zondag 15 september 2019

AWD - Augustus deel 2

Na deel 1 volgt natuurlijk een deel 2.
Deze keer slechts een enkele vogel, geen vlinders, maar wel met een hoog boomkikkergehalte.

Het loont de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.
De lightbox in Google werkt om een voor mij onduidelijke reden helaas nog steeds niet.
Met Firefox of Internet Explorer lukt het wel.

Tijgerspinnen (Argiope bruennichi) zag ik voornamelijk verscholen tussen de begroeiing, maar ik vond ook een cocon.
De spinnen zijn dus al begonnen met de zorg voor hun  nageslacht.
Andere spinnen zorgden voor ingewikkeld geconstrueerde webben, die vooral bij erop vallend zonlicht en/of dauw goed zichtbaar zijn.
Voor mij een typisch herfstachtig beeld, dat een beetje te vroeg te zien was.
Bij het najaar horen de flink uit de kluiten gewassen planten van de doornappels (Datura stramonium).
De planten hebben witte of lila bloemen.
Na verloop van tijd worden de doornige vruchten zichtbaar.
Doornappels behoren tot de familie van de nachtschade.
De giftige plant bevat een aantal hallucinogene alkaloïden, die kunnen inwerken op het centrale zenuwstelsel.
 Alkaloïden worden in de geneeskunde gebruikt (morfine) maar ook als genotmiddel (cafeïne, cocaïne).
Gewone spitskopjes (Conocephalus dorsalis) kan je vaak tussen de begroeiing zien als je goed oplet.
Als je het treft zitten ze ook wel eens vrij op een stengel.
Dit vrouwtje valt onder andere op door haar legboor, maar ook door de lange antennes die kenmerkend zijn voor de soort.
Deze enigszins verscholen sprinkhaan heet blauwvleugelsprinkhaan (Oedipoda caerulescens).
De blauwe vleugels zijn alleen te zien als ze een sprong maken.
Het is mij niet gelukt om dat vast te leggen, het ging steeds te snel.
En dan toch nog een vogel.
Grassprieten zaten wel een beetje in de weg, maar zo gaat het soms.
Het is een boomleeuwerik (Lullula arborea), die voor de verandering tamelijk lang bleef zitten waardoor ik voorzichtig dichterbij kon komen.
Zijn soortgenoten waren al gevlogen.
Aan libellen nog steeds geen gebrek.
Met de hulp van Obsidentify heb ik een naam gevonden:
bloedrode heidelibel (Sympetrum sanguineum).
Er hier nog een, het mannetje.
In een rietkraag trok dit stelletje zich een tijdje terug.
Volgens Obsidentify is dit een setje glassnijders (Brachytron pratense).
Er vloog ook een aantal blauwe glazenmakers (Aeshna cyanea) langs het riet.
Bij wijze van uitzondering nam er één een korte pauze.
Ze hingen vaak even stil in de lucht om daarna bliksemsnel weg te schieten.
Dat voelde als een uitdaging.
Ze scherp op de foto krijgen was niet simpel, al was ik er hier dichtbij.
Jammer dat de kop net achter een vleugel verscholen bleef.
Dit was al een stuk beter, al was ik niet helemaal tevreden met de achtergrond.
Deze glazenmaker had ik liever iets dichterbij gehad, maar er zal altijd wel iets te wensen over blijven.
Tenslotte de boomkikkertjes (Hyla arborea).
Dit kleine glanzende groene kikkertje zat doodstil op een boomtak,
zoals zichzelf respecterende boomkikkers horen te doen gelet op hun naam.
Deze was niet veel groter, maar wel ouder.
De typische kikkervormen waren al wat beter zichtbaar.
Ze voelen zich ook goed thuis tussen en op de varens.
Ook al zijn ze nog zo groen als gras, gevoel voor camouflage hebben ze wel.
Klimmen doen ze graag.
Ze zijn stukken actiever dan de volwassen exemplaren die ik in augustus maar een enkele keer gezien heb, de jeugd overheerste.
Ze lijken ook wel nieuwsgierig en kijken je soms indringend aan.
Heel klein en helemaal vrij.
Een ongeveer 1 cm groot kikkertje laat zich niet zo vaak zo vrij zien.
Ze zijn vederlicht want de bladeren van de varens buigen nauwelijks door onder hun gewicht.
De gelijkenis met een polsstokhoogspringer of fierljepper ( een Friese polsstokvérspringer) is al vaker opgevallen,
omdat ook die atleten langs hun polsstok omhoog proberen te kruipen.
Tot besluit een boomkikker met een prooi.
Een mier was zo onverstandig vlak voor de neus van de kikker te passeren.
Het werd zijn laatste reis.
Ook al is de prooi maar een beetje te zien, ik was wel blij met dit moment.
Voor mij was het een nieuwe ervaring te zien dat een boomkikker flitsend snel toesloeg.

De laatste weken heb ik niet op blogs gereageerd omdat ik met vakantie ben geweest.
De achterstanden werk ik de komende tijd wel weg.
Alvast een korte indruk van mijn vakantie:


vrijdag 6 september 2019

AWD - Augustus deel 1

Eind augustus koelde het 's nachts zoveel af dat er in de vroege ochtend nevelbanken werden gevormd.
Toen de zon doorbrak vormde dat een mooie achtergrond bij het damhert.

Het loont de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.
De lightbox in Google werkt om een voor mij onduidelijke reden helaas nog steeds niet.
Met Firefox of Internet Explorer lukt het wel.

In dit eerste deel zal ik vooral datgene laten zien dat je in deze maand niet zou verwachten, ik in ieder geval niet.
Om te beginnen vond ik op een warme, zeg maar hete zomerdag in de schaduw van bomen een grote stinkzwam.
Hij was nog vers en puntgaaf.
Eerst kwam er één vlieg op bezoek, later gevolgd door vele anderen.
Toen ik zo'n drie uur later langs dezelfde plek kwam zag ik dat er een aantal vliegen op de onweerstaanbare  geur van de stinkzwam was afgekomen.
Hun verwoestende werk is duidelijk te zien.
Ik denk dat er een uur later niets meer te snoepen was voor de vliegen.
Nieuwsgierige voorbijgangers vonden het een "prachtige vliegenzwam", niet onlogisch maar wel fout.
Ik heb het hen natuurlijk wel uitgelegd.

Een paar meter verderop stond een aantal hazenpootjes.
Als je zelf in de schaduw kunt blijven kan je je daar dan op je gemak mee bezig houden.
Dat werd experimenteren met scherptediepte, compositie en licht.
Een iets koelere weergave geeft naar mijn mening een net iets mooier beeld van dit fragiele zwammetje.
Maar zo kon het ook, met de scherpstelling op de voorste rand van de hoed.
De zon speelde ook een rol, met afwisselend versluierd licht door bewolking en wat fellere zonnestralen.
Het beïnvloedde voornamelijk de achtergrond.
Later vond ik ook nog dit tweetal, op dat moment nog in de schaduw.
In het begin van de maand viel een duinwandeling in het water.
Het begon droog, waarbij ik deze wijngaardslak over een omgevallen boomstam zag kruipen.
Even later ging het regenen en het werd die morgen ook niet meer droog.
Dat werd later die maand gecompenseerd door een wandeling door de "woestijn" op een zonnige dag.
De zanderige kuststrook is zo'n 20 jaar geleden in de hardloopgroep, waar ik toen vaak mee liep in de AWD, 
woestijn gedoopt omdat er toen alleen nog maar zand te zien was.
Nu zijn grote delen begroeid, onder andere met helmgras. 
Gek genoeg groeien daar ook paddenstoelen, zoals de duinfranjehoed, waar ik vorig jaar ook al aandacht heb besteed.
Gewapend met onder meer een zwart parapluutje ging ik op onderzoek.
Niet alleen een wit, maar ook een zwart parapluutje kan zorgen voor de noodzakelijke schaduw.
Natuurlijk druppelde het zweet van mijn hoofd, natuurlijk moest ik veel drinken, maar eigenlijk beviel het mij prima.
Met wat geduld kon je de paddenstoeltjes op plaatsen vinden waar je niet veel last had van begroeiing.
Een bijkomend voordeel was dat er geen andere mensen zich geroepen voelden om die dag "mijn woestijn" op te zoeken.
Absolute rust en stilte.
Voor mij de ideale omstandigheden.
Ook al heten alle paddenstoelen die ik hier laat zien volgens mij duinfranjehoed, ze verschillen toch vaak van uiterlijk.
Een enkel klein paddenstoeltje stond er wat verloren bij in de volle zon. 
Helemaal alleen, door alles en iedereen verlaten. 
De associatie met een woestijn kwam weer in mij op.
Trouwens, in woestijnen kan verrassend veel leven voorkomen.
Dat speelt zich dan vooral 's nachts af.
Een duinfranjehoedje in de schaduw , de achtergrond lichter door de zon.
De hoedjes zijn vaak bedekt met zandkorrels.
Ze staan ook op zanderige plekken in verder begroeide delen van de woestijn.
Voor mijn gevoel was dit een andere soort, maar ik noem hem toch maar duinfranjehoed.
Ook deze soort valt wel eens om.
Ik ben begonnen met een damhert in het warme licht van de opkomende zon, tegen een achtergrond van ochtendnevel.
Ik sluit ook er ook mee af.
Vooral in de vergroting is goed te zien dat er een sliert losgeschuurde bast aan het gewei hangt.
Het gewei is voor dit jaar volgroeid en bij wijze van spreken klaar voor gebruik.

 Wordt vervolgd.