Juni was in de waterleidingduinen geen vlindermaand, ook de vogels lieten het een beetje afweten.
Libellen en juffers daarentegen namen hun plaats moeiteloos in.
In een soort vogelvlucht laat ik een aantal momenten passeren.
Het loont
de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.
De lightbox
in Google werkt om een voor mij onduidelijke reden helaas nog steeds niet.
Met Firefox
of Internet Explorer lukt het wel.
Een aantal ochtenden waren insecten en planten bedekt met dauw, als je er tenminste op tijd bij was.
Roodoogjuffers, volgens mij hier een grote in plaats van een kleine, kon ik zo op mijn gemak bekijken.
Grote roodoogjuffer ( Erythromma najas)
Deze vrouwelijke grote keizerlibel (Anax imperator) - Maria, bedankt voor de verbetering van de naam - zat hier veel te veel verscholen in de begroeiing naar mijn zin.
Begrijpelijk, zij is daar minder kwetsbaar.
Ik was al blij dat ik haar op de plaat kon krijgen.
Deze heidelibel (Sympetrum) zat gunstiger, hoewel het natuurlijk beter kan.
Ik maak overigens regelmatig gebruik van Obsidentify, waarmee ik vaak op het goede spoor kom bij het zoeken naar de juiste naam.
Het is wel gebleken dat het systeem niet 100% waterdicht is dus ik hoop dat ik de goede namen heb gevonden.
Een enkele keer vond ik een uitsluiper.
Het blijft een bijzonder verschijnsel om te zien hoe een libel zich uit het omhulsel van de larve weet te wurmen.
Als juffer moet je voortdurend op je hoede zijn.
Maar ook als je op mogelijke vliegende rovers let kan het toch fataal aflopen.
Gevangen in een web van een spin kan maar één ding betekenen.
Vogels zag ik in juni vooral op afstand of op minder aantrekkelijke plaatsen.
Deze fuut (Podiceps cristatos) was een uitzondering.
Zijn partner was druk bezig op het nest waarin vier eieren lagen.
Op 27 juni waren ze dus óf bezig met de tweede leg óf aan de late kant.
Een aalscholver (Phalacrocorax carbo) landde op een bij de aalscholvers geliefd uitkijk- en rustpunt.
Aan blauwe reigers (Ardea cinerea) geen gebrek in de AWD.
Ze gedijen er goed en zijn soms behoorlijk benaderbaar.
Het is een uitdaging om ze in hun typische aanvalshouding te fotograferen.
Dat lukt de ene keer beter dan de andere.
Terwijl ik op zoek was naar vlinders hoorde ik vlakbij een vogeltje dat het hoogste lied zong.
Het bleek een boompieper (Anthus trivialis) te zijn.
Een jagende hoornaar (Vespa crabro) moet ook wel eens een momentje rust nemen.
Dat gaf mij de kans om er een te benaderen.
Zolang je geen bedreiging voor ze vormt hoef je er niet bang voor te zijn.
Deze post gaat over gevleugelde dieren, en daar hoort een rups natuurlijk niet bij.
De rups van de kleine hageheld (Lasiocampa trifolii), een dagactief nachtvlindertje, krijgt om begrijpelijke redenen hier toch een plaats.
Een zeer rustig hooibeestje (Coenonympha pamphilus) zat zich op te warmen in de ochtendzon.
Geen gehaast, geen gefladder.
Juni en juli zijn de maanden waarin je St. Jansvlinders in groten getale kunt tegenkomen op plaatsen waar jakobskruiskruid groeit.
St. Jansvlinder (Zygaena filipendulae)
Ze paren of hun leven er vanaf hangt.
In zekere zin is dat natuurlijk ook zo.
Het leek mij wel aardig om ze ook met tegenlicht te fotograferen.
Je krijgt dan natuurlijk een totaal ander beeld dan wanneer het licht rechtstreeks op de vlindertjes valt.
Het heeft allebei wel wat vind ik.
Terug naar de libellen.
Deze vroege glazenmaker had een voor mij gunstige plek gekozen voor een adempauze.
Viervlekken (Libellula quadrimaculata) behoren tot de meest voorkomende soorten libellen in de AWD.
Daarom nu eens een sfeerplaatje.
Even voorstellen, een voor mij nieuwe soort:
een metaalglanslibel (Somatochlora metallica), dacht ik.
Toch schijn ik ernaast te zitten.
Volgens de laatste info is het een vrouwtje van de grote keizerlibel (Anax imperator).
Toch schijn ik ernaast te zitten.
Volgens de laatste info is het een vrouwtje van de grote keizerlibel (Anax imperator).
Zoals te zien is zijn de vleugels (nog) niet helemaal goed ontwikkeld.
Hij had geen moeite om zich over de omgevallen boomstam te verplaatsen, maar of vliegen met deze vleugels gelukt is betwijfel ik.
Ik kreeg in ieder geval alle kans om hem te vereeuwigen zoals ik wilde.
Tenslotte voor mij de "star of the show".
Het juffertje zat vastgeplakt aan de blaadjes van de zonnedauw.
Hij was nog springlevend en keek mij aan alsof hij wilde zeggen: "Doe iets".
Dat deed ik, hoewel anders dan het juffertje gedacht zal hebben.
Met een tussenring tussen camerabody en macrolens probeerde ik de plaatjes te maken die ik wilde.
Met grote ogen keek hij mij aan.
"Waar ben jij nou mee bezig? "
Hij deed zijn best om los te komen door flink met zijn vleugels en staart te bewegen.
Nog een laatste blik, als het ware smekend.
Ik heb het zo ook geïnterpreteerd en heb hem met behulp van een takje op een naburig mosje geschoven.
Of het hem geholpen heeft?
Het is een lang verslag geworden, zoals wel vaker als er veel interessants te zien is.



















































