dinsdag 16 april 2019

Koudbloedig

Je zal maar koudbloedig zijn.
Net als je denkt dat het eindelijk warmer begint te worden en je een opwindend voorjaarsgevoel begint te krijgen daalt de temperatuur weer.
Het is dan behelpen en hopen op betere tijden.
Bruine kikkers (Rana temporaria) heb ik dit voorjaar veel minder gezien dan in andere jaren. 
Bovendien waren ze niet bijster actief (geweest).
De hoeveelheid kikkerdril was namelijk ook beduidend minder dan ik gewend ben.
Dit stelletje bleef onder het wateroppervlak.
Een enkeling, helaas een enkeling en geen stelletje, stak zijn kop een tijdje boven water.
Dat was op zichzelf wel verstandig want er was een blauwe reiger in de buurt.
Ik zag hem twee keer met een kikker in zijn snavel opvliegen.
Hij was nieuwsgierig, maar zoals gezegd was hij een uitzondering.
Van padden heb ik zelfs niets gemerkt, ook geen snoeren eitjes in het water.
Heb ik pech gehad of is dit een zorgelijk teken?
Zandhagedissen (Lacerta agilis) zag ik dit jaar voor het eerst op 8 april.
Ze waren nog erg op hun hoede en hielden zich grotendeels schuil.
Van zo'n vrouwtje hoop ik in de komende weken veel mooiere platen te kunnen maken.
Een mannetje durfde iets meer.
Binnenkort zal hij zijn kenmerkende groene kleur krijgen en begint de strijd om de vrouwtjes.
In ieder geval is hij op tijd wakker.
Zonder veel verwachtingen heb ik op 29 maart - een warme lentedag - even gekeken of er al boomkikkers ontwaakt waren.
Tot mijn verrassing zag ik er twee kleintjes van ca. 1 cm en 1 grotere.
Dit was nog geen beeld dat ik er graag van wilde hebben maar de waarneming maakte veel goed.
Zo vroeg in het jaar had ik nog nooit een boomkikker gezien.
Op 8 april was het een aangename warme dag.
De boomkikkers ( Hyla arborea) waren dat met mij eens: ik zag er vier grote en drie kleintjes.
Plaatjes van boomkikkers in pitrus laat ik deze keer voor wat ze zijn want ze toonden zich deze keer echte boomkikkers.
Deze boomkikker hield ervan steile wanden te beklimmen.
Van een omgevallen boom maakte de kluit een hoek van bijna 90°   met de grond.
Het kikkertje klom er moeiteloos tegenop.
Dat was waarschijnlijk een hele andere ervaring voor hem/haar vergeleken met een pitrusstengel of een boom.
Eenmaal bovengekomen hadden we bijna een face-to-face ontmoeting.
Aan de kluit zat nog een flinke stam.
Hij koos ervoor om daarlangs te lopen naar een aantrekkelijke rustplaats.
Het was een nagenoeg horizontale route voor hem.
En daar zat hij dan, op een stam waar hier en daar korstmos op groeide, lekker in het zonnetje.
Hij zocht het na een tijdje toch hogerop.
Aan de stam zaten enkele flinke takken en daar koos hij er een van.
Zo'n actie was aan mij wel besteed.
Van verschillende kanten heb ik mijn plaatjes gemaakt.
Een klein stukje verder vond hij een rustig plekje in de schaduw.
Daar bleef hij op zijn karakteristieke manier roerloos zitten.
Een minstens even grote verrassing was een tweetal boomkikkers in het water.
Onvermijdelijk was het wel dat de achtergrond erg rommelig werd door de vele dode stengels.
Voor het eerst van mijn leven heb ik een boomkikker zien zwemmen.
Ik mag dik tevreden zijn met deze start van het boomkikkerseizoen.
Het valt tenslotte niet mee om deze kikkertjes zo vrij in beeld te krijgen.

dinsdag 9 april 2019

Zuidpier - Maart 2019

Een bezoek aan de Zuidpier brengen en beginnen met zeewolfsmelk (Euphorbia paralias) is tamelijk ongebruikelijk.
Het plantje staat op de rode lijst en is sinds 2008 te vinden in de duinen in de omgeving van IJmuiden.
Het heeft een merkwaardige naam gekregen vind ik.
Bij zeewolf (Anarhichas lupus) denk ik namelijk aan een vis.
Zeewolven leven in de Noordelijke Atlantische oceaan.
Ze zijn niet moeders mooiste, vooral veroorzaakt door hun imposante bek waarmee ze krabben kunnen verschalken.
Zeewolfsmelk zet je op het verkeerde been.
Zeewolven produceren geen melk, maar het plantje wel, net als andere Euphorbia-soorten.
Dit giftige sap komt tevoorschijn als de plant beschadigd wordt of breekt.
Bij het ouder worden kunnen de planten wat rood worden.
Het was wel flink zoeken om plantjes te vinden die niet in een rommelige omgeving stonden.
Het was tegelijkertijd wel weer goed om te zien dat zo'n zeldzaam plantje het daar goed deed.
Als je dan langs en door de duinen loopt kom je nog meer verrassingen tegen.
Dit "bolletje" deed mij enigszins aan gebleekte hersenen denken.
Zo luguber is het niet, maar van welke plant het afkomstig is (misschien een alg of zeewier soort) blijft voor mij vooralsnog een raadsel.
Het was trouwens niet het enige exemplaar.
Terug op het strand trof ik dit duo bontbekplevieren (Charadrius hiaticula).
Ze waren schuw als altijd.
Ze vielen van een afstand nauwelijks op op het strand, zeker niet op plaatsen waar veel scheermessen lagen.
Gaan tijgeren was voor mij op deze dag geen optie, ze op een andere manier nog meer benaderen zat er ook al niet in.
Het geeft wel een goed beeld van de leefomgeving van dit pleviertje:
helemaal alleen op een leeg stuk strand, zoekend naar lekkere hapjes.
Drieteenstrandlopers (Calidris alba) zie je er altijd wel.
Ik heb ze al vaak gefotografeerd.
Deze keer eens in een wat ongebruikelijke pose.
Steenlopers (Arenaria interpres) zijn eveneens vaste gasten.

Was er dan niets anders?
Op vogelgebied was het deze maand wat magertjes.
Vogelaars met telescoopkijkers zullen hier wel anders over denken, maar voor fotografen was de keuze beperkt.
Daarom eens iets heel anders.
Vissers hadden een tweetal vissen gevangen en gefileerd.
De resten lagen klaar voor de vogels.
Die hadden merkwaardig genoeg geen belangstelling.
Te groot misschien?
Vissersboten passeerden, omzwermd door vooral meeuwen.
Deze boot was afkomstig uit België (thuishaven Oostende) en voer langs de kust naar het noorden.
Een andere boot was op weg naar huis (Den Oever in de Wieringermeerpolder), achtervolgd door meeuwen en aalscholvers.
Teruggekomen aan het eind van de pier (vlakbij Seaport Marina) zag ik een aalscholver die zijn verenpak had zitten drogen.
Plotseling keek hij geschrokken achterom en schreeuwde het bij wijze van spreken uit:
Te laat!
Hij kreeg een onverwachte plens water over zich heen, terwijl het lange tijd rustig was geweest.
Daar zit je dan, bij wijze van spreken versteend door de schrik.
Natuurlijk kunnen aalscholvers prima tegen water, maar dit was echt een koude douche.
Hij kon nog maar één ding doen.
Even uitschudden en dan van voren af aan beginnen met drogen.

Dit was voorlopig mijn laatste bezoek aan de Zuidpier.
In het najaar ga ik er opnieuw kijken.