De vooruitzichten voor 6 februari waren goed : enkele graden onder nul, zonnig en windkracht 3.
Op de kou kan je je kleden, kortom, tijd om weer eens naar de Zuidpier te gaan.
Bij het begin van de pier, vlakbij het vuurtorentje van Seaport Marina, zie je nog wel eens oeverpiepers.
Voor de verandering zat er één nu eens niet op de rotsblokken maar op het vlakke gedeelte.
Niet veel later zat er één op een gunstig punt in de zon.
Zo'n kans geven ze je niet vaak.
Op weg naar de pier was ik over het strand gelopen in de hoop sneeuwgorzen te zien.
Er was geen spoor van ze te bekennen.
Toen ik over de pier liep zag ik o.a. ijs op het strand in de buurt van de waterlijn.
Dat vond ik wel een plaatje waard, dus klauterde ik van de pier over de rotsblokken omlaag om eens op het strand te gaan kijken.
Dit soort beelden zie je er niet zo vaak.
Iets verderop stond een groepje steenlopers wat te kleumen.
Voor deze kou waren ze juist uit bijvoorbeeld IJsland gevlucht.
Lange tijd was er nauwelijks beweging te zien, totdat ze er plotseling met zijn allen vandoor gingen.
Nadat ik weer terug gegaan was naar de pier zag ik om mij heen maar bar weinig interessants.
Eigenlijk was het een beetje saai en haast slaapverwekkend, zoals de aalscholver blijkbaar ook vond.
Enkele keren zag ik een zeehond, meestal tamelijk ver weg.
Er waren zelfs korte tijd enkele bruinvissen te zien, maar verder was het erg rustig.
De westkant van de pier bleek populair bij steenlopers en drieteenstrandlopers die er in groten getale naar voedsel zochten.
Aan de zeekant hadden ze weinig last van de toch wel koude oostenwind.
Nadat ik aan het eind van de pier om de vuurtoren was gelopen zag ik op de terugweg zowaar een zwarte zee-eend.
Dat was een meevaller.
Lange tijd bleef hij wat ver van de pier weg maar gelukkig kwam hij korte tijd wat dichterbij.
Dan voel je de kou ook gelijk wat minder.
Op weg naar de parkeerplaats ben ik weer langs de duinenrand gelopen in de hoop nu wel sneeuwgorzen te zien.
Ze waren er met zijn zessen.
Ze bleven tot mijn plezier op korte afstand van mij in het zand naar iets eetbaars zoeken.
Ze kwamen nu veel dichterbij dan eerdere keren deze wintermaanden.
En dan wordt er gezegd dat dit zulke vriendelijke vogeltjes zijn!
Ik lag op een beschutte plek in de zon op het zand.
De sneeuwgorzen kwamen steeds dichterbij, tot op ca. 1 meter.
Ik kon zelfs niet meer scherp stellen met mijn 400 mm lens.
Wat een ervaring!
Mooier kan ik het deze wintermaanden met sneeuwgorzen niet meer treffen.
Wat zou het mooi zijn om er op deze manier één in zomertenue te zien.
Ik ben bang dat ik daarvoor weer naar IJsland moet gaan.









































