zaterdag 12 november 2016

Elephant Sands

Zij keek naar mij, ik keek naar haar.
Zij stond hooguit 3 m bij mij vandaan.
Ik stond in het toiletgebouw, zij er net buiten.
Zij had dorst, ik ook.
Mijn tong plakte aan mijn gehemelte, mijn lippen kreeg ik nauwelijks van elkaar.
Het was dan ook meer dan 40 °C.

Maar laat ik bij het begin beginnen.
We kwamen op onze rondreis aan in Elephant Sands, vlak bij Nata (Botswana).
Verbaasd en enthousiast zagen we  vanaf het terras van het restaurant een aantal dorstige olifanten bij de nagenoeg drooggevallen poel. Elephant Sands staat erom bekend dat vooral olifanten daar komen drinken uit een natuurlijke poel. Het water was nu bijna op. 
Op gezette tijden wordt er water in de poel gelaten, zodat de olifanten blijven komen. 
Ze zijn niet alleen de topattractie, het water is ook van levensbelang voor de olifanten.
Zij kibbelden onderling, trompetterden af en toe luid, of joegen elkaar weg.
Met hun slagtanden porden ze elkaar, vooral als ze vonden dat een ander plaats moest maken.
Wij gingen op een stoeltje op het terras zitten, de olifanten slechts een paar meter bij ons vandaan.
Indrukwekkend, wat een imposante dieren.
Je voelt je in hun nabijheid heel nietig.
Bovendien kan je je goed voorstellen hoe je je zal voelen als zo'n gevaarte met zo'n 50 km per uur op je af komt denderen.
Als ze klaar waren met drinken liepen ze tussen de tenthuisjes op palen weg.
Wij hebben overnacht in een dergelijk huisje.
Hier stonden ze wat verder weg, maar ze konden bij wijze van spreken met hun slurf in je nek kietelen als ze dat wilden.
Dit beeld geeft wel een aardige indruk van de afstand tussen de  olifant en het muurtje waarop ik zat.
Deze olifant was een boef.  Hij had niet lang voordat wij kwamen een waterleidingbuis gesloopt. 
Zo had hij een poel voor zichzelf gemaakt.  Natuurlijk kwamen daar ook andere olifanten op af.
Een medewerker, vergezeld door zijn herdershond, joeg die olifanten op zijn quad weg. De olifanten kwamen echter steeds weer terug, waarna het wegjagen opnieuw begon. Dit herhaalde zich een aantal keren. Voor mij was het slapstick van de bovenste plank.
De olifanten kregen uiteindelijk toch de kans hun dorst te lessen. Hier lopen ze tevreden van de kapotte waterleiding weg.
De herdershond zocht na het verjagen van de olifanten verkoeling in het zwembad.
Vroeger kwamen de olifanten zelfs hier drinken, zoals op de website van Elephant Sands is te zien.
Hier staat een olifant voor het toiletgebouw van de camping. Er zat een lek in de watertank op het dak. Telkens als er iemand ging douchen stroomde er water over het dak omlaag en vormde een plas op de grond. Daar kwamen natuurlijk olifanten op af.
Om ons tenthuisje te bereiken moesten wij eerst naar het toiletgebouw lopen.
Je moest dan goed uitkijken of er geen olifanten in de buurt waren, zoals bijvoorbeeld deze  olifant die vlakbij onze safaritruck stond.
En daar sta je dan in het toiletgebouw naar buiten te kijken, oog in oog met de olifanten.
Wel lief zoals de linker olifant  zijn kleinere buur wat water geeft.
Zij gingen er soms zelfs voor door de knieën.
Zo zie je een olifant vanuit de wc, met mijn 100-400 mm lens op 200 mm ingesteld.
Toen ik verder wilde lopen naar ons tenthuisje was het goed uitkijken. 
Rechts stonden zo'n 15 olifanten, die mij niet in de gaten hielden.

Van links kwam echter deze olifant in een flink tempo aan lopen, op weg naar de poel.
Daar wacht je wel even op.
Zo stonden ze zich voor het toiletgebouw te verdringen, gezien vanaf de veranda van ons huisje. 
Het is dan wel genieten van zo'n uitzicht, in de schaduw zittend met een koud biertje binnen handbereik.
Zo zagen we ook vanaf de veranda olifanten belangstellend naar het terras kijken..
Terwijl wij zaten te kijken passeerden zowel links als rechts olifanten ons huisje.
Zij hebben ook nog gevoel voor humor.
In de stijl van tante Sidonia dacht deze olifant dat ze goed verscholen stond achter de boom.
De groep groeide aan tot zo'n 50 dieren. Ze kwamen overal vandaan. Toen we 's  avonds in het restaurant zaten te eten was het getrompetter niet van de lucht. Soms waaiden stofwolken over het terras (wij zaten gelukkig binnen). 
Het zijn beslist niet die kalme, ontspannen dieren zoals wij vaak denken.
In het licht van de namiddag veranderden de kleuren.

's Nachts was het ook een bijzondere ervaring. Het terrein was schaars verlicht. 
Door de gazen vensters van ons huisje zag je zo nu en dan een olifant passeren. 
Je hoorde ze echter des te beter. 
Ze maakten behoorlijk veel herrie, vooral geïrriteerd en uitbundig getrompetter. 
Op een gegeven moment werd ik wakker van gekraak achter ons huisje. Er bleek een olifant bezig te zijn met het slopen van een boom. Een medewerker, die 's nachts met zijn landrover rondjes om het terrein reed, joeg hem weg. Het was een schitterend gezicht om de olifant in het licht van de koplampen te zien vluchten. Hij moest het wel een paar keer herhalen voordat het beest echt verdween.
De volgende ochtend zagen we de olifanten, op enkele na, weer de savanne opzoeken om te gaan eten.
Rond ons huisje waren overal sporen van de olifanten te zien.
Hoe groot de diameter van hun voetzool is kan je goed zien als je die vergelijkt met de schoenmaat 39 van mijn vrouw.
We hebben nog veel meer meegemaakt met olifanten, maar dit was een verhaal op zich.
Fantastisch.

zondag 6 november 2016

Zuidelijk Afrika vogels 1

In oktober heb ik met mijn vrouw een groepsreis gemaakt die begon in Johannesburg en die via het Kruger Park, Zimbabwe en Botswana eindigde in Victoria Falls.
In de komende tijd zal ik regelmatig een impressie geven van wat we daar gezien en meegemaakt hebben.
Om te beginnen laat ik een aantal vogels zien.

Het eerste beeld is dat van een yellow-billed hornbill (tockus leucomelas), ook wel geelsnaveltok genoemd.
Op de omheinde pleisterplaatsen in het Krugerpark, op campings, maar natuurlijk ook in de vrije natuur is dit een veelvoorkomende vogel.
Een goed herkenbaar familielid is de red-billed hornbill (tockus erythrorhynchus), oftewel roodsnaveltok.
Tokken zijn opportunisten.
Ze weten heel goed dat op plaatsen waar mensen komen vaak resten voedsel achterblijven.
Zeker in het Krugerpark waren ze allesbehalve schuw.
Veel minder vaak, en zeker niet van dichtbij, zie je de African grey hornbill (tockus nasutus), de grijze tok.
Het viel dan ook niet mee er een redelijk plaatje van te maken.
De grey lourie (corythaixoides concolor) oftewel de vale toerako wordt ook wel "go-away-bird"genoemd.
Toerako's zitten vaak hoog in de bomen en laten zich veelvuldig horen.
Zo gauw ze iets zien wat hen niet bevalt slaken zij hun alarmkreet, vergelijkbaar met wat bijvoorbeeld gaaien doen.
Soms heb je geluk en gaat er een op een voedertafel zitten.
Zijn kuif, die hij regelmatig laat zien, stak mooi af in het ochtendlicht.
We hebben ook een prachtig gekleurd familielid gezien: de purple-crested lourie (tauraco porphyreolophus), de purperkuiftoerako, waarvan ik hier een bewijsplaatje laat zien.
Frankolijnen zijn er in verschillende soorten.
Volgens mij is dit een crested francolin (dendroperdix sephaena), een  kuiffrankolijn in het Nederlands.
Ze scharrelden rond op de omheinde campsites in het Krugerpark.
We troffen het dat we zelfs een kori bustard ( ardeotis kori), koritrap zagen .
Natuurlijk had ik hem liever van wat dichterbij gezien, maar dat zat er niet in. 
Deze vogels worden gemiddeld 15 kg zwaar en zijn daarmee de zwaarste vogels die kunnen vliegen.
Dit is een bekende voor vrijwel iedereen.
Ze leven in Zuidelijk Afrika in het wild, deze helmeted guineafowl (numida meleagris), helmparelhoen.
Je ziet ze overal, niet alleen in natuurparken.
Ook de natal spurfowl (pternistis natalensis), natalfrankolijn, kom je regelmatig tegen.
Als je het treft zelfs met jongen.
Ze leven in groepjes en zijn zeer oplettend.
Ze behoren bij de familie van de fazantachtigen.
Bij dezelfde familie hoort de red-billed spurfowl (pternistis adspersus), roodsnavelfrankolijn.
Ik zag ze naar voedsel zoeken bij olifantenmest, terwijl ik voortdurend moest opletten dat er geen olifanten te dichtbij kwamen.
Daarover later meer.
Dit beeldverslag ga ik besluiten met de southern ground hornbill (bucorvis leadbeateri), de zuidelijke hoornraaf.
Deze vogels leven voornamelijk op de grond.
Het zijn flinke knapen, met een lichaamslengte van ca. 1 m en een spanwijdte van maximaal 2 m.
Sinds 2010 staan ze op de rode lijst van het IUCN, omdat ze behoorlijk kwetsbaar zijn geworden.

Het is een enorme klus om alle beelden van onze reis te selecteren en indien nodig te bewerken.
Behalve de vele vogels zullen bijvoorbeeld neushoorns (met en zonder hoorn), leeuwen, stokstaartjes en natuurlijk olifanten een keer op mijn blog opduiken.

Wordt vervolgd.