IJsland heeft veel meer te bieden.
Ook ik heb mij vooral bezig gehouden met de eerder genoemde onderwerpen, maar in beperktere mate heb ik ook aandacht gehad voor de rest, zoals het havenplaatsje Husavík dat hiernaast staat afgebeeld.
Ik begin echter met Núpsstadur. De schuren van het kleine boerenbedrijf hebben wanden en een dak die geheel begroeid zijn met gras.
In het landschap vallen ze dan ook nauwelijks op.
Het piepkleine kerkje dateert uit de 17e eeuw.
Ook het kerkje is helemaal bedekt met gras, dat vooral dient ter bescherming.
In het kustplaatsje Höfn heb je een mooi uitzicht op de nabij gelegen gletsjer.
Het is hier rustig wonen.
Een beeld van de belangrijkste kustweg naar het Oosten.
Zwart is hier nog de overheersende kleur.
In Breiddalsvík heeft men bij de haven langs de weg een aantal beelden van eieren
van zeevogels - in de juiste verhouding tot elkaar - geplaatst.
Een bordje met de Engelse, IJslandse en Latijnse naam zorgt voor duidelijkheid.
Het lichtbaken van de haven van Breiddalsvík.
Een kenmerkend voorbeeld van de manier van wonen die vroeger gebruikelijk was.
Een soortgelijk gebouw dat er vlak naast lag was ingericht als een soort koffiehuis.
Een brandende houtkachel zorgde voor uitwendige warmte.
De inwendige mens werd opgewarmd met vers gezette koffie en vers gebakken pannenkoekjes. Smullen dus.
Om de sfeer nog meer te versterken speelde de dochter des huizes op haar accordeon IJslandse folkloristische liedjes.
De haven van Husavík, van waaruit we met een soortgelijke vissersboot op zoek gingen naar walvissen.
De eerste, en naar later bleek de enige, bultrugwalvis (humpback whale).
Toen hij ging duiken rees zijn staart uit het water op.
Met deze groet dook hij onder.
De enige andere walvis die we zagen was een Noordse dwergvinvis (minke whale),
die helaas niet beter te zien was dan op de foto.
Toen we de haven na de tocht weer naderden kregen we dit schilderachtige beeld te zien.
Nog een laatste blik op de haven. Op de kade hebben we geluncht.
Dit is een beeld van Akureyri, de grootste stad in het Noorden.
Een goed onderhouden oude kerk en een woonhuis, ook in Akureyri.
In Glaumbaer was een openluchtmuseum, natuurlijk gecombineerd met een koffiehuis,
waar opnieuw de met gras bedekte woningen bekeken konden worden.
In Osar, op het schiereiland Vatnsness, zagen we niet alleen zeehonden maar ook een prachtig landschap.
De langdurige regen van de voorafgaande middag was tijdelijk gestopt, en de zon brak even door.
Het duurde niet lang. Dit soort beelden hebben we vaker gezien tijdens de reis, gelukkig nooit een hele dag achter elkaar.
Bij Osar staat deze rotsformatie net buiten het strand. Men noemt deze rotsformatie "De Dinosaurus".
Er nestelden drieteenmeeuwen.
Zo brak daar 's morgens de zon door.
Wie ooit in IJsland van Hellnar naar Anarstapi gelopen heeft zal deze "steenman" wel herkennen.
Tot besluit enkele beelden van Reykjavík.
De moderne gebouwen vind ik niet interessant genoeg om ze hier te laten zien.
Wel dit gebouw uit 1902.
In het centrum kregen we 's avonds dit stadsgezicht te zien, met rechts de moderne Hallgrimskirkja.
Afgezien van enkele beeldverslagen van enkele vogels is dit mijn laatste terugblik op mijn vakantie op IJsland.
Bedankt voor alle reacties.























































