maandag 10 augustus 2026

Kwartet

De zomermaanden zijn bij uitstek geschikt om je met gevleugelde dieren bezig te houden.
 Deze keer geen vlinders, libellen of allerlei zoemende insecten. 
Nee, vogels zijn aan de beurt. 

Nummer een.
De eerste soort, een putter, zag ik vanuit een kamer op de eerste verdieping van ons huis.
Putters komen aan het eind van deze post terug.

Nummer twee is een grote lijster.
Deze grote lijster zag ik toen ik na een ochtendje vlinders zoeken even een drinkpauze nam op een bankje. 
Er waren een stuk of drie lijsters, waarvan deze redelijk dichtbij kwam.

Ik zie ze niet vaak, dus het was een mooie aanvulling op een ochtend vol kolibrievlinders.

Nummer drie.
Een andere verrassing was deze jonge buizerd, die op een warme dag plotseling tamelijk dichtbij mij in een boom landde.
 
Even later begon hij zelfs te mantelen, waarbij ik overigens geen spoor van een prooi heb kunnen ontdekken.

Hij vloog weer op naar een paal van de omheining.
Hij trok zich niets van mij aan, want ik kon rustig een stukje lopen om een andere positie te kiezen.

Het was tijd voor het ochtendtoilet, een uitgebreide poetsbeurt.

Af en toe keek hij eens rond, heel alert, alsof hij iets gehoord had wat mij niet opgevallen was.

Hij keek ook mij eens aan, alsof hij niet goed wist wat hij met mij aan moest. 
Blijkbaar werd ik getaxeerd als gevaarloos, want hij ging op zijn gemak verder met het opknappen van zijn verenpakket.

Wellicht een paar beelden te veel, 
maar dat krijg je snel als je zo'n goede kans krijgt om een buizerd van redelijk dichtbij te bekijken.

Zo zag de vogel er even een stuk vervaarlijker uit, maar hij ging daarna weer verder met zijn toilet.

Ik kreeg meer kansen om hem te bekijken dan ik verwacht had. 
Al met al was hij zeker een half uur bezig.

Het overkomt mij niet vaak dat ik een luxeprobleem heb.
Deze morgen kon ik echter kiezen tussen deze buizerd en kolibrievlinders die in het slangenkruid om mij heen rondvlogen.
De kolibrievlinders hebben overigens ook genoeg aandacht gekregen, voor en na deze sessie met de buizerd.

Zo, de klus zit erop.
Piekfijn opgeknapt kon hij weer voor de dag komen.

Hij vond het hierna mooi geweest en vloog geruisloos het bos in.

Nummer vier.
Tijdens een duinwandeling met mijn vrouw kwamen we langs een paar vogelaars die door een kijker ergens naar keken wat ik nog niet gezien had.
Ze zagen een grauwe klauwier, een vogel die ik nog niet eerder in de AWD had gezien.
Ze waren zo vriendelijk om mij even door een kijker te laten kijken.
Ik had geen fotoapparatuur bij mij, dus ik moest een keer terugkomen - nu met camera - in de hoop dat hij er nog was.
Ik had geluk.

Nadat ik hem een paar keer wel had gezien, maar wat te ver bij mij vandaan,
vloog hij naar een boom die wat dichterbij mij stond.


Vanaf een tak waar hij niet mooi in beeld zat dook hij plotseling naar beneden en landde in het gras. 
Vrijwel direct vloog hij weer de boom in, maar ik kon niet zien of hij wat gevangen had.

Hij bleef nog een tijdje in die boom zitten maar vloog daarna weg.
Ik was weer een nieuwe soort in de AWD rijker.

Het kwartet is inmiddels compleet, maar de putter krijgt nog wat meer aandacht:

Deze putter zat hier vol overgave te zingen.

Poseren in een van de coniferen deden ze graag.
Ik weet niet hoeveel er precies waren, maar ik schat een stuk of vijf.

Ik had niet verwacht dat zij met allerlei nestmateriaal bezig zouden zijn, 
maar dat deden ze wel.

Bovendien veel variatie.


Met een snavel vol verdwenen ze in de conifeer.

Van nestelen is hier niets gekomen.
Dat verbaasde mij niet, maar wat ze dan met het nestmateriaal gedaan hebben is mij een raadsel.
Ze waren hier eind juni, een dag of drie, waarna ze spoorloos verdwenen.

Omdat ze zo mooi wilden poseren laat ik daar nog twee platen van zien.

Het was lang geleden dat we putters in de tuin hadden, maar ik hoop ze natuurlijk vaker te zien.

dinsdag 21 juli 2026

Kolibrievlinders en andere gevleugelden

Een ochtend in de Waterleidingduinen:

Een veld vol bloeiend slangenkruid, een stralende zon, zweetdruppels die langs mijn hoofd lopen, 
overal zoemende insecten. 
Het is lang geleden dat ik zoveel geluiden van insecten heb gehoord.
Er waren hommels, bijen, libellen, vlinders, sprinkhanen en niet te vergeten insecten die onaangenaam kunnen steken, zoals de gewone goudoogdaas. 
Geen andere mensen, uitsluitend natuurlijke geluiden.

Ik was vooral op zoek naar kolibrievlinders, en die waren er. 
Bovendien was er nog veel meer te zien, dus deze editie is er een voor de volhouders.
(30 opnamen)

Wat zijn die vlindertjes snel!
Het was een echte uitdaging om plaatjes te maken waar ik tevreden over kon zijn.
Het zal geen verrassing zijn dat de prullenbak al snel goed gevuld was. 
Toch hield ik aardig wat platen over waaruit het moeilijk kiezen was.

Zo vind ik ze mooi, met een rustige achtergrond. 
Er waren meerdere veldjes met slangenkruid, waar ze blijkbaar gek op zijn. 
Soms zag ik meerdere kolibrievlinders tegelijk waardoor het weer lastig kiezen was.
De exclosures hebben dus duidelijk voordelen, 
omdat ze laten zien welke kansen de natuur krijgt als er geen damherten planten opeten. 
Dat er ook nadelen zijn aan de afwezigheid van damherten is op de website van Waternet te lezen. 
Vergrassing is bijvoorbeeld een nadeel, waar weer een oplossing voor gezocht moet worden.

De beelden van de kolibrievlinders wissel ik af met andere, zoals hier van een atalanta die zich er ook goed thuis voelde.

 In een naburig gebied zag ik deze tamelijk onopvallende gamma-uil. 
Het lukte mij niet er een betere plaat van te maken, maar ik laat hem toch zien omdat ik deze soort niet vaak tegenkom.

Gewone oeverlibellen zijn in het duingebied erg algemeen.
Deze keer laat ik een vrouwtje zien.

Er waren jaren dat ik tientallen keizersmantels zag.
Op het moment van schrijven van deze tekst staat de teller pas op drie.
Een verklaring heb ik niet, bloemen die ze graag bezoeken zijn er genoeg.
Keizersmantels zag ik alleen buiten de exclosures.

Ik werd verwend met een flink aantal grote keizerlibellen
Ze schoten voortdurend razendsnel met grillige routes langs de bloemen. 
Als ze even een rustpauze namen, was dat vaak op een voor mij onaantrekkelijke plaats.

Gelukkig trof ik wel een aantal keren een goed moment, waarbij ze fraai in beeld kwamen.
Ik moest wel afstand bewaren, want anders waren ze snel weer vertrokken.

Ik ben een aantal keren naar een van de exclosures geweest.
Tot mijn verrassing zag ik op een keer een kolibrievlinder die niet vloog maar rustig op het slangenkruid bleef zitten.

Het bleef bij deze ene keer.
Ik had mij al afgevraagd waar ze overnachten en waar ze zich verschuilen als ze toch een broodnodige rustpauze hebben.
Ze kunnen tenslotte niet voortdurend blijven vliegen.
Nu is het afwachten of ik een keer een paartje tegenkom.

Zo kennen we ze.
Zo wordt ook duidelijk hoe ze aan hun naam komen.

Je moet telkens snel reageren als je ze ziet. 
Naarmate je ouder wordt merk je dat je reactiesnelheid in de loop der jaren afneemt en dat het aantal plaatjes in de prullenbak toeneemt.

Als je dan twee kleine vuurvlinders ziet die rustig de tijd voor elkaar nemen 
dan grijp je de kans op scherpe platen natuurlijk direct aan.

Kleine parelmoervlinders heb ik dit jaar maar weinig gezien.
In het verleden heb ik er dan ook veel betere platen van kunnen maken.

Wat waren er dit jaar veel distelvlinders. 
Zowel in de exclosures als in de omgeving ervan kwam ik ze regelmatig tegen. 

Vaak namen ze de tijd om rustig ergens te blijven zitten.

Ook kleine minder opvallende vlinders lieten zich zien, 
zoals hier een groot dikkopje.

Bij de keizerlibellen onderscheiden we meerdere varianten.
Dit is een zuidelijke keizerlibel.

Qua uiterlijk zijn ze dan wat verschillend, maar qua gedrag is er geen verschil.

Op een ochtend dat het aantal vlinders nogal beperkt was, was daar ineens dit klein geaderd witje.

Het vlindertje vloog een paar keer op en ging dan op een andere plek weer een tijdje zitten.
Zo krijg je de kans om wat verschillende platen te maken.

Als je goed oplet zie je dat dit een curieus moment is.
Wat scheidt deze kolibrievlinder af?
Ik heb dit nog nooit bij een vlinder gezien.

Nee, dit is veel vertrouwder.
Ze zijn volgens mij gek op slangenkruid omdat de afstand van bloem naar bloem lekker kort is.
Natuurlijk moet de nectar ook lekker smaken.

Nog een paar platen van dit type vlinder als afronding voordat ik bij de laatste soort aankom.


Vorig jaar heb ik ze in dit gebied voor het eerst gezien.
Di jaar ben ik volledig aan mijn trekken gekomen.

En dan het slotakkoord. 

Vuurlibellen hebben de hinderlijke gewoonte om tamelijk dicht bij de grond op onaantrekkelijke plaatsen te gaan zitten. 
Wellicht voor hen aantrekkelijk, maar voor mij niet. 
Als je er echter wat moeite voor hebt moeten doen,
 voelt het des te prettiger als je mooie platen kan maken.

Een sfeervolle afsluiting van een typisch zomerblog.