vrijdag 16 mei 2014

Tapuit

Tapuiten (Oenanthe oenanthe, wheatear) zijn vogels die onder andere in duingebieden en rotsachtige gebieden voorkomen.

Ik had ze een keer in de Amsterdamse waterleidingduinen gezien en wilde ze graag eens mooi op de foto zetten.
De eerste foto is van het vrouwtje. Hier is een plaat van het mannetje.

Als je ze een tijdje observeert herken je een bepaald patroon in hun gedragingen. 
De meesten van jullie zullen dit ongetwijfeld ook ervaren hebben.
Ik ben een paar keer naar het gebied geweest waar ik ze gezien had. 
De omstandigheden waren wisselend .
Op de grond zoeken ze vooral naar insecten.
Af en toe zochten ze een geschikte tak om wat meer zicht op de omgeving te krijgen.
Het is natuurlijk het mooist als ze vrij zitten. Het hoeft dan niet per se heel dichtbij te zijn. 

Terwijl mijn aandacht vooral gericht was op de tapuit werd ik toch afgeleid door roodborsttapuiten (Saxicola rubicola, stonechat).
Het vrouwtje hield zich  meestal zo veel mogelijk schuil, zoals hier is te zien.
Het mannetje daarentegen zocht steeds opvallende plekken op, 
waar hij niet alleen goed zicht op de omgeving had maar ook goed te zien was.
Het vrouwtje gaf zich niet verder bloot dan hierboven te zien is.
Haar partner wilde wel gezien worden. 
Hij maakte steeds een wat opgewonden geluid als hij vond dat ik ergens was wat hem niet beviel. 
Als ik wat dichterbij kwam vloog hij steeds een stukje weg,
ongetwijfeld met de bedoeling om mij weg te lokken.

Terug naar de tapuiten:
Ik ging vaak plat op de grond liggen of tijgeren naar een geschikte plek.
Je krijgt dan wel de kans om mooie platen te maken, zoals hier van het vrouwtje met een rups of larve.

Tapuiten nestelen in verlaten konijnenholen of in rotsspleten.
In Nederland loopt hun aantal achteruit,
 waardoor ze als bedreigd op de Nederlandse rode lijst zijn komen te staan.

In april/mei is de tapuit een veel voorkomende trekvogel, 
die na een tijd overwinteren in Afrika zich weer over Europa verspreidt.
In Nederland is het een schaarse broedvogel.

Ik weet nog niet of de tapuiten die ik gezien heb trekvogels zijn of niet.
In ieder geval heb ik tijdens meerdere bezoeken steeds ongeveer het zelfde aantal gezien.
De vogels hebben een lengte van ca. 15 cm, bij een spanwijdte van 26-32 cm.

Als ze je min of meer geaccepteerd hebben, of je niet gezien hebben, zijn ze redelijk te benaderen.

Tapuiten houden van open terrein. 
Een voordeel daarvan is natuurlijk dat je genoeg kansen krijgt om ze zonder hinderlijke obstakels te fotograferen.
Als ze opvliegen zie je altijd de duidelijk herkenbare witte stuitvlek.

Ik ben benieuwd of ze daadwerkelijk gaan nestelen en of er later in het jaar jonge tapuiten te zien zullen zijn.

Ik wil bij deze iedereen bedanken die op mijn vorige berichten heeft gereageerd.
De volgende keer staat deze vogel in de schijnwerper:

maandag 12 mei 2014

AWD April 2014

In april was de lente overal merkbaar. 
Deze lammetjes waren met hun moeder niet in de buurt van de kudde. 
Ze waren pas kort geleden geboren. Ooien zonderen zich altijd af als de bevalling aanstaande is. 
Toen ze gingen staan was de navelstreng duidelijk te zien.

Een overzichtsblog is meestal goed gevuld. Zo ook deze keer.
Ik probeer wat variatie aan te brengen, met ongeveer één foto per dag.
Lammetjes waren in april op veel plaatsen in grote aantallen te zien.
Deze damherten gingen nog even sparren. 
Het zal niet lang meer duren voordat ze hun gewei afwerpen.
De heerser op de vlakte. 
De hindes en kalveren lagen vlakbij aan de bosrand.
Reeën wagen zich soms op de open vlakte. 
Zo kreeg ik de kans om eens een andere foto te maken.
Ik vind een nijlgans in een bos toch wel een vreemde vogel.
Ik kom daar vrij vaak een paartje tegen.
Padden en kikkers waren regelmatig op pad.
Deze foto is een soort zoekplaatje.
(in de vergroting beter te zien)
Ik plaats hem om te laten zien dat een waterkevertje een kikkervisje gevangen heeft.
De staart van het slachtoffer steekt recht omhoog. Dat was wel een heel kort leven.
Duinhagedissen kon je op veilige, zonnige plekjes aantreffen.
Kuifeenden in actie. Ze zijn het hele jaar door te zien.
Het winterkoninkje liet zich even bewonderen, uitbundig zingend.
Fitissen behoren tot de zangertjes die je niet alleen vaak ziet, maar nóg vaker hoort.
Ze zitten graag hoog in bomen en struiken.
Ook de kneu zoekt het graag hogerop.
Dit was voor mij een bijzondere waarneming.
Deze koekoek gaf mij een kansje; 
meestal zijn ze zo schuw dat ze al wegvliegen als je aan een foto denkt.
Ook de gekraagde roodstaarten zijn weer in het land.
Misschien krijg ik in mei weer een kans om het nestelen te volgen.
De zanger bij uitstek, de nachtegaal. Meestal zit hij verscholen, maar af en toe  laat hij zich zien.
In april ging de macrolens vaak mee. 
Dat gaf mij de kans deze spin te fotograferen. Hoe hij heet weet ik overigens niet.
Zonnedauw, weliswaar nog erg klein, was in april ook weer te zien.
Een beetje stoeien met de scherptediepte  hoort erbij.
Van opzij krijg je een heel ander beeld.
Wat is mooi? Een kwestie van smaak.
Roodborsttapuiten horen bij het open duingebied.
De mannetjes houden hun territorium goed in de gaten.
Dit jaar heb ik voor het eerst tapuiten kunnen fotograferen.
Een vrouwtje op haar uitkijkpost.
En hier een mannetje.
Ze zoeken hun voedsel vaak op de grond. 
Dat betekende voorzichtig ernaartoe tijgeren.
Als je voorzichtig een stuk over de grond gekropen hebt, 
langs konijnenkeutels en opgedroogde koeienvlaaien, dan kan dit de beloning zijn. 
Soms vliegen ze op, net voordat je wilt afdrukken.
Dat hoort er ook bij. In dit geval: de aanhouder wint.
Tapuiten komen later in mei nogmaals aan bod.