dinsdag 2 april 2019

Patagonië - Voer voor vogelliefhebbers

Met zo'n naam kan je een nieuwe post starten:
pluimmeestiran (Anairetus parulus).
Deze schoonheid zag ik in Torres del Paine (Chili).
Het was om meerdere redenen een bijzonder gebied  met vooral een overweldigende natuur.
Roodkraaggorzen (Zonotrichia capensis) waren daar ook, maar we hebben ze door heel Patagonië gezien.
Meestal zijn ze zeer goed te benaderen.
Ik moest in dit geval enkele stappen achteruit doen om zonder in te zoomen de vogel in beeld te krijgen.
Roodrugnegrito's (Lessonia rufa), waarvan hier het mannetje, hebben we in de bergachtige gebieden regelmatig gezien.
Zijn partner zit hier ogenschijnlijk rustig op een struik.
Ze viel mij op omdat zij heel nerveus heen en weer vloog toen ik over een pad aan kwam wandelen.
Het bleek dat zij in een soortgelijke struik haar nest had, dat zij door een kleine ronde opening kon bereiken.
Ik heb er vlug even een blik ingeworpen.
Er lagen twee piepkleine, bijna kale jonkies in.
Natuurlijk ben ik daarna direct verder gegaan.
Nog een bewoner van het bergachtige Torres del Paine: een roodstaartzaagvink (Phytotoma rara).
In de Latijnse namen zit ongetwijfeld een zekere logica, maar de Nederlandse namen zijn bijna net zo exotisch als de vogels.
Zwaluwen zijn er ook in Chili, in dit geval zwaluwen met een voor mij logische naam:
Chileense zwaluw (Tachycineta meyeni).
Nogmaals, van een andere kant bekeken.
Deze zwaluwsoort zagen we langs de oostkust:
een Patagonische purperzwaluw (Progne elegans).
Ben, bedankt voor de hulp bij het determineren.
Ook lijsterachtigen ontbraken niet.
Deze Magelhaenlijster (Turdus falklandii) is al net zo gek op wormen als de Nederlandse merels en lijsters.
Ook deze soort was opmerkelijk goed te benaderen.

Zo komen we terecht in Buenos Aires, en wel in Reserva Ecologica Constanera Sur.
Dit natuurgebied ligt op ca. 10 minuten lopen van Plaza de Mayo en grenst aan de Rio de la Plata.
Camposspotlijsters (Mimus saturninus) waren daar heel algemeen.
Ze komen voor langs de oostkust van Zuid-Amerika van Suriname tot Argentinië. 
Deze black beauty is de mannelijke glanskoevogel (Monothrus bonariensis).
Het is goed te zien dat het daar in november voorjaar was.
Zijn partner ging eens lekker in bad.
Koevogels hebben ze in meerdere soorten.
Mag ik u voorstellen aan de grijze koevogel (Agelaioides badius).
Bij het voorjaar hoort ook de koekoek.
In dit geval is het een guirakoekoek (Guira guira)
Toch gedraagt deze koekoekensoort zich anders, ze maken namelijk zelf een nest en broeden de eieren zelf uit.
Het zijn rovers die graag jonge vogels, eieren, kikkers en ander dierlijk voedsel eten.
We werden zelfs verrast met een kolibrie.
Deze heeft de welluidende naam goudbuiksmaragdkolibrie (Chlorostilbon lucidus) gekregen.
What's in a name.
Hij had een favoriete plek, waar hij goed te bekijken was.
Van een afstand zagen we een prachtig gekleurde specht.
Een beetje te ver weg naar mijn zin, maar te mooi om niet te laten zien
Het is een hispaniolaspecht (Melanerpes striatus).
De Portugese ontdekkingsreiziger Ferdinand Magelhaan (in het Portugees Fernão Magelhães) heeft indruk gemaakt in Zuid-Amerika.
Deze parkiet heet Magelhaenparkiet  (Enicognathus ferrugineus).
Waarom de naam van de ontdekkingsreiziger in elke taal anders geschreven wordt is mij een raadsel.
In het Portugees, Nederlands, Spaans, Engels en Frans gebruikt men steeds een andere schrijfwijze.
In de omgeving waar ik de indrukwekkende condors goed heb kunnen observeren kwamen ook Chileense grondspechten (Colaptes pitius) voor.
In Chili kreeg ik die kans opnieuw.
Soms zie je ze even in een boom zitten, maar meestal waren ze op de grond op zoek naar voedsel.
Tot besluit de grote weidespreeuw (Sturnella loyca).
Zoals het hoort: het vrouwtje eerst.
Haar partner is zoals in de vogelwereld gebruikelijk veel opvallender gekleurd.
Het zijn schitterende vogels die je door heel Patagonië kan aantreffen.





dinsdag 26 maart 2019

Haarlemmerliede

Lepelaars (Platalea leucorodia) nestelen meestal op de grond, 
maar in Haarlemmerliede is sinds 15 jaar een kolonie lepelaars in bomen te zien.
Tot 2018 kon je de vogels alleen vanaf de ernaast liggende weg bekijken maar dit jaar kan je ze ook volgen via een tweetal webcams: https://www.landschapnoordholland.nl/beleef-de-lente/webcam .
In één van de nesten waren de afgelopen week al twee eieren te zien via één van de webcams.
In deze post gaat het uitsluitend over de voorbereidende bezigheden van de vogels.
Met dit beeld wil ik laten zien dat het geen eenvoudige opgave voor de vogels was om met een snavel vol takken het nest te bereiken.
De weg werd ook wel eens versperd.
In de eerste helft van maart heeft het vaak hard gewaaid.
Er is daardoor zelfs een nest uit een boom gevallen.
In de harde wind is het natuurlijk lastig manoeuvreren en balanceren.
De kuif stond niet omhoog door opwinding maar uitsluitend door de wind.
Hier gaat het natuurlijk om.
De ene vogel broedt, de andere brengt takken om het nest te verstevigen.
Ze kunnen natuurlijk wel een nest bouwen, maar er is ook ander werk aan de winkel.
Enigszins verscholen achter de talloze takken werd gepoogd voor nageslacht te zorgen.
Dit stel slaagde erin datgene te doen wat er voor nodig was, voor zo ver ik dat kon zien.
Ik zag ook een poging waarbij het mannetje van de rug van zijn partner kukelde.
Onhandigheid, gebrek aan ervaring of was het toch de harde wind?
Hij zal ongetwijfeld zijn geluk nogmaals geprobeerd hebben.
Al dat zoeken naar geschikte takken was geen eenvoudige klus.
Lepelaars zijn echt ware evenwichtskunstenaars.
Ze mooi op de foto krijgen is in zo'n takkenrijke omgeving ook nog een hele toer.
In de nabije omgeving gingen ze op zoek naar voedsel.
Meestal kwamen ze terug met een portie takken in hun snavel geklemd.
Één lepelaar probeerde in een vlakbij gelegen weiland geschikt nestmateriaal te vinden.
In de periode dat nesten moesten worden gebouwd of gefatsoeneerd was dit een steeds terugkerend beeld.
Als nesten gefatsoeneerd moeten worden gaat het vaak om verlaten reigernesten. 
Er nestelen naast en in de lepelaarskolonie ook blauwe reigers.
Met tegenlicht krijg je een heel ander beeld.
En dan volgt na de terugkeer een nieuwe uitdaging: zonder achter een tak te haken een veilige landing maken.
Het was een voortdurende aaneenschakeling van takken brengen en snel weer op weg gaan voor nieuw nestmateriaal.
De rennende beweging in de lucht geeft goed weer dat het een haastklus was.
Er waren zoveel takken rond het nest dat de slimmeriken daar gebruik van maakten bij het zoeken naar nieuw nestmateriaal.
Het viel niet mee om een vrije doorgang te vinden om weer weg te vliegen.
Een foto maken van een lepelaar die niet teveel verscholen gaat achter takken was een voortdurende puzzel.
Hoog in de bomen naar geschikte takken zoeken was voor de lepelaar lastiger door de grotere invloed van de wind,  
maar voor de kijkers en fotografen is zo'n positie natuurlijk veel mooier.
De lepelaar had zo hoog een heel wankel evenwicht.
De vleugels waren hard nodig bij het bewaren van de balans, maar valpartijen heb ik niet gezien.
In volle actie.
Nu is het wachten tot de jongen geboren worden.
Het is dan ook weer afwachten hoe goed de opgroeiende jongen te zien zullen zijn.
Via de webcams zal het zeker lukken.