Verandering van spijs doet echter eten. Daar hebben we dan ook voor gekozen.
In het weekend van 15 op 16 september zijn we 's zaterdags naar het Zwanenwater bij Callantsoog geweest. Op zondag zijn we gaan uitwaaien op de Zuidpier in IJmuiden. Een blog hierover volgt later nog.
Bij het Zwanenwater horen twee duinmeren, de grootste van Europa. Je kan er een rondwandeling maken rond het Eerste Water, maar het Tweede kan je slechts vanuit een observatiehut bekijken.
Opmerkelijk genoeg zagen we betrekkelijk weinig vogels, maar vooral de tekenen van de herfst waren nadrukkelijk aanwezig.
Niet alleen in de AWD maar ook in dit gebied groeit parnassia.
Veenpluis groeit hier volop. Met wat fantasie zie je in de rechterpluis een gezicht.
Het verval in de natuur, zo kenmerkend voor de herfst, is op de hiernaast staande beelden wel duidelijk zichtbaar.
Bij een aantal planten zie je vruchten, waarin zich de zaden bevinden.
In moerassige gebieden groeit de egelskop.
Waren er dan helemaal geen dieren te zien? Jawel, maar alleen op afstand (afgezien van kikkertjes).
Er zijn kolonies lepelaars en aalscholvers.
Vanuit de observatiehut is dit het beste wat ik van deze vogels kan laten zien, ondanks mijn 400 mm lens.
Maar er waren wel koeien, die absoluut geen watervrees hadden.
De kalveren volgden de volwassen dieren moeiteloos.
De volwassen dieren stonden tot hun buik in het water om bij de oevers te kunnen eten wat er van hun gading was.
De kalveren moesten hele stukken waden of zelfs zwemmen.
Duinbramen kom je in het gebied overal tegen.
De bladeren van de braamstruiken zijn al helemaal in herfstkleuren.
Er was ook nog wat bloeiende erica (dopheide).
Deze paddenstoelen zijn in werkelijkheid tamelijk klein, ca.
3 cm in diameter.
Bloemen werden tijdens de zonnige middag druk bezocht door allerlei insecten.
De herfst is de tijd van de vruchten, zoals rozenbottels.
Deze warrige vormen zagen we meerdere keren. Maar wat het nou is?
De bessen van deze struik zijn wat ingedroogd, zoals dat ook kan gebeuren bij druiven.
Ik weet ook nu niet bij welke struik of plant ze horen.
De meidoorn droeg overal veel vruchten.
Kamperfoelie bloeide niet alleen, maar aan veel planten zaten ook bessen.
Vlinders zagen we weinig.
Ook al heb ik de atalanta wel vaker in een blog laten zien, ik neem hem toch nog een keer op.
Bij de laatste observatiehut tijdens onze wandeling zagen we deze eenzame aalscholver,
die wat moeite had om zich staande te houden in de stevige wind.
Verderop waren wel honderden eenden, maar te veraf om te fotograferen.
Vlakbij de in-/uitgang zagen we nog deze grote bonte specht in een dode boom.
Van tevoren had ik gedacht wat meer van de lepelaars te kunnen zien.
Het Zwanenwater staat tenslotte bekend om zijn kolonie.
Het werd echter meer een wandeling waarin de herfstflora onze aandacht trok.
Qua afwisseling is dat prima bevallen.









