Op 26 mei vond ik het weer eens tijd om naar Poelgeest te gaan.
Als het meezit krijg je daar in deze tijd van het jaar, afgezien van de vele jonge ganzen, jonge vogels te zien.
Ik werd niet teleurgesteld want ik vond vier kleine kievitjes.
Daarover aan het eind van dit verslag mee.
Het was 's morgens rustig, bijna windstil weer.
Bovendien was de temperatuur ook toen al prettig.
Een blauwe reiger waadde heel rustig door de tamelijk ondiepe plas.
Hij slaagde er niet in om iets te vangen toen ik in de buurt was.
Vis zit er genoeg, ook van een formaat dat de reiger niet aan kan.
Ik zag bij voorbeeld een flinke brasem helemaal het water uit springen.
Vorig jaar heb ik daar de paaitijd van nabij kunnen volgen, waarvan ik toen ook in mijn blog beelden heb laten zien.
De ekster vloog niet weg toen ik in zijn buurt kwam.
Dat is wel eens anders.
Zijn verenpak is aan de onderkant nat van de dauw.
Een lepelaar deed het beter dan zijn familielid de reiger.
Hij ving een vis waar hij ongetwijfeld tevreden mee was.
Ik heb ook beelden waarop hij veel dichterbij is, maar dit is voor de afwisseling ook wel passend.
Grauwe ganzen waren die dag in verhouding rustig.
Massaal zag ik ze in het riet verdwijnen.
Ruien ze nu al?
Het bergeend vrouwtje banjerde zo dichtbij langs de modderige oever dat zij nog maar net in beeld paste.
Terwijl ik langs de oever wandelde maakte een paartje scholeksters heel wat misbaar.
Het vrouwtje liep bovendien met een zogenaamd gekwetste vleugel bij mij vandaan in de hoop dat ik zou volgen.
Haar jongen, die ongetwijfeld in de buurt te vinden moesten zijn, heb ik echter niet gevonden.
Maar ook een paartje kieviten sloofde zich enorm uit.
Zouden er ook nog kleine kievitjes in de buurt zijn?
Plotseling zag in een kuiltje in de grond, minder dan een meter van mijn maat 45 vandaan een jong vogeltje.
Dat was wel even schrikken, want als je niet goed oplet sta je er zo maar bovenop.
Iets verderop, eveneens in een kuiltje, lag er nog een.
Als je eenmaal gewaarschuwd bent let je nog beter op.
In totaal vond ik er vier.
Maar waren het nu jonge kievitjes of jonge scholeksters?
Zoals ik al vermoedde bleken het kleine kievitjes te zijn.
Ik trok mij een stukje terug, daarbij de plaatsen, waar de kleintjes vrijwel onzichtbaar op de grond lagen, in de gaten houdend.
Wat hebben ze een geweldige schutkleur.
Tot mijn verrassing ging de brutaalste aan de wandel langs de waterkant.
Hij drentelde wat heen en weer alsof hij niet goed wist wat hij moest doen.
Tenslotte ging hij weer tussen de plantjes liggen.
Vergeleken met de planten wordt wel duidelijk hoe klein ze nog waren.
Een van zijn broertjes of zusjes was ook van plaats veranderd.
Hij probeerde zo onopvallend mogelijk in het gras schuil te gaan, met zijn kop tussen de grassen.
Een bekende struisvogeltactiek.
De ouders waren natuurlijk in de buurt, maar niet heel erg onrustig.
Ze slaakten af en toe kreten waarop de kleintjes met gepiep reageerden.
De brutaalste was weer opgestaan en piepte soms als antwoord op de kreten van zijn ouders.
Hij had blijkbaar te horen gekregen dat hij naar de overkant moest zwemmen, waar een van de ouders op hem wachtte.
Terwijl hij naar de overkant zwom dook er een mantelmeeuw op hem af.
Die had niet gerekend op de felle reacties van het kievitenpaar.
Hij droop onmiddellijk af.
De kleine bereikte de overkant ongedeerd en verdween tussen de begroeiing.
Niet veel later volgden nog twee ukkies.
Op de vierde heb ik niet mee gewacht.
Wat zijn ze klein en kwetsbaar als je ze zo'n toch vrij breed stuk water ziet overzwemmen.
Ze kunnen verrassend goed en snel zwemmen.
Zorgvuldig werden ze door hun ouders gecoacht bij de overtocht.
Het spreekt voor zich dat de ontmoeting met de kieviten het hoogtepunt van de ochtend was.










































