In januari en februari ben ik enkele keren naar de Zuidpier van IJmuiden geweest, met wisselend succes.
Deze zeekoet ( Uria aalge) gunde het mij om uitgebreid te volgen hoe hij op zoek ging naar voedsel.
Gespannen stond ik klaar om bij het eerste teken dat hij ging duiken af te drukken.
Dat leverde niet alleen een aantal geslaagde plaatjes maar ook een goed gevulde prullenbak op.
Zeekoeten houden wel van een vis(je).
In de vergroting is beter te zien wat hij gevangen had.
Er zijn dit jaar veel jonge dode zeekoeten aangespoeld op de stranden van de Noordzee.
Het is nog niet duidelijk wat de werkelijke oorzaak van deze sterfte is,
te meer omdat dit verschijnsel in het verleden ook een aantal keren is voorgekomen.
te meer omdat dit verschijnsel in het verleden ook een aantal keren is voorgekomen.
Deze zeekoet was in ieder geval springlevend.
Een tekort aan sprot kan een mogelijke verklaring zijn, maar harde wind, gifstoffen (geloosd ,of afkomstig uit de containers die in de Waddenzee terecht gekomen zijn) en darmparasieten ook.
Vooralsnog is het gissen.
Via verschillende soorten onderzoek probeert men het antwoord te vinden.
Doden zeekoeten heb ik nergens gezien, bij twee bezoeken aan de pier wel een stuk of 6-7 levende zeekoeten.
Als ze onderduiken is het telkens een gok waar ze boven zullen komen.
Zwemt hij naar links, naar rechts of verder van de pier weg?
Na een tijdje was er wel een patroon zichtbaar waardoor ik een beetje kon inspelen op zijn gedrag.
En zo zag ik hem pal voor mij drijven, op korte afstand van de pier.
Wanneer zou hij weer gaan duiken?
Ik wilde nóg sneller zijn maar daarvoor was mijn reactiesnelheid te traag.
Het is net als bij de start van sprintwedstrijden een kwestie van proberen in het startschot te vallen.
Oeverpiepers (Anthus petrosus) kiezen soms voor een momentje rust waar je van kunt profiteren als ze je niet te snel zien.
In het zonnetje ziet hij er weer heel anders uit.
Op de achtergrond zorgde een stuk rots voor contouren die met wat fantasie doen denken aan een bruinvis.
Bruinvissen (Phocoena phocoena) zag ik daar wel in de buurt, maar te ver weg voor mooie plaatjes.
Met scholeksters (Haematopus ostralegus) gaat het net als met zo veel andere (weide) vogels bergafwaarts.
De aantallen nemen helaas sterk af.
Bonte Piet is nu nog wel een een bezoeker van de pier die je bij ieder bezoek kan zien.
Voedsel is er in ieder geval genoeg.
De zee was niet iedere keer kalm.
De wind stond hier recht op de punt van de pier waardoor het water flink opspatte.
Het werd geen dag waarop ik vogels van korte afstand op de plaat kon krijgen.
Het ging behoorlijk tekeer (windkracht 5-6) en het was oppassen dat je geen ongewenste douche kreeg.
Het opspattende water levert vaak spectaculaire beelden op, maar het valt niet altijd mee om het zo op beeld te krijgen als je wilt.
Toen ik de drieteenstrandlopers (Calidris alba) met een fotoshoot vereerde was het aanmerkelijk rustiger.
De 3-teentjes waren bedrijvig als altijd.
Ze zochten ijverig naar voedsel, renden weg als ik net scherp gesteld had of verscholen zich in een groep.
Met een beetje volhouden kreeg ik toch mijn zin: slechts één drieteen op de foto.
Met de wind in de rug ging het voedsel zoeken niet merkbaar sneller.
Snel ging het hoe dan ook.
Ze waren met een grote groep, allemaal ADHD-tjes.
Hier nog een laatste.
Toen ik het strand verlaten had keek ik nog eens om.
Een flinke hond rende langs de waterlijn en joeg alle vogels weg.
Ik was net op tijd weg.
Vaak weten ze geen raad met iemand die knielt of zelfs op het strand ligt en springen dan luid blaffend om je heen.
Al lopend over de pier zag ik zo waar twee roodkeelduikers (Gavia stellata), tamelijk ver weg.
Later zag ik er weer een, nu een stuk dichterbij.
Een aantal keren rees hij uit het water op en sloeg zijn vleugels uit.
Zo kreeg ik weer een "dirigent pose".
Roodkeelduikers houden wel van vis, bij voorkeur een grote.
Hij had hem in een oogwenk naar binnen gewerkt.
Het verbaast mij steeds weer dat viseters zulke vissen makkelijk door hun keelgat kunnen laten glijden.
Daarna even poetsen en de vleugels weer eens strekken.
Dichterbij kwam hij niet, hij liet de pier achter zich en zocht het open water op.
Op het strand heb ik nog naar geelgorzen (Emberiza citrinella) gezocht.
Op waarneming.nl waren er meldingen gedaan van zo'n 12-15 stuks.
Ik zag er een viertal.
Ze zochten tussen de begroeiing naar voedsel, waardoor ik geen plaatjes kon maken met een rustige achtergrond.
Het was voor het eerst dat ik geelgorzen op het strand zag.
De enige soort gorzen die ik daar tot nu toe heb gezien waren sneeuwgorzen,
die ik deze wintermaanden niet gezien heb.
die ik deze wintermaanden niet gezien heb.
Deze geelgors mag deze post besluiten.
Het wordt afwachten of de komende weken nog andere aantrekkelijke soorten de pier en zijn omgeving zullen bezoeken.



















































