dinsdag 5 maart 2019

Zuidpier - januari/februari 2019

In  januari en februari ben ik enkele keren naar de Zuidpier van IJmuiden geweest, met wisselend succes.
Deze zeekoet ( Uria aalge) gunde het mij om uitgebreid te volgen hoe hij op zoek ging naar voedsel.
Gespannen stond ik klaar om bij het eerste teken dat hij ging duiken af te drukken.
Dat leverde niet alleen een aantal geslaagde plaatjes maar ook een goed gevulde prullenbak op.
Zeekoeten houden wel van een vis(je).
In de vergroting is beter te zien wat hij gevangen had.
Er zijn dit jaar veel jonge dode zeekoeten aangespoeld op de stranden van de Noordzee.
Het is nog niet duidelijk wat de werkelijke oorzaak van deze sterfte is,
te meer omdat dit verschijnsel in het verleden ook een aantal keren is voorgekomen.
Deze zeekoet was in ieder geval springlevend.
Een tekort aan sprot kan een mogelijke verklaring zijn, maar harde wind, gifstoffen (geloosd ,of afkomstig uit de containers die in de Waddenzee terecht gekomen zijn) en darmparasieten ook.
Vooralsnog is het gissen.
Via verschillende soorten onderzoek probeert men het antwoord te vinden.
Doden zeekoeten heb ik nergens gezien, bij twee bezoeken aan de pier wel een stuk of 6-7 levende zeekoeten.
Als ze onderduiken is het telkens een gok waar ze boven zullen komen.
Zwemt hij naar links, naar rechts of verder van de pier weg?
Na een tijdje was er wel een patroon zichtbaar waardoor ik een beetje kon inspelen op zijn gedrag.
En zo zag ik hem pal voor mij drijven, op korte afstand van de pier.
Wanneer zou hij weer gaan duiken?
Ik wilde nóg sneller zijn maar daarvoor was mijn reactiesnelheid te traag.
Het is net als bij de start van sprintwedstrijden een kwestie van proberen in het startschot te vallen.
Oeverpiepers (Anthus petrosus) kiezen soms voor een momentje rust waar je van kunt profiteren als ze je niet te snel zien.
In het zonnetje ziet hij er weer heel anders uit.
Op de achtergrond zorgde een stuk rots voor contouren die met wat fantasie doen denken aan een bruinvis.
Bruinvissen (Phocoena phocoena) zag ik daar wel in de buurt, maar te ver weg voor mooie plaatjes.
Met scholeksters (Haematopus ostralegus) gaat het net als met zo veel andere (weide) vogels bergafwaarts.
De aantallen nemen helaas sterk af.
Bonte Piet is nu nog wel een een bezoeker van de pier die je bij ieder bezoek kan zien.
Voedsel is er in ieder geval genoeg.
De zee was niet iedere keer kalm. 
De wind stond hier recht op de punt van de pier waardoor het water flink opspatte.
Het werd geen dag waarop ik vogels van korte afstand op de plaat kon krijgen.
Het ging behoorlijk tekeer (windkracht 5-6) en het was oppassen dat je geen ongewenste douche kreeg.
Het opspattende water levert vaak spectaculaire beelden op, maar het valt niet altijd mee om het zo op beeld te krijgen als je wilt.
Toen ik de drieteenstrandlopers (Calidris alba) met een fotoshoot vereerde was het aanmerkelijk rustiger.
De 3-teentjes waren bedrijvig als altijd.
Ze zochten ijverig naar voedsel, renden weg als ik net scherp gesteld had of verscholen zich in een groep. 
Met een beetje volhouden kreeg ik toch mijn zin: slechts één drieteen op de foto. 
Met de wind in de rug ging het voedsel zoeken niet merkbaar sneller.
Snel ging het hoe dan ook.
Ze waren met een grote groep, allemaal ADHD-tjes.
Hier nog een laatste.
Toen ik het strand verlaten had keek ik nog eens om.
Een flinke hond rende langs de waterlijn en joeg alle vogels weg.
Ik was net op tijd weg.
Vaak weten ze geen raad met iemand die knielt of zelfs op het strand ligt en springen dan luid blaffend om je heen.
Al lopend over de pier zag ik zo waar twee roodkeelduikers (Gavia stellata), tamelijk ver weg.
Later zag ik er weer een, nu een stuk dichterbij.
Een aantal keren rees hij uit  het water op en sloeg zijn vleugels  uit.
Zo kreeg ik weer een "dirigent pose".
Roodkeelduikers houden wel van vis, bij voorkeur een grote.
Hij had hem in een oogwenk naar binnen gewerkt.
Het verbaast mij steeds weer dat viseters zulke vissen makkelijk door hun keelgat kunnen laten glijden.
Daarna even poetsen en de vleugels weer eens strekken.
Dichterbij kwam hij niet, hij liet de pier achter zich en zocht het open water op.
Op het strand heb ik nog naar geelgorzen (Emberiza citrinella) gezocht.
Op waarneming.nl waren er meldingen gedaan van zo'n 12-15 stuks.
Ik zag er een viertal.
Ze zochten tussen de begroeiing naar voedsel, waardoor ik geen plaatjes kon maken met een rustige achtergrond.
Het was voor het eerst dat ik geelgorzen op het strand zag.
De enige soort gorzen die ik daar tot nu toe heb gezien waren sneeuwgorzen,
die ik deze wintermaanden niet gezien heb.
Deze geelgors mag deze post besluiten.
Het wordt afwachten of de komende weken nog andere aantrekkelijke soorten de pier en zijn omgeving zullen bezoeken.


dinsdag 26 februari 2019

AWD - watervogels (januari/februari)

In de maanden januari en februari heb ik naast wilde zwanen ook nog een aantal andere watervogels gezien.
Deze mogen nu de revue passeren met een hoofdrol voor de dodaars (Tachybaptus ruficollus), onze kleinste futensoort.
Dodaarsjes zijn schuw en duiken onder zo gauw ze onraad vermoeden.
Brilduikers (Bucephala clangula) behoren tot de vaste wintergasten in het duingebied in de wintermaanden.
Dit jaar zijn er volgens mij beduidend minder dan in voorafgaande jaren.
Het vrouwtje verschilt nogal van het mannetje, maar is naar mijn mening niet minder mooi.
Knobbelzwanen (Cygnus olor) krijgen in mijn blog in de wintermaanden regelmatig aandacht.
Lentekriebels begonnen al een beetje merkbaar te worden.
Tafeleenden (Aythya ferina) zoeken vaak het gezelschap van kuifeenden en eventueel krooneenden.
Dit is het mannetje.
En hier is het vrouwtje.
Kuifeendjes (Aythya fuligula) kan je het hele jaar door in de AWD zien.
Dit is het mannetje.
Knobbelzwanen vliegen in het waterrijke gebied regelmatig voorbij.
Deze keer eens anders belicht.
Mr. brilduiker stond op het punt te gaan duiken.
En daar ging hij.
Ik heb hem overigens nog nooit met iets in zijn snavel boven zien komen.
Krooneenden (Netta rufina) behoren tot mijn favoriete Nederlandse eendensoorten.
Toen ik er een flink aantal tegenkwam was het wel zoeken naar een plek om ze behoorlijk in beeld te krijgen. 
Het riet langs de waterkant stond hoog en belemmerde vaak het uitzicht.
De mannen staan er fraai gekleurd op.
Dit drietal behoorde tot een groep van vijf, waarvan de twee andere mannetjes een beetje achter bleven.
Het vrouwtje heeft wat mij betreft een mooi verenpak, maar verliest het van de mannetjes.
Deze schitterende man kwam het dichtstbij.
Ik heb krooneenden wel eens mooier kunnen fotograferen, maar toen was de plek veel gunstiger,
onder andere omdat er vanaf de oever geen obstakels waren die in beeld konden komen.
Een aantal keren ben ik op zoek gegaan naar dodaarzen.
Ze hielden de omgeving heel goed in de gaten en verdwenen vaak vroegtijdig onder water.
Als je dacht een goede plek gevonden te hebben bleek nogal eens dat ze mij weer te pakken hadden.
Een flink aantal meters naar links of rechts doken ze dan weer op, waardoor ik ze niet zo in beeld kon krijgen als ik wilde,.
Duiken deden ze vaak, dus werd het voor mij een uitdaging om dit zo goed mogelijk op de plaat te krijgen.
Je moet steeds razendsnel reageren als je ziet dat de dodaars aanstalten lijkt te maken om weer onder te gaan.
Ik ben behoorlijk tevreden met het bovenstaande beeld.
Hoewel je vaak wilt dat het vogeltje wat dichterbij opduikt dan meestal het geval is blijkt toch dat de aanhouder wint. 
Ze duiken dan niet alleen in of vlakbij het riet op.
Hoewel ik ze vaak met zijn tweeën gezien heb lukte het maar een enkele keer om ze samen redelijk in beeld te krijgen.
's Morgens was het licht vaak mooi.
Het duiken hield niet op.
Ze bleven zelden lang boven water.
Tot zo ver de ode aan de dodaars.
's Zomers lukt het mij zelden om ze te fotograferen.
Hoe leuk zou het zijn om ze eens met hun jongen te zien.
Tot besluit nog een tweetal beelden van een wintergast die het dit jaar toch wat laat afweten.
Grote zaagbekken (Mergus merganser) heb ik deze wintermaanden veel minder gezien dan ik gewend ben.
Een tweetal zaagbekken zwom in een kanaaltje toen er achter hen een wandelaar opdook, niet in het water maar op het pad ernaast.
Dat beviel ze niet en ze vlogen weg, precies in mijn richting.
Dat was een meevaller, vooral omdat ik het zag aankomen.
Ik ben dan ook blij met deze vliegbeelden.

Terwijl ik met deze post bezig ben is het buiten lenteachtig en tamelijk warm voor de tijd van het jaar.
Is de lente werkelijk begonnen of krijgen we net als vorig jaar ook nog enkele weken met vorst?