nachts koud geweest en de bladeren waren een beetje wit uitgeslagen.

Van verschillende kanten bekeken levert het uiteraard verschillende beelden op, 
al is het maar door de verschillende achtergronden.

"A touch of frost".
Een klein beetje ijsvorming geeft toch weer een wat ander beeld.

Een botercollybia 

Dezelfde soort zwam heeft een wat glazig oppervlak gekregen, 
waarbij het lijkt dat er wat sprake is van ijsvorming op de hoeden.

Iedereen weet dat licht invloed heeft op de sfeer.

Een helmmycena in de schaduw zorgt voor een heel andere sfeer dan hetzelfde zwammetje in de ochtendzon.

Nogmaals, maar nu van de andere kant bekeken.

Opnieuw een lang bericht.
Hiermee besluit ik het hoofdstuk "Zwammen".
Mijn dank aan iedereen die de moeite heeft genomen om de verschillende edities te bekijken en eventueel van een reactie te voorzien.

Op 31 december sluit ik het jaar weer af met mijn jaaroverzicht over 2025.
Prettige Feestdagen!

zondag 30 november 2025

Fungi deel 1

Voor mij is het onvermijdelijk dat paddenstoelen het hoofdonderwerp op mijn blog zijn in de herfstmaanden, 
maar wat zijn er veel soorten. 
In de eerste plaats wordt deze editie wat langer dan ik van plan was.
 In de tweede plaats is er helaas geen plek voor de okergele korrelhoed, het oranje mosbekertje, de plooivoetstuifzwam, de valse hanekam, de weerschijnzwam en de roodbruine schijnridderzwam, om maar een paar voorbeelden te geven. 

De soorten die ik deze keer laat zien heb ik gevonden in de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD) en in Groenendaal (waar ik de bovenstaande gekraagde aardster tegenkwam).
In deel 2 komt Leyduin aan bod.

We beginnen in de AWD.

De eerste soort is de prachtvlamhoed.
Zowel in groepjes als individueel was deze soort al op een afstand te zien, 
dus voor de verandering geen ieniemienie zwammetje om mee te beginnen.

Kleintjes waren er wel.

Een tamelijk zeldzame soort wasplaat is dit papegaaizwammetje
waarvan de steel groener gaat worden bij het ouder worden.

Dit blijft een van mijn favorieten, die ik ieder jaar probeer te vinden:
het kopergroenbekerzwammetje.

Ze zijn meestal 3-5 mm groot, soms iets groter.

Gewapend met macrolens en tussenringen ben ik aan de slag gegaan.
Natuurlijk heb ik eerst moeten zoeken naar het blauwgroen gekleurde op de grond liggende hout, 
meestal eikenhout, dat hun aanwezigheid verraadt.

Ook al kan je de takken verplaatsen, 
het blijft toch een hele klus om een gunstige plek te vinden om de tak neer te leggen.


Een kenmerkend groepje, dat makkelijk over het hoofd gezien kan worden.

Nog een laatste, want er was nog veel meer.

Een mistige morgen nodigde uit tot een heel ander soort plaatje.
Dit is kopjesbekermos

De namen krijg ik vooral door gebruik te maken van waarneming.nl, dat hier bijvoorbeeld 99 % zekerheid geeft.

Een tijdje later brak de zon door, waardoor de rechte koraalzwam goed belicht werd.
De zgn. kroontjesknotszwam lijkt hier overigens sprekend op.
Ik vind ze nauwelijks van elkaar te onderscheiden.

Een dennenvlamhoedje, als een mooie afwisseling.

Een blik onder de hoed van een mosklokje.

We dalen af naar de met bladeren bezaaide grond, waar je met een beetje zoeken van alles kon onderscheiden, 
zoals deze gewone fopzwam.

Het licht was mooi, dus dan zoek je naar een mooie compositie waarbij het zwammetje goed tot zijn recht komt.
Allereerst de hoed.

Maar zo vrij staand vond ik het zwammetje eigenlijk nog mooier.

Een van de buren was dit amethistzwammetje, ook wel rodekoolzwam genoemd.

Als ze ouder worden verandert de vorm behoorlijk.

Ik bleef maar door de knieën gaan, want wat verderop stond deze zwam, 
die misschien wel een parelamaniet is.
Het is wel heel prettig als je een camera hebt met een kantelbaar scherm.

Alweer een fopzwam, nu de schubbige fopzwam.
Zonder hulp zou ik dat beslist niet geweten hebben.

De vorige plaat laat zien dat het om een paddenstoel gaat, maar bij het ouder worden wordt het wel een rommeltje.
Verval kan grillig zijn.

We verlaten de AWD en gaan verder naar Groenendaal.

Al gauw was daar de eerste verrassing, een viertal gekraagde aardsterren, enigszins verscholen tussen de bladeren.

Ze zagen er tamelijk verschillend uit en daarom laat ik ook hier de verschillende vormen zien.

Op het dode hout waren op verschillende plaatsen geweizwammetjes zien, een vertrouwde soort.

Als ze op een losliggende tak groeiden kan je de tak verplaatsen waardoor je er wat andere platen van kan maken.
Zo gezegd, zo gedaan.

Ik vind ze fotogeniek en maak er graag plaatjes van.

De stap naar de volgende soort is niet groot:
van geweizwam naar goudgele hertenzwam.

Tamelijk onopvallend stond dit franjehoedje tussen de bladeren.

Veel opvallender was deze nevelzwam, die al behoorlijk op leeftijd was.

We gaan over naar een veel kleiner zwammetje, het veel gefotografeerde porseleinzwammetje.
De grootste was in werkelijk al klein, hooguit 5 cm, dus je kan je voorstellen hoe klein zijn buren waren.
Ze groeiden op een losliggend stuk hout dat ik iets draaide om een betere compositie te krijgen.
Toen kwam de verrassing:

Aan de andere kant, bijna de onderkant, waren draadwatjes verscholen.
Lastig te fotograferen omdat ze zo klein zijn. 
Ze schijnen toch algemeen voor te komen, maar worden ongetwijfeld vaak over het hoofd gezien.

Zo komen we bij de laatste soort die ik hier wil laten zien:

Kleverige lindebekertjes.

Deze zeldzame soort is een waardige afsluiter van deze post. 

Wie deze serie tot het eind heeft bekeken wil ik bedanken voor het geduld.
De kans is groot dat ik bij deel 2 opnieuw een beroep op uw uithoudingsvermogen doe.