zondag 28 juli 2019

AWD - juli 2019 deel 1

Juli was een bijzondere maand, die vooral onthouden zal worden door de verbreking van het jarenoude hitterecord. 
Dit soort omstandigheden heb ik wel eerder meegemaakt, maar voor Nederland is het wel exceptioneel.
Als je je momenten wist te kiezen, vooral 's morgens vroeg, kon je er toch nog wel op uit.
In dit deel 1 komen (op één na) geen zoogdieren, geen vogels en ook geen libellen en vlinders voor.
De laatste twee komen in de delen 2 en 3 nog aan bod.

Het loont de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.
De lightbox in Google werkt om een voor mij onduidelijke reden helaas nog steeds niet.
Met Firefox of Internet Explorer lukt het wel.


Een bosmuisje (Apodemus sylvaticus) scharrelde op een zonnige morgen in de schaduw van bladerrijke loofbomen. 
Razendsnel schoot hij van de ene beschermende boomstronk naar de andere,
waarna hij onderzoekend en nieuwsgierig  de omgeving verkende.
Ik moest wel ISO 3200 gebruiken om er behoorlijke plaatjes van te kunnen maken.
Ik hield mij uiteraard doodstil, mede daardoor kwam hij helemaal tevoorschijn.
Het is mij niet vaak gebeurd dat ik zo'n muisje een tijdje in een dergelijke omgeving kon bekijken.
Aardhommels (Bombus terrestris) waren ijverig op zoek naar nectar in de bloemen van jakobskruiskruid.
Aan het eind van de maand werden de bloemen door de droogte duidelijk minder vitaal.
Welke invloed zal het hebben?
Dit beeld is door de begroeiing wat rommelig, maar het is hierop wel duidelijk te zien dat ook hommels een grote rol spelen bij het verplaatsen van stuifmeel.
Dit is een voorbeeld  van een dambordvlieg (Sarcophaga), waarschijnlijk een grijze vleesvlieg (Sarcophaga carnaria).
Opnieuw was het jacobskruiskruid de gastheer.
Ook harkwespen (Bembix rostrata) waren van de partij.
Deze graafwesp is een vleeseter die vooral jaagt op dazen en zweefvliegen.
Ik heb ze echter uitsluitend op de gele bloemetjes gezien.
De grote groene ogen zijn net als de lange, smalle, snavelvormig verlengde bovenlip duidelijke kenmerken.
Deze prachtige insecten zijn absoluut niet bedreigend voor mensen.
Mannelijke soldaatjes vallen op grote vrouwen.
Ze heten officieel kleine rode weekschildkever (Rhagonicha fulva).
Tijdens de paring lift het mannetje op de rug van het vrouwtje mee.
Het  maakt daarbij niet uit wat voor route ze kiest of wat ze doet.
Het lijkt of zijn toch voelbare aanwezigheid haar niets doet, ze eet rustig verder.
Ik weet niet of er andere organismen zijn, groot of klein, die hetzelfde presteren.
Steenhommels (Bombus lapidarius) doen hetzelfde als andere hommels, ze zijn op zoek naar nectar en verplaatsen tegelijkertijd stuifmeel.
Het verschil met de aardhommels is goed te zien. 
Men rekent aardhommels tot de witkonten, steenhommels tot de roodkonten.
Dat ze een rol spelen bij het bestuiven van bloemen is goed te zien, zeker in de vergroting.
Ook zweefvliegen (Syrphidae) komen op geel af óf misschien nog wel meer op de nectar van de bloemetjes.
In Nederland zijn meer dan 300 verschillende soorten zweefvliegen waargenomen.
Ik heb mij er niet in verdiept welke soort dit is.
Maria wel: het is een groot langlijfje (Sphaerophoria scripta)
Ze zijn tamelijk klein, ongeveer van het formaat soldaatje.
Een uitstapje, bij wijze van uitzondering een insect dat ik niet gezien heb op jakobskruiskruid.
De tijgerspin (Argiope bruennichi), ook wel wespenspin of wespspin genoemd, heb ik eindelijk weer een aantal keren gezien.
De rommelige achtergrond kon ik hier niet vermijden, omdat ik ook delen van het kenmerkende web wilde laten zien.
Zo is de plaat mooier en rustiger.
Op een veldje waar ik ze jaren geleden veel zag is op een keer alle begroeiing, inclusief een aantal cocons van de spin, weggemaaid. 
Het jaar erna waren in dat gebiedje geen tijgerspinnen meer te vinden.
Terug naar het jakobskruiskruid.
Een gewoon spitskopje (Conocephalus dorsalis) valt niet zo erg op, maar door goed opletten vind je ze wel.
Omdat ik geen legboor heb gezien denk ik dat dit een mannetje is.
Mannetjes worden 13-16 mm lang, vrouwtjes zijn iets groter.
Veel groter zijn grote groene sabelsprinkhanen (Tettigonia viridissima). 
Dit vrouwtje wordt exclusief vleugels 27-38 mm, mannetjes 28-34 mm.
De totale lengte is ongeveer 8 cm.
Deze dame balanceerde bovenop jakobskruiskruid, waardoor mooie plaatjes mogelijk waren.
Op het blog van Corrie is te zien hoe zij deze sprinkhaan heeft gefotografeerd.
Een mooie buiging tot besluit.

Zoals ik al zei volgen er nog twee delen. 
Vlinders met bijvoorbeeld keizersmantel en eikenpage en libellen met onder andere grote keizerlibellen.
Wordt vervolgd.


zaterdag 20 juli 2019

Van Kirgistan tot Drunen

Deze afbeelding behoort bij de ontdekking van dit paard in 1878 door Nikolaj Przewalski.
De wandtegel is te vinden in het Przewalskimuseum in Karakol (Kirgistan).

Het loont de moeite om de beelden in de vergroting te bekijken.
De lightbox in Google werkt om een voor mij onduidelijke reden helaas nog steeds niet.
Met Firefox of Internet Explorer lukt het wel.




De afbeelding van Przewalski staat wat schuin. 
Dat was onvermijdelijk om hinderlijke reflecties op de foto te voorkomen.




Przewalski was een Russische ontdekkingsreiziger die geïnteresseerd was in geografie, fauna en flora.
Hij maakte een vijftal reizen door Centraal Azië.

Behalve van het bekende Przewalskipaard was hij ook de ontdekker van de wilde kameel, waarvan uiteraard ook een tegel met afbeelding te vinden is in het museum.
In Karakol is een museum voor hem ingericht. 
De liefhebbers kunnen uitgebreid geïnformeerd worden over zijn reizen, onder andere aan de hand van foto's en tegels.
Daarnaast is er een collectie opgezette dieren die in Centraal Azië voorkomen/voorkwamen.
Er staat ook een opgezette sneeuwpanter, een dier dat bijna iconisch is in Kirgistan.
Dit schilderij van sneeuwpanters, waar ik mijn logo niet op wil aanbrengen om geen verkeerde indruk te wekken, zagen wij op een schilderijenexpositie annex - verkoop in de hoofdstad Bishkek.







Buiten het museum is een park aangelegd waar een monument te vinden is ter nagedachtenis aan Przewalski.

Naast het monument is ook zijn graf te vinden. 
Hij wilde begraven worden in de plaats waar hij zou overlijden en dat werd dus Karakol.

Hier staat-ie dan, het Przewalskipaard.
In Natuurpark Lelystad heeft men een kleine kudde van deze dieren. 
Volgens een zorgvuldig fokprogramma - waarbij dieren uit verschillende wildparken geselecteerd werden - heeft men deze paarden,
 die voor het laatst in 1967 in Mongolië in het wild gezien werden, weer uit kunnen zetten in Mongolië.
Het zijn stoere dieren die zo te zien wel tegen een stootje kunnen.
In 1991 is men begonnen met de herintroductie van deze paarden in een natuurpark in Mongolië,
waar wij ze tijdens onze rondreis ook gezien hebben. 

In deze laatste terugblik op onze reis door Kirgistan laat ik nog een aantal soorten zien die ik de moeite waard vind.
Roeken (Corvus frugilegus) bleken in sommige streken vrij algemeen voor te komen, soms in grote groepen.
Vuilstortplaatsen hadden een grote aantrekkingskracht op zwarte wouwen (Milvus migrans).
Bij  meerdere stortplaatsen zagen we er per keer vele tientallen.
Tijdens een wandeling in de omgeving van ons yurtkamp in Son Kul werden we verrast door strandleeuweriken (Eremophila alpestris).
De vorige plaat was van een volwassen vogel, deze van een juveniel.
Bij het zoeken naar de namen heb ik hulp gehad van Ben , waarvoor dank.
De vogels kozen vaak een beschikbaar uitkijkpunt, in de meeste gevallen een koeienvlaai.
Hier schudt een vogel zich eens lekker uit.
De typerende kuifjes (vooral in de vergroting goed te zien) maken het herkennen iets makkelijker.
Deze soort wordt als trekvogel soms langs de Nederlandse kust waargenomen.
In het natuurpark Ala Archa in de buurt van Bishkek kwamen we eekhoorntjes tegen, 
die er anders uitzien dan de vertrouwde Nederlandse rode eekhoorn (Sciurus vulgaris).
De Nederlandse soort - met rode staart - heb ik gefotografeerd vanuit een observatiehut in Drunen.
Vergelijk de staarten maar eens.
De staart van de Kirgizische soort is een prachtig herkenningsmiddel.
Het verschil is zo heel mooi te zien.
Even rust in de kenmerkende houding.
Nogmaals een mooie manier om ze te vergelijken.
De Nederlandse soort heeft mij talloze platen opgeleverd.
Het vergt nog enige tijd voordat ik die heb uitgezocht.
Het scheelt al een flinke slok op een borrel dat al mijn vakantiefoto's inmiddels verwerkt zijn.

Bij deze bedank ik iedereen die mijn berichten over de reis door Kirgistan heeft bekeken en zeker degenen die erop gereageerd hebben.