dinsdag 12 maart 2019

Haarrijnseplas

Van Maria kreeg ik door dat er een parelduiker in de omgeving van de Haarrijnseplas was neergestreken.
Aanvankelijk lukte het mij niet om daar eens heen te gaan maar op 26 februari was het dan zo ver.
Tot mijn geluk was de vogel er nog steeds, gelukkig ook in het toevoerkanaal naar de plas. 
Dus voilá:  een parelduiker (Gavia arctica).
Hij was nieuwsgierig, hoewel hij wel wat gewend moest zijn na de aandacht van de afgelopen weken.
Duiken deed hij vaak, waardoor het steeds weer een gok was waar hij weer boven water zou komen.
Ik kreeg hem in volle glorie te zien.
Niet veel later ging hij de plas op waardoor hij te ver weg zwom om er nog behoorlijke plaatjes van te kunnen maken.
Later die morgen zag ik hem opnieuw,  maar toen had ik last van tegenlicht en bleef hij wat te ver weg naar mijn zin.
De aandacht verschoof naar een witte kwikstaart (Motacilla alba),  de eerste die ik in 2019 zag.
Gelukkig was hij niet al te schuw waardoor ik de kans kreeg om hem op de plaat te krijgen met een mooi laag standpunt.
Het was een mooie, zonnige dag.
De kwikstaart had het prima naar zijn zin en floot er lustig op los.
Aalscholvers (Phalacrocorax carbo) kan je er ook regelmatig zien.
Zijn vleugels spreiden deed hij alleen toen we nog op wat grotere afstand waren.
In de plas zag ik ook nog een aantal geoorde futen (Podiceps nigricollis).
De plaatjes die ik heb geschoten leken nogal op elkaar dus ik volsta met één afbeelding.
Een kuifduiker (Podiceps auritus) bleef wat te ver weg om er fatsoenlijke plaatjes van te kunnen maken.
Bovendien had ik ook weer last van tegenlicht.

Dan kan ik maar beter een exoot laten zien:
In de bollenvelden bij De Zilk was een kleine trap (Tetrax tetrax) neergestreken.
Bijna heel vogelminnend Nederland was in rep en roer en kwam massaal op de vogel af.
Ook de regionale krant Haarlems Dagblad wijdde er een artikel aan.
Maar helaas, de vogel bleef op nogal grote afstand (ook al omdat er een vaart tussen de weg en de bollenvelden lag), waardoor volgens mij iedereen moest volstaan met een gecropt bewijsplaatje.
Deze plaat is ook flink gecropt, meer zat er niet in.

Tijdens het observeren van de kleine trap zwom een fuut (Podiceps cristatusvoorbij die zijn best deed om de aandacht te trekken.
Dat is gelukt:


dinsdag 5 maart 2019

Zuidpier - januari/februari 2019

In  januari en februari ben ik enkele keren naar de Zuidpier van IJmuiden geweest, met wisselend succes.
Deze zeekoet ( Uria aalge) gunde het mij om uitgebreid te volgen hoe hij op zoek ging naar voedsel.
Gespannen stond ik klaar om bij het eerste teken dat hij ging duiken af te drukken.
Dat leverde niet alleen een aantal geslaagde plaatjes maar ook een goed gevulde prullenbak op.
Zeekoeten houden wel van een vis(je).
In de vergroting is beter te zien wat hij gevangen had.
Er zijn dit jaar veel jonge dode zeekoeten aangespoeld op de stranden van de Noordzee.
Het is nog niet duidelijk wat de werkelijke oorzaak van deze sterfte is,
te meer omdat dit verschijnsel in het verleden ook een aantal keren is voorgekomen.
Deze zeekoet was in ieder geval springlevend.
Een tekort aan sprot kan een mogelijke verklaring zijn, maar harde wind, gifstoffen (geloosd ,of afkomstig uit de containers die in de Waddenzee terecht gekomen zijn) en darmparasieten ook.
Vooralsnog is het gissen.
Via verschillende soorten onderzoek probeert men het antwoord te vinden.
Doden zeekoeten heb ik nergens gezien, bij twee bezoeken aan de pier wel een stuk of 6-7 levende zeekoeten.
Als ze onderduiken is het telkens een gok waar ze boven zullen komen.
Zwemt hij naar links, naar rechts of verder van de pier weg?
Na een tijdje was er wel een patroon zichtbaar waardoor ik een beetje kon inspelen op zijn gedrag.
En zo zag ik hem pal voor mij drijven, op korte afstand van de pier.
Wanneer zou hij weer gaan duiken?
Ik wilde nóg sneller zijn maar daarvoor was mijn reactiesnelheid te traag.
Het is net als bij de start van sprintwedstrijden een kwestie van proberen in het startschot te vallen.
Oeverpiepers (Anthus petrosus) kiezen soms voor een momentje rust waar je van kunt profiteren als ze je niet te snel zien.
In het zonnetje ziet hij er weer heel anders uit.
Op de achtergrond zorgde een stuk rots voor contouren die met wat fantasie doen denken aan een bruinvis.
Bruinvissen (Phocoena phocoena) zag ik daar wel in de buurt, maar te ver weg voor mooie plaatjes.
Met scholeksters (Haematopus ostralegus) gaat het net als met zo veel andere (weide) vogels bergafwaarts.
De aantallen nemen helaas sterk af.
Bonte Piet is nu nog wel een een bezoeker van de pier die je bij ieder bezoek kan zien.
Voedsel is er in ieder geval genoeg.
De zee was niet iedere keer kalm. 
De wind stond hier recht op de punt van de pier waardoor het water flink opspatte.
Het werd geen dag waarop ik vogels van korte afstand op de plaat kon krijgen.
Het ging behoorlijk tekeer (windkracht 5-6) en het was oppassen dat je geen ongewenste douche kreeg.
Het opspattende water levert vaak spectaculaire beelden op, maar het valt niet altijd mee om het zo op beeld te krijgen als je wilt.
Toen ik de drieteenstrandlopers (Calidris alba) met een fotoshoot vereerde was het aanmerkelijk rustiger.
De 3-teentjes waren bedrijvig als altijd.
Ze zochten ijverig naar voedsel, renden weg als ik net scherp gesteld had of verscholen zich in een groep. 
Met een beetje volhouden kreeg ik toch mijn zin: slechts één drieteen op de foto. 
Met de wind in de rug ging het voedsel zoeken niet merkbaar sneller.
Snel ging het hoe dan ook.
Ze waren met een grote groep, allemaal ADHD-tjes.
Hier nog een laatste.
Toen ik het strand verlaten had keek ik nog eens om.
Een flinke hond rende langs de waterlijn en joeg alle vogels weg.
Ik was net op tijd weg.
Vaak weten ze geen raad met iemand die knielt of zelfs op het strand ligt en springen dan luid blaffend om je heen.
Al lopend over de pier zag ik zo waar twee roodkeelduikers (Gavia stellata), tamelijk ver weg.
Later zag ik er weer een, nu een stuk dichterbij.
Een aantal keren rees hij uit  het water op en sloeg zijn vleugels  uit.
Zo kreeg ik weer een "dirigent pose".
Roodkeelduikers houden wel van vis, bij voorkeur een grote.
Hij had hem in een oogwenk naar binnen gewerkt.
Het verbaast mij steeds weer dat viseters zulke vissen makkelijk door hun keelgat kunnen laten glijden.
Daarna even poetsen en de vleugels weer eens strekken.
Dichterbij kwam hij niet, hij liet de pier achter zich en zocht het open water op.
Op het strand heb ik nog naar geelgorzen (Emberiza citrinella) gezocht.
Op waarneming.nl waren er meldingen gedaan van zo'n 12-15 stuks.
Ik zag er een viertal.
Ze zochten tussen de begroeiing naar voedsel, waardoor ik geen plaatjes kon maken met een rustige achtergrond.
Het was voor het eerst dat ik geelgorzen op het strand zag.
De enige soort gorzen die ik daar tot nu toe heb gezien waren sneeuwgorzen,
die ik deze wintermaanden niet gezien heb.
Deze geelgors mag deze post besluiten.
Het wordt afwachten of de komende weken nog andere aantrekkelijke soorten de pier en zijn omgeving zullen bezoeken.