dinsdag 12 februari 2019

AWD - Roodwild januari 2019

Maandenlang had ik geen reeën gezien in de Amsterdamse Waterleidingduinen.
Ik heb al eerder geschreven dat het hek rond de AWD weliswaar voordelen biedt maar voor de reeënstand funest is.
Er komt geen vers bloed van buiten, er is nauwelijks of geen nieuwe aanwas, maar er is wel natuurlijke sterfte.
Het aantal reeën is daardoor zienderogen verminderd.
Op 10 januari zag ik eindelijk weer eens reeën, een tweetal.
Je mag nu al blij zijn met een tweetal, waarbij het voorheen in de wintermaanden normaal was om grotere groepen te zien.
In de wintermaanden hebben de reeën minder dekking tussen de varens waardoor ze makkelijker te vinden zijn.
Ik heb er overigens wel goed naar moeten zoeken.
Gelukkig schrikken ze om de een of andere reden niet zo snel van mij.
Voor dit beeld heb ik alleen mijn 400 mm lens nodig gehad.
Als je geluk hebt vertonen ze zich ook in het open veld, meestal op weg naar een ander gebied met meer dekking.
"Nog even rondkijken en dan gaan liggen."
Zijn ze eenmaal aan het zicht onttrokken dan is het meestal een toevalstreffer als je ze ziet.
Op 24 januari was het enigszins winter.
Die dag was het lot mij minder gunstig gezind want ik moest het vooral doen met landschappen,
helaas minder met interessante waarnemingen.
Damherten kom je altijd wel tegen.
Toch nog een redelijk winters plaatje.
Op 31 januari begon de dag schitterend.
De zon zorgde voor een roodachtige gloed over de natuur.
Dit damhert hield goed in de gaten wat ik deed.
Waarom?
Hij zag dat ik bij een dode soortgenoot stond, die zo maar op het pad lag.
Hij was een natuurlijke dood gestorven.
Er wordt weliswaar op damherten gejaagd in de wintermaanden, maar dit hert was niet geschoten.
Hoe ik dat zo zeker weet?
Later op die ochtend  bleek het hert verplaatst te zijn, een paar meter van het pad af.
Bovendien was zijn gewei afgezaagd en was er geen kogelgat of een bloedspoor te zien.
Het is gebruikelijk in de AWD dat dode dieren in het gebied blijven liggen zodat ze als voedsel kunnen dienen voor allerlei andere dieren (bijvoorbeeld vossen en kraaien), zoals ik al vaker ervaren heb.
Geweien worden wel altijd verwijderd.
Geschoten herten worden direct afgevoerd.
Diezelfde morgen zag ik weer een ree, rustend in de zon. 
Zij wilde wel op de foto.
Het bleken er twee te zijn, die samen besloten een ander gebiedje te zoeken, op hun dooie gemak langs het bos lopend.
Op een drafje staken ze de vlakte over, met een flinke onderlinge afstand.
Zo liggen ze verscholen tussen de verdorde varens.
Het levert geen mooie plaatjes op, maar het geeft wel een goed beeld van hoe ze in de vegetatie opgaan.
Toen er een wolk voor de zon schoof veranderde het licht onmiddellijk.
Zo staat ze er weer schitterend bij, even opkijkend tussen het zoeken naar wat groene plantjes.
Ik zat op mijn knieën tussen de varens, zij had mij goed in de gaten, maar ze vond het best zo.
Ik heb haar zo een tijdje bekeken, af en toe plaatjes makend.
Ze maakte overtuigend duidelijk dat je moet genieten van je ontbijt en dat je je zeker niet moet haasten.
Ze keek nog even rond en besloot toen verder te lopen.
De bewolking was weer teruggekomen, vandaar het kleurverschil.
Ze onderbrak haar loopje even voor een sanitaire stop.
Daarna scheidden onze wegen.
Later die morgen verdween de zon definitief achter de wolken.
Het had mij weer eens helemaal meegezeten.

dinsdag 5 februari 2019

Patagonië - Kuifcaracara's en Chileense kieviten


Op het oog zijn kuifcaracara's en Chileense kieviten twee vogels die niets met elkaar te maken hebben.
De schijn bedriegt.
Kuifcaracara's zijn verzot op kievitkuikens.
In het voorjaar heeft dat tot gevolg dat de kieviten uiterst fel op de caracara's reageren.

De eerste Chileense kieviten (Vanellus chilensis) zag ik al vroeg tijdens onze Patagonië-reis. 
Kuifcaracara's zag ik voor het eerst in Torres del Paine (Chili).
Hier lag een kievit op haar nest, waarin haar eieren of wellicht zelfs jonkies lagen.
Het vrouwtje bleef tijdens het regenachtige weer op haar nest liggen, terwijl haar partner in de omgeving voedsel liep te zoeken.
Ik mocht opmerkelijk dichtbij komen.
Dit beeld bijvoorbeeld heb ik gemaakt met mijn 400 mm lens en ik heb niet gecropt.
Natuurlijk ben ik maar kort zo dichtbij gebleven.
Bij aankomst in Torres del Paine (Chili) zat deze kuifcaracara (caracara plancus)  in de boom voor het gebouw waar wij ons moesten melden.
Hij was trots op zijn staart en liet die even mooi zien.
Een schitterende vogel.
Ik was blij dat ik hem zo kon vastleggen.
Het was geen verrassing dat Chileense kieviten niet alleen in Argentinië voorkwamen maar ook in Chili.
Het was wél een verrassing dat we tijdens een wandeling in de omgeving ook kuikens zagen, onbekommerd rondstappend.
Ik vond dat ze behoorlijk veel lijken op de kuikens van kieviten die we in Nederland wel eens zien.
Een dag later gebeurde dat opnieuw.
De kleine kwam steeds dichter bij mij in de buurt, terwijl zijn ouders toch opmerkelijk rustig bleven.
Verderop werd dat heel anders.
Een aantal kieviten maakte veel misbaar en voerde onophoudelijk duikvluchten uit.
Het sprak voor zich dat ik daar zo snel mogelijk naartoe ging.
Even later zag ik dit paartje caracara's op de grond, min of meer in dekking.
Caracara's zoeken hun voedsel vooral op de grond en jagen veel minder vanuit de lucht.
Ze hebben tamelijk lange poten en platte klauwen, waardoor ze goed kunnen lopen.
Ze lusten graag jonge vogels, kikkers, hagedissen, kleine knaagdieren en insecten.
Tijdens het zoeken moesten ze voortdurend bukken om de felle kieviten te ontwijken.
Ze deden geen pogingen volwassen kieviten te pakken.
Ik denk dat ze dan ook kansloos geweest zouden zijn want de kieviten waren erg snel en wendbaar.
De caracara's waren heel beweeglijk, liepen soms knap snel door het gras en zochten daarna dekking tussen de begroeiing.
Waarschijnlijk hoopten ze zo verborgen kievitkuikens op te schrikken.
Indien nodig jagen ze samen om meer kans te hebben.
Deze keer hielp het hun niet, want ze hadden geen succes toen ik er was.

Omdat ze voornamelijk op de grond bleven kon ik lekker plaatjes maken vanuit een laag standpunt.
Een kuifcaracara is qua grootte enigszins vergelijkbaar met een buizerd (buteo buteo).
De spanwijdte van de vleugels is bij een kuifcaracara 120-130 cm, van een buizerd (afhankelijk van welke site je raadpleegt) 113-128 cm.
Van kop tot staart meet een kuifcaracara 49-59 cm, een buizerd 51-57 cm.
Hier staat een caracara op het punt van opvliegen.
Ze kregen er beide genoeg van en vlogen weg naar een rustiger plek.
Een van de twee vloog daar even later weer op met een flinke pluk nestmateriaal in zijn snavel.
Het was duidelijk lente.

Voor mij was het een topdag,
want na de ontmoeting met een guanaco (zie een eerdere post) diezelfde morgen zat ik dus opnieuw op de eerste rij.
En daarmee was mijn geluk nog niet voorbij.
Ik had trek in koffie gekregen en ging naar het restaurant.
Daar stond een kuifcaracara naar binnen te gluren!
De "concurrent" die hij daar zag maakte wat bij hem los en hij viel aan.
Wat moet dat spectaculair geweest zijn als je toevallig binnen achter het raam zat.
Dan was het echt koffie met iets erbij.
Het bleef niet bij één aanval, want hij herhaalde dit een heleboel keren.
Heel spectaculair.
Tussen die aanvallen door moest hij even bijkomen.
Hij ging op deze steen zitten waar ik toevallig vlakbij stond.
Hij  vloog zelfs naar een slaapkamer om door het raam naar binnen te gluren.
Gekker moest het toch niet worden.
Maar aan alles komt een eind.
De vogel hield het voor gezien en vloog met een verhaal over zijn belevenissen naar zijn partner.

Bij de kieviten was de rust helemaal teruggekeerd.
Het was weer stil en rustig in de omgeving.
De caracara's hielden zich eveneens in.
Vanaf een hoge tak hielden zij de omgeving in de gaten, zochten tussendoor naar wat eetbaars op de grond maar lieten de kieviten die middag verder met rust.