zaterdag 13 juli 2019

AWD - juni 2019 deel 2 (gevleugeld)

Juni was in de waterleidingduinen geen vlindermaand, ook de vogels lieten het een beetje afweten.
Libellen en juffers daarentegen namen hun plaats moeiteloos in.
In een soort vogelvlucht laat ik een aantal momenten passeren.

Het loont de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.
De lightbox in Google werkt om een voor mij onduidelijke reden helaas nog steeds niet.
Met Firefox of Internet Explorer lukt het wel.

Een aantal ochtenden waren insecten en planten bedekt met dauw, als je er  tenminste op tijd bij was.
Roodoogjuffers, volgens mij hier een grote in plaats van een kleine, kon ik zo op mijn gemak bekijken. 
Grote roodoogjuffer ( Erythromma najas)
Deze vrouwelijke grote keizerlibel (Anax imperator) - Maria, bedankt voor de verbetering van de naamzat hier veel te veel verscholen in de begroeiing naar mijn zin. 
Begrijpelijk, zij is daar minder kwetsbaar.
Ik was al blij dat ik haar op de plaat kon krijgen.
 Deze heidelibel (Sympetrumzat gunstiger, hoewel het natuurlijk beter kan.

Ik maak overigens regelmatig gebruik van Obsidentify, waarmee ik vaak op het goede spoor kom bij het zoeken naar de juiste naam.
Het is wel gebleken dat het systeem niet 100% waterdicht is dus ik hoop dat ik de goede namen heb gevonden.













Een enkele keer vond ik een uitsluiper.
Het blijft een bijzonder verschijnsel om te zien hoe een libel zich uit het omhulsel van de larve weet te wurmen.

















Als juffer moet je voortdurend op je hoede zijn.
Maar ook als je op mogelijke vliegende  rovers let kan het toch fataal aflopen.
Gevangen in een web van een spin kan maar één ding betekenen.
Vogels zag ik in juni vooral op afstand of op minder aantrekkelijke plaatsen.
Deze fuut (Podiceps cristatos) was een uitzondering.
Zijn partner was druk bezig op het nest waarin vier eieren lagen.
Op 27 juni waren ze dus óf  bezig met de tweede leg óf aan de late kant.
Een aalscholver (Phalacrocorax carbo) landde op een bij de aalscholvers geliefd uitkijk-  en rustpunt.
Aan blauwe reigers (Ardea cinerea) geen gebrek in de AWD.
Ze gedijen er goed en zijn soms behoorlijk benaderbaar.
Het is een uitdaging om ze in hun typische aanvalshouding te fotograferen.
Dat lukt de ene keer beter dan de andere.
Terwijl ik op zoek was naar vlinders hoorde ik vlakbij een vogeltje dat het hoogste lied zong.
Het bleek een boompieper (Anthus trivialis) te zijn.
Een jagende hoornaar (Vespa crabro) moet ook wel eens een momentje rust nemen.
Dat gaf mij de kans om er een te benaderen.
Zolang je geen bedreiging voor ze vormt hoef je er niet bang voor te zijn.
Deze post gaat over gevleugelde dieren, en daar hoort een rups natuurlijk niet bij.
De rups van de kleine hageheld (Lasiocampa trifolii), een dagactief nachtvlindertje, krijgt om begrijpelijke redenen hier toch een plaats.
Een zeer rustig hooibeestje (Coenonympha pamphilus) zat zich op te warmen in de ochtendzon.
Geen gehaast, geen gefladder.
Juni en juli zijn de maanden waarin je St. Jansvlinders in groten getale kunt tegenkomen op plaatsen waar jakobskruiskruid groeit.
St. Jansvlinder (Zygaena filipendulae)


Ze paren of hun leven er vanaf hangt.
In zekere zin is dat natuurlijk ook zo. 

Het leek mij wel aardig om ze ook met tegenlicht te fotograferen.
Je krijgt dan natuurlijk een totaal ander beeld dan wanneer het licht rechtstreeks op de vlindertjes valt.

Het heeft allebei wel wat vind ik.


Terug naar de libellen.
Deze vroege glazenmaker had een voor mij gunstige plek gekozen voor een adempauze.
Viervlekken (Libellula quadrimaculata) behoren tot de meest voorkomende soorten libellen in de AWD.
Daarom nu eens een sfeerplaatje.
Even voorstellen, een voor mij nieuwe soort:
een metaalglanslibel (Somatochlora metallica), dacht ik.
Toch schijn ik ernaast te zitten.
Volgens de laatste info is het een vrouwtje van de grote keizerlibel (Anax imperator).
Zoals te zien is zijn de vleugels (nog) niet helemaal goed ontwikkeld.
Hij had geen moeite om zich over de omgevallen boomstam te verplaatsen, maar of vliegen met deze vleugels gelukt is betwijfel ik.
Ik kreeg in ieder geval alle kans om hem te vereeuwigen zoals ik wilde.
Tenslotte voor mij de "star of the show".
Het juffertje zat vastgeplakt aan de blaadjes van de zonnedauw.
Hij was nog springlevend en keek mij aan alsof hij wilde  zeggen: "Doe iets".
Dat deed ik, hoewel anders dan het juffertje gedacht zal hebben.
Met een tussenring tussen camerabody en macrolens probeerde ik de plaatjes te maken die ik wilde.
Met grote ogen keek hij mij aan.
"Waar ben jij nou mee bezig? "
Hij deed zijn best om los te komen door flink met zijn vleugels en staart te bewegen.
Nog een laatste blik, als het ware smekend.
Ik heb het zo ook geïnterpreteerd en heb hem met behulp van een takje op een naburig mosje geschoven.
Of het hem geholpen heeft?

Het is een lang verslag geworden, zoals wel vaker als er veel interessants te zien is.



zaterdag 6 juli 2019

Kirgistan - Tash Rabat

Tash Rabat (= Stenen Herberg) is een voormalig klooster uit de 10e eeuw dat vanaf de 15e eeuw dienst is gaan doen als karavanserai.
Reizigers die de Zijderoute volgden vonden hier een rustplaats.
Ik richt mij nu niet op de historie maar op het dierenleven in de omgeving.

Het loont de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.
De lightbox in Google werkt om een voor mij onduidelijke reden helaas nog steeds niet.
Met Firefox of Internet Explorer lukt het wel.

De omgeving is enorm weids en bovendien stil.
Het valt nauwelijks te beschrijven, je moet het zelf ervaren.
Een ruiter met een paard op sleeptouw, gevolgd door een hond is zeer typerend voor dit gebied.
In de buurt van ons yurtkamp, vlakbij de karavanserai gelegen, zag ik voor het eerst deze schitterende
  citroenkwikstaart (Motacilla citreola).
Later volgden er meer.
De karavanserai bood ook onderdak aan Guldenstadt's roodstaarten, ook wel witkruinroodstaart (Phoenicurus erythrogastrus) genoemd, die hier hun nest gemaakt hadden in een holte.
Het was een uitdaging om de helling achter de karavanserai te beklimmen, te meer omdat daar onder andere bergmarmotten te zien waren.
Het viel niet mee, de hoogte was ongeveer 3200 meter en de lucht ijl.
Bijna als vanzelfsprekend graasde er een kudde schapen en geiten.
Een herder was in geen velden of wegen te zien, zoals gebruikelijk.
Ik kon een jonge bergmarmot, nauwkeuriger gezegd een Altaimarmot (Marmota baibacina), onverwacht goed benaderen.
Hij keek onderzoekend rond, dook weer weg als hij het nodig vond, en kwam na korte tijd weer naar buiten, nieuwsgierig zoals elk jong dier.
Ik zat hem rustig te bekijken toen een kudde schapen en geiten ons plotseling omringde.
Dat vond hij eng, ik niet.
Het marmotje dook in het hol, ik genoot van al die dieren om mij heen.
Voorzichtig kwam het marmotje weer naar buiten.
Wat verderop zat een volwassen marmot de omgeving te bekijken.
Naar beneden kijkend was de karavanserai prachtig te zien in het licht van de langzaam ondergaande zon.
Ons yurtkamp lag overigens ongeveer 100 meter recht hiervan.
De volgende morgen was de helling bezaaid met yaks, een enorme kudde.
Zo'n buitenkans betekende als vanzelfsprekend dat ik de helling weer op moest.
Natuurlijk heb ik daar weer massa's plaatjes geschoten, maar ik laat het hier bij deze.
De vacht is gedeeltelijk vervilt.
De zomer was in aantocht, ongetwijfeld tijd voor een een nieuwe vacht.
De spijsvertering ging bij deze yak wel snel (gebruik de vergroting)
Alpenkraaien (Pyrrhocorax pyrrhocoraxzochten op de weidegronden naar voedsel.
Sneeuwvinken (Montifringilla nivalis) waren zowel in het yurtkamp, als bij de karavanserai en de berghellingen heel algemeen. 
Het is normaal dat paarden vrij op de hellingen lopen te grazen.
Op een keer renden er vijf in een vlot tempo de helling af, richting het yurtkamp in het dal.
Al wandelend door het dal, met regelmatig yaks op korte afstand, zagen we weer een paartje casarca's.
Casarca's noemt men ook wel roestganzen (Tadorna ferruginea).
We hebben ze veel vaker gezien, maar hier waren ze tamelijk dichtbij.
Het lijkt, gelet op hun kleur, hier een ideaal gebied om te nestelen.
Waarschijnlijk was het nog te vroeg om al pullen te hebben.
De kleuren van yaks zijn heel verschillend.
Voor de verandering hier een wit kalf.
Yaks gaan waar ze willen en worden hooguit soms door mensen weggejaagd als ze op "verboden" terrein komen.
Ook hagedissen komen in Kirgistan voor.
Ze redden zich prima op de droge, zanderige grond.
In deze omgeving zagen we ook het kleine knaagdiertje dat als een mol aarde naar buiten gooit als het bezig is met het graven van gangen.
Inmiddels weet ik de Engelse en Latijnse naam.
 Via Naturalis weet ik hoe ze heten, zie : altai vole mole
Hoog in de lucht cirkelden soms gieren.
Het is geen fraaie plaat, alleen een waarnemingsplaatje dat al gecropt is.
Een grote verrassing was een wilde steenarend (Aquila chrysaetos), die over ons heen vloog en op een berghelling landde.
Na een korte rustpauze ging hij weer op de wieken.
Hele relaxte yaks.
Als het warm is vinden yaks het duidelijk lekker om in het koude stromende water te staan.
Het valt ook niet mee om met een bontjas aan in de brandende zon te staan.
Tijdens een wandeling zag ik op korte afstand een aantal bergmarmotten, die tot mijn verrassing mijn aanwezigheid accepteerden.
Ze hielden de omgeving wel goed in de gaten, maar waren niet overdreven schuw.
Al weer een topmoment.