woensdag 1 november 2023

Wasplaatjes en andere herfstimpressies

 

Iedereen weet wel wat de maanden september en oktober kunnen brengen. 
Hier wil ik een impressie geven van een aantal voor mij bijzondere momenten.
Zwartwordende wasplaatjes heb ik dit jaar meer gevonden dan vorig jaar. 
Ze leverden mij een aantal mooie platen op.

Allereerst SEPTEMBER
Op frisse ochtenden kon je rekenen op dauw, zoals hier te zien is op een langpootmug (Tipula paludosa).
Zoekend naar deze en andere insecten wist ik zeker dat mijn broekspijpen tot aan mijn knieën nat zouden worden,
 omdat contact met allerlei stengels niet te voorkomen was.
Maar er waren ook zonnige ochtenden.
Geen dauwdruppels, geen natte broekspijpen.
Waarneming.nl hielp mij met de naam van dit gevleugelde insect: 
ringoogtweevleugel (Cloeon simile).

Dit zou een azuurwaterjuffer (Coenagrion puella) moeten zijn, waarbij ik zelf meer dacht aan een watersnuffel.
Scherpstellend op de kop van deze juffer ontstond een wat ongebruikelijke, 
wellicht gewaagde plaat van een soortgenoot.
Deze houtpantserjuffer (Chalcolestes viridis) gunde mij genoeg tijd om deze plaat te maken.

Kleine vuurvlinders (Lycaena phlaeas) heb ik in september nog regelmatig gezien.
Beide fasen heb ik op dezelfde morgen gefotografeerd.

Wat vogels betreft was het in september in de duinen een beetje mager.
De opvallendste soorten waren een boomleeuwerik, boompieper en roodborsttapuit, 
naast de soorten die je er altijd wel ziet.

OKTOBER
Oktober bracht mij behalve de bronst ook wasplaatjes.
Om te voorkomen dat deze post veel te lang zou worden werd ik gedwongen om een aantal collages op te nemen.
Zo kan ik enkele verschillende beelden laten zien van zwartwordende wasplaatjes (Hygrocybe conica)
 zoals ik ze half oktober vond.
Om de een of andere reden vind ik dit een soort die mij uitdaagt er mooie plaatjes van te maken.
Zelf vind ik dat ik er in dit geval goed in geslaagd ben.
En dan te bedenken dat hij helemaal rood begonnen is:
Hier is er een voorbeeld van, zodat je goed kan zien hoe groot het verschil is.
Grote aantallen kramsvogels (Turdus pilaris) kwamen op de bessen af die in het duingebied volop te vinden zijn.
Het valt alleen niet mee om dicht bij ze in de buurt te komen.
Spreeuwen (Sturnus vulgarishadden gekozen voor een aardige opstelling.
Voorzichtig kwam ik wat dichterbij, met deze plaat als resultaat.
Ook de spreeuwen waren erg waakzaam.
Knobbelzwanen kom je altijd wel tegen als je door de duinen loopt.
Af en toe laten ze na een wasbeurt even zien hoe mooi ze zijn.
Ze zijn gracieus en zorgen vaak voor mooie platen.
Het is nu weer afwachten of er wilde zwanen in de wintermaanden komen overwinteren.
Het is duidelijk de tijd van de paddenstoelen.
Grote parasolzwammen (Macrolepiota procera) hebben vaak een hoed van meer dan 20 cm.
Dit groepje is nog niet zo ver.

Een kroontjesknotszwam (Artomyces pyxidatus) is dan wel een vrij algemene inheemse soort, 
ik heb hem toch nog niet zo vaak gezien.
Bloedrode heidelibellen (Sympetrum sanguineum) hadden er nog wel zin in op een zonnige, redelijk warme dag halverwege oktober.
Twee vaste bewoners van de AWD. 
Blauwe reigers (Ardea cinerea) en dodaarsjes (Tachybaptus ruficolliszijn vooral tijdens de wintermaanden goed te zien.
En zo komen we weer bij de zwammen.
Ik heb geen idee hoe deze heet, maar ik vind hem wel mooi met de dauwdruppeltjes.
En voilà, een prachtvlamhoed (Gymnopilus junomius).
Hij stond heel opvallend op een omgevallen boomstam.
Je kon hem niet missen.
Op een oktobermorgen ging ik met mijn vrouw een wandeling door de duinen maken.
Meestal neem ik dan geen camera mee, maar deze keer wel.
Tijdens de bronst weet je nooit waardoor je verrast kunt worden.
De herten waren nog steeds luidruchtig, hun geknör kwam van alle kanten op ons af.
Hier gaat een mannetje in volle vaart achter een onwillige of ongehoorzame hinde aan.
Ook al ziet hij er goed uit, de hindes hebben toch hun voorkeur.
De hindes zijn in trek, zoals duidelijk te zien is.
De mannen moeten wel hun best doen om ze te verleiden.
Het onvermijdelijke gebeurde weer, vlak voor onze neus.
Na afloop van het gevecht gingen ze er samen vandoor, geen oog meer hebbend voor de hindes.
Het brein van een damherten man is moeilijk te doorgronden.
Op 23 oktober wilde ik in de AWD zwammetjes gaan zoeken.
De dag begon nogal mistig.
Uit de mist doemde onderweg een damhert op.
Nadat de mist wat was opgetrokken stuitte ik op dit wat wonderlijke gedrocht.
Het is een peperbus (Myriostoma coliforme), een lid van de familie aardsterren.
Ik denk wel dat hij betere tijden heeft gekend, waarbij hij er beter uitzag.
Het is een vrij zeldzame zwam die voornamelijk in kalkrijke duinen groeit.
Ik trof ook weer zwartwordende wasplaatjes aan.
Bij het linker exemplaar is goed te zien welke verandering deze zwammetjes ondergaan.
Op de website van Vroege Vogels  is deze plaat als "mooiste" gekozen in de categorie "mooiste foto's". 
Een zwarte wasplaat was omgevallen, waardoor ik ook eens de kant kon fotograferen die ik anders niet zie.
Natuurlijk benut je dan alle mogelijkheden.
Aan deze schoonheid de eer om deze lange post te besluiten.

zondag 15 oktober 2023

Bronst 2023

4 Oktober, dierendag. 
Het kon niet anders, op deze dag moest het wel meezitten. 
De damhertenbronst, het jaarlijkse hoogtepunt voor vooral de mannelijke damherten.
Dit festijn staat altijd garant voor pittige duels, zoals op de eerste plaat al te zien is. 
Het duingebied inwandelend in de richting van de "arena" viel het al direct op dat er veel minder damherten te zien waren dan gebruikelijk.
Ze waren al tijdig vertrokken naar hun gebruikelijke bronstgebieden.
Het beeld veranderde snel toen ik verder liep. 
Af en toe lieten de herten zich al horen, hier en daar lag er een in zijn bronstkuil, er liep een aantal herten onrustig over het open veld en in de verte was zelfs al een gevecht te zien.
Op de juiste plek aangekomen werd ik overdonderd door het 'geburl" van de herten dat van alle kanten op mij af kwam.
Wat waren er weer veel herten hierheen gekomen.
Ik hoefde niet lang te wachten op activiteit. 
Dit tweetal daagde elkaar uit maar tot een gevecht kwam het nog niet.
Toen ik een geschikte plek had gevonden om de omgeving in de gaten te houden,
leek het erop dat ik ook zelf uitgedaagd werd. 
Dit hert kwam van een afstand aangelopen tot een meter of 20 voor mij, 
net of hij mij wilde imponeren en wellicht uitdagen.
Hij was niet onder de indruk van mij en zag dat ik geen concurrent was, 
waarna hij verder liep, af en toe knörrend.
Knörren, dat wil zeggen het burlen van damherten, blijf ik een woord vinden waar ik maar moeilijk aan kan wennen.
Vanuit mijn uitkijkplaats zag ik opnieuw een tweetal damherten dat elkaar de maat nam.
Zelfs vlak achter mij waren ze bezig. 
Hoe verschillend kan het uiterlijk van damherten zijn!
Even later kletsten de geweien op elkaar, 
maar de beelden ervan waren wat minder mooi dan andere die ik verderop zal later zien.
Eén van de herten had zijn bronstkuil op een zandvlakte gemaakt. 
Hij kon van daaruit alles prima zien. 
Bovendien liet hij zien dat liggend knörren ook prima gaat. 
Energiebesparing of gemakzucht?
Af en toe zag ik hindes en kalfjes. 
Een ervan stond mij even aan te kijken, maar ging er snel vandoor toen een flinke man even een keel opzette.
Hoewel het leek of ze belangstelling voor mij hadden maakte ik mij geen illusies.
Zij hadden vooral aandacht voor de meest aantrekkelijke mannen,
 zij beschouwden mij vermoedelijk als een ongewenste toeschouwer.
Het was weer verbluffend hoeveel herten hier ook dit jaar bijeen gekomen waren.
Honderd is een bescheiden schatting.
Knörren doen ze heel verschillend. 
Bij de een is het een diepe bastoon, 
bij een ander een vreemd reutelend geluid,  met alle variaties daartussen.
Zou dat ook nog een rol spelen bij de voorkeur van een hinde voor een partner?
Toen ik weer terugging zag ik dat een groep van zo'n 13-14 herten - 2 mannetjes, een aantal hinden en enkele kalfjes - mijn pad ging kruisen.
Ik kon ze stuk voor stuk of in groepjes vastleggen.
Dit tweetal viel op.
De achterste had blijkbaar al iets gezien wat ik tot dusverre gemist had.
Dit drietal vormde het besluit van een geslaagde dag.

Op 9 oktober ging ik voor een vervolg waarbij ik natuurlijk hoopte op spectaculaire beelden.
De herten stelden mij niet teleur.
Vrijwel direct nadat ik bij het lek, zoals de arena genoemd wordt, was aangekomen was er al een gevecht, 
waarbij de herten met hun krachten smeten.
Het bleek een voorproefje van een gevecht dat voor mij het hoogtepunt van de bronst werd.
Ik kon het heel goed volgen omdat het zich in het zanderige duin afspeelde en ik een vrij uitzicht had.
Nadat ze elkaar uit hun ooghoeken een tijdje scherp in de gaten hadden gehouden barstte het geweld plotseling los.
Fascinerend!
Gebogen ruggen, gespannen spieren, opstuivend zand.
Wat waren ze aan elkaar gewaagd.
Met hun geweien drukten ze hun koppen tegen de grond.
Nu ik eraan terugdenk valt mij op dat ik er volledig op geconcentreerd was.
Ik kan mij geen andere geluiden herinneren dan van geweien die op elkaar botsten.
Hier stonden ze nagenoeg stil. 
Duwend, elkaar zo goed mogelijk aankijkend, en dan het moment kiezen waarop ze de ander kunnen verrassen.
Plotseling ging er een adrenalinestoot door een van de twee waarna hij de aanval opende.
De ander pareerde en verdedigde zich met al zijn kracht.
Het is een wonder dat er geen gewonden vallen bij al dit geweld.
Het is uit deze beelden wel duidelijk dat de herten krachtige nekspieren moeten hebben.
Ik heb wel eens gelezen dat de geweien van edelherten in elkaar verstrengeld waren geraakt, 
waardoor ze het uiteindelijk geen van beiden overleefd hebben.
Als je deze herten bezig ziet snap je niet dat het (vrijwel) altijd goed gaat.
Ze gingen maar door en ik maakte mijn plaatjes, minuten lang, dacht ik.
Het gevecht heeft echter hooguit 2 minuten geduurd, maar het duurde voor mijn gevoel veel langer.
En dan te bedenken dat ik op de eerste rij zat en er niemand anders in de buurt was.
Op beide dagen heb ik vrijwel geen andere belangstellenden gezien.
Er waren bij dit gevecht zelfs geen hindes in de buurt.
Het werd hier al iets minder heftig, zij werden moe, er zou gauw een winnaar zijn.
En daar is hij dan, zelfs trots mijn kant opkijkend. 
Net alsof hij wilde zeggen:
"Heb je dit goed gezien, ik ben hier de heerser". 
Knörrend liep hij met gekrulde staart en zwaaiende fluit trots weg.
Terwijl ik even tijd had voor koffie zag ik een tweetal herten met hoge snelheid over het veld aan komen rennen.
Zigzaggend om bomen en struiken werd een van de twee opgejaagd door een opgefokte tegenstander, 
zeker 200 meter lang.
Ze bogen hun kop soms naar achteren om te voorkomen dat ze met hun gewei achter takken zouden blijven haken. 
De achtervolger had duidelijk een grondige hekel aan zijn tegenstander.
Ze verdwenen uit het zicht waardoor ik niet kon zien hoe het verder ging.

Een ander hert had behoefte om uitgebreid te vlaggen.
Hij strekte zich op de kenmerkende manier, rook eens aan de stam, schuurde met zijn gewei tegen takken en even later met zijn lijf tegen de stam.
Hij was er minutenlang mee bezig en liep daarna al knörrend weg.
Het werd rustig, geen rennende herten meer, geen gevechten.
De meeste herten gingen in hun bronstkuil liggen, een enkeling nog een keertje wat krachteloos knörrend.
Uitrusten, op krachten komen en denken aan aantrekkelijke hindes werd nu de belangrijkste bezigheid.

Het is een lang verslag geworden van een gebeurtenis die ieder jaar tot de verbeelding spreekt, 
in ieder geval tot de mijne.

Bedankt voor de belangstelling.