maandag 5 augustus 2019

AWD - Juli 2019 deel 2 (vlinders)

Juli 2019 was wat vlinders betreft niet zo uitbundig als juli 2018.
Ik heb wat minder verschillende soorten gezien en ook de aantallen per soort waren meestal beduidend kleiner dan in 2018.
Het lijkt erop dat de droge hete zomer van 2018 zijn sporen heeft nagelaten.

Het loont de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.
De lightbox in Google werkt om een voor mij onduidelijke reden helaas niet meer.
Met Firefox of Internet Explorer lukt het wel.

Een bruin blauwtje (Aricia agestis) was zich op een vroege, windstille morgen aan het opwarmen.
Zoals altijd probeerde ik het vlindertje van verschillende kanten vast te leggen.
Later zag ik er een op, uiteraard, jacobskruiskruid met gespreide vleugels.
Voor St. Jansvlinders (Zygaena filipendulae) werd het in de loop van juli snel minder.
Hun tijd zat erop.
Icarusblauwtjes (Polyommatus icarus) heb ik deze maand opmerkelijk weinig gezien, hooguit een stuk of vijf.
Grote dikkopjes (Ochlodes sylvanus) hadden ook al een voorliefde voor jacobskruiskruid.
Wat zouden de gevolgen geweest zijn als deze veelvoorkomende planten de zomer van 2018 niet goed hadden doorstaan?
Kleine vuurvlinders (Lycaena phlaeas) heb ik nauwelijks gezien.
Het leverde niet meer dan dit waarnemingsplaatje op.
Kleine parelmoervlinders (Issoria lathoria) hebben een voorliefde voor een zanderige ondergrond om te rusten.
Vinden ze de warmte van het zand prettig?
Keizersmantels (Argynnis paphia), zie ook afbeelding 1, zag ik wel een aantal keren,
maar vergeleken met vorig jaar was het tamelijk weinig.
Dit grote familielid van de kleine parelmoervlinder is wel een vlinder die ik graag zie.
Net als vorig jaar hadden ze een voorkeur voor het jacobskruiskruid.
Bonte zandoogjes (Pararge aegeria) fladderden onophoudelijk rond, maar stil zitten op een voor mij mooie plek was er niet bij.
Een groot koolwitje (Pieris brassicae) werkte beter mee.
Het jacobskruiskruid raakte aan het eind van de maand steeds meer uitgebloeid.
Het zal duidelijk zijn wat dit tot gevolg zal hebben.
Atalanta's (Vanessa atalanta) zijn niet alleen schoonheden, maar ze waren aan het eind van de maand ook op veel plaatsen te zien.
Ze namen nog wel eens de tijd om rustig nectar op te zuigen.
Min of meer tegelijkertijd doken dagpauwogen (Aglais io) op.
Hier nogmaals.
Distelvlinders (Vanessa cardui) beleefden een invasiejaar, zoals veelvuldig is gerapporteerd.
Ze zijn afkomstig uit landen in Noord-Afrika en komen na verschillende generaties in Noord-Europa terecht.
Ik heb ze in mei/juni ook regelmatig in Kirgistan (Centraal-Azië) gezien.
Met tientallen fladderden ze van, jawel, het ene gele bloemetje van het jacobskruiskruid naar het andere.
De voor mij meest bijzondere vlinder was de eikenpage (Neozephyrus quercus),
die ik eerdere jaren alleen maar op de blaadjes van eiken zag.
Natuurlijk wilde ik ook graag de blauwe bovenkant van de vleugels zien, die nu onzichtbaar bleef.
De ene keer dat ik er kort één met gespreide vleugels zag leverde het helaas geen plaatje op.
Met deze beelden was ik ook helemaal tevreden.
Nog een laatste om de vlindermaand juli af te sluiten.

Terwijl ik het concept van deze post even liet bezinken zag ik buiten een onverwachte vlinder in de tuin:
Een oranje luzernevlinder (Colias croceus) was op de bloemen afgekomen.
Het is een schaarse doortrekker uit Midden- en Zuid-Europa die ook wel eens in de zuidelijke provincies en de kuststrook wordt waargenomen.
Ook al heb ik hem niet in juli in de AWD gezien krijgt hij toch een plaats in deze post.

zondag 28 juli 2019

AWD - juli 2019 deel 1

Juli was een bijzondere maand, die vooral onthouden zal worden door de verbreking van het jarenoude hitterecord. 
Dit soort omstandigheden heb ik wel eerder meegemaakt, maar voor Nederland is het wel exceptioneel.
Als je je momenten wist te kiezen, vooral 's morgens vroeg, kon je er toch nog wel op uit.
In dit deel 1 komen (op één na) geen zoogdieren, geen vogels en ook geen libellen en vlinders voor.
De laatste twee komen in de delen 2 en 3 nog aan bod.

Het loont de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.
De lightbox in Google werkt om een voor mij onduidelijke reden helaas nog steeds niet.
Met Firefox of Internet Explorer lukt het wel.


Een bosmuisje (Apodemus sylvaticus) scharrelde op een zonnige morgen in de schaduw van bladerrijke loofbomen. 
Razendsnel schoot hij van de ene beschermende boomstronk naar de andere,
waarna hij onderzoekend en nieuwsgierig  de omgeving verkende.
Ik moest wel ISO 3200 gebruiken om er behoorlijke plaatjes van te kunnen maken.
Ik hield mij uiteraard doodstil, mede daardoor kwam hij helemaal tevoorschijn.
Het is mij niet vaak gebeurd dat ik zo'n muisje een tijdje in een dergelijke omgeving kon bekijken.
Aardhommels (Bombus terrestris) waren ijverig op zoek naar nectar in de bloemen van jakobskruiskruid.
Aan het eind van de maand werden de bloemen door de droogte duidelijk minder vitaal.
Welke invloed zal het hebben?
Dit beeld is door de begroeiing wat rommelig, maar het is hierop wel duidelijk te zien dat ook hommels een grote rol spelen bij het verplaatsen van stuifmeel.
Dit is een voorbeeld  van een dambordvlieg (Sarcophaga), waarschijnlijk een grijze vleesvlieg (Sarcophaga carnaria).
Opnieuw was het jacobskruiskruid de gastheer.
Ook harkwespen (Bembix rostrata) waren van de partij.
Deze graafwesp is een vleeseter die vooral jaagt op dazen en zweefvliegen.
Ik heb ze echter uitsluitend op de gele bloemetjes gezien.
De grote groene ogen zijn net als de lange, smalle, snavelvormig verlengde bovenlip duidelijke kenmerken.
Deze prachtige insecten zijn absoluut niet bedreigend voor mensen.
Mannelijke soldaatjes vallen op grote vrouwen.
Ze heten officieel kleine rode weekschildkever (Rhagonicha fulva).
Tijdens de paring lift het mannetje op de rug van het vrouwtje mee.
Het  maakt daarbij niet uit wat voor route ze kiest of wat ze doet.
Het lijkt of zijn toch voelbare aanwezigheid haar niets doet, ze eet rustig verder.
Ik weet niet of er andere organismen zijn, groot of klein, die hetzelfde presteren.
Steenhommels (Bombus lapidarius) doen hetzelfde als andere hommels, ze zijn op zoek naar nectar en verplaatsen tegelijkertijd stuifmeel.
Het verschil met de aardhommels is goed te zien. 
Men rekent aardhommels tot de witkonten, steenhommels tot de roodkonten.
Dat ze een rol spelen bij het bestuiven van bloemen is goed te zien, zeker in de vergroting.
Ook zweefvliegen (Syrphidae) komen op geel af óf misschien nog wel meer op de nectar van de bloemetjes.
In Nederland zijn meer dan 300 verschillende soorten zweefvliegen waargenomen.
Ik heb mij er niet in verdiept welke soort dit is.
Maria wel: het is een groot langlijfje (Sphaerophoria scripta)
Ze zijn tamelijk klein, ongeveer van het formaat soldaatje.
Een uitstapje, bij wijze van uitzondering een insect dat ik niet gezien heb op jakobskruiskruid.
De tijgerspin (Argiope bruennichi), ook wel wespenspin of wespspin genoemd, heb ik eindelijk weer een aantal keren gezien.
De rommelige achtergrond kon ik hier niet vermijden, omdat ik ook delen van het kenmerkende web wilde laten zien.
Zo is de plaat mooier en rustiger.
Op een veldje waar ik ze jaren geleden veel zag is op een keer alle begroeiing, inclusief een aantal cocons van de spin, weggemaaid. 
Het jaar erna waren in dat gebiedje geen tijgerspinnen meer te vinden.
Terug naar het jakobskruiskruid.
Een gewoon spitskopje (Conocephalus dorsalis) valt niet zo erg op, maar door goed opletten vind je ze wel.
Omdat ik geen legboor heb gezien denk ik dat dit een mannetje is.
Mannetjes worden 13-16 mm lang, vrouwtjes zijn iets groter.
Veel groter zijn grote groene sabelsprinkhanen (Tettigonia viridissima). 
Dit vrouwtje wordt exclusief vleugels 27-38 mm, mannetjes 28-34 mm.
De totale lengte is ongeveer 8 cm.
Deze dame balanceerde bovenop jakobskruiskruid, waardoor mooie plaatjes mogelijk waren.
Op het blog van Corrie is te zien hoe zij deze sprinkhaan heeft gefotografeerd.
Een mooie buiging tot besluit.

Zoals ik al zei volgen er nog twee delen. 
Vlinders met bijvoorbeeld keizersmantel en eikenpage en libellen met onder andere grote keizerlibellen.
Wordt vervolgd.