Follow by Email

woensdag 21 juni 2017

AWD juni 2017 deel 1

Als je de maand mei in Nederland overgeslagen hebt ben je natuurlijk benieuwd hoe het voelt om weer  in de eigen vertrouwde omgeving rond te struinen.
Op 8 juni ging ik op zoek naar damhertkalfjes, maar dat verliep niet zoals ik hoopte.
Ik vond namelijk alleen een dood exemplaar.
Toen ik op een tweetal egels stuitte maakte dat veel goed.
Ondanks de warmte en de zon waren ze op zoek naar een geschikte schuilplaats.
Een van de twee liep wat onderzoekend rond.
Hij (of zij) besloot zijn heil elders te zoeken en ging er op een drafje vandoor.
De ander was tevreden met de omgevallen boomstam waar ze aanvankelijk samen belangstelling voor hadden.
Voor mij was het de eerste keer dat ik twee egels tegelijk in de AWD tegenkwam.
Een paar dagen eerder was ik op zoek gegaan naar tapuiten.
Dat leverde helemaal niets op.
Het waren blijkbaar alleen trekvogels die ik in april had gezien.
Maar ik trof wel een meikever.
Ik had alleen mijn 100-400 mm lens bij mij, dus het was een beetje behelpen.
Met macro was het natuurlijk een heel andere plaat geworden.
Ik ben ook even gaan kijken op de plaatsen waar ik wel eens een boomkikker had gezien.
Ik trof er welgeteld één exemplaar aan dat mij vanaf zijn tak recht aanstaarde.
Soms zit het mee, soms zit het tegen.
Spinnen zijn in de maand juni ook al flink actief, wat dit langvleugelige insect tot zijn schade moest ondervinden.
Voor deze fladderaar zat het dus tegen.
Hier en daar zag ik ook al kleine wespenspinnen bij hun bescheiden web.
Rupsen van de grote beervlinder banjeren soms met een flink tempo over paden en door begroeiing,
totdat ze iets te eten tegenkomen waar ze trek in hebben.
Het is verbluffend om te zien hoe vlot ze een blad kunnen verorberen.
Hij knabbelde of zijn leven ervan af hing.
Misschien is dat ook wel zo.
Voor damherten zijn het bijzondere tijden.
De mannen hebben hun gewei afgeworpen en ze tooien zich met een nieuw bastgewei.
Daarnaast hebben zij hun wintervacht vervangen door zomerkleding.
Hij keek een beetje hooghartig om zich heen, waarbij hij goed in de gaten hield of ik hem wel fotografeerde.
10 juni, merkwaardig genoeg al enkele jaren achter elkaar op deze datum, vond ik het eerste levende damhertkalfje.
Nauwelijks zichtbaar, doodstil liggend.
Het bewoog alleen zijn ogen.
Nadat ik een paar plaatjes gemaakt had ging ik op zoek naar meer. 
Hindes waren wel wat onrustig, en er zullen ongetwijfeld kalfjes zijn geweest die ik gemist heb, maar ik vond er niet één meer.
Deze plaat is van hetzelfde kalfje dat ik eerder op de ochtend had gevonden.
Op de terugweg was ik nog even langs dezelfde plek gelopen waar ik hem eerder had gezien.
Hij had zich in de tussentijd omgedraaid.
Zou zijn moeder langs geweest zijn?
Een paar dagen later lag dit donkere kalfje langs mijn pad verscholen in het gras.
Nu had ik alleen een macrolens bij mij.
Het was voor het eerst dat ik een pasgeboren dónker kalfje tegenkwam.
Door de wat te hoge begroeiing kon ik geen foto van opzij maken, maar alleen van bovenaf.
Het was niet meer dan een foto maken en doorlopen om geen onrust te veroorzaken.

Vreemd genoeg vond ik een aantal dagen later wéér een dood kalfje.
Naar de oorzaak kan je alleen maar gissen.
Gelukkig waren er in hetzelfde gebied ook een aantal springlevende kalfjes die achter of met hun moeder door de duinen renden.


donderdag 15 juni 2017

Madagaskar - nachtlemuren

Nachtlemuren fotograferen is een pittige klus. In het regenwoud is er op de meeste plaatsen niet zo veel licht als je zou willen als je de dieren wilt fotograferen. Als het dan ook nog een sombere dag is heb je soms ISO waarden van 3200 of 6400 nodig, met meestal ook nog een onderbelichting van 2 stoppen. Zelfs onder die condities werd de sluitertijd maar zelden korter dan 1/100. De scherpte zou ik bij een aantal platen liever groter gehad hebben.
Het zal duidelijk zijn. Ik laat vooral waarnemingsplaten zien, die ik leuk/mooi genoeg vind omdat het wel over bijzondere dieren gaat.
De eerste vier beelden zijn van oostelijke wolmaki's (eastern woolly lemur, avahi laniger) die we in het regenwoud van een natuurpark bij Andasibe, niet ver van de hoofdstad Antananarivo zagen.
Het was een sombere, druilerige dag waarbij we goed begrepen hoe het regenwoud aan zijn naam gekomen is.
De hummeltjes zaten verscholen in een boom, ongetwijfeld een plek waar ze vaker gezien worden.
Onze gids had ze namelijk na even speuren gevonden.
Met zijn tweeën keken ze vaak met hun grote ogen naar de mensen beneden.
Het viel niet mee met de 400 mm lens, zonder statief, leunend tegen een boom, deze beelden te maken.
Met de rode (let op de Engelse naam) muismaki's (brown mouse lemur, microcebus rufus) ging het heel anders.
Voordat wij een avondwandeling in het donker gingen maken hadden gidsen banaan op een aantal takken gesmeerd.
Toen wij er aankwamen waren de beestjes, ter grootte van een hamster, al druk bezig.
Er was zo weinig licht dat je wel móest flitsen.
In totaal waren er vijf muismaki's aan het smullen van de banaan.
Het was hoe dan ook fascinerend om ze bezig te zien.
Als er door iemand een onverwachte beweging gemaakt weg waren ze razendsnel verdwenen, om daarna weer voorzichtig terug te komen.
De banaan was wel erg aanlokkelijk.
In een natuurpark aan de westkust, Forêt des Baobabs geheten, zagen we witvoetwezelmaki's (white-footed sportive lemur, lepilemur leucopus).
Op dit beeld is te zien dat ze geen moeite hebben met een stekelige ondergrond.
Ik kan mij wel voorstellen dat het moeilijk is om het verschil tussen verschillende soorten nachtlemuren te zien, maar naast kleine uiterlijke verschillen heeft men DNA verschillen vastgesteld.
Het zijn dus echt verschillende soorten.
Hier is de Ankarana wezelmaki ( Ankarana sportive lemur, lepilemur ankaranensis) te zien.
De soort is endemisch voor een betrekkelijk klein gebied in Noord Madagaskar.
Het verschil in kleur bij de beelden heeft te maken met verschillende lichtomstandigheden.
Ook deze keer was de uitdaging groot om het beestje goed te fotograferen.
Het was al lastig om hem goed te spotten, maar het licht was opnieuw beperkt, nu door een behoorlijk dicht bladerdek.
Dit beeld kreeg ik met ISO 1600, f/8, 2 stops onderbelichting. De sluitertijd was toen nog maar 1/20!
Achteraf had dat natuurlijk ook anders gekund.
Ook al zaten ze overdag goed verscholen, nieuwsgierig waren ze wel.
De vijfde en laatste soort is de grijsrugwezelmaki (grey-backed sportive lemur, lepilemur dorsalis)
Met hun grote kraalogen volgden ze nauwkeurig wat er voor vreemde snoeshanen naar hen stonden te gluren.
Wie keek er naar wie?

Het zal voor iedereen wel duidelijk zijn dat we deze soorten zonder gids niet gevonden zouden hebben.
Men is tot het inzicht gekomen dat het om meerdere redenen de moeite waard is om het regenwoud te koesteren.
De plaatselijke bevolking heeft in het verleden al veel regenwoud gekapt, omdat zij door de productie van houtskool een inkomen konden verdienen.
Als zij dat inkomen kunnen verdienen door het regenwoud te sparen en in een nationaal park een baan kunnen krijgen, bijvoorbeeld als gids, dan blijkt de bevolking hieraan graag mee te werken.
Voor de vele bedreigde dieren is er zo ook een grotere kans dat zij niet zullen uitsterven.
De toeristen tenslotte komen natuurlijk op de exotische natuur af en zij zullen tevreden zijn als zij de dieren ook zien.
En dan zijn we weer terug bij de belangrijke rol die de gidsen spelen.