Juli 2019 was wat vlinders betreft niet zo uitbundig als juli 2018.
Ik heb wat minder verschillende soorten gezien en ook de aantallen per soort waren meestal beduidend kleiner dan in 2018.
Het lijkt erop dat de droge hete zomer van 2018 zijn sporen heeft nagelaten.
Het loont
de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.
De lightbox
in Google werkt om een voor mij onduidelijke reden helaas niet meer.
Met Firefox
of Internet Explorer lukt het wel.
Een bruin blauwtje (Aricia agestis) was zich op een vroege, windstille morgen aan het opwarmen.
Zoals altijd probeerde ik het vlindertje van verschillende kanten vast te leggen.
Later zag ik er een op, uiteraard, jacobskruiskruid met gespreide vleugels.
Voor St. Jansvlinders (Zygaena filipendulae) werd het in de loop van juli snel minder.
Hun tijd zat erop.
Hun tijd zat erop.
Icarusblauwtjes (Polyommatus icarus) heb ik deze maand opmerkelijk weinig gezien, hooguit een stuk of vijf.
Grote dikkopjes (Ochlodes sylvanus) hadden ook al een voorliefde voor jacobskruiskruid.
Wat zouden de gevolgen geweest zijn als deze veelvoorkomende planten de zomer van 2018 niet goed hadden doorstaan?
Kleine vuurvlinders (Lycaena phlaeas) heb ik nauwelijks gezien.
Het leverde niet meer dan dit waarnemingsplaatje op.
Kleine parelmoervlinders (Issoria lathoria) hebben een voorliefde voor een zanderige ondergrond om te rusten.
Vinden ze de warmte van het zand prettig?
Keizersmantels (Argynnis paphia), zie ook afbeelding 1, zag ik wel een aantal keren,
maar vergeleken met vorig jaar was het tamelijk weinig.
Dit grote familielid van de kleine parelmoervlinder is wel een vlinder die ik graag zie.
Net als vorig jaar hadden ze een voorkeur voor het jacobskruiskruid.
Bonte zandoogjes (Pararge aegeria) fladderden onophoudelijk rond, maar stil zitten op een voor mij mooie plek was er niet bij.
Een groot koolwitje (Pieris brassicae) werkte beter mee.
Het jacobskruiskruid raakte aan het eind van de maand steeds meer uitgebloeid.
Het zal duidelijk zijn wat dit tot gevolg zal hebben.
Atalanta's (Vanessa atalanta) zijn niet alleen schoonheden, maar ze waren aan het eind van de maand ook op veel plaatsen te zien.
Ze namen nog wel eens de tijd om rustig nectar op te zuigen.
Min of meer tegelijkertijd doken dagpauwogen (Aglais io) op.
Hier nogmaals.
Distelvlinders (Vanessa cardui) beleefden een invasiejaar, zoals veelvuldig is gerapporteerd.
Ze zijn afkomstig uit landen in Noord-Afrika en komen na verschillende generaties in Noord-Europa terecht.
Ik heb ze in mei/juni ook regelmatig in Kirgistan (Centraal-Azië) gezien.
Met tientallen fladderden ze van, jawel, het ene gele bloemetje van het jacobskruiskruid naar het andere.
De voor mij meest bijzondere vlinder was de eikenpage (Neozephyrus quercus),
die ik eerdere jaren alleen maar op de blaadjes van eiken zag.
Natuurlijk wilde ik ook graag de blauwe bovenkant van de vleugels zien, die nu onzichtbaar bleef.
De ene keer dat ik er kort één met gespreide vleugels zag leverde het helaas geen plaatje op.
Met deze beelden was ik ook helemaal tevreden.
Nog een laatste om de vlindermaand juli af te sluiten.
Terwijl ik het concept van deze post even liet bezinken zag ik buiten een onverwachte vlinder in de tuin:
Een oranje luzernevlinder (Colias croceus) was op de bloemen afgekomen.
Het is een schaarse doortrekker uit Midden- en Zuid-Europa die ook wel eens in de zuidelijke provincies en de kuststrook wordt waargenomen.
Ook al heb ik hem niet in juli in de AWD gezien krijgt hij toch een plaats in deze post.
Keizersmantels (Argynnis paphia), zie ook afbeelding 1, zag ik wel een aantal keren,
maar vergeleken met vorig jaar was het tamelijk weinig.
Dit grote familielid van de kleine parelmoervlinder is wel een vlinder die ik graag zie.
Net als vorig jaar hadden ze een voorkeur voor het jacobskruiskruid.
Bonte zandoogjes (Pararge aegeria) fladderden onophoudelijk rond, maar stil zitten op een voor mij mooie plek was er niet bij.
Een groot koolwitje (Pieris brassicae) werkte beter mee.
Het jacobskruiskruid raakte aan het eind van de maand steeds meer uitgebloeid.
Het zal duidelijk zijn wat dit tot gevolg zal hebben.
Atalanta's (Vanessa atalanta) zijn niet alleen schoonheden, maar ze waren aan het eind van de maand ook op veel plaatsen te zien.
Ze namen nog wel eens de tijd om rustig nectar op te zuigen.
Min of meer tegelijkertijd doken dagpauwogen (Aglais io) op.
Hier nogmaals.
Distelvlinders (Vanessa cardui) beleefden een invasiejaar, zoals veelvuldig is gerapporteerd.
Ze zijn afkomstig uit landen in Noord-Afrika en komen na verschillende generaties in Noord-Europa terecht.
Ik heb ze in mei/juni ook regelmatig in Kirgistan (Centraal-Azië) gezien.
Met tientallen fladderden ze van, jawel, het ene gele bloemetje van het jacobskruiskruid naar het andere.
De voor mij meest bijzondere vlinder was de eikenpage (Neozephyrus quercus),
die ik eerdere jaren alleen maar op de blaadjes van eiken zag.
Natuurlijk wilde ik ook graag de blauwe bovenkant van de vleugels zien, die nu onzichtbaar bleef.
De ene keer dat ik er kort één met gespreide vleugels zag leverde het helaas geen plaatje op.
Met deze beelden was ik ook helemaal tevreden.
Nog een laatste om de vlindermaand juli af te sluiten.
Terwijl ik het concept van deze post even liet bezinken zag ik buiten een onverwachte vlinder in de tuin:
Een oranje luzernevlinder (Colias croceus) was op de bloemen afgekomen.
Het is een schaarse doortrekker uit Midden- en Zuid-Europa die ook wel eens in de zuidelijke provincies en de kuststrook wordt waargenomen.
Ook al heb ik hem niet in juli in de AWD gezien krijgt hij toch een plaats in deze post.






















































