Door van alle vogels die ik nog wilde laten zien hooguit twee beelden in deze post op te nemen kon ik volstaan met één afrondende post.
Desondanks 29 beelden, speciaal voor de doorzetters c.q. vogelliefhebbers.
Het loont
de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.
Maar……, de
lightbox werkt bij mij in Google niet en door te klikken op de beelden kwam er in
mijn laatste post geen vergroting maar een verkleining!
Raadselachtig, maar nu lijkt in ieder geval de vergroting weer te werken.
Het eerste beeld is van een blauwstaartbijeneter (Merops philippinus javanicus) die we regelmatig gezien hebben.
Hier had hij een perfecte positie uitgekozen.
Bij wijze van variatie heb ik nu voor het vrouwtje gekozen,
omdat de mannetjes bijna altijd de aandacht krijgen.
zeker niet als ze met warm licht in zo'n mooie omgeving staan:
de Indische nimmerzat (Mycteria leucocephala).
Indische slangenhalsvogels (Anhinga melanogaster) stonden vaak in deze karakteristieke houding hun vleugels te drogen.
Hanen van het Ceylonhoen ( Gallus lafayettii) hebben we opmerkelijk vaak in de wildparken gezien, hennen slechts een sporadische keer.
De lange staartveer was vaak niet zo goed te zien.
Het gevolg is dat bij een aantal geslaagde plaatjes deze grotendeels ontbrak, helaas.
Meestal zitten ze behoorlijk verscholen tussen de bladeren maar hier had ik de mazzel hem volkomen vrij in de lucht scherp op de plaat te krijgen.
een Ceylonese brilvogel (Zosterops ceylonensis).
Een klein vogeltje dat we zagen in een bos met enorme bomen.
goudbrauwbuulbuul (Acritillas indica).
Op safari naar het Bundala National Park, waar het vooral draaide om vogels,
leverde een rijke oogst op.
Ze waren met velen.
Foto's maken kon alleen vanuit een jeep, dus dat beïnvloedde vanzelfsprekend het standpunt.
In hun directe omgeving zagen we op afstand blauwe pauwen, Indische kuifarenden, blauwe reigers, grijze langoeren en landvaranen.
Bovendien lagen of zwommen er krokodillen.
Onze gids stopte op een zeker moment op een tamelijk smal dijkje.
Pal naast de jeep, op hooguit een meter afstand, lag een Indische griel (Burhinus indicus),
zo te zien op haar nest.
Ze vertikte het om op te staan en weg te lopen.
Het was beslist niet de enige pelikaan in het meer, want op zo'n 100 meter zagen we een grote groep.
Voorafgegaan door een groep Indische aalscholvers kwam er een hele armada aangezwommen, duidelijk achter een school vissen aan.
Links nimmerzatten, rechts de pelikanen, maar als je goed kijkt zie je grote en kleine zilverreigers, blauwe reigers, lepelaars, steltkluten, aalscholvers en kleine steltlopers.
Zo'n uitgebreid visbanket was aan al deze vogels goed besteed.
Het was fascinerend om naar te kijken.
We zijn inmiddels op de helft.😊
Denk maar eens aan de verschillende piepers en leeuweriken.
Een Jerdons leeuwerik (Mirafra affinis) zal voor de meesten geen bekende soort zijn.
ook wel zwartkopibis genoemd, in het meertje waadde, op zoek naar voedsel.
Ik dacht met een heilige ibis te doen te hebben, maar die komt in Afrika voor.
Ze lijken wel veel op elkaar.
De Indische aalscholver (Phalacrocorax fuscicollis) heb ik in een eerdere post ook al eens laten zien.
Ze zijn heel algemeen.
Een bosruiter (Tringa glareola) was niet schuw en scharrelde zijn kostje bij elkaar langs de oever van een meer.
Dit kleine zangertje bezorgde mij tijdens een ingelaste wandelpauze van de vogelsafari heel wat zweetdruppels.
Het was niet alleen knap heet,
maar ik moest heel wat moeite doen om hem mooi op de plaat te krijgen.
Het is een roodbuikbuulbuul (Pycnonotus cafer).
Hij kijkt hier uit over het strand en de Indische Oceaan.
Op de terugweg van deze vogelsafari zagen we een aantal grijskop purperkoeten (Porphyrio poliocephalus).
kregen we ze later ook nog een keer helemaal vrij in beeld.
Deze schitterende blauwe kitta (Sri Lanka blue magpie, Urocissa ornata) zagen we in het Sinharaja Regenwoud.
Je bent dan natuurlijk heel blij als je er een aantal hebt gezien.
Ik schat dat het er wel een tiental geweest zal zijn.
maar het is wel de laatste soort die ik tijdens onze reis hebt gefotografeerd.
Het is het mannetje van de Dayallijster (Copsichus saularis).
Samen hadden zij een nest gemaakt bovenop een kapotte lamp.
Ze waren heel druk met hun jongen.
Voordat ze naar of van het nest vlogen kozen ze vaak een tak als tussenstation.
Hiermee komt een eind aan een lang verslag.
Ik heb respect voor het uithoudingsvermogen van degenen die het tot aan het eind hebben volgehouden.





















































