Een bezoek aan de Zuidpier brengen en beginnen met zeewolfsmelk (Euphorbia paralias) is tamelijk ongebruikelijk.
Het plantje staat op de rode lijst en is sinds 2008 te vinden in de duinen in de omgeving van IJmuiden.
Het heeft een merkwaardige naam gekregen vind ik.
Bij zeewolf (Anarhichas lupus) denk ik namelijk aan een vis.
Zeewolven leven in de Noordelijke Atlantische oceaan.
Ze zijn niet moeders mooiste, vooral veroorzaakt door hun imposante bek waarmee ze krabben kunnen verschalken.
Zeewolfsmelk zet je op het verkeerde been.
Zeewolven produceren geen melk, maar het plantje wel, net als andere Euphorbia-soorten.
Dit giftige sap komt tevoorschijn als de plant beschadigd wordt of breekt.
Bij het ouder worden kunnen de planten wat rood worden.
Het was wel flink zoeken om plantjes te vinden die niet in een rommelige omgeving stonden.
Het was tegelijkertijd wel weer goed om te zien dat zo'n zeldzaam plantje het daar goed deed.
Als je dan langs en door de duinen loopt kom je nog meer verrassingen tegen.
Dit "bolletje" deed mij enigszins aan gebleekte hersenen denken.
Zo luguber is het niet, maar van welke plant het afkomstig is (misschien een alg of zeewier soort) blijft voor mij vooralsnog een raadsel.
Het was trouwens niet het enige exemplaar.
Terug op het strand trof ik dit duo bontbekplevieren (Charadrius hiaticula).
Ze waren schuw als altijd.
Ze vielen van een afstand nauwelijks op op het strand, zeker niet op plaatsen waar veel scheermessen lagen.
Gaan tijgeren was voor mij op deze dag geen optie, ze op een andere manier nog meer benaderen zat er ook al niet in.
Het geeft wel een goed beeld van de leefomgeving van dit pleviertje:
helemaal alleen op een leeg stuk strand, zoekend naar lekkere hapjes.
Drieteenstrandlopers (Calidris alba) zie je er altijd wel.
Ik heb ze al vaak gefotografeerd.
Deze keer eens in een wat ongebruikelijke pose.
Steenlopers (Arenaria interpres) zijn eveneens vaste gasten.
Was er dan niets anders?
Op vogelgebied was het deze maand wat magertjes.
Vogelaars met telescoopkijkers zullen hier wel anders over denken, maar voor fotografen was de keuze beperkt.
Daarom eens iets heel anders.
Vissers hadden een tweetal vissen gevangen en gefileerd.
De resten lagen klaar voor de vogels.
Die hadden merkwaardig genoeg geen belangstelling.
Te groot misschien?
Vissersboten passeerden, omzwermd door vooral meeuwen.
Deze boot was afkomstig uit België (thuishaven Oostende) en voer langs de kust naar het noorden.
Een andere boot was op weg naar huis (Den Oever in de Wieringermeerpolder), achtervolgd door meeuwen en aalscholvers.
Teruggekomen aan het eind van de pier (vlakbij Seaport Marina) zag ik een aalscholver die zijn verenpak had zitten drogen.
Plotseling keek hij geschrokken achterom en schreeuwde het bij wijze van spreken uit:
Te laat!
Hij kreeg een onverwachte plens water over zich heen, terwijl het lange tijd rustig was geweest.
Daar zit je dan, bij wijze van spreken versteend door de schrik.
Natuurlijk kunnen aalscholvers prima tegen water, maar dit was echt een koude douche.
Hij kon nog maar één ding doen.
Even uitschudden en dan van voren af aan beginnen met drogen.
Dit was voorlopig mijn laatste bezoek aan de Zuidpier.
In het najaar ga ik er opnieuw kijken.









































