dinsdag 9 april 2019

Zuidpier - Maart 2019

Een bezoek aan de Zuidpier brengen en beginnen met zeewolfsmelk (Euphorbia paralias) is tamelijk ongebruikelijk.
Het plantje staat op de rode lijst en is sinds 2008 te vinden in de duinen in de omgeving van IJmuiden.
Het heeft een merkwaardige naam gekregen vind ik.
Bij zeewolf (Anarhichas lupus) denk ik namelijk aan een vis.
Zeewolven leven in de Noordelijke Atlantische oceaan.
Ze zijn niet moeders mooiste, vooral veroorzaakt door hun imposante bek waarmee ze krabben kunnen verschalken.
Zeewolfsmelk zet je op het verkeerde been.
Zeewolven produceren geen melk, maar het plantje wel, net als andere Euphorbia-soorten.
Dit giftige sap komt tevoorschijn als de plant beschadigd wordt of breekt.
Bij het ouder worden kunnen de planten wat rood worden.
Het was wel flink zoeken om plantjes te vinden die niet in een rommelige omgeving stonden.
Het was tegelijkertijd wel weer goed om te zien dat zo'n zeldzaam plantje het daar goed deed.
Als je dan langs en door de duinen loopt kom je nog meer verrassingen tegen.
Dit "bolletje" deed mij enigszins aan gebleekte hersenen denken.
Zo luguber is het niet, maar van welke plant het afkomstig is (misschien een alg of zeewier soort) blijft voor mij vooralsnog een raadsel.
Het was trouwens niet het enige exemplaar.
Terug op het strand trof ik dit duo bontbekplevieren (Charadrius hiaticula).
Ze waren schuw als altijd.
Ze vielen van een afstand nauwelijks op op het strand, zeker niet op plaatsen waar veel scheermessen lagen.
Gaan tijgeren was voor mij op deze dag geen optie, ze op een andere manier nog meer benaderen zat er ook al niet in.
Het geeft wel een goed beeld van de leefomgeving van dit pleviertje:
helemaal alleen op een leeg stuk strand, zoekend naar lekkere hapjes.
Drieteenstrandlopers (Calidris alba) zie je er altijd wel.
Ik heb ze al vaak gefotografeerd.
Deze keer eens in een wat ongebruikelijke pose.
Steenlopers (Arenaria interpres) zijn eveneens vaste gasten.

Was er dan niets anders?
Op vogelgebied was het deze maand wat magertjes.
Vogelaars met telescoopkijkers zullen hier wel anders over denken, maar voor fotografen was de keuze beperkt.
Daarom eens iets heel anders.
Vissers hadden een tweetal vissen gevangen en gefileerd.
De resten lagen klaar voor de vogels.
Die hadden merkwaardig genoeg geen belangstelling.
Te groot misschien?
Vissersboten passeerden, omzwermd door vooral meeuwen.
Deze boot was afkomstig uit België (thuishaven Oostende) en voer langs de kust naar het noorden.
Een andere boot was op weg naar huis (Den Oever in de Wieringermeerpolder), achtervolgd door meeuwen en aalscholvers.
Teruggekomen aan het eind van de pier (vlakbij Seaport Marina) zag ik een aalscholver die zijn verenpak had zitten drogen.
Plotseling keek hij geschrokken achterom en schreeuwde het bij wijze van spreken uit:
Te laat!
Hij kreeg een onverwachte plens water over zich heen, terwijl het lange tijd rustig was geweest.
Daar zit je dan, bij wijze van spreken versteend door de schrik.
Natuurlijk kunnen aalscholvers prima tegen water, maar dit was echt een koude douche.
Hij kon nog maar één ding doen.
Even uitschudden en dan van voren af aan beginnen met drogen.

Dit was voorlopig mijn laatste bezoek aan de Zuidpier.
In het najaar ga ik er opnieuw kijken.


dinsdag 2 april 2019

Patagonië - Voer voor vogelliefhebbers

Met zo'n naam kan je een nieuwe post starten:
pluimmeestiran (Anairetus parulus).
Deze schoonheid zag ik in Torres del Paine (Chili).
Het was om meerdere redenen een bijzonder gebied  met vooral een overweldigende natuur.
Roodkraaggorzen (Zonotrichia capensis) waren daar ook, maar we hebben ze door heel Patagonië gezien.
Meestal zijn ze zeer goed te benaderen.
Ik moest in dit geval enkele stappen achteruit doen om zonder in te zoomen de vogel in beeld te krijgen.
Roodrugnegrito's (Lessonia rufa), waarvan hier het mannetje, hebben we in de bergachtige gebieden regelmatig gezien.
Zijn partner zit hier ogenschijnlijk rustig op een struik.
Ze viel mij op omdat zij heel nerveus heen en weer vloog toen ik over een pad aan kwam wandelen.
Het bleek dat zij in een soortgelijke struik haar nest had, dat zij door een kleine ronde opening kon bereiken.
Ik heb er vlug even een blik ingeworpen.
Er lagen twee piepkleine, bijna kale jonkies in.
Natuurlijk ben ik daarna direct verder gegaan.
Nog een bewoner van het bergachtige Torres del Paine: een roodstaartzaagvink (Phytotoma rara).
In de Latijnse namen zit ongetwijfeld een zekere logica, maar de Nederlandse namen zijn bijna net zo exotisch als de vogels.
Zwaluwen zijn er ook in Chili, in dit geval zwaluwen met een voor mij logische naam:
Chileense zwaluw (Tachycineta meyeni).
Nogmaals, van een andere kant bekeken.
Deze zwaluwsoort zagen we langs de oostkust:
een Patagonische purperzwaluw (Progne elegans).
Ben, bedankt voor de hulp bij het determineren.
Ook lijsterachtigen ontbraken niet.
Deze Magelhaenlijster (Turdus falklandii) is al net zo gek op wormen als de Nederlandse merels en lijsters.
Ook deze soort was opmerkelijk goed te benaderen.

Zo komen we terecht in Buenos Aires, en wel in Reserva Ecologica Constanera Sur.
Dit natuurgebied ligt op ca. 10 minuten lopen van Plaza de Mayo en grenst aan de Rio de la Plata.
Camposspotlijsters (Mimus saturninus) waren daar heel algemeen.
Ze komen voor langs de oostkust van Zuid-Amerika van Suriname tot Argentinië. 
Deze black beauty is de mannelijke glanskoevogel (Monothrus bonariensis).
Het is goed te zien dat het daar in november voorjaar was.
Zijn partner ging eens lekker in bad.
Koevogels hebben ze in meerdere soorten.
Mag ik u voorstellen aan de grijze koevogel (Agelaioides badius).
Bij het voorjaar hoort ook de koekoek.
In dit geval is het een guirakoekoek (Guira guira)
Toch gedraagt deze koekoekensoort zich anders, ze maken namelijk zelf een nest en broeden de eieren zelf uit.
Het zijn rovers die graag jonge vogels, eieren, kikkers en ander dierlijk voedsel eten.
We werden zelfs verrast met een kolibrie.
Deze heeft de welluidende naam goudbuiksmaragdkolibrie (Chlorostilbon lucidus) gekregen.
What's in a name.
Hij had een favoriete plek, waar hij goed te bekijken was.
Van een afstand zagen we een prachtig gekleurde specht.
Een beetje te ver weg naar mijn zin, maar te mooi om niet te laten zien
Het is een hispaniolaspecht (Melanerpes striatus).
De Portugese ontdekkingsreiziger Ferdinand Magelhaan (in het Portugees Fernão Magelhães) heeft indruk gemaakt in Zuid-Amerika.
Deze parkiet heet Magelhaenparkiet  (Enicognathus ferrugineus).
Waarom de naam van de ontdekkingsreiziger in elke taal anders geschreven wordt is mij een raadsel.
In het Portugees, Nederlands, Spaans, Engels en Frans gebruikt men steeds een andere schrijfwijze.
In de omgeving waar ik de indrukwekkende condors goed heb kunnen observeren kwamen ook Chileense grondspechten (Colaptes pitius) voor.
In Chili kreeg ik die kans opnieuw.
Soms zie je ze even in een boom zitten, maar meestal waren ze op de grond op zoek naar voedsel.
Tot besluit de grote weidespreeuw (Sturnella loyca).
Zoals het hoort: het vrouwtje eerst.
Haar partner is zoals in de vogelwereld gebruikelijk veel opvallender gekleurd.
Het zijn schitterende vogels die je door heel Patagonië kan aantreffen.