vrijdag 10 juni 2016

Poelgeest - mei 2016

Op 26 mei vond ik het weer eens tijd om naar Poelgeest te gaan.
Als het meezit krijg je daar in deze tijd van het jaar, afgezien van de vele jonge ganzen, jonge vogels te zien.
Ik werd niet teleurgesteld want ik vond vier kleine kievitjes.
Daarover aan het eind van dit verslag mee.
Het was 's morgens rustig, bijna windstil weer.
Bovendien was de temperatuur ook toen al prettig.
Een blauwe reiger waadde heel rustig door de tamelijk ondiepe plas.
Hij slaagde er niet in om iets te vangen toen ik in de buurt was.
Vis zit er genoeg, ook van een formaat dat de reiger niet aan kan.
Ik zag bij voorbeeld een flinke brasem helemaal het water uit springen. 
Vorig jaar heb ik daar de paaitijd van nabij kunnen volgen, waarvan ik toen ook in mijn blog beelden heb laten zien.
De ekster vloog niet weg toen ik in zijn buurt kwam.
Dat is wel eens anders.
Zijn verenpak is aan de onderkant nat van de dauw.
Een lepelaar deed het beter dan zijn familielid de reiger.
Hij ving een vis waar hij ongetwijfeld tevreden mee was.
Ik heb ook beelden waarop hij veel dichterbij is, maar dit is voor de afwisseling ook wel passend.
Grauwe ganzen waren die dag in verhouding rustig.
Massaal zag ik ze in het riet verdwijnen.
Ruien ze nu al?
Het bergeend vrouwtje banjerde zo dichtbij langs de modderige oever dat zij nog maar net in beeld paste.
Terwijl ik langs de oever wandelde maakte een paartje scholeksters heel wat misbaar.
Het vrouwtje liep bovendien met een zogenaamd gekwetste vleugel bij mij vandaan in de hoop dat ik zou volgen.
Haar jongen, die ongetwijfeld in de buurt te vinden moesten zijn, heb ik echter niet gevonden.
Maar ook een paartje kieviten sloofde zich enorm uit.
Zouden er ook nog kleine kievitjes in de buurt zijn?
Plotseling zag in een kuiltje in de grond, minder dan een meter van mijn maat 45 vandaan een jong vogeltje.
Dat was wel even schrikken, want als je niet goed oplet sta je er zo maar bovenop.
Iets verderop, eveneens in een kuiltje, lag er nog een.
Als je eenmaal gewaarschuwd bent let je nog beter op.
In totaal vond ik er vier.
Maar waren het nu jonge kievitjes of jonge scholeksters?
Zoals ik al vermoedde bleken het kleine kievitjes te zijn.
Ik trok mij een stukje terug, daarbij de plaatsen, waar de kleintjes vrijwel onzichtbaar op de grond lagen, in de gaten houdend.
Wat hebben ze een geweldige schutkleur.
Tot mijn verrassing ging de brutaalste aan de wandel langs de waterkant.
Hij drentelde wat heen en weer alsof hij niet goed wist wat hij moest doen.
Tenslotte ging hij weer tussen de plantjes liggen.
Vergeleken met de planten wordt wel duidelijk hoe klein ze nog waren.
Een van zijn broertjes of zusjes was ook van plaats veranderd.
Hij probeerde zo onopvallend mogelijk in het gras schuil te gaan, met zijn kop tussen de grassen.
Een bekende struisvogeltactiek.
De ouders waren natuurlijk in de buurt, maar niet heel erg onrustig.
Ze slaakten af en toe kreten waarop de kleintjes met gepiep reageerden.
De brutaalste was weer opgestaan en piepte soms als antwoord op de kreten van zijn ouders.
Hij had blijkbaar te horen gekregen dat hij naar de overkant moest zwemmen, waar een van de ouders op hem wachtte.
Terwijl hij naar de overkant zwom dook er een mantelmeeuw op hem af.
Die had niet gerekend op de felle reacties van het kievitenpaar.
Hij droop onmiddellijk af.
De kleine bereikte de overkant ongedeerd en verdween tussen de begroeiing.
Niet veel later volgden nog twee ukkies.
Op de vierde heb ik niet mee gewacht.
Wat zijn ze klein en kwetsbaar als je ze zo'n toch vrij breed stuk water ziet overzwemmen.
Ze kunnen verrassend goed en snel zwemmen.
Zorgvuldig werden ze door hun ouders gecoacht bij de overtocht.

Het spreekt voor zich dat de ontmoeting met de kieviten het hoogtepunt van de ochtend was.

zaterdag 4 juni 2016

AWD - mei 2016 deel 2 (met roodpootvalken)

In dit deel 2 over de maand mei in de AWD draait het vooral om roodpootvalken.
Voordat ik ze zag op 17 mei waren ze daar al enkele dagen waargenomen, vooral vlakbij ingang Panneland.
Ik trof het wel, want nadat ik er 's morgens een zestal had gezien bleken ze daarna niet meer gesignaleerd te worden.

Ik begin met een aantal andere waarnemingen.
Als je 's morgens vroeg genoeg opstaat heb je de kans een mooie zonsopkomst mee te maken.
Maar welk beeld is nu het mooist?
Bij het eerste zijn de kleuren wat warmer.
Bij het tweede vind ik de compositie net iets beter en bovendien vind ik de kleurenovergang mooier.
Tijdens diezelfde vroege ochtend zat de graspieper nu eens niet in een boom of op de grond, 
maar op een min of meer vergane rest van een boomstam.
Eind april / begin mei raakten veel damherten hun gewei kwijt.
Het nieuwe gewei was bij dit hert nog in een pril stadium.
Relaxed was hij ook, want hij piekerde er niet over om op te staan.
Een jonge lijster vloog op een gegeven moment voor mijn voeten op.
Zijn schutkleur had ervoor gezorgd dat ik hem aanvankelijk niet zag.
Weg gaan was er niet bij.
Hij zat veilig in een boom en bleef daar zo lang ik in de buurt was.
Fitissen zongen de longen uit hun lijf(je).
Een witte kwikstaart in een woestijnachtig landschap.
Uitsnijden kan natuurlijk ook, maar zo vind ik het beeld meer spreken.
Kleine plevieren zijn niet makkelijk te vinden en bovendien lastig te benaderen.
Met veel geduld en door er heel voorzichtig naartoe te kruipen  kon ik deze beelden maken.
De beelden zijn nauwelijks gecropt.
Soms verbaas ik mij over nijlganzen, vooral als ze in een bosachtige omgeving opduiken, waar geen water in de buurt is.
In dit geval was er water genoeg. 
De familie was niet erg schuw, al hielden ze wel gepaste afstand.
Net buiten de AWD zag ik in mei regelmatig ooievaars.
Soms waren de buik en de baard zwart van de modder.
Blijkbaar had hij toen een stukje gewandeld in een diepe, modderige sloot.
Een witte kwikstaart had voor de verandering eens een struik uitgezocht.
Foto's van vossen maken terwijl je er dichtbij bent is voor velen natuurlijk een doel.
Zó geeft het weer eens een wat ander beeld dat goed paste bij de sfeer van de rustige ochtend. 
Rustende, herkauwende damherten op de achtergrond, duikelende kieviten in de lucht die de aanwezigheid van de vos niet waardeerden.
De vos trok zich nergens iets van aan, keek eens om zich heen en liep daarna op zijn gemak verder.
Eind mei zagen veel herten er zo uit.
Het bastgewei was al flink gegroeid, de wintervacht was geleidelijk vervangen door de zomervacht die dan ook meer en meer zichtbaar werd.
Een beetje uit de hoogte keken ze mij aan, taxerend of het de moeite waard was om weg te rennen of niet.
Ze besloten tot een rustige aftocht.
Zoals gezegd waren er zes roodpootvalken ( Falco Vespertinus, Red-footed Falcon), op doorreis naar hun broedgebied, in de AWD terecht gekomen. 
Waarschijnlijk vonden ze dit een aantrekkelijk gebied om uit te rusten en te foerageren,
 want ze joegen onophoudelijk en met succes op meikevers.
Hier zijn twee vrouwtjes en een mannetje in een boomtop neergestreken.
Dit mannetje behield het overzicht.
Als je de vogel groter op de foto wilt krijgen zijn er twee opties: 
zorg ervoor dat je veel meer mm hebt dan ik (400 mm) of  maak een flinke uitsnijding.
De kleurverschillen tussen de vrouwtjes vind ik best opvallend.
Roodpootvalken broeden voornamelijk in Oost-Europa en Azië.
Overwinteren doen ze niet naast de deur, want trekken helemaal naar landen in Zuidelijk Afrika,
zoals Zimbabwe en Botswana.
Hun aantallen nemen de laatste jaren nogal af.
Ze staan op de internationale rode lijst als "gevoelig".
Ook tijdens de maaltijd werden de vleugels even gestrekt.
Het verschil tussen man en vrouw is zo goed te zien.
Ze waren gelukkig niet al te schuw, dus iedereen kreeg kansen genoeg om plaatjes te maken.
Uiteindelijk waren er die morgen ca. 25 mensen op af gekomen, veel minder dan de dagen ervoor tijdens het weekend.
Ik ben begonnen met een beeld van een roodpootvalk met een meikever in haar poten.
 Ik eindig met een beeld waarbij de laatste stukken meikever in haar bek verdwijnen.